Zoekresultaat: 14 artikelen

x

    Naar aanleiding van 25 jaar Vereniging voor Beleidsonderzoek staat dit artikel stil bij de rol van beleidsonderzoek. Het belang daarvan wordt nogal eens onderschat – zowel door beleidsmakers als onderzoekers zelf. Vanuit een wat breder perspectief bezien blijkt het voor de huidige samenleving – getypeerd als ‘een pragmacratie’ – echter een onmisbare functie te vervullen. Beleid en praktijk zijn vaak indirect gebaseerd op wetenschappelijke concepten, onderzoeksresultaten en toekomstverkenningen. Vooral de sociale wetenschappen maken zichtbaar wat mogelijk is, en beleidsonderzoek doet dat dan ook nog eens op een tijdige, oplossingsgerichte manier. Daarbij zijn er verschillende manieren om impact te hebben, waarbij de beleidsonderzoeker moet vasthouden aan zijn onafhankelijkheid en controleerbaarheid.
    Dit artikel is een uitwerking van de lezing van Hans Boutellier op het VBO-congres op 7 november 2019 en is gebaseerd op het gelijknamige hoofdstuk uit Het seculiere experiment: Over westerse waarden in radicale tijden (herziene versie, 2019). Zie ook het essay van Peter van Hoesel, Beleidsonderzoek in de periode 1970-1995, Beleidsonderzoek Online februari 2020.


Hans Boutellier
Hans Boutellier is wetenschappelijk adviseur van het Verwey-Jonker Instituut, alsmede bijzonder hoogleraar Polarisatie en veerkracht aan de VU Amsterdam.

    Maar liefst drie onderzoekscommissies brachten een rapport uit over de vermeende politieke beïnvloeding en sturing van onderzoek op het WODC van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Maar uit het rapport van de commissie-Hertogh, die de kwestie in een breder perspectief moest plaatsen, komt geen eenduidig beeld naar voren van de ernst, omvang en oorzaken van de problematiek. Deze commissie verzuimt om een grondige analyse te maken van de achtergronden van de kwestie. Ook de methodologie van het onderzoek van de commissie-Hertogh rammelt, op zijn zachtst gezegd. En de aanbevelingen van deze commissie gaan voorbij aan het belang van interactie tussen beleidsmakers en onderzoekers. Het rapport voldoet niet aan de kwaliteitseisen die je aan beleidsonderzoek kunt stellen. Dat is spijtig: de WODC-affaire had beter onderzoek verdiend.


Lennart de Ruig
Lennart de Ruig is mede-eigenaar en onderzoeker bij bureau De Beleidsonderzoekers. Hij voert beleidsgericht onderzoek uit naar sociaaleconomische vraagstukken.
Casus

Access_open De winsten van zorginstellingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2018
Trefwoorden health-care organizations, financial accounts, for-profit or not-for-profit, Profits, economies of scale
Auteurs Prof. dr. Jeroen Suijs en Prof. dr. Harrie Verbon
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.
    We calculate and describe profits obtained by health organizations in The Netherlands in the years 2014 and 2015. We distinguish between profit and not-for-profit organizations. We find that on average net profits amount to about 2 percent on turnover with a peak of more than 3 percent for mental-healthcare organizations. If we take the size of organizations into account, we find that for-profit organizations with a turnover of less than 1 million euro tend to have on average net profit rates of 4 percent to more than 5 percent with peaks amounting to more than 50 percent. We are not yet able to come up with explanations for these excessively high profit rates in parts of the Dutch health care sector. On the other hand, the highest losses can be found in small-sized organizations as well. We delved deeper into the financial accounts of a few for-profit organizations and found indications of misreporting of turnover or number of treatments. On the other hand, bad management and unhealthy cost structures might explain why some organizations incur excessive big losses. The sector does not appear to be well monitored by the government.


Prof. dr. Jeroen Suijs
Prof. dr. Jeroen Suijs is hoogleraar financial accounting aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

Prof. dr. Harrie Verbon
Prof. dr. Harrie Verbon is hoogleraar openbare financiën aan de Universiteit van Tilburg.
Discussie

Nederlands schaduwkant

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2017
Auteurs Prof. Pieter Tops en Prof. Jan Tromp
SamenvattingAuteursinformatie

    Reflection and debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Prof. Pieter Tops
Prof. Pieter Tops is hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburg Universiteit en lector aan de Politieacademie.

Prof. Jan Tromp
Jan Tromp is journalist en was onder meer adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.

    In recent decades, the Dutch labour market has become more flexible. Flexible labour contracts enable firms to adjust employment to a changing market environment and to competitive pressures. Almost without exception, academic studies on the drivers behind the use of flexible labour contracts at the company level, are motivated by competitive pressures. However, companies may be susceptible to institutional pressures as well. Based on a survey among more than 650 managers in the Netherlands, we conclude that firms are vulnerable to institutional (mimetic) forces. This finding has several implications for policy-making and labour flexibility research.


Fabian Dekker
Artikel

Nieuw systeem, nieuwe kansen?

Ouders in Amsterdam-West over (de)segregatie in het basisonderwijs.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Segregation, Educational reform, Parents, Attitudes, Amsterdam
Auteurs Dr. Bowen Paulle, Drs. Jonathan Mijs en Drs. Anja Vink
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2015 Amsterdam introduced a new primary school admissions system. This system is rooted in various desegregation pilots, including two based on the ‘controlled choice’ approach. In conjunction with one of these pilots located in West Amsterdam, we researched the criteria parents used while thinking about (de-)segregation in primary schools and parents’ attitudes regarding the controlled choice approach. Due to political developments between 2008 and 2011, we considered our data useless for policy discussions. The introduction of a new admissions system, however, gives our data a newfound relevance. This article therefore describes how parents in socio-economically diverse neighbourhoods think about segregation and school choice. The 249 parents we interviewed or surveyed supported schools with a ‘good mix’, but they had diverging opinions about the meaning of such terms. The parents were optimistic with regard to controlled choice, even if this could in some ways limit their own options. We conclude that the political resistance to desegregation at the primary school level cannot be justified by empirically unfounded claims about the perceptions and preferences of parents. We hope that our findings may lead to empirically grounded policy evaluation and policy making.


Dr. Bowen Paulle
Dr. Bowen Paulle is universitair docent sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Drs. Jonathan Mijs
Drs. Jonathan Mijs is promovendus in de sociologie aan Harvard University.

Drs. Anja Vink
Anja Vink is journalist voor onder andere Vrij Nederland, NRC Handelsblad en De Correspondent, en auteur van Witte zwanen, zwarte zwanen de mythe van de zwarte school. Ze heeft gedoceerd aan onder andere de Universiteit van Amsterdam.
Praktijk

Navigeren op waarden: nieuw gereedschap voor complexe opgaven

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2014
Auteurs Léon Klinkers, Frank Bosboom, Maarten Königs e.a.
Auteursinformatie

Léon Klinkers
Drs. L. Klinkers MSc MBA is programmamanager bij het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties.

Frank Bosboom
F. Bosboom MSc is adviseur en partner bij Holland Branding Group en werkt voor (allianties van) de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven.

Maarten Königs
Drs. M.H.J.S. Königs is adviseur en partner bij Holland Branding Group en werkt voor (allianties van) de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven.

Hans Robertus
H. Robertus is adviseur en partner bij Holland Branding Group en werkt voor (allianties van) de overheid, maatschappelijke organisaties en bedrijven.

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Albert-Jan Kruiter
Dr. Albert-Jan Kruiter is onderzoeker bij het Instituut voor Publieke Waarden en redacteur van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Kieskeurige kiezers

Een panelstudie naar de veranderlijkheid van partijvoorkeuren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden electoral volatility, party preference, voters, party system, consistency
Auteurs Dr. Tom van der Meer, E.J. Erika van Elsas MA MSc, Rozemarijn Lubbe BA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch electorate is the most volatile of Western Europe. At its height in 2002 more than 30 percent of the seats in the Dutch Lower House changed to another party. But what does the increased electoral volatility mean? Are volatile voters whimsical, behaving randomly like drift-sand? Or are volatile voters emancipated, no longer committed to a single political party but still loyal to their own preferences?We answer these questions by analysing the 1VOP panel data set, which covers 55.847 adult respondents who participated in at least 2 of the 58 waves between November 2006 and June 2010.First, we assess the presence, frequency, and direction of changes in voters’ party preferences. More than half of the respondents (52 percent) changed party preference at least once. However, they mostly stick to one of two ideologically coherent party blocks.Second, we explain why some voters are more likely to change party preference than others. Especially middle groups are volatile: people with modal income and average levels of education, and people who position themselves in the political center. However, the lower educated are more likely to switch between dissimilar parties. These findings support the view that increased volatility reflects voter emancipation.


Dr. Tom van der Meer
Dr. T.W.G. van der Meer is universitair docent verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T.W.G. van der Meer, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam. t.w.g.vandermeer@uva.nl.

E.J. Erika van Elsas MA MSc
E.J. van Elsas, MA MSc is als junior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: E.J. van Elsas, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

Rozemarijn Lubbe BA
R.E. Lubbe, BA is als junior docent verbonden aan het departement Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: R. Lubbe, departement Politieke Wetenschap, Postbus 9555, 2300 RB Leiden.

Prof. dr. Wouter van der Brug
Prof. dr. W. van der Brug is hoogleraar Algemene Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: W. van der Brug, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

    De opname van de rekenkamerfunctie in de Gemeentewet (medio jaren nul) betekende een belangrijke uitbreiding van de lokale en regionale onderzoeksinfrastructuur, bood perspectieven op versterking van de rol van de gemeenteraad respectievelijk Provinciale Staten, en bood perspectieven op meer evidence-based beleid. De missie van rekenkamers zou zijn om onderzoek te doen naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Wat nu blijkt, is dat rekenkamers onderzoek doen naar de beleidstechniek op basis van de beleidscyclus, en niet naar doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid. Onderzoek naar beleidstechniek is een enkele keer nuttig, maar zeker niet als voornaamste (of: enige) thema van rekenkameronderzoek. Een radicale koerswijziging wordt bepleit: één waarin de maatschappelijke effecten van beleid centraal staan.


Dick Hanemaayer
Dick Hanemaayer is zelfstandig evaluator en adviseur, en initiatiefnemer van beleidsevaluatie.info.

Luc Panhuysen
Luc Panhuysen (1962) studeerde geschiedenis in Groningen, was tien jaar werkzaam in de landelijke journalistiek, tot hij besloot om zich te richten op het schrijven van toegankelijke boeken over geschiedenis. In 2000 publiceerde hij De beloofde stad, opkomst en ondergang van het koninkrijk der wederdopers, in 2002 Jantje van Leiden en in september 2005 verscheen van zijn hand De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt.

    Parents are worried about the safety of their youngsters in public space, although they do not define all public space as dangerous for their children. This article discusses empirical research of the views of parents of fourteen and fifteen year olds on the safety in different environments. Parents in cities, suburbia and the countryside in the Dutch province of Groningen all worry about the safety of their children. Nevertheless, differences exist in the ways in which they reproduce images of 'the city as a jungle' and the 'rural idyll.' These dominant images influence the parental concerns and the way parents protect their youngsters. At the same time, parents hold alternative and sometimes contradictory views about the appropriateness of their residential environment. Furthermore, parents' opinions on safety are not exclusively based on the places their children visit. Besides local experiences, national and international news frame the parents' views. This is of considerable importance for local safety policies.


Renske Emmelkamp
Dr. Renske Emmelkamp promoveerde recentelijk op het proefschrift Een veilig avontuur. Alledaagse plaatsen en vrijetijdsbesteding in de verhalen van jongeren en ouders (Amsterdam: in eigen beheer). Zij publiceerde voorts in 2002 'Gevaarlijke plaatsen voor de jeugd' in Rooilijn, 9: 425-33 en in 2001 'Über Stadt und Land hinaus. Die Besorgnis von Eltern und Jugendliche in der öffentlichen Domäne' in: L. Deben en J. van de Ven (red.), Berlin und Amsterdam. Globalisierung und Segregation, Amsterdam: Het Spinhuis, 44-66. Adres: Sumatrakade 1205, 1019 RJ Amsterdam, tel.: 020-4715082/06-29027886, e-mail: r.emmelkamp@xs4all.nl

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.
Artikel

Het ziekenhuis als maatschappelijke onderneming

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2006
Auteurs Wim van der Meeren en Paul Frissen
Auteursinformatie

Wim van der Meeren
Drs. Wim van der Meeren is lid van de Raad van Bestuur van het St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg en lid van het bestuur van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen.

Paul Frissen
Prof. dr. Paul Frissen is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg, decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en lid van de Raad van Toezicht van het Atrium Medisch Centrum in Heerlen.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.