Zoekresultaat: 13 artikelen

x
Vrij artikel

Verantwoorden met gevoel

Taalkundige analyse van de impact van verantwoordingsrapporten in het openbaar bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Auteurs Prof. dr. Thomas Schillemans en Marija Aleksovska Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyzes the impact of linguistic characteristics of accountability reports on public sector organizations. It does so by analysing hundreds of accountability reports by four public sector bodies using the linguistic tool LIWC. The research question is: what linguistic characteristics of accountability reports are related to a bigger impact on the evaluated organization? The impact of three strategic choices is assessed. First of all, the impact of strategic positioning. Authors of texts can maintain a position of power in the choice of language (high clout) and speak top down to the recipient or they can take a more egalitarian, face to face, position. Secondly, authors can choose to use many complex linguistic phrasings, with causal reasoning for instance, or they can opt for simpler texts. Finally, the text can be littered with emotional, positive and negative, wordings or can be set in a neutral tone. Our analyses suggest that more emotional accountability reports are consistently related to a better reception and seem to have more impact. This has important consequences both theoretically and practically, which are discussed in the paper.


Prof. dr. Thomas Schillemans
Prof. dr. T. Schillemans is hoogleraar Bestuur en beleid aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Daarnaast is hij als co-decaan verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Marija Aleksovska Msc
M. Aleksovska, Msc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

    Given the increasing importance of local administration and its range of tasks, it is important to know whether municipal councils are succeeding in properly controlling the administration. That is one of the main tasks that has been entrusted to the municipal council when dualism was introduced in the Netherlands in 2002. Council members are aware of the importance of the monitoring task, but little is known about the way in which they perform this task. Research in ten Dutch municipalities into the use of the available set of tools for framing and monitoring shows that municipal councils make little or no use of some of the instruments, in particular with regard to information gathering and the support of the council. Good information provision to the council sometimes appears to be subordinated to the political importance of the coalition. And everywhere councillors are struggling with the set of programmes for programme budgeting and accounting introduced during the dualisation process: it offers insufficient possibilities for framing and checking. In the absence of a clear assessment framework, it is not possible to determine whether this detracts from the effectiveness of control and framework. What good or effective control is and what its purpose is are also apparently not a topic for discussion in the local arena. This article shows (a) that council members can make more and better use of available framework and control instruments and the possibilities for supporting the council; b) the instrument of the programme budget (and the program account) does not seem to live up to the expectations of the dualisation process; c) mayors, as chairmen of the council, do not always feel responsible for the proper provision of information for the council and, in a broader sense, for better positioning of the council as a framework-setting and controlling body. More leadership is required here.


Prof. dr. Klaartje Peters
Prof. dr. C.E. Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist, bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht en redactielid van Bestuurswetenschappen.

Dr. Peter Castenmiller
Dr. P. Castenmiller is verbonden aan adviesbureau PBLQ en is tevens voorzitter van de rekenkamer van de gemeente Delft.
Artikel

Hoe staat de lokale democratie in Nederland ervoor?

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2016
Auteurs Prof. dr. Klaartje Peters en Drs. Vincent van Stipdonk
SamenvattingAuteursinformatie

    Is local democracy in the Netherlands equipped for its mission? There is confusion and disagreement about the answer to this question. How people assess existing democratic practices is strongly influenced by one of the three main perspectives: representative democracy, participative (deliberative) democracy or ‘do-democracy’ (associative democracy). But to be able to have this discussion in the first place, empirical knowledge is required about the state of democracy at the local level. In this article (apart from the introduction, the first in a series on the local democratic audit) the authors bring together the available research data and organize these data with the help of David Easton’s system model: from input of citizens and civil society via throughput to output and finally feedback again in the political system. The research presented offers some insight in the state of local democracy, although it is not possible to give a final assessment. That depends on the perspective on democracy chosen, but it is also not possible because of the fragmented and incomplete nature of the research on local democracy in the Netherlands. The authors advocate contributing to these discussions with more empirical knowledge. The overview in this article shows that there is work to be done in this respect.


Prof. dr. Klaartje Peters
Prof. dr. K. Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist en voor één dag in de week bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht.

Drs. Vincent van Stipdonk
Drs. V.P. van Stipdonk is zelfstandig Raadgever & Redacteur en tevens redacteur van Bestuurswetenschappen.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Article

Van de krant naar de Kamer en terug?

Een studie naar media-aandacht als inspiratie voor en resultaat van het Nederlandse vragenuur

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Question hour, media attention, parliamentary questions, newspaper coverage, content analysis
Auteurs Peter Van Aelst, Rosa van Santen, Lotte Melenhorst e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This study on the role of media attention for the Dutch question hour answers these questions: to what extent is media attention a source of inspiration for oral parliamentary questions? What explains the newsworthiness of these questions? And what explains the extent of media coverage for the questions posed during the question hour? To address this, we present a content analysis of oral parliamentary questions and related press coverage in five recent years. Results show first that oral questions are usually based on media attention for a topic. Concerns about media influence should however be nuanced: it is not necessarily the coverage itself, but also regularly a political statement that is the actual source of a parliamentary question. The media are thus an important ‘channel’ for the interaction between politicians. Second, our analysis shows that oral questions do not receive media attention naturally. Several news values help to explain the amount of news coverage that questions receive. ‘Surfing the wave’ of news attention for a topic in the days previous to the question hour seems to be the best way to generate media attention.


Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Daarnaast is hij deeltijds verbonden aan de Universiteit Leiden als coördinator van een VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’, een vergelijkende studie naar de wederkerige relatie tussen media en politiek.

Rosa van Santen
Rosa van Santen is projectleider bij het Commissariaat voor de Media. Daarvoor werkte zij als postdoc bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden op het VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’. Ze promoveerde in 2012 bij de Amsterdam School of Communication Research van de Universiteit van Amsterdam.

Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij de Instituten voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Haar onderzoek maakt deel uit van het VIDI-project ‘Beyond Agenda-setting’ en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.

Luzia Helfer
Luzia Helfer is promovenda bij de Instituten voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden en de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). In haar onderzoek bij het VIDI-project ‘Beyond Agendasetting’ bestudeert zij mechanismes in de wederkerige relatie tussen politiek en media, onder andere door middel van experimenteel onderzoek.
Artikel

Thema informatie en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Cor van Montfort en Guido Enthoven
Auteursinformatie

Cor van Montfort
Prof. dr C.J. van Montfort is als visiting fellow verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en werkzaam voor de Algemene Rekenkamer en voor de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg.

Guido Enthoven
Mr. dr Guido Enthoven is directeur van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en promoveerde in 2011 op de informatierelatie tussen de regering en het parlement.

Guido Enthoven
Mr. dr Guido Enthoven is directeur van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en promoveerde in 2011 op de informatierelatie tussen de regering en het parlement.

Cor van Montfort
Prof. dr C.J. van Montfort is als visiting fellow verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en werkzaam voor de Algemene Rekenkamer en voor de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Gezondheidszorg: een stelsel van stelsels

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2004
Auteurs Tom van der Grinten, Jan-Kees Helderman en Kim Putters
SamenvattingAuteursinformatie

    There is probably no other sector of the welfare state where the gap between citizen's expectations and government's opportunities is deepening so intensely and has such a complex and politicized reform agenda as the health care sector. Health care is a critical case par excellence to study the relation between efficiency and legitimization of welfare state reform. The leading question of this special issue of Beleid & Maatschappij is: how does the Dutch health care system and the connected public policymaking accommodate the different and often conflicting goals (input), organizing concepts (throughput) and outcomes (output)? With these questions in mind the dominant governance principles of Dutch health care, especially the system of regulated competition, are scrutinized. One of the findings is, that 'second best' solutions are the highest achievable in this field, a notion that reform policies should take into account.


Tom van der Grinten
Tom van der Grinten is hoogleraar Beleid en Organisatie Gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam en lid van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Recente publicaties: 'Hervormingen van de gezondheidszorg: zal het deze keer wel lukken?' (b en m 29 (3) 172-176) en 'Sturingslogica's en maatschappelijk ondernemerschap in de gezondheidszorg' (TSG 82 (2) 123-127). Adres: Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam, 010-4088544, vandergrinten@bmg.eur.nl

Jan-Kees Helderman
Jan-Kees Helderman is als universitair docent bestuurs- en beleidswetenschappen verbonden aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij verricht onderzoek naar de hervormingsontvankelijkheid van de verzorgingsstaat. Hij is daarnaast programme-director van de internationale masteropleiding Health Economics, Policy and Law (HEPL) van dit instituut. Adres: Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam, 010-4088544, helderman@bmg.eur.nl

Kim Putters
Kim Putters is als bestuurskundige werkzaam bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg. Hij is aan de Erasmus Universiteit Rotterdam gepromoveerd op een onderzoek naar beleid en bestuur in de Nederlandse ziekenhuiszorg (Geboeid ondernemen, 2001) en was aldaar werkzaam als docent bij de opleiding Bestuurskunde. Daarnaast was Kim Putters tot 2003 werkzaam bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, waar hij betrokken was bij adviesprojecten rond marktwerking en overheidssturing in de gezondheidszorg. Naast de wetenschappelijke activiteiten is hij lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Adres: Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, 013-4662156, k.putters@uvt.nl
Artikel

Bleef ook lokaal alles anders?

Was ‘2002’ de piek in de crisis in de lokale politiek?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2008
Auteurs Marcel Boogers en Linze Schaap
Auteursinformatie

Marcel Boogers
Marcel Boogers en Linze Schaap zijn beiden als universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg

Linze Schaap
Marcel Boogers en Linze Schaap zijn beiden als universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg

Tom van der Grinten
Prof. dr. Tom E.D. van der Grinten is als hoogleraar Beleid en organisatie van de gezondheidszorg verbonden aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is hij onder meer kroonlid bij de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg.

Kim Putters
Dr. Kim Putters is als universitair docent Bestuurskunde verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Daarnaast is hij onder meer lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
Artikel

Representatief en participatief

Een tussenbalans na tien jaar interactief besturen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2005
Auteurs Guido Enthoven
SamenvattingAuteursinformatie

    Op 1 december 2003 werd in de Tweede Kamer teruggeblikt op tien jaar interactief besturen. Interactief besturen is een bekende vorm van netwerksturing en kan gezien worden als een van de dominante ontwikkelingen in het openbaar bestuur in het afgelopen decennium. Interactief besturen wordt ingezet in alle fasen van de beleidscyclus en kent - opmerkelijk - wisselende successen: aansprekende doorbraken naast pregnante mislukkingen. Het lijkt als concept over zijn hoogtepunt heen. De achterliggende beweging zal waarschijnlijk onder andere, wisselende, noemers de komende jaren verder doorzetten. Dit artikel concentreert zich op de vraag wat een mogelijk productieve rol van de volksvertegenwoordiging is bij interactieve processen.


Guido Enthoven
Mr. Guido Enthoven is directeur van het Instituut voor Maatschappelijke Innovatie. De auteur dankt Jobien Monster en Jan Schrijver voor hun bijdragen aan de totstandkoming van dit artikel.
Interface Showing Amount
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.