Zoekresultaat: 494 artikelen

x

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Robots en arbeid: technologisch determinisme revisited?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Robots, technological determinism, organizational choice, new technology, technological unemployment
Auteurs Dr. Fabian Dekker
SamenvattingAuteursinformatie

    In today’s debate on the impact of new technology on employment, many fear that robots will substitute human labour. Due to increased exposure to market pressure and the decline in union power, the adoption of new technology at the workplace is perceived as an inevitable course in order to remain competitive. This rejects the basic principles behind organizational choice theory: the idea that technology is shaped by social agency. Analysis of qualitative data from 23 in-depth interviews in two sectors of the Dutch economy shows that the use of robotics at the workplace is far more limited than anticipated.


Dr. Fabian Dekker
Dr. Fabian Dekker is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij doet onderzoek naar flexibilisering van werk, jeugdwerkloosheid en nieuwe technologie. Website: www.fabiandekker.nl.
Artikel

Ambtenaren en levensbeschouwelijke tekens – een pleidooi voor inclusieve neutraliteit

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Inclusieve neutraliteit, hoofddoekendebat, ambtenarij, multiculturele samenleving, levensbeschouwelijke diversiteit
Auteurs dr. François Levrau
SamenvattingAuteursinformatie

    Every now and then the question whether or not civil servants are allowed to wear religious and ideological signs divides the minds of the people, and leads to societal and political controversy. In this article we examine this controversy by contrasting two different conceptions of neutrality, an inclusive and an exclusive account. We illustrate why the former is to be preferred and hence that a neutral government should not necessarily ask its servants to abstract from religious and cultural expressions. This however does not imply that all kinds of expressions should be allowed. In order to prevent a slippery slope, we formulate a number of formal criteria that can help to separate the proverbial wheat from the chaff: (1) the interpretation of neutrality in relation to a minimum and objective review; (2) the proportionality criterion; (3) the functionality criterion; and (4) the criterion of contact with the public.


dr. François Levrau
Dr. François Levrau is algemeen coördinator van het Steunpunt Inburgering & Integratie (Universiteit Antwerpen) en als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Migratie & Interculturele Studies (Universiteit Antwerpen).

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Alfred Kleinknecht
Dr. Alfred Kleinknecht is emeritus professor economie (VU Amsterdam 1994-1997; TU Delft 1997-2013) en sinds 2013 verbonden aan het WSI, Hans-Böckler-Stiftung in Düsseldorf.
Artikel

De voorspellende overheid

Transparantie is noodzakelijk, maar hoe?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden predictive analytics, transparency and accountability, preemptive predictions, public sector
Auteurs prof.dr. Ronald Leenes
SamenvattingAuteursinformatie

    Public administrations have always dealt with large volumes of data. They are now increasingly adopting sophisticated big data technologies to further leverage the data. Data provided by citizens, observed by sensors, deduced and inferred from diverse data sets are being used for decision making and making (pre-emptive) predictions about the behaviour of citizens and groups of citizens. The data and algorithms are not neutral nor flawless, but contain biases and may induce harms to individuals, such as discrimination, loss of autonomy, infringing their privacy. Big data decision making systems are usually opaque. Providing transparency about input, process, and even outcomes may be difficult due to the complexity inherent to the technology and even undesirable because it could affect the effectiveness of the system. This lack of transparency is at odds with the Rule of Law, which requires transparency and accountability of government action. What transparency should entail in the context of predictive analytics, however, is unclear. This short article points out some of the issues at stake.


prof.dr. Ronald Leenes
prof. dr. R.E. Leenes is hoogleraar aan de Tilburg University
Artikel

Big data en de toezichthouder: een gesprek met Gaël Kermarrec

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Auteurs Prof. dr. Ir. Joep Crompvoets en Dr. Haiko van der Voort
Auteursinformatie

Prof. dr. Ir. Joep Crompvoets
Prof. dr. ir. J. Crompvoets is senior researcher/consultant/lecturer aan de KU Leuven

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent aan de Technische Universiteit Delft
Research Note

Macro-economische prestaties, politiek vertrouwen en de economische crisis

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2016
Auteurs Patrick F.A. van Erkel en Tom W.G. van der Meer
Auteursinformatie

Patrick F.A. van Erkel
Patrick F.A. van Erkel is medewerker en doctoraatsstudent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Tevens is hij lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P). Zijn onderzoeksinteresses omvatten electoraal gedrag, voorkeurstemmen, vergelijkende politiek en politiek vertrouwen.

Tom W.G. van der Meer
Tom W.G. van der Meer is universitair hoofddocent Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam en codirecteur van het Nationaal en Lokaal Kiezersonderzoek in Nederland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politiek vertrouwen, electorale volatiliteit en sociaal kapitaal. Hij blogt regelmatig over deze en andere onderwerpen op het politicologisch weblog StukRoodVlees.nl.
Artikel

Politieke fragmentatie in Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. dr. Jan Lunsing en Prof. dr. Michiel Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    A gradual process of fragmentation is going on in the Dutch political landscape. This article first describes the political fragmentation (the number of parties in the parliament, the popularly elected body) of the Dutch municipalities after the local elections of march 2014. Next the authors address the background factors of political fragmentation. These factors are the task heaviness, the municipal size, the turnout at local elections and the administrative instability. Then they take up the consequences of political fragmentation. A high level of political fragmentation is accompanied by a somewhat higher absenteeism (so there is a little less ‘civil service power’), a somewhat higher debt per capita (so there are somewhat less financial reserves) and lower performance in the area of separate waste collection (an indication of a somewhat lower level of ‘civil society power’). The absence of an above average political fragmentation can be seen as an administrative resource. The hypothesis that municipalities with a higher level of political fragmentation are characterized by a higher number of administrative crises (early retiring administrators) could not be statistically accepted, nor (not yet) rejected.


Mr. dr. Jan Lunsing
Mr. dr. J.R. Lunsing is als onderzoeker en secretaris verbonden aan StiBaBo (Winsum). In mei 2015 promoveerde hij aan de Universiteit Twente bij Bas Denters en Michiel Herweijer op een proefschrift over de kloof tussen de burgers en het bestuur.

Prof. dr. Michiel Herweijer
Prof. dr. M. Herweijer is sinds 2011 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de vakgroep bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is directeur van de Noordelijke Rekenkamer en redacteur van Bestuurswetenschappen.

    With the term ‘system responsibility’ the authors (both working for the Dutch Scientific Council for Governmental Policy) mean the responsibility for the functioning of complex ‘administrative systems’. In these complex administrative systems supervision can have different roles: to assess the functioning one-sided from the perspective of the government, but also to put on reflective glasses (‘from afar glasses’) that aim at the bigger picture of divergent rationalities of the actors involved. In the second case, there is ‘system responsible supervision’. This essay explores the ‘what’ and the ‘how’ of the desirability of system responsible supervision in a society with complex, compound administrative systems. Such supervision can contribute to a somewhat better understanding of these systems and a somewhat better ability to adjust these complex systems. These supervisors can be seen as a necessary complement of the withdrawal of the government and the rise of ‘horizontal administration’, in which the hierarchical decision-power of the central government has gradually shifted to other actors. As unelected and as relatively independent actors they occupy a new, hybrid place in the ‘trias politica’, because on the one hand they have taken over functions of elected politicians and administrators and on the other hand they function in many respects as a quasi-judicial power.


Dr. Peter de Goede
Dr. P.J.M. de Goede is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij is voormalig redactiesecretaris en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Prof. dr. André Knottnerus
Prof. dr. J.A. Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.


Prof. dr. Herman van de Werfhorst
Prof. dr. Herman van de Werfhorst is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

De slagkracht van populisme. Een onderzoek naar de houding tegenover populisme bij jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Trefwoorden public opinion, Populism, Democracy, adolescents and young adults, political attitudes
Auteurs Gil Keppens, Dr. Jessy Siongers, Dr. Bram Spruyt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Populism is usually studied by investigating the political discourses of parties considered to be populist. In contrast, this paper attempts to measure the support for a populist attitude among adolescents and young adults (age 14 to 30) in Flanders (N = 2618), the Dutch speaking part of Belgium. This paper answers two research questions: (1) Which adolescents and young adults support the populist attitude and which are the core elements of populism that get the most support? (2) To what extent are adolescents and young adults who support the core elements of populism willing to be politically engaged? The results show that: (1) the support for the populist attitude is widespread among young people in Flanders, and (2) the relationship between a support for populism and political engagement is nuanced. Implications of the support of the populist attitude for democratic participation are discussed.


Gil Keppens
Gil Keppens is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Dr. Jessy Siongers
Dr. Jessy Siongers is als doctoraal assistente verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.

Dr. Bram Spruyt
Dr. Bram Spruyt is docent bij de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Lauren Vandenbossche
Lauren Vandenbossche is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Filip Van Droogenbroeck
Filip Van Droogenbroeck is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.
Discussie

Onvermijdelijke verdragswijziging vereist een ander EU-referendum

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Auteurs Adriaan Schout, Jan-Marinus Wiersma en David Bokhorst PhD
SamenvattingAuteursinformatie


Adriaan Schout
Europa Coördinator bij het Clingendael Instituut

Jan-Marinus Wiersma
Senior Visiting Fellow bij het Clingendael Instituut

David Bokhorst PhD
PhD Candidate - Universiteit van Amsterdam
Research Note

Geen woorden maar daden

Stemmen linkse en rechtse populisten hetzelfde in de Tweede Kamer?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2016
Auteurs Simon Otjes en Tom Louwerse
Auteursinformatie

Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker aan het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij publiceert over politieke partijen, partijsystemen en parlementair gedrag in Nederland en Europa.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is universitair docent aan de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt politieke representatie, parlementair gedrag en verkiezingen.
Artikel

Hoe korter, des te langer?

Over het verband tussen coalitieakkoorden en conflicten in gemeenten

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2015
Auteurs Jacomijn Visser BSc, Dr. Hans Vollaard en Dr. Frits Meijerink
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch municipality of Leiden used to be a rather ‘politically troublesome’ municipality, but after the formulation of a short coalition agreement during the 2010 to 2014 term of office, for the first time in a long while, no alderman was sent away. So, could short coalition agreements help to diminish the number of political conflicts, so that aldermen can remain in office for a longer period? In the first place, the answer to this question is important from a societal point of view because in the Netherlands an increasing number of aldermen are sent away. In the second place, it is important from an academic point of view because there is a lack of studies into local coalition agreements. In the third place, it is important because the analysis of the length of coalition agreements and the number of conflicts in almost all Dutch municipalities in the period 2010 to 2014 offers a good opportunity to test the contradictory expectations on the relationship between coalition agreements and political conflicts in Dutch municipalities at a national level. From the analysis, the authors conclude that there is a relationship between a high number of coalition parties and a large municipality, on the one hand, and longer coalition agreements, on the other hand. The length of the coalition agreements is not necessarily related to the number of conflicts measured by the number of aldermen sent away for political reasons. It is clear that the higher the number of coalition parties, the more conflicts there are likely to be, which is not an inviting prospect considering the ongoing fragmentation of municipal councils.


Jacomijn Visser BSc
J. Visser BSc MA deed een bachelor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Leiden en een master Nederland-Duitsland Studies aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. In 2014 kreeg ze de J.Th.J. van den Berg-prijs voor haar bachelorscriptie. Ze liep stage bij de gemeente Weeze (Duitsland).

Dr. Hans Vollaard
Dr. J.P. Vollaard is universitair docent Nederlandse en Europese politiek binnen het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Dr. Frits Meijerink
Dr. F.G.J. Meijerink is universitair docent op het terrein van de statistiek binnen het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

    Polling is being done a great deal in the Netherlands, especially during election campaigns when market researchers sometimes present new polls every day. The national government also takes polls that are often larger and more complicated than the quick and small polls conducted by market research agencies. They are often called surveys, and they gather information on the state of affairs in society. That information can become the basis for new policies. Local governments also take polls, although on a smaller scale than national government. Dutch municipalities have a tradition of organizing omnibus surveys in which (as the name indicates) several subjects can be addressed. Nowadays many ‘omnibus surveys have been replaced by ‘citizen panels’. One thing all these polls and surveys have in common is that they are based on random samples of the population and statements are made about the population as a whole based on these samples. Such generalizations are only possible if the sample is drawn using by random sampling methods. This article describes good and bad polling. This is illustrated using a unique example: the research into the opinion of the inhabitants of Alphen aan den Rijn, a Dutch municipality, on Sunday shopping. At the same time, and using the same questionnaire, three different polls were carried out. This example makes clear that the wrong sample can lead to incorrect conclusions and maybe to incorrect policy decisions.


Prof. dr. Jelke Bethlehem
Prof. dr. J.G. Bethlehem is bijzonder hoogleraar in de survey-methodologie aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij is tevens senior methodologisch adviseur bij het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag.

Drs. George Evers
Drs. G. Evers is senior onderzoeker/adviseur arbeidsvraagstukken bij het CAOP, het kenniscentrum voor de publieke sector. Hiervoor was hij onder meer werkzaam bij het A+O fonds Gemeenten.

Mr. drs. Jeroen Pepers
Mr. drs. J. Pepers is sinds 2010 directeur van het A+O fonds Gemeenten. Daarvoor was hij in diverse beleidsfuncties werkzaam in de gehandicaptenzorg.
Artikel

Nieuwe kennispraktijken: grenzenwerk revisited

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, knowledge brokering, intermediaries, problem structuring, unstructured problems
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr. John Grin, Prof. dr. Wim Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Given the scientific and social importance attached to productive interactions between science and policy practices, there is a striking lack of insight into current knowledge practices and the dilemmas they lead to. Our special issue can’t solve this deficiency but it can provide an impetus for opening up current knowledge practices, reflect on the role of science in them and instigate a more systematic exchange of methods. A warning is given for the reification of boundary work and Gabrielle Bammers’ Implementation and Integration Sciences is introduced as framework for the analyses.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. John Grin
Prof. dr. J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Wim Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Professioneel vermogen

Proactieve ‘coping’ door publieke professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public professionals, Teachers, performance pressures, proactive coping, professional capability
Auteurs Prof. dr. Mirko Noordegraaf, Nina van Loon MSc, Madelon Heerema MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Professional services such as educational services, are increasingly managed and optimized in order to improve performances. Performances of students, teachers and school (boards) are measured and evaluated. Increasingly, rules and systems focus on outputs and control. Consequently, the ‘freedom’ of professionals such as teachers is reduced, or is perceived and felt to be reduced. There have been growing debates on the problematic effects of performance pressures. Often, public professionals are seen as ‘defenseless victims’ of systems and pressures – they are ‘professionals under pressure’. In this paper, we introduce a more positive way of understanding professionals and professional action in changing contexts. We see professionals such as teachers as ‘active agents’ who can develop and regain control over their own situation. Professionals can deliver quality, in spite of bureaucratic burdens and managerial intrusions. We call this ability professional capability: ‘the ability to proactively deal with work-related expectations, tasks and burdens in dynamic stakeholder environments’. This paper combines research on public administration, organizational sociology and occupational psychology, to generate a more productive understanding of proactive coping of professionals in public domains. We define and operationalize professional capacity, we explore sources and effects, and we develop hypotheses for further research.


Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Nina van Loon MSc
Nina van Loon MSc was als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam bij Aarhus University, Denemarken.

Madelon Heerema MSc
Madelon Heerema MSc is als researcher verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Marit Weggemans MSc
Marit Weggemans MSc was als student-assistent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Boekbespreking

Is de toekomst actueel?

Piketty’s extrapolaties nader bezien

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Auteurs Prof. dr. Martin M.G. Fase
SamenvattingAuteursinformatie

    In this feature authors review recently published books on subjects of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Prof. dr. Martin M.G. Fase
Prof. dr. Martin Fase is emeritus hoogleraar monetaire economie op de UvA en voormalig onderdirecteur van De Nederlandsche Bank.
Toont 161 - 180 van 494 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 24 25
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.