Zoekresultaat: 192 artikelen

x

    Reflection and debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Justine van de Beek MSc
Justine van de Beek MSc werkt als campaigner bij stichting DeGoedeZaak.

    From 1964 (until around 1990), political science became the dominant approach within (local) administrative sciences in the Netherlands. This position was taken over from the legal approach. In this period, the concepts of politics, policy and decision-making were central to research and theory. In the period up to 1990, we still see a predominantly administration-centric or government-centric perspective among these political scientists, although we already see incentives from different authors for a broader perspective (the politics, policy and decision-making concepts remain relevant however) that will continue in the period thereafter. This broader perspective (on institutions, management and governance) took shape in the period after 1990, in which Public Administration would increasingly profile itself as an independent (inter)discipline. This essay tells the story of the (local) administrative sciences in this period as envisaged by twelve high-profile professors. The story starts in 1990 in Leiden with the (gradual) transition from classical to institutional Public administration, as is revealed in the inaugural lecture by Theo Toonen. This is followed by eleven other administrative scientists, who are divided into four ‘generations’ of three professors for convenience. In conclusion, the author of this essay argues that there is mainly a need for what he calls a (self-)critical Public Administration.


Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    For administrative sciences in the Netherlands in general and for local administrative sciences in particular 2021 is a special year. It is the year in which our Dutch journal Administrative Sciences (the first issue was published in November 1946) celebrates its 75th anniversary, even though 1947 was the first full volume. But it is also the year in which it is 100 years ago since its predecessor, Municipal Administration, was founded; the first issue was published in January 1921. This means that we can speak of 100 years of having an (academic) journal for local government in the Netherlands. In 2016 we paid extensive attention in an editorial to the start of our Administrative Sciences journal and the men (and a woman) who have worked in it from the very beginning. In this editorial, we therefore draw attention to the men from the very beginning (this time there was no women involvement) of the Municipal Administration journal. It is the first academic journal in the field of local government in the Netherlands, first published every two weeks from January 1921 and on a monthly basis after 1922. The editorial board of the new journal was entrusted to a committee, of which, in addition to the board of the VNG (that is the Dutch association for municipalities) and its secretary, six people were members: Herman Nieboer (after his sudden death on 16 November 1920, he was replaced by Willem Drees in January 1921), Gerrit van Poelje, Willem van Sonsbeeck, Ate Roelof Veenstra, Bastiaan Verheij and Jacob de Wilde. Henri Vos, Pieter Bakker Schut and Jakob Herman van Zanten joined them in 1922.


Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    Hoeveel nieuwe methoden en technieken van sociaalwetenschappelijk onderzoek zijn er sinds de jaren zestig van de vorige eeuw bij gekomen? Moderne ICT heeft het allemaal wel sneller en makkelijker gemaakt, maar in wezen gaat het nog steeds om dezelfde methoden, wellicht op een enkele uitzondering na. Maar misschien levert deze column reacties op die dit tegenspreken.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar Toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.
Dossier

Beter beschermd tegen biometrie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2020
Auteurs Mr. Joost Gerritsen, Dr. mr. Jurriën Hamer, Linda Kool MSc MA e.a.
Auteursinformatie

Mr. Joost Gerritsen
Mr. Joost Gerritsen is advocaat bij Legal Beetle advocatuur.

Dr. mr. Jurriën Hamer
Dr. mr. Jurriën Hamer is onderzoeker bij het Rathenau Instituut.

Linda Kool MSc MA
Linda Kool MSc MA is themacoördinator bij het Rathenau Instituut.

Dr. ir. Petra Verhoef
Dr. ir. Petra Verhoef is themacoördinator bij het Rathenau Instituut.

    Onder redactie van B. Guy Peters en Guillaume Fontaine verscheen in 2020 bij EE Publishers een handboek over vergelijkende beleidsanalyse. Dit terrein van onderzoek heeft stevige raakvlakken met beleidsevaluatie en beleidsanalyses (als die niet-vergelijkend zijn). Een breed en interessant spectrum van onderwerpen komt aan de orde, onder andere over methodologie(en), de rol van theorieën, diverse inhoudelijke onderwerpen en – voor wie het breed wil interpreteren – zelfs de groei van kennis op dit specialisme.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw is emeritus hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk Onderzoek aan Maastricht University.

    In maart 2020 verscheen het boek Beleidsevaluatie in theorie en praktijk van Peter van der Knaap, Valérie Pattyn en Dick Hanemaayer. Joost Fledderus bespreekt de inhoud van het boek en geeft aan welke meerwaarde het biedt voor (aankomende) beleidsonderzoekers.


Joost Fledderus
Joost Fledderus is senior adviseur Onderzoek & Statistiek bij de gemeente Arnhem en is redactielid van Beleidsonderzoek Online.
Vrij artikel

Autonomie ontrafeld. De casus van de Nederlandse Kinderombudsman

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden autonomy, ombudsperson, children’s ombudsman, national ombudsman, Paris Principles
Auteurs Marjolein Bouterse MSc en Dr. Valérie Pattyn
SamenvattingAuteursinformatie

    A key factor to a well-functioning ombudsman’s office is autonomy, which can also be derived from the public turmoil surrounding the appointment of Dutch Children’s ombudsman in 2016. Organization-wise, the Dutch Children’s ombudsman is embedded within an existing autonomous institution: the National ombudsman. This triggers the question to what extent such nested constructions can guarantee sufficient autonomy. Viewing the statutory and de facto autonomy of the Children’s ombudsman, we find that the autonomy of the Children’s ombudsman depends to a large extent on the position of the National ombudsman and on the relationship between the National ombudsman and the Children’s ombudsman. Our findings point out that it is necessary to determine and codify the degree of autonomy at the start of an ombudsman’s office.


Marjolein Bouterse MSc
M. Bouterse, MSc werkte na haar studie Bestuurskunde bij de Universiteit Leiden mee aan de Wetsevaluatie Kinderombudsman. Momenteel werkt zij als beleidsonderzoeker bij Regioplan Beleidsonderzoek, waar zij zich focust op arbeidsre-integratie en schuldhulpverlening.

Dr. Valérie Pattyn
Dr. V.E. Pattyn is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van Universiteit Leiden, en is deeltijds verbonden aan KU Leuven Instituut voor de Overheid. Ze specialiseert zich in thema’s als het gebruik van kennis door overheden, beleidsevaluatie, beleidswerk, beleidsadvisering en beleidscapaciteit.
Perspectief uit de praktijk

De lokale Facebookpagina als café

Een discussie over het bestaan van publieke plaatsen op het internet en de regulering daarvan

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2020
Auteurs Dr. Willem Bantema
SamenvattingAuteursinformatie

    Mayors struggle with their role in the digital and online domain. One of the aspects they encounter is online positioning. Positioning is an important factor in public order enforcement. Mayor Femke Halsema of Amsterdam recently indicated that she is not only responsible for public order, but also for virtual public space. This contribution elaborates on online positioning and specifically on whether social media pages can be considered as public spaces. The analysis, which includes recent research in this area, shows that the definition of ‘public order and public space’ in the Dutch Municipalities Act certainly offers scope for an expansion to online places. The way in which internet users deal with data in practice does not stand in the way of this possibility. At the same time, it appears that online spaces differ from physical spaces, especially in the sense that positioning is difficult. Case law from Dutch criminal law shows that, in addition to the place, it is primarily the public reach and effect that determine whether or not it concerns a public expression. In addition to complex positioning online, there are other compelling arguments for not using the legal powers of mayors for maintaining public order on public spaces online.


Dr. Willem Bantema
Dr. W. Bantema is senior docent/onderzoeker aan de NHL Stenden Hogeschool te Leeuwarden. Zijn onderzoeksgebied is cybersafety & bestuurlijke handhaving en digitalisering.
Essay

Access_open In de ban van stadsgoeroes?

Herijking van inspiratiebronnen voor stadsbestuurders

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2020
Auteurs Prof. dr. Nico Nelissen en Dr. Wouter Jan Verheul
SamenvattingAuteursinformatie

    The urbanisation of society is a well-known fact. It is perhaps less well known that this process is accompanied by the emergence of ‘city gurus’. By this, the authors mean advisers, scientists and other authors who have an international influence on the thinking and actions of city administrators and other urban policymakers. City administrators nowadays often find their intellectual inspiration from ‘contemporary city gurus’. They are usually not public administration experts; instead they come from the fields of urban geography, urban economics, or urban sociology. Their ideas do however resonate in administrative practice. The questions that the popularity of contemporary city gurus raise are: is this a hype or is it really about thoughts that have a lasting impact on ‘urban development’ and city management? Which city gurus are we actually talking about? There are several of them, but in this essay the authors highlight a few that can be counted among the favourite speakers among the ‘science and advisor conference goers’ in recent years: Richard Florida, Bruce Katz, Richard Sennett, Benjamin Barber and Jeb Brugmann. The city gurus ask us to have an eye for the city. But the authors of this essay believe that that also means that we must be aware of differences, because every city and every city dweller is different, and that requires an interpretation of the ‘city of difference’. The popularity of the city leads to an increase in those differences and they present us with various considerations and management issues.


Prof. dr. Nico Nelissen
Prof. dr. N.J.M. Nelissen is emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, redactielid en oud-hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. W.J. Verheul is onderzoeker, adviseur en universitair docent aan de Technische Universiteit Delft bij de faculteit Bouwkunde. Hij houdt zich bezig met urban governance & leadership, grote iconische stadsprojecten, stedelijke gebiedstransformaties, place branding en place making.

    Beleidsonderzoek is een vak dat in de afgelopen vijftig jaar geleidelijk is ontwikkeld tot een echte professie. In dit essay wordt de eerste helft van deze periode beschreven en op diverse punten vergeleken met de huidige situatie. De terugblik bestaat uit drie onderdelen: professionalisering; relatie met opdrachtgevers; ambachtelijke aspecten.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is emeritus hoogleraar toegepast beleidsonderzoek bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij was gedurende zijn gehele loopbaan actief als beleidsonderzoeker bij meerdere onderzoeksbureaus. Hij geeft regelmatig adviezen ten behoeve van beleidsevaluaties bij enkele ministeries. Hij is auteur en redacteur van diverse boeken over beleidsonderzoek.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de joint degree Public Governance across Borders aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    The vast majority of Dutch municipalities organize part of their activities on a smaller scale than those of the municipality as such: it is called intra-municipal organization. In this article an inventory is made of the existing knowledge about the effects of various forms of intra-municipal organization in the Netherlands. On the basis of recent research, this knowledge is supplemented and it is also made clear which forms of intra-municipal organization are currently used. An analysis is also made of what legal leeway Dutch municipalities have in this regard. A new and richer typology of intra-municipal organization is also being developed. Finally, the authors place the results of the research reported here in a broader perspective. In particular, they reflect on two presuppositions under many forms of intra-municipal organization, namely that activities are location specific and democracy must necessarily be of the ‘representative’ type. Its relevance for practitioners is that the article provides insight into the legal leeway for intra-municipal organization and into the design of intra-municipal organization. It also contains a reflection on the design of the intra-municipal organization.


Dr. Linze Schaap
Dr. L. Schaap was tot 1 augustus 2019 universitair hoofddocent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg en is sindsdien directeur van de Noordelijke Rekenkamer.

Dr. Gert-Jan Leenknegt
Dr. G. Leenknegt is universitair hoofddocent constitutioneel recht aan de Tilburg Law School van de Universiteit van Tilburg.
Van de redactie

Editorial

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2019
Auteurs Dr. Tamara Metze
Auteursinformatie

Dr. Tamara Metze
Dr. Tamara Metze is voorzitter van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Reflectie & debat

Nieuwe instituties voor het Antropoceen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2019
Auteurs Albert Faber en Anne van Leeuwen
SamenvattingAuteursinformatie

    The Anthropocene offers a narrative to rethink the full range of present-day institutions. The urgency, complexity and scope of the ecological challenges that are upon us provide important challenges. Traditional institutions may be up to the task or be able to adapt to the new challenges, but likely new institutional perspectives will be required. The idea of ‘ecological reflexivity’ is helpful to critically explore some new and important institutional features for the Antropocene: recognition of the non-human world and its voices, reflection upon what works and upon what can be imagined, and response in terms of new practices and functions. We explore these features and offer some examples of new institutions.


Albert Faber
Albert Faber is auteur van De gemaakte planeet. Leven in het Antropoceen, dat vorig jaar verscheen bij Amsterdam University Press. Hij werkt als strateeg bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Deze bijdrage is op persoonlijke titel.

Anne van Leeuwen
Anne van Leeuwen zet zich in voor een samenleving waarin mens en natuur onlosmakelijk verbonden zijn. Ze is directielid bij de Ambassade van de Noordzee en medeoprichter van de regeneratieve boerderij en leerplek Bodemzicht.

Dr. Tamara Metze
Dr. Tamara Metze is voorzitter van de redactie van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Over zelfredzame burgers gesproken

Hoe ambtenaren een buigzaam burgerschapsideaal vormgeven

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2019
Trefwoorden Interactional framing, Self reliance, Silent ideologies, Micro frames, Self referentiality
Auteurs Drs. Harrie van Rooij, Dr. Margit van Wessel en Prof. dr. Noelle Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    The concept of self-reliant citizens reflects an ideology of citizenship that is multiple and flexible. It could be regarded as a ‘plastic’ word, malleable and adjustable according to convictions, needs and purposes. This study shows the importance of considering the way in which ideological views on citizenship are transferred, adjusted and enacted in an organizational context. On the basis of a case study at the Dutch Tax and Customs Administration (DTCA), we contribute to knowledge on the way processes of framing interrelate on micro, meso and macro levels. We found that frames on self-reliance are enacted in a way that tensions and dilemmas are neutralized or reduced. In a dynamic context of conflicting goals and limited resources, DTCA-employees create meanings of self-reliance which legitimate practices and policies. By doing this they reproduce both organizational and social perspectives. Accounts of citizenship play an important role in this process. Self-reliant citizens are presented as active and responsible. The need of help is imagined as a normal and yet an atypical situation. This study promotes attention to the possibility that organizational systems reproduce perspectives in a way that alternative views remain unnoticed, whereas organizational choices are silently accepted as natural facts.


Drs. Harrie van Rooij
Drs. Harrie van Rooij is PhD-kandidaat (buitenpromovendus) bij het Institute for Science in Society (ISiS), Radboud University, en coördinerend adviseur corporate communicatie bij het ministerie van Financiën.

Dr. Margit van Wessel
Dr. Margit van Wessel is universitair docent, leerstoel Strategische Communicatie aan de Wageningen University & Research.

Prof. dr. Noelle Aarts
Prof. dr. Aarts is professor Socio-Ecological Interactions aan het Institute for Science in Society (ISiS), Radboud University.

    Overheidsbeleid heeft steeds meer te maken met digitalisering en data-ificering van de samenleving en het menselijk gedrag. Dat betekent uitdagingen voor beleidsevaluatoren. In dit artikel gaat het om éen van de daarmee gepaard gaande verschijnselen: Big Data en Artificiële Intelligentie (BD/AI). Het artikel stelt, na erop gewezen te hebben dat de evaluatieprofessie langere tijd niet erg actief op digitaal gebied is geweest, ten eerste de vraag wat BD/AI te bieden hebben aan evaluatieonderzoek van (digitaal) beleid. Vijf toepassingsmogelijkheden worden besproken die de kwaliteit, bruikbaarheid en relevantie van evaluatieonderzoek kunnen bevorderen. De tweede vraag is wat evaluatieonderzoek te bieden heeft, als het gaat om het analyseren/onderzoeken van de betrouwbaarheid, validiteit en enkele andere aspecten van Big Data en AI. Ook daar worden verschillende mogelijkheden (en moeilijkheden) geschetst. Naar het oordeel van de schrijver is het enerzijds dienstig (meer) gebruik te maken van BD/AI in evaluatieonderzoek, maar doen onderzoekers er ook goed aan (meer) aandacht uit te laten gaan naar: de assumpties die aan BD/AI ten grondslag liggen (inclusief het ‘black box’-probleem); de validiteit, veiligheid en geloofwaardigheid van algoritmes; de bedoelde en onbedoelde consequenties van het gebruik ervan; én de vraag of de claims dat digitale interventies die mede gebaseerd zijn op BD/AI effectief (of effectiever zijn dan andere), onderbouwd en valide zijn.


Frans L. Leeuw
Frans L. Leeuw (socioloog) is hoogleraar Recht, Openbaar Bestuur en Sociaalwetenschappelijk onderzoek aan Maastricht University. Eerder was hij o.a. directeur WODC, Hoofdinspecteur Hoger Onderwijs Onderwijsinspectie, hoogleraar evaluatieonderzoek Universiteit Utrecht, directeur doelmatigheidsonderzoek Algemene Rekenkamer en decaan Humanities Open Universiteit. Hij bereidt een boekje voor over 125 jaar empirisch-juridisch onderzoek, inclusief de nieuwste loot: digitaal empirisch-juridisch onderzoek. Eerdere publicaties handelden over diverse onderwerpen met als rode draden evaluatieonderzoek, theorieën, gedragsmechanismen, benutting van onderzoek en juridische thema’s.
Artikel

Access_open Voorbij de controverse: het Nederlandse neoliberalisme als onderwerp van onderzoek

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2019
Trefwoorden Neoliberalism, The Netherlands, Intellectual history, Political history, Essentially contested concepts
Auteurs Dr. Merijn Oudenampsen en Dr. Bram Mellink
SamenvattingAuteursinformatie

    The word neoliberalism has often been the object of fierce controversy in the Dutch public debate. Prominent intellectuals have equated neoliberalism with extremism and fundamentalism, with some going as far as calling it a ‘totalitarian faith’. The opposite camp in the debate has argued that neoliberalism is largely a self-invented bogeyman of the left, a swearword used by critics to engage in an intellectual witch-hunt. Of course, neoliberalism is not the only social science term suffering from a polemical status. Common concepts such as populism, socialism, nationalism or conservatism have given rise to similar lasting disagreements and comparable accusations of their derogatory use. What does appear to be exceptional about neoliberalism in the Dutch debate, is that very few conceptual and historical studies have been published on the subject. While the word neoliberalism is commonly employed in Dutch mainstream social science, many scholars seem to use the term without much further qualification. This paper explores the controversy and looks for ways to proceed beyond it. Drawing on a recent wave of international scholarship, it outlines an ideational approach to neoliberalism. After tracing the origins of the term neoliberalism, it closes with a preliminary example of an ideational analysis of Dutch neoliberalism.


Dr. Merijn Oudenampsen
Dr. Merijn Oudenampsen is Postdoc onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Programmagroep: Geographies of Globalizations.

Dr. Bram Mellink
Dr. Bram Mellink is postdoc onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Geesteswetenschappen, Capaciteitsgroep Geschiedenis.
Thema-artikel ‘Uitgesproken Bestuurskunde’

Europese regelgeving: meer dan de som der delen?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2019
Trefwoorden European Union, EU legislation, evaluation, implementation, European administrative networks
Auteurs Prof. dr. Ellen Mastenbroek
Samenvatting

    Evaluations of EU legislation can fulfill a key role in the European policy process. They can provide the knowledge base required for political accountability towards the electorate, and form a basis for the improvement of existing legislation. This article introduces a research agenda in the realm of the ex-post evaluation of EU legislation, which comprises two research lines. The first strand comprises research into ex post legislative evaluations conducted by the European Commission. This research is innovative, because EU policy researchers so far have barely touched upon evaluation, as a final and important stage in the EU policy cycle. By assessing evaluation critically, we can ascertain to what extent the EU’s ex-post evaluation system is more than an instrument, aimed at increasing the EU’s legitimacy. The second research strand is own evaluation research, focusing on the role of European administrative networks- intergovernmental structures that have been established to improve the implementation of EU legislation by the member states. By critically evaluating the functioning and effectiveness of these networks, I hope to be able to find out whether and under what conditions these network structures are more, than the sum of their national parts.


Prof. dr. Ellen Mastenbroek
Toont 1 - 20 van 192 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 10
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.