Zoekresultaat: 6 artikelen

x
Diversen: Rubrieken

Publiek-private samenwerking in Nederland en Vlaanderen: een review van veertien proefschriften

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Flanders, Netherlands, public-private partnerships (PPP), review
Auteurs Dr. Marlies Hueskes, Prof. dr. Joop Koppenjan en Prof. dr. Stefan Verweij
Samenvatting

    Public-private partnerships (PPPs) have attracted considerable attention in the Netherlands and Flanders, as witnessed by the recent wave of doctoral theses on this topic. This article presents a review of fourteen Dutch and Flemish doctoral theses, published in the period 2012-2015. The main purpose of the review was to examine what the theses’ most important findings and conclusions are. We found that they mainly focus on themes related to effectiveness, transaction costs, and legitimacy. However, although PPPs are often part of a debate between opponents and proponents, none of the studies found convincing arguments for or against the use of PPPs. Instead, most studies stressed the importance of contextual factors for the success of PPPs. The doctoral theses provided various valuable recommendations for practitioners regarding, e.g., the optimization of PPP procurement and the importance of soft management aspects such as collaborative working and process management. We observed that most theses studied PPPs by applying traditional theories and methods and that the majority focused on the early project phases of planning, procurement, and contracting. More research is needed into the later project phases. Finally, since the generalizability of the theses is limited, more programmatic, quantitative, and (international) comparative research is required.


Dr. Marlies Hueskes

Prof. dr. Joop Koppenjan

Prof. dr. Stefan Verweij
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.

    Achterliggende motieven en overwegingen van Nederlandse overheidsbesturen om dan wel en dan weer niet te kiezen voor publiek-private samenwerking (PPS) bij infrastructurele projecten bleven tot voor kort onduidelijk. Diverse kabinetten predikten sinds het midden van de jaren tachtig uit de vorige eeuw weliswaar publiek-private samenwerking, maar daarmee was PPS nog geen feit. Wisselende (macro-)motieven werden in nota’s opgevoerd om PPS onvermijdelijk te maken, waarbij financiële meerwaarde een constante was, maar dat bleek niet genoeg. Per project wisselende (micro-)motieven moesten de gewenste PPS-keuze rechtvaardigen, waaronder ook niet-politieke motieven. Het bereiken van financiële meerwaarde bleek wel een officieel doel of motief, maar was in de praktische besluitvorming lang niet altijd de enige relevante factor. Dit betekent dat de stelling dat financiële meerwaarde juist bepalend is, niet volledig blijkt te sporen met de PPS-praktijk. Sterker gesteld, bestuurlijke afwegingen blijken vaak bepalender voor keuzen pro of contra PPS bij rijksinfrastructurele projecten, of ook van grote invloed.


Arno Eversdijk
Dr. A.W.W. (Arno) Eversdijk promoveerde in juni 2013 aan de Universiteit Maastricht op het onderwerp publieke besluitvorming over publiek-private samenwerking bij grote rijksinfrastructurele wegenprojecten. Hij is als inkoopmanager werkzaam bij Rijkswaterstaat.

Arno F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

    In policy practice sometimes organizational arrangements appear that at first glance manifest itself as cooperative relations between private organizations, but about which on second thoughts the question can be asked if after all there is an active input from the side of the government. This is for instance the case in the construction of biogas infrastructures. In this article the authors discuss if we can talk about PPC after all. In the debate on governance this question is important because in the design of PPC the public interest involved must be sufficiently guaranteed in terms of control and accountability. On the basis of a confrontation between the results of a literature review and an empirical study of the case of a Green Gas pipeline in North-East Friesland (‘Biogasleiding Noordoost Fryslân’) in the Netherlands, the authors conclude that public steering in practice can take a form in disguise. Using ‘intermediate’ civil law legal persons, governmental influence indeed can be and is exercised during the cooperation. Especially law poses specific demands on control and accountability to take care of public interests, like the promotion of the use of renewable energy. Likewise in this kind of projects, especially in comparison with pure private-private cooperation, the public and if possible even the public law regulation must be safeguarded, for instance by transparency of form and content of steering. Of course this has to be done with preservation of the cooperative nature that is typical of PPC.


Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion Hogescholen, zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG) en onlangs gepromoveerd aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr. M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

Besturen in commissie

Verklaring van een fenomeen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2008
Auteurs Martin Schulz, Mark van Twist en Henk Geveke
SamenvattingAuteursinformatie

    Governing the Netherlands seems to have become a form of governing by commission. Between 1995 and 2005 Dutch central government installed at least 364 commissions that we were able to identify. Cuts in this phenomenon are often called for by its opponents since commissions are often believed to be a strategic instrument for policymaker to cut democratic corners or slow down policy making processes. Dutch Parliament by motion has even asked government to keep from forming (so many) commissions. Still trends have not changed and new commissions are being formed almost every other week. Apparently there are compelling reasons for forming commissions. In this article we discuss how societal and public context lead to the installation of commissions. Furthermore we argue that installation of a commission can be clearly understood from the motives officials have with its formation. Hiring expertise (60%), independence of members (30%) and creating legitimacy (20%) are important factors regarding these motivations. Timing of commissions within election cycles is strategic: installation shortly after the new administration is effective, as is reporting back before the next elections. As long as politics remains politics calling for less commissions has mostly symbolic value.


Martin Schulz
Martin Schulz werkt aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg aan een proefschrift over commissies en is senior adviseur bij Berenschot Procesmanagement. Correspondentiegegevens: Drs. J.M. Schulz Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg 013-4662128 j.m.schulz@uvt.nl

Mark van Twist
Mark van Twist is bijzonder hoogleraar Publiek-private samenwerking aan de Faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, decaan van de NSOB en directeur bij Berenschot Procesmanagement. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M.J.W. van Twist Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur Lange Voorhout 17 2514 EB Den Haag 070-3024910 twist@nsob.nl

Henk Geveke
Henk Geveke is directeur Nationale Veiligheid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Correspondentiegegevens: Drs. H.G. Geveke Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag 070 426 8365 henk.geveke@minbzk.nl
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.