Zoekresultaat: 75 artikelen

x
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2021
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Digitaal leiderschap

Verkenning van de veranderende rol van gemeentesecretarissen in de informatiesamenleving

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Martiene Branderhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Rapid technological change and the information society have consequences for the role and duties of municipal clerks. To increase understanding of the implications of digital technologies for the role of municipal clerk (town clerk), this article presents an exploration of the ‘digital leadership’ of municipal clerks, i.e. leadership that suits a time when digital technologies are growing explosively. By using the four leadership perspectives of Bolman and Deal and the public value thinking of Moore, it was investigated which leadership themes are mentioned in the literature. In this way, this article aims to contribute to the leadership role of the municipal clerk so that he gives shape and direction to the organization from a vision on this change task and leads this transition instead of seeing it as a collection of smart gadgets or an issue concerning the IT department. This means that he will have to be aware of technological developments, can think critically about their significance and acquire the necessary knowledge and skills to be able to lead the municipal organization in the information society. This article shows practitioners that: (a) municipal clerks play an important role when it comes to the structure of the municipal organization in the information society; (b) the way in which municipalities innovate digitally has an impact on society and people’s lives; and (c) it is therefore important to shape the leadership of municipal clerks based on public values in order to realize legitimate applications of digital technologies with added social value.


Dr. Martiene Branderhorst
Dr. E.M. Branderhorst is gemeentesecretaris en algemeen directeur in de gemeente Gouda en lid van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob).
Kroniek

Proeftuinen zonder wij

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden integrated care, policy integration, collaborative governance, distributed leadership, magic concepts
Auteurs Dr. Duco Bannink
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a review of two policy documents on integrated care in the Netherlands. I argue that not a shared definition of ‘integrated care,’ but instead the own factual understandings of care and normative preferences, values or interests concerning care motivates the action of actors that need to produce integrated care. Not the network-level problem, but instead actor-level motivations explain to what extent integrated care is effectuated. The policy documents, but also important segments of the literature on policy integration seem to underestimate this problem.


Dr. Duco Bannink
Dr. D.B.D. Bannink is werkzaam als Associate Professor of Public Administration and Organisation Science bij het Talma Institute, Vrije Universiteit Amsterdam.
Article

Between Party Democracy and Citizen Democracy

Explaining Attitudes of Flemish Local Chairs Towards Democratic Innovations

Tijdschrift Politics of the Low Countries, Aflevering 2 2020
Trefwoorden democratic innovations, citizen participation, local politics, Flanders, Belgium
Auteurs Didier Caluwaerts, Anna Kern, Min Reuchamps e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    As a response to the perceived legitimacy crisis that threatens modern democracies, local government has increasingly become a laboratory for democratic renewal and citizen participation. This article studies whether and why local party chairs support democratic innovations fostering more citizen participation. More specifically, we analyse the relative weight of ideas, interests and institutions in explaining their support for citizen-centred democracy. Based on the Belgian Local Chairs Survey in 2018 (albeit restricting our analysis to Flanders), the central finding is that ideas matter more than interests and institutions. Ideology is alive and kicking with regard to democratic innovation, with socialist and ecologist parties and populist parties being most supportive of participatory arrangements. By contrast, interests and institutions play, at this stage, a minor role in explaining support for participatory innovations.


Didier Caluwaerts
Didier Caluwaerts is Assistant Professor of Political Science at the Vrije Universiteit Brussel. His research and teaching deal with Belgian and comparative politics and democratic governance in deeply divided societies. His work has been published in various journals, including European Political Science Review, West European Politics, the Journal of Legislative Studies and Acta Politica.

Anna Kern
Anna Kern is Assistant Professor at research group GASPAR at the Department of Political Science of Ghent University. Her main research interests include political participation, political equality and political legitimacy. Her work has been published in international peer-reviewed journals such as West European Politics, Local Government Studies, Social Science Research and Political Behavior.

Min Reuchamps
Min Reuchamps is Professor of Political science at the Université catholique de Louvain (UCLouvain). His teaching and research interests are federalism and multilevel governance, democracy and its different dimensions, relations between language(s) and politics and, in particular, the role of metaphors, as well as participatory and deliberative methods.

Tony Valcke
Tony Valcke is Associate Professor at the Faculty of Political and Social Sciences of Ghent University. He is a member of the Centre for Local Politics (CLP) and coordinator of the Teacher Training Department. His research, publications and educational activities focus on elections and democratic participation/innovation, citizenship (education), (the history of) political institutions and (local) government reform, political elites and leadership.
Artikel

Het prestatievoordeel van publiek-private samenwerking

Een analyse van transportinfrastructuurprojecten in Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2020
Trefwoorden Public-Private Partnerships (PPPs), Cost Performance, Time Performance, Netherlands, Principal-Agent Relationships
Auteurs Dr. Stefan Verweij, Dr. Ingmar van Meerkerk en Prof. dr. ir. Wim Leendertse
SamenvattingAuteursinformatie

    Compared to regular contracts, infrastructure development and management through Public-Private Partnerships (PPPs) is expected to lead to better cost and time performance. However, the evidence for this performance advantage of PPPs is lacking. This article analyzes the performance differences of projects with a Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contract (a type of PPP) and a Design-and-Construct (D&C) contract. Project performance data were collected (N = 65) from the Project Database of Rijkswaterstaat and analyzed using non-parametric tests. Rijkswaterstaat is the executive agency of the Ministry of Infrastructure and Water Management. The results show that DBFM-projects have a significantly higher cost performance than D&C-projects. In particular, DBFM-projects have less additional costs related to technical necessities in the implementation phase. Regarding time performance, DBFM-projects seem to perform better although the difference with D&C-projects is not statistically significant. The article discusses explanations for the performance advantage of PPPs, rooted in principal-agent theory. From this discussion, an agenda is presented for further research into the performance advantage of Public-Private Partnerships.


Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. Ingmar van Meerkerk is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, School of Social and Behavioural Sciences, afdeling Bestuurskunde.

Prof. dr. ir. Wim Leendertse
Prof. dr. ir. Wim Leendertse is bijzonder hoogleraar management in infrastructuurontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Grote Projecten en Onderhoud.
Thema-artikel

Tegendraads betrokken

De bijdrage van de complexiteitstheorie aan bestuur en bestuurskunde

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2020
Trefwoorden complexity theory, machine, simplification, complex systems, critical public administration
Auteurs Hans Joosse MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Complexity theory dares to adopt a critical-constructive attitude to the practice and science of public administration. From the worldview of complex systems, it raises questions about the machine thinking that has influenced public administration strongly and persistently. Many contemporary attempts by governments to simplify societal issues to knowable, solvable and controllable problems – for example the approach to transforming Utrecht Central Station and dealing with multi-dimensional problems in families – can be traced back to machine thinking. Complexity theory points to the ineffectiveness and undesirability of simplifications and considers the complexity of government and society a quality that should be increased rather than reduced. Complexity theory not only keeps the administrative mind sharp on simplification reflexes, but also offers the option to make policy by increasing, rather than reducing complexity.


Hans Joosse MSc
J.A. Joosse, MSc is promovendus aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, Department of Public Administration and Sociology.
Thema-artikel

Van procedure naar praktijk

Inzet op effectieve onafhankelijkheidsborging bij het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2019
Trefwoorden policy research organizations, research independence, political pressure, coping strategies, independence safeguards
Auteurs Dr. Femke Verwest, Dr. Eva Kunseler, Dr. Paul Diederen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    If the stakes are high, policy researchers can find themselves under strong pressures from politicians or policy makers to compromise on issues like scope of a research project, research methodology, reporting, framing and interpretation of results, and timing of publication. Research organizations experiment with various formal and informal arrangements to cope with such pressures and guard their independence.
    This article describes six coping strategies that are being explored by the Netherlands Environmental Assessment Agency (PBL). These are: i) taking control in determining the project scope and the research questions; ii) making responsibilities explicit and guarding respective roles; iii) installing a broad based societal project advisory group; iv) having some researchers in a project that interact with stakeholders, while keeping others at a distance; v) having a differentiated communications strategy; vi) being fully transparent as to hypotheses and uncertainties regarding data and models.
    Safeguarding independence in research through formal rules and provisions is generally insufficient to protect research from undue stakeholder influence. Also changes in labor routines, relationship management and organizational cultures are needed, not only on the researcher side, but on the stakeholder side as well. This calls for dialogue and joint learning processes.


Dr. Femke Verwest
Dr. F. Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Eva Kunseler
Dr. E.M. Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Dr. Paul Diederen
Dr. P.J.M. Diederen is coördinator bij het Rathenau Instituut.

Dr. Patricia Faasse
Dr. P.E. Faasse is senior onderzoeker bij het Rathenau Instituut.
Thema-artikel

Positieve beleidsevaluatie: hoe evaluatieonderzoek kan bijdragen aan beter beleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden positive public administration, positive evaluation, positive psychology, success, policy oriented learning
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Rudi Turksema
Samenvatting

    New insights from the field of positive psychology led to the insight that people learn more effectively from positive feedback. Policy evaluation aims to improve public policy programmes through contributing to both accountability and learning. This ambiguous ambition has contributed to a considerable body of research into the impact of policy evaluation. Too often the conclusion is that the outcomes of policy evaluations – which are often negative by nature – are sparsely used by policy makers. This has led to series of improvements in the way we carry out evaluations. First through technical improvements and then by more responsive approaches. Both have not led to the desired breakthrough. Building on a number of positive evaluation studies, we advance a more positive approach in policy evaluation. Focussing on the successes in policy programmes rather than on its failures may contribute to evaluation impact. Consequently, we think a more positive, appreciative approach and using data to find success in policy making is necessary for policy evaluators to be more effective. This article presents practical examples of positive policy evaluations and successful use of data in the domain of policy evaluation.


Dr. Peter van der Knaap

Dr. Rudi Turksema
Vrij artikel

Burgerparticipatie: ontwikkelingstypen van bewonersverbanden

Interactie tussen participatieprofessionals en bewonersverbanden in beeld

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2019
Trefwoorden citizen participation, self-organisation, public participation professionals, community enterprises, Amsterdam
Auteurs Dr. ir. Anna de Zeeuw, Eelco van Wijk MSc en Dr. Alex Straathof
Samenvatting

    Local authorities expect citizens to fulfil an increasing number of public services. In that context, citizen-based networks are emerging as means to fulfil a variety of public tasks, varying from supporting young entrepreneurs and strengthening social cohesion, to providing local care. In this article, we address the following questions: Which phases do community enterprises pass through in their efforts towards realising a sustainable contribution and how do participation professionals support these phases? To respond to this question, researchers followed seven community enterprises based in Amsterdam over a two-year period. We identified a typology of four development phases, with particular attention to the interaction between external participation professionals and the key persons of community enterprises. The study has practical relevance for governance of citizen participation and also raises important follow-up questions about the role of the local government.


Dr. ir. Anna de Zeeuw

Eelco van Wijk MSc

Dr. Alex Straathof
Thema-artikel

Access_open De blik naar buiten: bestuurlijke verbouwingen in het buitenland

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2019
Trefwoorden bestuurlijke hervormingen, bestuurlijke ontwikkeling, internationale vergelijking, New Public Management, New Public Governance
Auteurs Prof. dr. Joop Koppenjan en Dr. Willemijn Dicke
Samenvatting

    In this special issue, recent public sector reforms in South Africa, Denmark, Belgium, Mexico, Singapore and Denmark are analysed. Reforms in the public sector are by and large explained as a chronological development from traditional bureaucracy, via New Public Management to New Public Governance. This is also the way the many administrative reforms in the Dutch public sector are often explained.
    The articles give insight in the administrative developments in these countries and their background. They also offer the opportunity to make comparisons with administrative developments in the Netherlands, and to draw lessons. The analyses show that the dominant explanation of reforms in the public sector (from traditional bureaucracy, to New Public Management to New Public Governance) is helpful in making sense of administrative developments, but they put this explanation into perspective too.
    For the Dutch situation yet another insight came to light. We often complain that the Dutch processes are cumbersome, take long and involve many -if not all- stakeholders. A close reading of the contributions from abroad must inevitably change this pejorative view on our national sport: the cumbersome process provides valuable checks and balances, that will help to fight the drawbacks and risks that we have seen in the international cases.


Prof. dr. Joop Koppenjan

Dr. Willemijn Dicke

    In Nederland komen tal van wicked problems (WP) voor. Ze worden ook wel aangeduid als weerbarstige problemen. Kenmerkend is het unieke karakter, het feit dat kennis over probleemaspecten beperkt is en verschillende perspectieven op een probleem en meerdere waardenoriëntaties een rol spelen. Naast cognitieve en normatieve complexiteit bestaat er ook nog sociale complexiteit. WPs zoals voetbalvandalisme spelen zich af in een beleidsnetwerk met tal van elkaar afhankelijke actoren. Kennis, preferenties, handelingsvermogen en middelen blijken gespreid en niet in de hand van één actor. Om toch tot een bevredigend resultaat te komen moeten de actoren gezamenlijk optrekken. Daarom is interorganisationeel netwerkmanagement en deliberatie met burgers een wenselijke responsestrategie. Bij WPs zijn actoren dus tot elkaar veroordeeld. Centralistische besluitvorming werkt niet. Een centrale actor kan overigens nog wel een rol vervullen als initiator, facilitator of regisseur van overleg en discussie; als arbiter bij botsende perspectieven; of beslisser na netwerkberaad en inbreng van burgers.


Arno Korsten
Arno Korsten is emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit en aan de Universiteit Maastricht.

    Een lerende evaluatie combineert leren en verantwoorden. Deze methode past bij complexe beleidsopgaven, waar meerdere actoren en overheden bij betrokken zijn die een behoefte hebben om te leren van elkaars ervaringen. In de evaluatie van het Natuurpact is deze methode op nationale schaal voor het gedecentraliseerde natuurbeleid toegepast. Uit deze casus blijkt dat een succesvolle toepassing vraagt om een voortdurende en zorgvuldige aansluiting van het onderzoek op de beleidspraktijk. Dit is nodig voor het betrekken van en interactie met stakeholders, het combineren van leren en verantwoorden, de wetenschappelijke onafhankelijkheid, het bestuurlijk mandaat en de beheersbaarheid van het onderzoek.


Rob Folkert
Rob Folkert is projectleider van het project lerende evaluatie van het Natuurpact bij het PBL.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is onderzoeker bij de VU en is betrokken bij het uitwerken en toepassen van het procesontwerp van de lerende evaluatie Natuurpact. Ze onderzocht de waarde van deze methode.

Femke Verwest
Femke Verwest is supervisor van project lerende evaluatie van het Natuurpact bij PBL.
Artikel

De interactielogica van verzet: een dramaturgische analyse van escalatie tijdens een informatieavond

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2018
Trefwoorden Protest, Governance, Participation, Dramaturgy, Interaction logic
Auteurs Sander van Haperen MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Theory about participation has long moved beyond merely informing citizens, arguing for more influential and effective instruments. Nevertheless, ‘inspraak’ remains widely implemented in Dutch practice, with mixed results. This article argues that the deliberative quality of the instrument is closely related to the performance of power. Dramaturgical concepts are employed to analyze resistance against the siting of a homeless facility in an Amsterdam neighborhood. One particular evening sets the stage for escalation, which ultimately frustrates the policy process. The analysis shows how the performance of the meeting invokes specific kinds of resistance. A different performance of ‘informing’ could potentially improve the quality of the public sphere.


Sander van Haperen MSc
Sander van Haperen MSc is promovendus Political sociology aan the Amsterdam Institute for Social Science Research, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Access_open Wat maakt slimme sturing slim?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden smart governance, hybrid governance, self-organization, adaptive capacity
Auteurs Prof. dr. Joop Koppenjan, Prof. dr. ir. Katrien Termeer en Dr. Philip Marcel Karré
Samenvatting

    Wicked problems ask for new, smart forms of governance beyond a singular focus on hierarchy, market or community. Based on the case studies presented in the individual articles of this special issue, this concluding article describes what smart governance could entail and discusses its strengths and weaknesses, both as a concept and a practical tool.


Prof. dr. Joop Koppenjan

Prof. dr. ir. Katrien Termeer

Dr. Philip Marcel Karré
Artikel

Slimme sturing van publiek-private samenwerking bij publieke infrastructuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2018
Trefwoorden Public private partnership, DBFM(O)-contracts, Public infrastructure projects, Relational contracting
Auteurs Joop Koppenjan, Erik Hans Klijn, Rianne Warsen e.a.
Samenvatting

    In the Netherlands, the Dutch government public private partnerships (PPP) using DBFMO contracts has become the default option for realizing complex public infrastructures. DBFMO contracts imply the integrated outsourcing of the design (D), building (B), financing (F), the maintenance (M), and also often the exploitation (O) of projects to private actors. The general idea is that by bundling public and private resources, the increasing complexity of today’s public infrastructure projects can be tackled more easily. However, reality is contumacious. As a consequence of several problems related to DBFMO collaborations, the Dutch highway and water management agency Rijkswaterstaat and several private actors recently put forward a new market vision. This vision is a call to reinvent the dominant collaboration practice between public and private actors: relational aspects should be central. In managing projects, more attention should be given to the quality of relations, attitudes, openness and trust. Recent research confirms that the success of DBFMO projects is not only contingent on contractual aspects but also, and maybe even more importantly, on relational aspects. Smart governance involves a shift from the current dominant financial economic-oriented contractual approach to PPP towards a more sociologically inspired relational form of governance.


Joop Koppenjan

Erik Hans Klijn

Rianne Warsen

José Nederhand
Artikel

Waarderen of veroordelen?

De betekenis van kritische burgers die niet meepraten voor lokale participatieprocessen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2018
Auteurs Drs. Christine Bleijenberg, Prof. dr. Noëlle Aarts en Dr. Reint Jan Renes
SamenvattingAuteursinformatie

    To be able to realize the ambitions of citizen participation, diversity of participants is a crucial condition. At the same time excluding groups of citizens, amongst them critical citizens, is inextricably linked with citizen participation. In this article in the series ‘Local democratic audit’, the authors wonder what the exclusion of critical citizens means for the process and outcome of citizen participation. Through two empirical studies during a spatial intervention in different municipalities in the Netherlands, they investigated how people involved in a participation process spoke about critical citizens and their manifestations. The results show that the way these critical citizens are discussed either legitimizes exclusion or questions it critically. The legitimization of exclusion is detrimental to the support for spatial intervention. The problematization of exclusion results in a responsive approach to critical citizens, which is beneficial for both the course of the participation process and for the support for the spatial intervention.


Drs. Christine Bleijenberg
Drs. C. Bleijenberg is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen en is verbonden aan het lectoraat Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein van de Hogeschool Utrecht.

Prof. dr. Noëlle Aarts
Prof. dr. M.N.C. Aarts is hoogleraar Socio-Ecological Interactions aan het Institute for Science in Society (ISiS) van de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dr. Reint Jan Renes
Dr. R.J. Renes is lector Crossmediale Communicatie in het Publieke Domein aan de Hogeschool Utrecht en universitair hoofddocent aan de Wageningen Universiteit.
Artikel

Loslaten in achterdocht

Over het gebrek aan vertrouwen in burgers

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2018
Trefwoorden vertrouwen, loslaten, participatiesamenleving, eigenbelang, bestuurlijk discours
Auteurs Daniël van Kapel MSc
Samenvatting

    Much has been written about the decline of trust in societies: trust in governments and political systems is a popular field of research. Trust of governments in citizens however, is a relatively unknown field. This article presents a research into the trust the Dutch government has in its citizens. By conducting a discourse analysis on policy documents regarding the participation society, the degree of trust was examined. The results show that the government has trust in the capabilities of citizens, but does not trust the intentions of citizens. This results in many control measures, high transaction costs, a fragile base for public cooperation and a disturbed relationship between the government and citizens. In order to gain more trust in citizens the government has to change the way it uses language regarding citizens.


Daniël van Kapel MSc

    Er is de laatste tijd veel aandacht voor het omgaan met onzekerheid en dynamiek in beleid. Zo is er recent de roep om leren door doen, door een overheid die samen met de samenleving het experiment aan durft te gaan. Zo’n benadering van beleid als gezamenlijk experiment is veelbelovend, maar vergt ook passende methoden voor beleidsevaluaties. Adaptief beleid speelt hierop in. De laatste jaren is een belangrijke stap gezet in de ontwikkeling van methoden waarmee adaptief beleid ontwikkeld kan worden. Voor de evaluatie en de rol van evaluaties heeft dit belangrijke implicaties. In dit artikel wordt hierop verder ingegaan, op basis van ervaringen met adaptief beleid en beleidsevaluatie binnen het Nederlandse Deltaprogramma.


Leon Hermans
Leon Hermans is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

Access_open Meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding

Over samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten bij het ontwikkelen van effectief rijksbeleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2017
Auteurs Meyken Houppermans
SamenvattingAuteursinformatie

    Een gedegen beleidsvoorbereiding kan beleidsfalen voorkomen. Hoewel deze thematiek al jaren aandacht krijgt in de politiek, lukt het de rijksoverheid nog niet hieraan structureel succesvol invulling te geven. In het licht van de recente Tweede Kamer verkiezingen is er hernieuwde aandacht voor samenspraak bij beleid en beleidsexperimenten om te komen tot beter beleid. Het rendement daarvan is naar verwachting beperkt. Ten eerste omdat samenspraak vaak zodanig ingeperkt is, dat de invloed van kennis voor beleid beperkt blijft. Ten tweede omdat wetenschappelijke kennis prevaleert boven de voor beleidseffectiviteit noodzakelijke tacit knowledge. De rijksoverheid kan meer rendement halen uit investeringen in een betere beleidsvoorbereiding, door de structurele afweging tot de inzet van samenspraak en beleidsexperimenten bij nieuw of gewijzigd beleid; verantwoording van deze afweging, alsmede onafhankelijke toetsing van de te verwachten beleidseffectiviteit. Investeringen in handreikingen zijn weinig zinvol. De gemeente Rotterdam geeft een goed voorbeeld.


Meyken Houppermans
Meyken Houppermans is bestuurskundig socioloog, gepromoveerd op de relatie tussen de kwaliteit van de beleidsvoorbereiding en de effectiviteit van rijksbeleid. Zij is zelfstandig adviseur/onderzoeker, gespecialiseerd in complexe politiek-bestuurlijke vraagstukken, beleidsvoorbereiding en beleidsevaluatie. Zij heeft diverse onderzoekscommissies ondersteund, begeleidt beleidsdoorlichtingen en publiceert.
Toont 1 - 20 van 75 gevonden teksten
« 1 3 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.