Zoekresultaat: 224 artikelen

x

    In public debate on immigrants' political ties with their country of origin, two assumptions prevail. The first assumption is that many immigrants engage in transnational political activities. The second is that forms of transnational citizenship are an impediment for the development of local citizenship. However, so far little research has been done on the importance of, and the relationship between, local and transnational citizenship. In this article, we focus on local and transnational forms of active citizenship, here understood as the total of political practices and processes of identification. Our study, conducted among middle-class immigrants in Rotterdam, indicates that the importance of active transnational citizenship should not be overstated. Among these middle-class immigrants, political practices are primarily focused on the local level; political practices directed to the home country appear to be quite rare. If we look at processes of identification, we see that a majority of the middle-class immigrants have a strong urban identity. Many of them combine this local identification with feelings of belonging with people in their home country. These local and transnational identifications seem to reinforce, rather than impede, each other.


Marianne van Bochove
Marianne van Bochove is als promovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: M.E. van Bochove, MSc Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Capaciteitsgroep Sociologie Postbus 1738 3000 DR Rotterdam vanbochove@fsw.eur.nl

Katja Rusinovic
Katja Rusinovic werkt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam als postdoc onderzoeker.

Godfried Engbersen
Godfried Engbersen is als als hoogleraar algemene sociologie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De diplomademocratie

Over de spanning tussen meritocratie en democratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2006
Auteurs Mark Bovens
SamenvattingAuteursinformatie

    Contemporary western democracies, such the United States, Great Britain, and The Netherlands have become diploma democracies. They are ruled by the well educated, whereas the least educated, even though they still comprise about half of the population, have virtually vanished from most political arenas. Of course, the well educated have always been more politically active than the less educated, but in the past decades this gap has widened substantially. Well-educated citizens are more inclined to vote, to write letters to the editor, or to visit consultative or deliberative meetings than citizens with a low level of education; and most, if not all, members of parliament, all the political officials, and almost all of the political advocates and lobbyists, have college or graduate degrees. The paper substantiates the rise of diploma democracy in The Netherlands, discusses what is problematic about such an educational meritocracy in the context of democracy, and looks at what could be done to mitigate or remedy some of its negative effects.


Mark Bovens
Prof. dr. Mark Bovens is als hoogleraar Bestuurskunde verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht, Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht. Zijn meest recente boek is De digitale republiek: Democratie en rechtsstaat in de informatiemaatschappij (AUP 2003). Correspondentiegegevens: m.a.p.bovens@uu.nl www.usg.uu.nl/research/m.bovens

Harry van Dalen
Harry van Dalen is werkzaam als senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) te Den Haag en het CentER van de Universiteit van Tilburg. Correspondentiegegevens: Dr. H.P. van Dalen Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut Postbus 11650 2502 AR Den Haag dalen@nidi.nl
Artikel

In voor- en tegenspoed?

Over krimp en de verzorgingsstaat

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2008
Auteurs Romke van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is concerned with the consequences of economic and demographic decline for the welfare state. The issue of decline itself is not investigated. Decline is taken for granted and the consequences of decline are examined. In this article the sociological 'logic' of social policy is investigated and subsequently applied to the issue of decline. The policy-mechanisms that are discussed are: selective versus universal social policy; the extent and character of redistribution; and individual versus collective responsibility. The question that is raised in the final section is what demographic decline in particular might imply for a universal welfare state: more selectivity in social policy? less redistribution between young and old? more individual responsibility? By making use of the policy-mechanisms discussed before, the consequences of these strategies are discussed.


Romke van der Veen
Romke van der Veen is hoogleraar Sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Prof. dr. R.J. van der Veen Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Postbus 1738 3000 DR Rotterdam vanderveen@fsw.eur.nl
Artikel

Inleiding: De wonderbaarlijke terugkeer van Thomas Malthus

Over bevolkingspolitiek in een krimpende wereld

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2008
Auteurs Harry van Dalen en Ewald Engelen
Auteursinformatie

Harry van Dalen
Harry van Dalen is werkzaam als senior onderzoeker bij het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) te Den Haag en het CentER van de Universiteit van Tilburg.

Ewald Engelen
Ewald Engelen is universitair hoofddocent aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. E.R. Engelen Universiteit van Amsterdam Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam e.r.engelen@uva.nl
Boekbespreking

Transnationalisme en burgerschap

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Marianne van Bochove en Katja Rusinovic
Auteursinformatie

Marianne van Bochove
Marianne van Bochove is als aio verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).

Katja Rusinovic
Katja Rusinovic is als postdoc onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).
Boekbespreking

Europeanisering

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Marianne van de Steeg
Auteursinformatie

Marianne van de Steeg
Dr. Marianne van de Steeg werkt als junior UD (postdoc) bij de Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht, en heeft vooral op het gebied van de Europeanisering van mediadebatten gepubliceerd. Correspondentiegegevens: Dr. M. van de Steeg Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht m.w.vandesteeg@uu.nl
Artikel

Van technocratie naar ‘good governance’

De Europese Commissie in beweging

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Anchrit Wille
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the past years the European Commission has undergone it most significant changes since its inception. Internal reforms and a long series of treaty revisions have transformed the relationship of commissioners and that of their top officials. This paper describes how the emergence of new rules and recruiting patterns and a change in role interpretations have contributed to a growing demarcation between the political and administrative spheres in the European Commission.


Anchrit Wille
Dr. Anchrit Wille is verbonden aan het Departement Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: Dr. A.C. Wille Universiteit Leiden Departement Bestuurskunde Postbus 9555 2300 RB Leiden wille@fsw.leidenuniv.nl
Artikel

De verplaatsing van de 'Vierde Macht'

Inleiding op het themanummer

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Paul 't Hart, Sebastiaan Princen en Kutsal Yesilkagit
SamenvattingAuteursinformatie

    A large number of Dutch policy areas is governed by institutionalized European policy networks and European laws and rules. Various forms of multi-level governance have emerged that were seemingly unforeseen at the time when the field of European integration studies was preoccupied by the fierce debates between intergouvernmentalists and supernationalists. Nevertheless, the field has hitherto given little attention to how europeanisation has affected national civil service systems. This article kicks off this special issue with an overview of the recent literature on the effects of Europeanisation on national civil service systems.


Paul 't Hart
Prof. dr. Paul 't Hart is als hoogleraar verbonden aan de Australian National University en de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. 't Hart publiceerde onlangs met R. Rhodes, P. 't Hart en M. Noordegraaf (red.), Up Close and Personal. Studying Government Elites, Basingstoke: Palgrave McMillan 2007. Correspondentiegegevens: Political Science Program Research School of Social Sciences Australian National University Canberra ACT 0200 Australia hart@coombs.anu.edu.au

Sebastiaan Princen
Dr. Sebastiaan Princen is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Princen publiceerde onlangs 'Agenda-setting in the European Union: A Theoretical Exploration and Agenda for Research', Journal of European Public Policy 2007, 14: 21-38.

Kutsal Yesilkagit
Dr. Kutsal Yesilkagit is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Yesilkagit publiceerde onlangs (met J. Blom-Hansen) 'Supranational Governance or National Bussiness-as-Usual? The National Administration of EU Structural Funds in The Netherlands and Denmark', Public Administration 2007, 85: 503-524.

Olaf van Vliet
Olaf van Vliet is promovendus bij de afdeling Economie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: Olaf van Vliet Universiteit Leiden Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Economie Steenschuur 25, 2311 ES Leiden o.p.van.vliet@law.leidenuniv.nl

    Although long recognized as beneficial, a global language has not come to fruition despite considerable past efforts. A major reason is that many policy makers and citizens fear that such a universal language would undermine the particularistic, constituting primary languages of local and national communities. This dilemma can be greatly diminished by a two tier approach, in which efforts to protect the primary language will be intensified but all the nations involved would agree to use the same second language as the global one. Although theoretically the UN or some other such body could choose such a language, in effect English is increasingly occupying this position. However, policies that are in place slow down the development of a global language, often based on the mistaken assumption that people can readily gain fluency in several languages.


Amitai Etzioni
Amitai Etzioni is universiteitshoogleraar aan de George Washington University in Washington DC en directeur van het Insititute for Communitarian Policy Studies. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van het communitarisme. Enkele van zijn meest bekende werken zijn The Active Society (1969), The Spirit of Community (1993) en The New Golden Rule (1996).

Jelle Visser
De auteur is als hoogleraar empirische sociologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en is wetenschappelijk directeur van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS).
Artikel

Naar een Europees corporatisme?

Een vergelijking van de sociale en civiele dialoog op Europees niveau

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Inge Bleijenbergh en Taco Brandsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The European Commission has attempted to incorporate non-state actors in European decision-making through the so-called 'social dialogue' and 'civil dialogue'. The actors involved in the two dialogues are, respectively, social partners and civil society organisations. In this article we compare the two dialogues in terms of theories on the development of corporatist governmental arrangements. Our analysis shows that, whereas the social dialogue can now be characterised as corporatist, the civil dialogue remains pluralist in nature. We account for this difference by considering the interests of the actors involved, windows of opportunity and internal responsiveness.


Inge Bleijenbergh
Inge Bleijenbergh is universitair docent Methodenleer aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tot haar recente publicaties horen 'Equality Machineries Matter. The impact of political pressure of women on European social-care policies', Social Politics, 2007, 4: 1-23, met Conny Roggeband; en 'Trading well-being for economic efficiency: the 1990 shift in EU childcare policies', Marriage & Family Review, 2006, met Jet Bussemaker en Jeanne de Bruijn. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HV Nijmegen 024-3611474 i.bleijenbergh@fm.ru.nl

Taco Brandsen
Taco Brandsen is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tot zijn recente publicaties behoren The Dutch third sector and the European Union. Connecting citizens to Brussels?, Den Haag: WRR, 2007, met Esther van den Berg; Co-Production, the third sector and the delivery of public services, New York: Routledge, 2007, met Victor Pestoff; en Meervoudig Bestuur, Den Haag: Uitgeverij LEMMA, 2006, met Wim van de Donk en Patrick Kenis. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen 024-3611973 t.brandsen@fm.ru.nl
Artikel

'We can do better than that!'

Over de toekomst van het stelsel van sociale zekerheid in het licht van immigratie en integratie van niet-westerse immigranten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Erik de Gier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches four more or less excluding future scenarios with regard to immigration and social security. Its objective is to find an answer to the question how the Dutch welfare state and more in particular the system of social security can contribute positively to both labour market participation and social integration of non-western immigrants. The four scenarios, constructed on the basis of two dichotomies open versus closed country borders and privatised versus collective social security, can be perceived as ideal types. Although none of the four scenarios will contribute unequivocally to solving the problem of labour market participation and social integration of immigration, it turns out that two scenarios will be more realistic, given in particular the long-term development of the social security system towards further privatisation. These are the scenarios that combine privatised social security with open or closed borders. The first scenario will be more beneficial from an economic viewpoint. By contrast, the second scenario will be more attractive for those people who primarily want to restrict immigration.


Erik de Gier
Erik de Gier is hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid bij de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen en zelfstandig beleidsonderzoeker en adviseur. Correspondentiegegevens: Prof. dr. H.G. de Gier Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen e.degier@fm.ru.nl

Johan Mackenbach
Johan Mackenbach (1953) is epidemioloog en sociaal-geneeskundige, en als hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg verbonden aan het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam. Veel van zijn onderzoek ligt op het terrein van de sociale epidemiologie. Hij publiceerde ongeveer 300 artikelen in internationale wetenschappelijke tijdschriften, alsmede een groot aantal artikelen in Nederlandstalige wetenschappelijke tijdschriften. Hij is redacteur van het leerboek Volksgezondheid en gezondheidszorg (derde druk, Elsevier 2004), en lid van verschillende adviesorganen, waaronder de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Zorg. Correspondentieadres: Prof. dr. J.P. Mackenbach Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Postbus 2040 3000 CA Rotterdam j.mackenbach@erasmusmc.nl

Bob de Graaff
Bob de Graaff is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden; tevens is hij Socrates-hoogleraar voor politieke en culturele reconstructie aan de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. B.G.J. de Graaff Universiteit Leiden Faculteit der Sociale Wetenschappen Instituut Bestuurskunde Wassenaarseweg 52 2333 AK Leiden bgraaff@fsw.leidenuniv.nl
Artikel

Werkende vaders, zorgende mannen

De mogelijkheid van verandering

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2006
Auteurs Jan Willem Duyvendak en Monique Stavenuiter
SamenvattingAuteursinformatie

    Fathers may fundamentally change their behaviour, depending on the context. In this article, this aspect was investigated on the basis of three exceptional practices. The 'standard practice' has been defined as a living unit consisting of a man, a woman and one or more children, with the man working outside the home at regular times (generally from 9-17 hours) and the woman being (largely) responsible for household and care tasks. We speak of an exceptional practice if the man works non-regular hours, or has an unusual working pattern, or is part of a special type of household. The study involved around thirty such households, subdivided into the households of homosexual fathers, shiftworkers and teleworkers. The main conclusion of the article into exceptional practices is that men's views and preferences as regards the distribution of tasks between men and women are closely linked to the context in which they perform these tasks. In households characterised by a more balanced distribution of tasks, the alleged skills and preferences of men and the tradition in which they grew up have become largely or totally irrelevant. It turns out that men's opinions may change in situations where men are forced to carry out certain tasks because of a change in circumstances (different working hours, working patterns or alternative lifestyles). In that case, even supposedly poor skills are suddenly of little or no importance. Being 'alone' at home with the children appears to be an important stimulus to actually perform care tasks.


Jan Willem Duyvendak
Jan Willem Duyvendak is hoogleraar algemene sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en mede-auteur van het boek Working Fathers, Caring Men, Den Haag/Utrecht: Ministerie SZW/Verwey-Jonker Instituut. Correspondentieadres: UvA – afdeling sociologie en antropologie, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, duyvendak@uva.nl

Monique Stavenuiter
Monique Stavenuiter is werkzaam als hoofd van de onderzoeksgroep Maatschappelijke Participatie bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht en mede-auteur van het boek Working Fathers, Caring Men, Den Haag/Utrecht: Ministerie SZW/Verwey-Jonker Instituut.
Artikel

Grip op de post-Euclidische stad?

Oefeningen in de regio Amsterdam

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Willem Salet
SamenvattingAuteursinformatie

    Cities are in stage of transformation under the combined effect of enlargement of scale and the enlargement of scope of urban activities. The enlargement of scale is visible in the regionalization of urban development. Housing markets, labor markets and mobility patterns crystallize at regional level. However, the scaling up of urban life is not just an extension of the city as is experienced over more than a century. The simultaneous enlargement of scope makes the transformation more complex and dependant on external connections, both in the private and the public sector. The essay explores concepts that try to explain the nature of this new complexity. What is the meaning of 'urban space' and 'urban place' under the conditions of globalization? And what are the consequences for the guidance of collective action in the context of multi actor and multi level governance? The nature of urban change is illustrated in the case of the Randstad Holland, in particular the region of Amsterdam.


Willem Salet
Willem Salet is hoogleraar planologie aan de Universiteit van Amsterdam, Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Recente publicatie: W. Salet en Stan Majoor, 2005, Amsterdam Zuidas European Space, Rotterdam: 010 Uitgevers. Adres: AMIDSt, Nieuwe Prinsengracht 130, 1018 VZ Amsterdam, e-mail: W.G.M.Salet@uva.nl

    This article identifies institutions and arrangements concerning the reconciliation of working life and family life for various European countries. These institutions and arrangements concern time (flexible working hours and leave arrangements), money (tax systems) and facilities (childcare facilities). A fairer distribution of all work and care tasks requires proper facilities at national level in respect of childcare, parental leave, so-called leave savings schemes, the right to work part-time, etc. Such facilities are of particular importance while taking the first steps towards a fairer distribution: they will enable men to take on more tasks at home, while making it easier for women to work outside the home. The article concludes that with regard to reconciliation facilities, the differences between the several welfare states within the European Union are fading away. This is interesting, because as a result the EU countries are increasingly finding common ground in terms of solutions for reconciliation and more specifically the role of men.


Ivy Koopmans
Ivy Koopmans is als onderzoeker verbonden aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht. Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht, I.Koopmans@econ.uu.nl

Joop Schippers
Joop Schippers is hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht en tevens is hij als programmahoogleraar verbonden aan de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht

    Fathers may fundamentally change their behaviour, depending on the context. In this article, this aspect was investigated on the basis of three exceptional practices. The 'standard practice' has been defined as a living unit consisting of a man, a woman and one or more children, with the man working outside the home at regular times (generally from 9-17 hours) and the woman being (largely) responsible for household and care tasks. We speak of an exceptional practice if the man works non-regular hours, or has an unusual working pattern, or is part of a special type of household. The study involved around thirty such households, subdivided into the households of homosexual fathers, shiftworkers and teleworkers. The main conclusion of the article into exceptional practices is that men's views and preferences as regards the distribution of tasks between men and women are closely linked to the context in which they perform these tasks. In households characterised by a more balanced distribution of tasks, the alleged skills and preferences of men and the tradition in which they grew up have become largely or totally irrelevant. It turns out that men's opinions may change in situations where men are forced to carry out certain tasks because of a change in circumstances (different working hours, working patterns or alternative lifestyles). In that case, even supposedly poor skills are suddenly of little or no importance. Being 'alone' at home with the children appears to be an important stimulus to actually perform care tasks.


Monique Stavenuiter
Monique Stavenuiter is werkzaam als hoofd van de onderzoeksgroep Maatschappelijke Participatie bij het Verwey-Jonker Instituut te Utrecht en mede-auteur van het boek Working Fathers, Caring Men, Den Haag/Utrecht: Ministerie SZW/Verwey-Jonker Instituut. Adres: Verwey-Jonker Instituut, Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht, e-mail: mstavenuiter@verwey-jonker.nl

Jan Willem Duyvendak
Jan Willem Duyvendak is hoogleraar algemene sociologie aan de Universiteit van Amsterdam en mede-auteur van het boek Working Fathers, Caring Men, Den Haag/Utrecht: Ministerie SZW/Verwey-Jonker Instituut. Adres: Verwey-Jonker Instituut, Kromme Nieuwegracht 6, 3512 HG Utrecht
Toont 161 - 180 van 224 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 7 9 11 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.