Zoekresultaat: 499 artikelen

x
Thema-artikel

Verantwoorde algoritmisering: zorgen waardengevoeligheid en transparantie voor meer vertrouwen in algoritmische besluitvorming?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden algorithms, algorithmization, value-sensitivity, transparency, trust
Auteurs Dr. Stephan Grimmelikhuijsen en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Algorithms are starting to play an increasingly prominent role in government organizations. The argument is that algorithms can make more objective and efficient decisions than humans. At the same time, recent scandals have highlighted that there are still many problems connected to algorithms in the public sector. There is an increasing emphasis on ethical requirements for algorithms and we aim to connect these requirements to insights from public administration on the use of technologies in the public sector. We stress the need for responsible algorithmization – responsible organizational practices around the use of algorithms – and argue that this is needed to maintain the trust of citizens. We present two key components of responsible algorithmization – value-sensitivity and transparency – and show how these components connect to algorithmization and can contribute to citizen trust. We end the article with an agenda for research into the relation between responsible algorithmization and trust.


Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Dr. S.G. Grimmelikhuijsen is universitair hoofddocent Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publiek Management aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Titel

Transparantie en Explainable Artificial Intelligence: beperkingen en strategieën

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden transparency, Explainable artificial intelligence, Algorithms
Auteurs Prof. mr. dr. Hans de Bruijn, Prof. dr. ir. Marijn Janssen en Dr. Martijn Warnier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article contains a critical reflection on eXplainable Artificial Intelligence (XAI): the idea that AI based decision-making using AI should be transparent to people faced with these decisions. We discuss the main objections to XAI. XAI focuses on a variety of explainees, with different expectations and values; XAI is not a neutral activity, but very value-sensitive; AI is dynamic and so XAI quickly becomes obsolete; many problems are ‘wicked’, which further complicates XAI. In addition, the context of XAI matters – a high level of politicization and a high perceived impact of AI-based decisions, will often result in much criticism of AI and will limit the opportunities of XAI. We also discuss a number of alternative or additional strategies – more attention to negotiated algorithms; to competing algorithms; or to value-sensitive algorithms, which may contribute to more trust in AI-based decision-making.


Prof. mr. dr. Hans de Bruijn
Prof. mr. dr. J.A. de Bruijn is hoogleraar Organisatie & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Prof. dr. ir. Marijn Janssen
Prof. dr. ir. M.F.W.H.A. Janssen is hoogleraar ICT & Governance aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Martijn Warnier
Dr. M.E. Warnier is universitair hoofddocent Systeemkunde aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Artikel

De invloed van contractuele en relationele aspecten op stakeholdermanagement

Een casusstudie van de A9 en A16 DBFM-infrastructuurprojecten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden infrastructure projects, public-private partnerships, contractual governance, relational governance, stakeholder management
Auteurs Sander Philips MSc, Ir. Bert de Groot en Dr. Stefan Verweij
SamenvattingAuteursinformatie

    In the past decade, large infrastructure projects in the Netherlands have often been implemented through Public-Private Partnerships (PPPs), specifically using Design-Build-Finance-Maintain (DBFM) contracts. While the decision to implement projects through PPPs is based on expected advantages for internal parties – the public and private partners in the PPP –, there is a call for more focus on the advantages and disadvantages of PPPs for external stakeholders. External stakeholder management in DBFM projects is based on a contractual division of risks and responsibilities between the partners. However, it is clear from the literature that the contract does not guarantee successful stakeholder management. Relational aspects are important. Little research has been done, however, into the interplay of contractual and relational aspects in achieving successful stakeholder management. This article addresses this research need. A comparative case study was conducted into the PPP projects A9 Gaasperdammerweg and A16 Rotterdam. The study first shows that sanctions, when combined with a relational approach, have a positive effect on the relationships with stakeholders. Second, external stakeholder management cannot be simply outsourced to the private partner and continuous involvement of the public partner is important for success.


Sander Philips MSc
Sander Philips MSc volgde op het moment van schrijven de double degree master Environmental and Infrastructure Planning (Rijksuniversiteit Groningen) en Water and Coastal Management (Universität Oldenburg). Inmiddels is hij afgestudeerd.

Ir. Bert de Groot
Ir. Bert de Groot is senior adviseur projectbeheersing bij Rijkswaterstaat, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, en external PhD bij de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.

Dr. Stefan Verweij
Dr. Stefan Verweij is universitair docent infrastructuurplanning, governance en methodologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, basiseenheid Planologie.
Artikel

Access_open Inzet op omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken in beleidsonderzoek

Illustraties uit de lerende evaluatie van het Natuurpact van het Planbureau voor de Leefomgeving

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, november 2020
Auteurs Eva Kunseler, Lisa Verwoerd en Femke Verwest
SamenvattingAuteursinformatie

    Een reflexieve kijk op beleidsonderzoek gaat uit van continue dynamiek tussen kennisontwikkeling en beleids- en uitvoeringspraktijken. Beleidsonderzoekers zoeken naar houvast om gedegen en relevant onderzoek te blijven doen, onderwijl inspelend op onzekerheden, onvoorspelbaarheid en kritische geluiden die kenmerkend zijn voor de huidige kennissamenleving. Via omgevingsbewust werken kunnen zij hun onderzoeksaanpak leren afstemmen op de kenmerken en maatschappelijke context van beleidsdossiers. Via kwaliteitsbewust werken kunnen zij leren inspelen op de verwachtingen rondom een bepaalde expertrol en onderzoeksaanpak binnen de eigen contexten van onafhankelijkheid en wetenschappelijke verantwoording.
    Aan de hand van een casus – de lerende evaluatie van het Natuurpact, een innovatieve evaluatiestudie bij het Planbureau voor de Leefomgeving – laten we zien hoe een reflexieve aanpak helpt om onderzoek in de nabijheid van de dynamische beleidspraktijk uit te voeren. Doordat deze aanpak buiten de comfortzone van onderzoekers ligt, is omgevingsbewust en kwaliteitsbewust werken voor onderzoekers geen vanzelfsprekendheid. We roepen beleidsonderzoekers zelf, de organisaties waar ze werkzaam zijn en beleidsmedewerkers op om hun reflexieve vaardigheden verder te ontwikkelen via het inrichten van lerende processen, effectieve kennisdeling via Communities of Practice en leerwerktrajecten, en open en adaptieve kennis-beleidsarrangementen.


Eva Kunseler
Eva Kunseler is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is wetenschappelijk medewerker bij het Planbureau voor de Leefomgeving en onderzoeker bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Femke Verwest
Femke Verwest is plaatsvervangend sectorhoofd Natuur en Landelijk Gebied bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

    Nederland staat voor forse en complexe beleidsopgaven. Deze opgaven vragen om een bijzondere beleidsaanpak met een aansluitende wijze van beleidsevaluatie – namelijk één die leren ondersteunt om iteratief de kwaliteit van het beleid te verbeteren en de weg naar de beleidsambities te vinden. Beleidsonderzoekers en beleidsbetrokkenen werken in lerende evaluaties samen om kennis te produceren voor het gelijktijdig verantwoorden en leren van beleid. Verondersteld wordt dat de kwaliteit en bruikbaarheid van de geproduceerde kennis met deze benadering groter zijn dan bij reguliere, op verantwoording georiënteerde, evaluatiemethoden. Als gevolg daarvan zou lerend evalueren meer impact hebben op beleid voor complexe opgaven. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de waarde van lerend evalueren vanuit het perspectief van beleidsbetrokkenen en beleidsonderzoekers van de lerende evaluatie van het Natuurpact (2014-2017), uitgevoerd door het PBL en de WUR. Geconcludeerd wordt dat lerend evalueren de kwaliteit, bruikbaarheid en impact (minder aantoonbaar) van de geproduceerde kennis vergroot, maar onder specifieke voorwaarden: namelijk wanneer onderzoekers erin slagen om leren en verantwoorden, met de bijbehorende rollen en kwaliteitsstandaarden, te benaderen als wederzijds versterkend in plaats van tegenstrijdig. Onderzoekers hebben voelsprieten nodig voor de wisselwerking tussen het proces van kennisproductie en de politiek-bestuurlijke context waarin deze kennis wordt gebruikt. Zowel in de beleids- als onderzoekspraktijk is ruimte nodig voor een verbrede kijk op de functie van beleidsevaluatie om lerend evalueren toe te kunnen passen.


Lisa Verwoerd
Lisa Verwoerd is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam, en het Planbureau voor de Leefomgeving te Den Haag.

Pim Klaassen
Pim Klaassen is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.

Barbara J. Regeer
Barbara J. Regeer is werkzaam bij het Athena Instituut, Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Digitaal leiderschap

Verkenning van de veranderende rol van gemeentesecretarissen in de informatiesamenleving

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2020
Auteurs Dr. Martiene Branderhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    Rapid technological change and the information society have consequences for the role and duties of municipal clerks. To increase understanding of the implications of digital technologies for the role of municipal clerk (town clerk), this article presents an exploration of the ‘digital leadership’ of municipal clerks, i.e. leadership that suits a time when digital technologies are growing explosively. By using the four leadership perspectives of Bolman and Deal and the public value thinking of Moore, it was investigated which leadership themes are mentioned in the literature. In this way, this article aims to contribute to the leadership role of the municipal clerk so that he gives shape and direction to the organization from a vision on this change task and leads this transition instead of seeing it as a collection of smart gadgets or an issue concerning the IT department. This means that he will have to be aware of technological developments, can think critically about their significance and acquire the necessary knowledge and skills to be able to lead the municipal organization in the information society. This article shows practitioners that: (a) municipal clerks play an important role when it comes to the structure of the municipal organization in the information society; (b) the way in which municipalities innovate digitally has an impact on society and people’s lives; and (c) it is therefore important to shape the leadership of municipal clerks based on public values in order to realize legitimate applications of digital technologies with added social value.


Dr. Martiene Branderhorst
Dr. E.M. Branderhorst is gemeentesecretaris en algemeen directeur in de gemeente Gouda en lid van de Raad voor het openbaar bestuur (Rob).
Thema-artikel

Access_open Decentraliseren en experimenteren

De ontwikkeling van sociaal beleid voor asielmigranten door gemeenten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden decentralization, migrant integration, social contact, mainstreaming, living labs
Auteurs Dr. Rianne Dekker en Dr. Meike Bokhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    After the European refugee crisis of 2015-2016, many Dutch municipalities took initiative in (re)shaping policies of asylum seeker reception and refugee integration in their own ways. We are witnessing a ‘local turn’ of integration policies with decentralization of responsibilities to the local level of governance. Besides civic integration and socioeconomic integration, social integration of asylum seekers and refugees has been a concern as these groups are often housed in superdiverse and vulnerable neighborhoods. How can municipalities best address the specific problems in their cities? This editorial introduces the four articles that are part of this special issue. We discuss three overarching topics. First, we argue that aside from targeting specific groups and issues, cities should develop mainstreamed policies and provisions to be able to handle future fluctuations and changes in their populations. Second, we observe that in policies aimed at enhancing inter-group contact, earlier immigrant groups are often overlooked. They can play a bridging role in establishing social connections. Third, we highlight the role of urban experiments and living labs in transfer and upscaling of innovative policies.


Dr. Rianne Dekker
Dr. R. Dekker is universitair docent en onderzoeker bij het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Zij doet onderzoek naar de invloed van nieuwe media in verschillende beleidsterreinen waaronder integratie en veiligheid.

Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en onderzoeker bij de Universiteit Utrecht. Zij is als projectcoördinator migratiediversiteit en auteur betrokken bij WRR-publicaties over de immigratiesamenleving.
Vrij artikel

Verantwoorden met gevoel

Taalkundige analyse van de impact van verantwoordingsrapporten in het openbaar bestuur

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Auteurs Prof. dr. Thomas Schillemans en Marija Aleksovska Msc
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper analyzes the impact of linguistic characteristics of accountability reports on public sector organizations. It does so by analysing hundreds of accountability reports by four public sector bodies using the linguistic tool LIWC. The research question is: what linguistic characteristics of accountability reports are related to a bigger impact on the evaluated organization? The impact of three strategic choices is assessed. First of all, the impact of strategic positioning. Authors of texts can maintain a position of power in the choice of language (high clout) and speak top down to the recipient or they can take a more egalitarian, face to face, position. Secondly, authors can choose to use many complex linguistic phrasings, with causal reasoning for instance, or they can opt for simpler texts. Finally, the text can be littered with emotional, positive and negative, wordings or can be set in a neutral tone. Our analyses suggest that more emotional accountability reports are consistently related to a better reception and seem to have more impact. This has important consequences both theoretically and practically, which are discussed in the paper.


Prof. dr. Thomas Schillemans
Prof. dr. T. Schillemans is hoogleraar Bestuur en beleid aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Daarnaast is hij als co-decaan verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Marija Aleksovska Msc
M. Aleksovska, Msc is promovenda aan de Universiteit Utrecht, Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Thema-artikel

Spreidingsbeleid voor huisvesting van statushouders

Speelt de buurt een rol in de vroege integratie?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2020
Trefwoorden social integration, contact, refugees, neighborhood diversity, dispersion policy
Auteurs Dr. Meta van der Linden
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has been struggling with the question of how to facilitate the integration of refugees who crossed into Europe during the 2015/2016 ‘refugee crisis’. Dutch municipalities aim for the dispersion of refugees over various neighborhoods under the assumption that the ethnic composition of the neighborhood is conducive to integration. In the current study, I test this assumption using a new and representative survey (N = 768 predominantly Syrian refugees living in 45 neighborhoods, response rate 85%) linked to neighborhood data situated in the most ethnically diverse city in the Netherlands; Rotterdam. Multilevel analyses revealed that, generally, a larger share of people without a migration background in the neighborhood was related to more frequent contact with neighbors without a migration background. A larger share of people with a Moroccan background was related to more frequent contact with people with a Moroccan background, but predominantly for Syrian refugees. The neighborhood was not related to contact with people from the same background of with people with a Turkish background. Hence, meeting opportunities in the neighborhood only appear to facilitate social integration if they coincide with refugees’ social preferences.


Dr. Meta van der Linden
Dr. M. van der Linden is postdoctoraal onderzoeker bij het Departement van Publieke Administratie en Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Daarnaast is ze als research manager verbonden aan het EUR Bridge-project, waar ze onderzoek doet naar het effect van integratieprogramma’s voor het integratieproces van statushouders in Rotterdam.
Artikel

De energietransitie: wie kunnen, willen en mogen er meedoen?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden renewable energy policies, energy poverty, environmental justice, social resilience
Auteurs Dr. Sylvia Breukers, Dr. Susanne Agterbosch en Dr. Ruth Mourik
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the role and position of different types of low income households in Dutch renewable energy transition processes using the concept of energy poverty. We explore which benefits and/or (dis)advantages (unintentionally) result from energy policies and regulations. And to what extent the distribution of these (dis)advantages benefit the position of different types of households. To this end we present an analytical perspective that enables us to evaluate renewable energy transition policies and governance on procedural and distributional aspects: paying attention to issues of recognition, equity and justice. The perspective draws on ideas in environmental justice literature and on ideas in social resilience literature. Combining these ideas in a new analytical framework proved to be useful in articulating some major policy challenges in relation to energy poverty in the Netherlands today.


Dr. Sylvia Breukers
Dr. Sylvia Breukers is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-sylvia-breukers/

Dr. Susanne Agterbosch
Dr. Susanne Agterbosch is plaatsvervangend directeur van het PON/Telos. https://hetpon.nl/wie-we-zijn/dr-susanne-agterbosch-2/

Dr. Ruth Mourik
Dr. Ruth Mourik is onderzoeker en partner bij Duneworks. www.duneworks.nl/team-nl/dr-ruth-mourik/
Artikel

Moreel persoon of moreel manager?

Een kwantitatieve analyse van de aan burgemeesters gestelde integriteitseisen, 2008-2019

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering Online First 2020
Trefwoorden ethical leadership, moral management, Integrity, Mayors, The Netherlands
Auteurs Simon Jacobs BSc en Dr. Niels Karsten
SamenvattingAuteursinformatie

    Dutch mayors are expected to act both as moral person and as moral managers. However, the extent to which council members express such requirements when selecting candidates remains underexplored. To identify possible changes in these expectations following the implementation of a 2016 integrity law, which made the mayor responsible for ‘advancing the administrative integrity of the municipality’, the current article quantitatively analyses 349 vacancy texts for Dutch mayoralty for the time period 2008-2019. Unexpectedly, the authors find that moral person requirements still feature prominently in job advertisements, but that attention is declining. In addition, they find a significant shift from moral-person requirements to moral-management requirements, which indicates that vacancy texts mirror the increasing importance of moral leadership requirements for Dutch mayors. Further, whereas the complex integrity concept requires tailoring to the unique circumstances in municipalities, the authors find that councilors make little effort to provide their own definition of integrity in vacancy texts, which leaves ample room for local customization.


Simon Jacobs BSc
Simon Jacobs, BSc, is masterstudent public governance aan het Tilburg Institute of Governance, Tilburg University.

Dr. Niels Karsten
Dr. Niels Karsten is universitair docent aan het Tilburg Institute of Governance, Tilburg University.
Kroniek

Bestuurders: onderbelicht, maar onder het vergrootglas

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden boards, board capacity, good governance, public sector, inspection
Auteurs Dr. Marieke van Genugten en Dr. Marlies Honingh
SamenvattingAuteursinformatie

    The number of boards in the public domain has risen sharply in recent decades and so has the number of reports containing guidelines for effective and good governance. The question, however, is what this flow of advice is based on and what we actually know about board capacity. In this paper, we discuss theoretical expectations on boards, recent developments in governance based inspection, and empirical research on this topic. All in all, it appears that relatively little empirical research is conducted into boards in the public domain. And the research that is available is as yet not very optimistic. Based on these observations, we conclude that it is necessary to re-examine the policy assumptions with regard to board capacity in the public domain.


Dr. Marieke van Genugten
Dr. M.L. van Genugten is universitair docent bij de sectie Bestuurskunde van de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit.

Dr. Marlies Honingh
Dr. M.E. Honingh is universitair hoofddocent bij de sectie Bestuurskunde van de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit.
Thema-artikel

Succesvol wethouderschap onder de loep

Bronnen van legitimiteit in de ogen van inwoners, raadsleden en wethouders

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Aldermen, Local government, Success, Politics, Legitimacy
Auteurs Drs. Peter Verheij
SamenvattingAuteursinformatie

    Research into successful alderman is scarce. Scientifically less is known about the perspective of residents and council members on (successful) aldermen. A recent study investigated the sources of legitimacy that successful aldermen draw on. In addition, the contribution of characteristics of local political leadership to successful alderman has been examined. Based on a survey of residents, councilors and aldermen, differences in opinions about aldermen, aspects and indicators of legitimacy and personal characteristics were uncovered. There are clear differences in judgment, indicators and personal characteristics that are considered important and another source on which the judgment is based. This provides interesting and new research material for public administration literature as well as for administrative practice. The view of residents learns us that the distance to aldermen must be reduced, more connection must be made, a more outside view must be taken and an addition to the management style of councilors with responsive qualities is required.


Drs. Peter Verheij
Drs. P.J. Verheij RA is wethouder in de gemeente Alblasserdam en lid van de Raad voor het Openbaar Bestuur. Hij rondde recent een executive Master Bestuur en Beleid af aan de Universiteit Utrecht (USBO) met een onderzoek over succesvol wethouderschap. Dit artikel is een samenvatting van het betreffende onderzoek.

    Large government investments are regularly preceded by an ex-ante evaluation. This article examines the quality of two ex-ante studies and considers the use made by administrators and representatives of the people of these ex-ante studies. In both cases it concerned qualitatively sound ex-ante studies. In both cases, these studies also demonstrably affected the debate about these investment plans in the people’s representations. But there was no question of power-free decision making. In both cases, the representatives of the people were put under great pressure. Not only was there time pressure. The public debate came late. The use of sound ex-ante studies is not only an investment in rationality, but is also accompanied by political-strategic manoeuvring. The relevance of this article to practitioners is that it (a) contains four reasonable requirements that the representative may make of each ex-ante study offered by the executive board; (b) also shows that an ex-ante analysis on which important decisions are based should not be characterised by secret parts or by undefined assumptions and an ex-ante analysis must be transparent; and (c) demonstrates it is important as a representative to be tenacious, to keep a firm hand and not to decide before all questions have been answered and a full list of safeguards is on the table.


Prof. dr. Michiel Herweijer
Prof. dr. M. Herweijer is bijzonder hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en redacteur van Bestuurswetenschappen. Hij was tot 1 januari 2019 directeur van de Noordelijke Rekenkamer. Sinds 1 november 2018 is hij docent publiek management aan de Universitaire Campus Fryslân te Leeuwarden (een nevenvestiging van de Rijksuniversiteit Groningen).

    Given the increasing importance of local administration and its range of tasks, it is important to know whether municipal councils are succeeding in properly controlling the administration. That is one of the main tasks that has been entrusted to the municipal council when dualism was introduced in the Netherlands in 2002. Council members are aware of the importance of the monitoring task, but little is known about the way in which they perform this task. Research in ten Dutch municipalities into the use of the available set of tools for framing and monitoring shows that municipal councils make little or no use of some of the instruments, in particular with regard to information gathering and the support of the council. Good information provision to the council sometimes appears to be subordinated to the political importance of the coalition. And everywhere councillors are struggling with the set of programmes for programme budgeting and accounting introduced during the dualisation process: it offers insufficient possibilities for framing and checking. In the absence of a clear assessment framework, it is not possible to determine whether this detracts from the effectiveness of control and framework. What good or effective control is and what its purpose is are also apparently not a topic for discussion in the local arena. This article shows (a) that council members can make more and better use of available framework and control instruments and the possibilities for supporting the council; b) the instrument of the programme budget (and the program account) does not seem to live up to the expectations of the dualisation process; c) mayors, as chairmen of the council, do not always feel responsible for the proper provision of information for the council and, in a broader sense, for better positioning of the council as a framework-setting and controlling body. More leadership is required here.


Prof. dr. Klaartje Peters
Prof. dr. C.E. Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist, bijzonder hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht en redactielid van Bestuurswetenschappen.

Dr. Peter Castenmiller
Dr. P. Castenmiller is verbonden aan adviesbureau PBLQ en is tevens voorzitter van de rekenkamer van de gemeente Delft.
Artikel

Access_open Nudging in perspectief

De verbreding van gedragsinzichten in beleid

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juni 2020
Auteurs Pieter Raymaekers en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    Theorieën en methoden uit de gedragswetenschappen betreden steeds nadrukkelijker de beleidsscene. Gedragsinzichten en nudging beloven beleid te verrijken en te versterken. Het begin van deze gedragswetenschappelijke omslag of behavioural turn laat men doorgaans samenvallen met de publicatie van het boek Nudge van Richard Thaler en Cass Sunstein in 2008. In dit artikel plaatsen we nudging in perspectief en argumenteren we dat het concept zowel een zegen als een vloek betekent, en zowel een katalysator als een rem is voor de bredere toepassing en verankering van gedragsinzichten in beleid. Ondanks het aantrekkelijke narratief botst nudging op functionele limieten en ethische bezwaren. Om de gedragswetenschappelijke, experimentele en evidence-based beleidsbeloften alsnog in te lossen, zien we een strategie van steeds verdere verbreding. Het programma van de Behavioural Insights-beweging op basis van vijf pijlers leek in eerste instantie een oplossing te bieden, maar kampt door een eendimensionale interpretatie met interne spanningen. De nog bredere en ambitieuzere Behavioural Public Policy-agenda biedt nieuwe perspectieven, maar moet op functioneel en ethisch vlak nog verder onderbouwd worden.


Pieter Raymaekers
Pieter Raymaekers is onderzoeker en vormingscoördinator bij het KU Leuven Instituut voor de Overheid. Zijn onderzoek focust op de toepassing van gedragsinzichten en nudging in beleid.

Marleen Brans
Marleen Brans is gewoon hoogleraar aan het KU Leuven Instituut voor de Overheid en schatbewaarder van de International Public Policy Association. Ze verricht voornamelijk onderzoek over de productie en consumptie van beleidsadvies.
Artikel

Naoorlogs universalisme in het huidige socialezekerheidsdebat

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Social security system, welfare state, Universalism, public advisory agencies, working poor
Auteurs Dr. Barbara Brink en Prof. dr. Gijsbert Vonk
SamenvattingAuteursinformatie

    The Western European social security systems are founded on the need to offer universal social protection, as was for example advocated in the Beveridge report of 1942. The universalistic endeavour has led to the development of the all-embracing welfare states of today, but already for many decades dissatisfaction with the direction of the welfare state has led to a diversion of the universalistic pretention. In the current debate, universalism seems to be on the rise again. The Dutch think tanks CPB, WRR and SCP increasingly pay attention to the divide that is becoming manifest between those with better chances in the society and who are left behind. The think tanks have all formulated policy options in order to address this divide by offering better social security protection for excluded groups. In this article we discuss whether the options presented fall back upon the post-war notion of universality.


Dr. Barbara Brink
Dr. Barbara Brink is postdoc onderzoeker socialezekerheidsbeleid bij de Rijksuniversiteit Groningen

Prof. dr. Gijsbert Vonk
Prof. dr. Gijsbert Vonk is hoogleraar socialezekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Dossier

Access_open Waarde van werk in Nederland: de rol van de organisatie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Employers, job quality, Organisations, Satisfaction, value of work
Auteurs Dr. Wieteke Conen en Prof. dr. Paul de Beer
SamenvattingAuteursinformatie

    In recent scientific and policy discourses, the centre of attention is increasingly geared towards the value and quality of work – as opposed to a prior occupation with the quantity of work. Whereas the dominant focus seems to be on (aspects of) the individual job, this contribution aims to embed the worker into the organisational context and highlight the (potential) role of organisations. We examine whether the value of work – beyond individual and job characteristics – is affected by (a) characteristics of the organisation, (b) mutual investments or the relation between employees and employers and (c) the extent to which employees can realise their values within an organisation. To that end, we analyse survey data from the Value of Work Monitor 2019. Our findings show that not only the characteristics of the employment relationship, but also the organisational context and realisation of workers’ values have a significant effect on the evaluation of one’s job. Amongst others, the composition of the workforce, autonomy and intensity, facilities for lifelong learning and workers’ embeddedness in the organisation all have a significant effect on outcomes. We conclude that the discussion on value and quality of work deserves a more active role from the side of employers.


Dr. Wieteke Conen
Dr. Wieteke Conen is werkzaam als onderzoeker bij AIAS-HSI, Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Paul de Beer
Prof. dr. Paul de Beer is hoogleraar arbeidsverhoudingen bij AIAS-HSI, Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Diversiteit en inclusie in verschillende typen kindercentra

Ervaringen van managers en medewerkers

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Diversity, Inclusion, Privatization, Organizational climate, Childcare centers
Auteurs Drs. Willeke van der Werf, Dr. Pauline Slot, Prof. dr. Patrick Kenis e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Childcare centers are organizations that differ in structural and cultural characteristics. The present comparative case study examined how Dutch childcare centers match different organization types and related the identified organization types to the implementation of diversity and inclusion policy. Diversity and inclusion in organizations concerns climate-dimensions, such as providing equal opportunities, allowing influence on decision-making and stimulating professional development for all staff. Semi-structured interviews were conducted with 13 managers and 24 pedagogical practitioners in 13 childcare centers. Content-analysis of the interviews showed that employees in all centers experience equal opportunities, however the content and form of these opportunities differed according to the type of organization. Employees in childcare centers with a comparatively strong orientation on professional performance reported positive experiences with group-collaboration, team-professionalization and collective decision-making. Employees in childcare centers with a comparatively strong market orientation reported positive experiences with possibilities for individual development and autonomy in their daily work. The experiences of the employees match the differences in organizational climate as reported by the location managers, emphasizing either collaboration in teams or employees’ individual responsibility, depending on the type of organization.


Drs. Willeke van der Werf
Drs. Willeke van der Werf, promovendus, is werkzaam bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/medewerkers/WMvanderWerf

Dr. Pauline Slot
Dr. Pauline Slot is universitair docent en onderzoeksprojectleider bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/medewerkers/PLSlot

Prof. dr. Patrick Kenis
Prof. dr. Patrick Kenis is hoogleraar public governance aan Tilburg University, Tilburg School of Economics and Management. www.tilburguniversity.edu/nl/medewerkers/p-n-kenis

Prof. dr. Paul Leseman
Prof. dr. Paul Leseman is hoogleraar orthopedagogiek bij het departement Educatie en Pedagogiek van de Universiteit Utrecht. www.uu.nl/staff/PPMLeseman
Dossier

Schaal en invloed

Pleidooi voor een symbiose van directe en indirecte democratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2020
Trefwoorden Democracy, Direct democracy, Indirect democracy, Representative democracy, Participation
Auteurs Drs. Boudewijn Steur
SamenvattingAuteursinformatie

    In a democracy citizens should actually have influence on the choices that directly influence their lives. Citizens have two ways for this influence: directly by participating in the policy process (in its formulation, its decision making or its implementation) or indirectly by voting for a political party or representatives through which citizens have influence on the outcomes. These two are not opposite to each other, but rather complementary. My main argument in this article is that the smaller the scale, the greater the possibilities for citizens to exert direct influence. The larger the scale, the more important it is that this influence runs through their representative institutions


Drs. Boudewijn Steur
Drs. Boudewijn Steur is programmamanager versterking democratie en bestuur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij schreef deze bijdrage op persoonlijke titel.
Toont 1 - 20 van 499 gevonden teksten
« 1 3 4 5 6 7 8 9 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.