Zoekresultaat: 42 artikelen

x
Artikel

Rebellerende zorgprofessionals

Improviseren met regels, passie en verantwoording

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2021
Trefwoorden healthcare rebels, administrative burden, quality of care, etnography, accountability
Auteurs Iris Wallenburg, Hester van de Bovenkamp, Anne Marie Weggelaar-Jansen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Bureaucracy and ‘red tape’ are seen as a main annoyance in healthcare practice. ‘Rules’ like guidelines and performance indicators would withdraw professionals from their real work, that is, helping patients. However, rules may also improve quality of care if they foster high quality practices. In this research, we explore how healthcare rebels deal with rules in their everyday work: how rebels ignore, engender and bend rules to build new environments for doing good care. Drawing on ethnographic research in three hospitals in the Netherlands (2017-2018), we reveal how rebels build and care for clinical microsystems containing their own clinical unit and related contexts (e.g. pharmaceutical suppliers, ICT companies, primary care) to evoke alternative and situated practices of good care delivery – i.e. focusing on quality of life and person-centred care. Rebels enact mechanisms of decoupling and recoupling to disconnect rules that embark on good care in specific patient situations, and build new routines that foster good care. However, such caring practices are hard to generalize as they often occur ‘under the radar’ and hence remain hardly noticed to the outside world. We argue that through revising accounting processes, and paying more attention to narratives of good care, more convenient quality systems could be found.


Iris Wallenburg
Dr. Iris Wallenburg is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Hester van de Bovenkamp
Dr. Hester van de Bovenkamp is universitair hoofddocent, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Anne Marie Weggelaar-Jansen
Dr. Anne Marie Weggelaar-Jansen, MCM is universitair docent, sectie Health Services Management and Organization, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Roland Bal
Prof.dr. Roland Bal is hoogleraar beleid en bestuur van de gezondheidszorg, sectie Health Care Governance, Erasmus School of Health Policy & Management aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Dissertatie

Van Woord tot Akkoord

Een analyse van de partijkeuzes in CPB-doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s en regeerakkoorden, 1986-2017

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Auteurs Wimar Bolhuis

Wimar Bolhuis
Kroniek

Access_open Recensie van Uri Rosenthal, Waarnemer, adviseur, beslisser

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2019
Auteurs Prof. mr. dr. Hans de Bruijn

Prof. mr. dr. Hans de Bruijn
Article

Lobbybrieven en het regeerakkoord

Een verkennend onderzoek naar de belangenpolitiek in de kabinetsformatie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2018
Trefwoorden lobby papers, coalition agreement, policy agenda, political attention
Auteurs Arco Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Lobbying by interest groups and the formation of governments both are established themes of empirical research, but not much is known about their linkage. This article presents an exploratory study of organizations and groups with interests seeking influence on the political agenda at the earliest stage of a governmental life cycle: its formation. From the theoretical perspective of the politics of attention, an empirical study is made of the lobby papers that government informateurs receive from business, non-profitorganizations and ngo’s, public organizations and citizens or citizen groups. By comparing the lobby agenda of these diverse organizations and groups to the coalition agreement, it is possible to draw some preliminary conclusions about whose issues and themes become visible and prominent on the governmental agenda, and whose topics obtain lower priority. This research is a basis for further analysis of the impact of lobbying on the policy agenda.


Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.

Ariejan Korteweg
Ariejan Korteweg is journalist bij de Volkskrant. Hij studeerde sociologie in Leiden en politicologie in Amsterdam (UvA), werkte bij het Leidsch Dagblad, was hoofdredacteur van dansblad Notes en chef van de kunstredactie van de Volkskrant. In 2001 werd hij daar adjunct-hoofdredacteur, in 2007 correspondent in Parijs. Sinds 2013 is hij parlementair verslaggever en columnist. Hij schreef Surplace (2013) en Lobbyland (2016), dat laatste boek samen met Eline Huisman.
Article

De draaideur: van impasse naar uitweg

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2018
Trefwoorden revolving door, lobbying, integrity, public values, polder democracy, regulatory solutions
Auteurs Toon Kerkhoff en Arco Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    The revolving door is an ambiguous concept evoking strong opinions, and often is seen to lead to a decline in trust and legitimacy of the policy-making system of the Netherlands. But the different moral objections against the revolving door between functions and jobs in public and private organizations are barely matched with systematic empirical evidence of negative effects on the policy-making system. In this article, a definition of the concept is presented in order to help focusing the discussion on moral objections and practical implications of the revolving door. Two fundamental contradictions emerge from the panoply of arguments and assertions about this phenomenon. With our definition as a basis, we consider the different forms of the revolving door and discuss conditions under which it may be contained without solutions that are disproportionate to the problem. The way out is to develop clearer norms and integrity-enhancing mechanisms with which negative effects may be avoided and positive effects strengthened.


Toon Kerkhoff
Toon Kerkhoff is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden. Hij geeft leiding aan het Centre for Public Values & Ethics aan de Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden, waar wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan naar normatieve vraagstukken in de publieke sector en kennis daarover breder toegankelijk wordt gemaakt. Het onderzoek van Kerkhoff richt zich in het bijzonder op good governance en bestuurlijke ethiek, waarover hij ook onderwijs geeft in bachelor- en masteropleidingen.

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.
Introduction

Lobbyen in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2018
Auteurs Arco Timmermans
Auteursinformatie

Arco Timmermans
Arco Timmermans is bijzonder hoogleraar public affairs aan de Haagse Faculteit Governance & Global Affairs van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek en onderwijs gaan over de dynamiek van de maatschappelijke en politieke agenda, issuemanagement, lobbycoalities en de professionalisering van public affairs als terrein van wetenschap en praktijk. Hij is mede-oprichter en leider van de Nederlandse deelname in het internationale Comparative Agendas Project. Naast onderzoek en onderwijs in reguliere academische programma’s zoals de masterspecialisatie public affairs aan de Universiteit Leiden is hij ook intensief betrokken bij cursussen voor werkende professionals op het terrein van public affairs.

    An element of the theme of the VNG 2018 ‘Across boundaries’ annual conference in Maastricht is the necessity for Dutch politicians and administrators to push existing boundaries. In many cases this will involve a national border, which is closer in the region than in the national administrative center in The Hague. More than half of the twelve Dutch provinces have national borders, so cross-border cooperation is a regular phenomenon. National or EU regulations and subsidies may help to realize policy goals that are found important at a regional or local level, but when policy crosses national borders in practice it is also confronted with other ‘European’ boundaries. If there are incomprehensible, impracticable or conflicting rules, there is tension between common European policy and Dutch decentralization. Therefore this essay focuses on the control that the European Union has as an administrative challenge. It first discusses the shaky European consciousness and then the actions taken to break this vicious circle.


Dr. Mendeltje van Keulen
Dr. M. van Keulen is lector Europese Studies bij de Haagse Hogeschool. Van 2011 tot 2017 was zij griffier Europese Zaken bij de Tweede Kamer.

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.

    This essay contains a short history of the municipal and other administrative sciences in the Netherlands. This history is divided into seven lives. Each life has its own specific characteristics and approaches. The story starts in 1914 with the dissertation of Gerrit van Poelje and the aldermanship of Floor Wibaut (for the Dutch Labour Party) in Amsterdam. Nevertheless, the authors make a plea to view 1921 as the actual starting point, because it is the year of the introduction to municipal administration written by Van Poelje and the first Dutch academic magazine on municipal administration (‘Gemeentebestuur’). This means that we can prepare for the celebration of 100 years of (municipal) administrative sciences in 2021. A great challenge for all universities, but certainly for the Public Administration programme of the University of Twente, which is now celebrating its 40th anniversary. The challenge is to work on current topics such as the relationship between public administration and technology in smart, sustainable and resilient cities.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

De responsabilisering van burgers van verzorgingsstaat tot participatiesamenleving

Discoursanalyse van troonredes en regeringsverklaringen sinds de jaren zestig

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Participation society, Withdrawing government, Making-responsible citizens, Dutch speeches from the throne, Dutch government statements
Auteurs Ermy Brok MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Central concern of this article is tracing back how the making-responsible of citizens takes shape within Dutch speeches from the throne, government statements and reports of the Dutch Social and Cultural Research Institute (SCP) ever since the 1960s. The Dutch participation society, a term much discussed ever since mentioned in the 2013 speech of the throne, is often associated with a withdrawing government and a coming to end of the welfare state. At the same time, according to several authors, the notion of a withdrawing government that operates within a network of multiple equal actors has brought along the need for a widening of the government’s repertoire of action. This has been characterized as making-responsible citizens on conditions of the state. It has raised doubts about true government-withdrawal and authors have related it to the dominance of neo-liberal thinking ever since the 1990s. Applying an analysis framework derived from discourse analysis, it is made tangible in this article how within political discourse beginnings of the making-responsible of citizens can be traced to the 1960s, more than thirty years earlier than expected. It is argued that this longer history makes a plea for encouraging the political dimension of citizenship all the more important.


Ermy Brok MA
Ermy Brok MA is beleidsadviseur op het sociale domein bij de gemeente Tilburg en extern promovenda aan de Tilburg Law School/Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.
Artikel

Access_open Opkomst en voortbestaan van de Derde Weg

Het raadsel van de missende veren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Derde Weg, Sociaaldemocratie, Partij van de Arbeid, Communitarisme, Ideologie, Nederlandse politiek
Auteurs Drs. Merijn Oudenampsen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 1990’s, the Dutch social democrats were trailblazers of what became known internationally as the politics of the Third Way, a new middle course between social democracy and neoliberalism. From the start, the Dutch Third Way distinguished itself from its Anglo-Saxon counterparts by its implicit character. The Dutch social democrat party (Partij van de Arbeid, PvdA) never fully embraced the Third Way and has sought to downplay the idea of a break with traditional social democratic thinking, combining Third Way practice with more classical social democratic rhetoric. The resulting political ambiguity, this paper argues, is at the centre of the present identity crisis of the social democrat party. Even though Third Way ideology has at times been declared dead, the range of attitudes, strategies and policy proposals that were introduced under its banner, still play a vital and prominent role in Dutch politics. While in the UK and the US, communitarianism was from the very beginning a defining feature of the Third Way, in the Netherlands this only came to the fore in 2012 under the leadership of Samsom and Asscher, and in the plea for a participation society under the Rutte II government. Leading us to conclude that the reports of the Third Way’s death are greatly exaggerated.


Drs. Merijn Oudenampsen
Merijn Oudenampsen is promovendus bij het Departement Cultuurwetenschappen van Tilburg University.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Ewald Engelen
Ewald Engelen is voorzitter van de redactie van Beleid en Maatschappij.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Discussie

Onvermijdelijke verdragswijziging vereist een ander EU-referendum

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Auteurs Adriaan Schout, Jan-Marinus Wiersma en David Bokhorst PhD
SamenvattingAuteursinformatie


Adriaan Schout
Europa Coördinator bij het Clingendael Instituut

Jan-Marinus Wiersma
Senior Visiting Fellow bij het Clingendael Instituut

David Bokhorst PhD
PhD Candidate - Universiteit van Amsterdam
Article

Het effect van politieke sofisticatie op de (intentie tot) opkomst bij eerste- en tweederangsverkiezingen in België en Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2016
Trefwoorden political sophistication, first- and second-order elections, turnout
Auteurs Dieter Stiers
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we investigate the effect of political sophistication on turnout and whether this effect differs in second-order national elections. Political sophistication is thought to influence turnout because the more sophisticated voters have access to more information about the electoral and the party system. In this paper, we start from the expectation that these effects should be even stronger in the context of secondorder national elections, where information about the stakes of the election is not readily available. We analyse citizens’ willingness to turn out to vote at different levels of government in Belgium and the Netherlands. The results show that a higher degree of political sophistication increases the probability to turn out at the national as well as the European level. Our expectation that this effect would be larger at the European level, however, is not supported by these results.


Dieter Stiers
Dieter Stiers werkt als doctoraatsstudent aan het Centre for Citizenship and Democracy van de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op verkiezingsgedrag en in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van electorale volatiliteit.
Artikel

Hoe korter, des te langer?

Over het verband tussen coalitieakkoorden en conflicten in gemeenten

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2015
Auteurs Jacomijn Visser BSc, Dr. Hans Vollaard en Dr. Frits Meijerink
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch municipality of Leiden used to be a rather ‘politically troublesome’ municipality, but after the formulation of a short coalition agreement during the 2010 to 2014 term of office, for the first time in a long while, no alderman was sent away. So, could short coalition agreements help to diminish the number of political conflicts, so that aldermen can remain in office for a longer period? In the first place, the answer to this question is important from a societal point of view because in the Netherlands an increasing number of aldermen are sent away. In the second place, it is important from an academic point of view because there is a lack of studies into local coalition agreements. In the third place, it is important because the analysis of the length of coalition agreements and the number of conflicts in almost all Dutch municipalities in the period 2010 to 2014 offers a good opportunity to test the contradictory expectations on the relationship between coalition agreements and political conflicts in Dutch municipalities at a national level. From the analysis, the authors conclude that there is a relationship between a high number of coalition parties and a large municipality, on the one hand, and longer coalition agreements, on the other hand. The length of the coalition agreements is not necessarily related to the number of conflicts measured by the number of aldermen sent away for political reasons. It is clear that the higher the number of coalition parties, the more conflicts there are likely to be, which is not an inviting prospect considering the ongoing fragmentation of municipal councils.


Jacomijn Visser BSc
J. Visser BSc MA deed een bachelor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Leiden en een master Nederland-Duitsland Studies aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In 2014 kreeg ze de J.Th.J. van den Berg-prijs voor haar bachelorscriptie. Ze liep stage bij de gemeente Weeze (Duitsland).

Dr. Hans Vollaard
Dr. J.P. Vollaard is universitair docent Nederlandse en Europese politiek binnen het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Dr. Frits Meijerink
Dr. F.G.J. Meijerink is universitair docent op het terrein van de statistiek binnen het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.
Artikel

Access_open Effect meten bij kleine aantallen

Het N=1 design toegepast in een effectonderzoek naar de justitiële gedragsinterventie MTFC

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, december 2015
Auteurs Miranda Witvliet en Maartje Timmermans
SamenvattingAuteursinformatie

    In de praktijk is het niet altijd haalbaar om effectonderzoek uit te voeren met behulp van een experimentele trial. Het N=1 design is een alternatieve opzet voor effectonderzoek bij interventies met kleine aantallen. Centraal bij de N=1 aanpak staat dat bij een kleine groep deelnemers via verschillende observanten op meerdere tijdstippen informatie wordt verzameld over de ontwikkeling van deelnemers. Daarbij kan zowel gebruik worden gemaakt van kwantitatieve als kwalitatieve onderzoeksmethoden. Dit artikel beschrijft de toepassing van het N=1 design in een onderzoek naar de doeltreffendheid van de justitiële gedragsinterventie Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC). Deze interventie is ontwikkeld voor jeugdigen tussen de 12 en 18 jaar met ernstig antisociaal gedrag. In het onderzoek is de ontwikkeling van acht MTFC-deelnemers in kaart gebracht via vragenlijstonderzoek en interviews. Naast de toepassingsmogelijkheden worden in dit artikel tevens de beperkingen en risico’s van het N=1 design beschreven.


Miranda Witvliet
Miranda Witvliet is als senior onderzoeker werkzaam bij Regioplan.

Maartje Timmermans
Maartje Timmermans is als senior onderzoeker werkzaam bij Regioplan.
Artikel

De democratische vertegenwoordiging van cliënten en patiënten bij de decentralisaties

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2015
Trefwoorden representative claim, democratic decision making, Decentralization, social and health policies, Municipalities
Auteurs Dr. Hester Van de Bovenkamp en Dr. Hans Vollaard
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizen participation is firmly on the agenda of many Western policy makers. Numerous opportunities for individuals to participate in public decision-making have been created. However, few citizens use these opportunities. Those who do are often the highly educated, white, middle and upper classes that also tend to dominate other democratic spaces. Opportunities to become active can increase inequalities in terms of whose voices are heard in public decision-making. This fundamentally challenges the central democratic value of equality. Nevertheless, others can represent the interests of those who remain silent. Using the concept of representative claim this paper explores a variety of forms of representation (electoral, formal non-electoral and informal self-appointed) in the domain of social policy which is currently decentralized in the Netherlands. We conclude that especially informal self-appointed representatives such as medical professionals, churches and patient organizations can potentially play an important role in representing groups who often remain unheard in the public debate. They can therefore play an important role in ensuring the democratic quality of the decentralization process.


Dr. Hester Van de Bovenkamp
Dr. Hester van de Bovenkamp is universitair docent bij het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Hans Vollaard
Dr. Hans Vollaard is universitair docent Nederlandse en Europese politiek bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.
Toont 1 - 20 van 42 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.