Zoekresultaat: 53 artikelen

x
Thema-artikel

Een transparant debat over algoritmen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2020
Trefwoorden AI, ethics, Big Data, human rights, governance
Auteurs Dr. Oskar J. Gstrein en Prof. dr. Andrej Zwitter
SamenvattingAuteursinformatie

    The police use all sorts of information to fulfil their tasks. Whereas collection and interpretation of information traditionally could only be done by humans, the emergence of ‘Big Data’ creates new opportunities and dilemmas. On the one hand, large amounts of data can be used to train algorithms. This allows them to ‘predict’ offenses such as bicycle theft, burglary, or even serious crimes such as murder and terrorist attacks. On the other hand, highly relevant questions on purpose, effectiveness, and legitimacy of the application of machine learning/‘artificial intelligence’ drown all too often in the ocean of Big Data. This is particularly problematic if such systems are used in the public sector in democracies, where the rule of law applies, and where accountability, as well as the possibility for judicial review, are guaranteed. In this article, we explore the role transparency could play in reconciling these opportunities and dilemmas. While some propose making the systems and data they use themselves transparent, we submit that an open and broad discussion on purpose and objectives should be held during the design process. This might be a more effective way of embedding ethical and legal principles in the technology, and of ensuring legitimacy during application.


Dr. Oskar J. Gstrein
Dr. O.J. Gstrein is universitair docent Governance & Innovation aan de Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân, Data Research Centre.

Prof. dr. Andrej Zwitter
Prof. dr. A.J. Zwitter is hoogleraar Governance & Innovation aan de Rijksuniversiteit Groningen, Campus Fryslân, Data Research Centre.
Artikel

Access_open Hogere waardering voor gemengde wijk

Bewoners in Rotterdam Zuidwijk over de instroom en ingreep in hun veranderende wijk

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2019
Trefwoorden Perception of neighbourhood change, Diversity, Belonging, Social mix, Social housing
Auteurs Dr. ir. André Ouwehand
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper investigates the effects of neighbourhood change caused by the inflow of new residents in the still existing social rental stock in a post-World War II district next to the effects of the changing population as the result of urban restructuring. All residents, native Dutch and residents that belong to an ethnic minority, are critical about the occurring concentration of the latter in the existing rental housing stock. Loss of respectability and of shared norms and values of how to live in the neighbourhood play an important role in the critical stance of mostly older Dutch native residents. Residents with a migrant background criticize the concentration as a negative influence for their integration in Dutch society. Most residents support the idea of a mixed neighbourhood based on income and ethnicity. Restructuring by demolition of old social rental dwellings and new housing development for owner-occupiers is supported by most residents, based on the positive impact on the liveability. Urban restructuring has however not decreased the share of non-Dutch-native residents but it did bring more middle-class households. In the view of the residents these are ‘decent people’ as they have to work in daytime and do not linger at night in the streets.


Dr. ir. André Ouwehand
Dr. ir. André Ouwehand is gastonderzoeker OTB – Onderzoek voor de gebouwde omgeving aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    With the term ‘system responsibility’ the authors (both working for the Dutch Scientific Council for Governmental Policy) mean the responsibility for the functioning of complex ‘administrative systems’. In these complex administrative systems supervision can have different roles: to assess the functioning one-sided from the perspective of the government, but also to put on reflective glasses (‘from afar glasses’) that aim at the bigger picture of divergent rationalities of the actors involved. In the second case, there is ‘system responsible supervision’. This essay explores the ‘what’ and the ‘how’ of the desirability of system responsible supervision in a society with complex, compound administrative systems. Such supervision can contribute to a somewhat better understanding of these systems and a somewhat better ability to adjust these complex systems. These supervisors can be seen as a necessary complement of the withdrawal of the government and the rise of ‘horizontal administration’, in which the hierarchical decision-power of the central government has gradually shifted to other actors. As unelected and as relatively independent actors they occupy a new, hybrid place in the ‘trias politica’, because on the one hand they have taken over functions of elected politicians and administrators and on the other hand they function in many respects as a quasi-judicial power.


Dr. Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij is voormalig redactiesecretaris en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Prof. dr. André Knottnerus
Prof. dr. J.A. Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Audrey André
Audrey André is postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Haar onderzoek richt zich voornamelijk op de impact van kiesstelsels op het gedrag van partijen, parlementsleden en kiezers.

Sam Depauw
Sam Depauw is als postdoctoraal onderzoeker en docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zijn onderzoek spitst zich toe op verkiezings- en parlementsonderzoek. Hij publiceert regelmatig over politieke representatie en partijdiscipline.

Shane Martin
Shane Martin is hoogleraar aan het Departement Politieke Wetenschappen en Internationale Betrekkingen van de University of Leicester. Hij verricht onderzoek naar de interne organisatie van parlementen en electorale processen.
Research Note

Hoe populistisch is het volk?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2015
Auteurs Agnes Akkerman, Cas Mudde en Andrej Zaslove
Auteursinformatie

Agnes Akkerman
Agnes Akkerman is James Coleman hoogleraar Duurzame coöperatie in de arbeidsverhoudingen aan de Rijksuniversiteit Groningen en tevens als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Sociologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij onderzoekt de effecten van veranderingen in arbeidsrelaties en conflicten daarbij.

Cas Mudde
Cas Mudde is universitair hoofddocent verbonden aan de School of Public and International Affairs van de University of Georgia in de Verenigde Staten. Zijn onderzoekexpertise omvat Europese politiek, extreem-rechtse politiek in Europa en Noord Amerika, euroscepticisme, populisme en politiek protest.

Andrej Zaslove
Andrej Zaslove is universitair docent Vergelijkende Politiek en verbonden aan het Institute for Management Research van de Radboud Universiteit. Kernthema’s van zijn onderzoek zijn politiek partijen, populisme, en immigratie.
Symposium

Het electorale succes van het euroscepticisme

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2014
Auteurs André Krouwel, Yordan Kutiyski, Nathalie Brack e.a.
Auteursinformatie

André Krouwel
André Krouwel is docent vergelijkende politiek aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij publiceert over presidentialisering, politieke partijen, sociale bewegingen en democratisering in West- en Oost-Europa. Daarnaast verricht hij verkiezingsonderzoek, ook m.b.t. Nederland, o.a. via Kieskompas waar hij wetenschappelijk directeur is.

Yordan Kutiyski
Yordan Kutiyski studeerde politieke wetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is momenteel coördinator van het wetenschappelijk onderzoek bij Kieskompas.

Nathalie Brack
Nathalie Brack is Wiener Anspach postdoctoraal onderzoeker aan het European Studies Center van het Saint Antony’s College (Oxford University). Zij promoveerde aan de Université libre de Bruxelles met een proefschrift over euroscepticisme en heeft sindsdien talrijke internationale publicaties in dit domein verzorgd.

Wouter Wolfs
Wouter Wolfs studeerde geschiedenis, politieke wetenschappen en Europees beleid aan de KU Leuven en de Corvinus University in Boedapest. Na twee jaar praktijkervaring in het Europees Parlement werkt hij sinds september 2013 als wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor de Overheid van de KU Leuven. Hij verricht onderzoek naar euroscepticisme en de rol van nationale parlementen in de EU.

    In dit artikel wordt de effectiviteit van de WBSO-regeling (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kwantitatief onderzocht. Met de WBSO kunnen bedrijven hun loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk verlagen. De WBSO is een belangrijke pijler van het huidige Nederlandse innovatiebeleid en bestaat sinds 1994. Ze is bedoeld om de omvang van de S&O-uitgaven bij bedrijven in Nederland te stimuleren. De belangrijkste indicator voor de effectiviteit van de WBSO is de zogenoemde 'bang for the buck' (BFTB). De BFTB geeft weer welk bedrag bedrijven extra uitgeven aan speur- en ontwikkelingswerk, per euro genoten WBSO-ondersteuning. Onze analyses laten zien dat de BFTB door de jaren heen ruim hoger is dan 1. Bedrijven die WBSO gebruiken, investeren de genoten WBSO-ondersteuning terug in S&O en doen daar zelf nog iets bovenop. De WBSO-regeling doet daarmee wat het beoogt, namelijk het bevorderen van speur- en ontwikkelingswerk, en is daarom effectief te noemen.


Wim Verhoeven
Wim Verhoeven is senior onderzoeker en accountmanager bij Panteia/EIM.

André van Stel
André van Stel is senior onderzoeker bij Panteia/EIM.
Article

Access_open Doeltreffend en evenwichtig ontwerpen van wetten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, mei 2013
Auteurs André Nijsen, Ab van den Burg en Jaap Stumphius
SamenvattingAuteursinformatie

    Wetten beantwoorden lang niet altijd aan hun primaire doel: het reguleren van een maatschappelijk probleem. In toenemende mate lijken wetten smeerolie voor politieke processen. Dat kan en moet anders, gelet op de grote maatschappelijke risico's. Daarom zou al in de voorbereidings- en ontwerpfase van een wet een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, waarin wordt vastgelegd waaraan een wet ten minste moet voldoen om de realisatie van het betrokken publieke doel te borgen. Een dergelijke aanpak noemen we doeltreffend en evenwichtig wetgeven. 'Den Haag' lijkt echter te berusten in de huidige eenzijdige praktijk in de politieke besluitvorming. Hoe is dat te veranderen? Hierover gaat dit artikel.


André Nijsen
dr. André Nijsen is zelfstandig adviseur en sociaal-economisch onderzoeker.

Ab van den Burg
ir. Ab van den Burg is partner bij Van de Geijn Partners.

Jaap Stumphius
drs. Jaap Stumphius is zelfstandig onderzoeker.

    Het overheidsveld en het maatschappelijk veld zijn sterk in beweging. Burgers en organisaties willen meer invloed uitoefenen op beleid en uitvoering. Er is een ontwikkeling naar pluriformiteit, bottom-up sturing, netwerken, met lokale initiatieven. Tegelijkertijd blijft er een grote kloof tussen overheid en burgers bestaan. Het is de vraag hoe gemeentelijke (beleids)onderzoekers het best kunnen reageren op deze ontwikkelingen. Blijven zij top-down werken of gaan ook zij de uitdaging aan en sluiten zij zich aan bij de bottom-up trend? In dit artikel worden ten aanzien van burgerparticipatie en onderzoek enkele ontwikkelingen in beeld gebracht. Nieuwe media en (online) instrumenten spelen een toenemende rol. Het gemeentelijke beleidsveld krijgt te maken met een andere manier van werken. Daaruit komen kansen voor de rol van onderzoek en onderzoekers. Een werkgroep van VSO-onderzoekers heeft verkend wat de consequenties en uitdagingen zijn van de geschetste ontwikkelingen op het gebied van burgerparticipatie en sociale media.


André Peters
Dit artikel is tot stand gekomen door samenwerking met de netwerkgroep van VSO. André Peters; Onderzoek en Informatie Breda.

Jan Schalk
Onderzoekcentrum Drechtsteden

Dymphna Meijneken
Onderzoek en Statistiek Amersfoort

Celina Mensinga
Onderzoek en Informatie Amstelveen

Hans Voutz
Onderzoek en Statistiek Nijmegen
Article

Electorale competitie en het contact met de bevolking

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden electoral systems, constituency representation, Belgium and the Netherlands
Auteurs Audrey André en Sam Depauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral institutions shape the incentive that elected representatives have to cultivate a personal vote, a geographically-concentrated personal vote in particular. But are electoral institutions able to make representatives do what they would not do otherwise and to make them not do what they otherwise would have done? Using data from the cross-national PARTIREP MP Survey, it is demonstrated that electoral institutions shape elected representatives’ local orientation. Local orientation decreases as district magnitude grows – regardless of what representatives think about political representation. But representatives’ conceptions of representation do shape their uptake in the legislative arena from their contacts with individual constituents. The effect of the electoral incentive grows stronger as elected representatives think of representation as a bottom-up rather than a top-down process.


Audrey André
Audrey André is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar doctoraat (als FWO-aspirant) onderzocht de effecten van electorale instituties op het gedrag van parlementsleden in het kiesdistrict.

Sam Depauw
Sam Depauw is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en coördineert de PARTIREP ‘Participation and Representation in Modern Democracies’-bevraging bij nationale en regionale parlementsleden (met de steun van BELSPO).

Andrée van Es
Drs A.Ch. van Es is wethouder in Amsterdam.

Anna van der Vleuten
Anna van der Vleuten is universitair hoofddocent Europese Integratie aan het Institute for Management Research, Radboud Universiteit Nijmegen. Zij doet onderzoek op het gebied van gender, EU, vergelijkend regionalisme en interregionalisme.

Andrea Ribeiro Hoffmann
Andrea Ribeiro Hoffmann (1970) is verbonden aan de Willy Brandt School for Public Policy van de Universität Erfurt, Duitsland. Zij doet onderzoek op het gebied van het beleid van de EU jegens ontwikkelingslanden, Latijns-Amerika, Braziliaans buitenlands beleid en interregionalisme.

Robbert Maseland
Robbert Maseland (1975) is als universitair docent verbonden aan de faculteit economie & bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn voornaamste interesses liggen op het gebied van culturele & politieke economie en ontwikkelingsprocessen.

André van Hoorn
André van Hoorn (1976) is als universitair docent verbonden aan de faculteit economie & bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresses betreffen onder andere de comparatieve studie van geluk en subjectief welzijn, van cultuur en (in)formele instituties, en van economische groei en innovatie.

    This paper focusses on the Belgian constitutional and legal regulations which are clearly and relatively directly linked to minority protection as welt as their relevance for South Africa by way of analogy, taking into account South Africa's specific circumstances. Generally, what seems to be highly relevant for South Africa is the different kind of solutions in Belgium for its three categories of minorities as related to a different degree of territorial concentration. Going from an emphasis on territorial federalism, providing autonomy, for the highly territorial concentrated linguistic groups, over the use of the relative concentrations of the ideological and philosophical groups in certain federated entities, to a combination of individual human rights and group rights without a territorial connection whatsoever for the religious groups which are highly dispersed throughout the country. An analogous differentiation ofseveral types ofminority protection could bedivised in South Africa as the general lack of territorial concentration of the country's several population groups bas a different degree for the ethnic/linguistic groups as compared to the religious ones.


André Alen

Kristien Henrard
Article

L'Abstentionnisme électoral et vote blanc et nul en Belgique

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 1992
Auteurs Johan Ackaert, Lieven De Winter, Anne-Marie Aish e.a.
Samenvatting

    In spite op compulsory voting, the number of non-voters increased at the last general elections in Belgium to 7.3 per cent. This evolution can largely be explained by demographic factors. The number of blank or invalid voters reaches nearly the same level. Concerning this form of political non-participation, we noticed considerable differences occur between the types of elections (local, provincial, House, Senate, European) due to factors such as the importance and the proximity of the proper institution, the social distance between candidate and citizen and the main issue of the elections. The analysis of both phenomena over time at the level of the individual voters based on surveys shows that electoral absenteeism is rather accidental, white blanc and invalid voting is more permanent. From the analysis of absenteeism and blanc and invalid voting emerge on the one hand socio-economic factors (like age, gender, professional activity, income, marital status and family composition) which jeopardize electoral participation in a direct or indirect way, and on the other hand, attitudes and behaviour reflecting political indifference, alienation and hostility (like low levels of political interest, information, knowledge, satisfaction, party identification, and participation).


Johan Ackaert

Lieven De Winter

Anne-Marie Aish

André-Paul Frognier

    Although the method of Belgian budgeting and controlling has considerably improved during recent years, there still remain a lot of shortcommings such as: frequently late introduction into Parliament of the budget, inadequate information about expenditure, rarely application of zero base budgeting aften combined with techniques which embellish the budget. Debudgeting is the most important camouflage technique. Debudgeting appears in different manners and influences not only the height but also the evolution of the budget deficit. An improvement of the budgeting technique in Belgium doesn't ask fundamental changes of actual law. Just a switch in applicating the law according to the original spirit and interpretation of actual legislation, would be satisfactory to obtain an efficient and effective budget-policy.


André E. Baron Vlerick

André Molitor
Toont 1 - 20 van 53 gevonden teksten
« 1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.