Zoekresultaat: 456 artikelen

x
Artikel

Access_open Bouwen aan de ideale bestuurskunde

Reflecties van tien jonge hoogleraren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Public Administration, Policy Sciences, Academia vs. practice
Auteurs Dr. Philip Marcel Karré
Samenvatting

    For this article, part of a series on the future of the discipline in the Netherlands, the author has talked to ten newly appointed professors in the field of public administration. We discussed their background, how they see their role and position within university and society and how they view recent developments in our field of study and our discipline. The young professors share their view on how our discipline could and should develop and what their role will be in this process.


Dr. Philip Marcel Karré
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf
Praktijk

Ambtelijk statuut met een pluspakket

Reactie uit de bestuurlijke praktijk

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Drs. Marcel van Bijnen
Auteursinformatie

Drs. Marcel van Bijnen
Drs. M.J.A. van Bijnen MBA is secretaris en algemeen directeur van Drechtsteden, de samenwerking tussen Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht.

    Politicians and scientists in the Netherlands often claim that only municipalities with over 100,000 inhabitants (so called ‘100,000+ municipalities’) have enough administrative power to be able to carry out their tasks in the future well. This is also the case for the responsibilities that recently have handed over to the Dutch municipalities as part of the three decentralizations. Against the background of this debate, the authors of this essay argue that the experiences of the four European microstates – Andorra, Liechtenstein, Monaco and San Marino –may offer an interesting frame of reference where it concerns the delivery of public services. These four countries have all the responsibilities and tasks of a sovereign state, but at the same time three of the four countries have a population of fewer than 40,000 inhabitants. Also, the fourth country is smaller than a 100,000+ municipality. Despite the small size of these states, their public services are of an exceptionally high level. Therefore this essay tries to answer two questions: How is this possible? What can we learn from the experiences of these microstates about the debate on scale and administrative power in the Netherlands?


Dr. ir. Pepijn van Houwelingen
Dr. ir. P. van Houwelingen is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Dr. Wouter Veenendaal
Dr. W.P. Veenendaal is onderzoeker bij het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Big data klaar voor gebruik?

De coördinatie van de dataketen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden chain, big data process, coordination, transfer, data quality
Auteurs Prof.dr.ir. Marijn Janssen en dr. Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    In the sequence of creating, processing and use of data several actors are involved. They have different knowledge, skills, motives and interests. In this contribution big data is framed as a coordination effort in a chain. This perspective emphasizes the importance of transfers between actors. It emphasizes their difficulties too. Do actors mean the same? Do actors understand the same? Do actors want the same? To understand the value of data, the entire process from data creation to use need to be considered. This process may entirely take place within an organization. More often parts of the process are outside the organization. The challenge for governments that use big data for their decisions, is managing the quality of data and the chain that process them.


Prof.dr.ir. Marijn Janssen
Prof.dr.ir. M.F.W.H.A. Janssen is hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft

dr. Haiko van der Voort
dr. H.G. (Haiko) van der Voort is universitair docent aan de Technische Universiteit Delft
Artikel

Access_open ‘Wat hebben wij aan u?’

Bestuurskundigen beantwoorden vragen over hun vak

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden public administration research, public administration field, state of play, advice, applied research
Auteurs Prof. dr. Martijn van der Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    The field of public administration research is continuously changing. This article takes stock of the field by asking four open questions to a large group of public administration practitioners and scholars. The questions prompt a debate about the state of play of the field of public administration in The Netherlands. Several dilemmas become apparent. Firstly, there is the tension between rigor and relevance of research. More rigorous methodology should not come at the expense of relevance in practice. Moreover, pressure to publish in international academic journals draws scholars away from the more practical outlets for research findings. Ever more is ‘written’, but less of that reaches the more practical audiences. This is congruent with the impression that public administration scholars should invest more in their narratives, so that the important message of public administration research reaches wider audiences and helps to reflect on pressing societal issues. Furthermore, there is a need for public administration scholars to be more active in helping practitioners solve the complex policy puzzles they face. This requires the ability to walk the fine line between keeping distance and becoming genuinely involved in policy processes. All of these factors can help the field of public administration take next steps in its development, to regain the connection with practice and raise its academic standards.


Prof. dr. Martijn van der Steen
Prof.dr. M.A. van der Steen is adjunct-directeur van de NSOB en bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    For the Dutch Association of Municipal Councillors (Raadslid.Nu) Bas Denters, professor of Public Administration at the University of Twente, wrote an essay on control and accountability in local government and the role of the municipality in this process. At close examination the relations in this area are less clear than they look on paper. The reason is what Mark Bovens and others have called the ‘displacement of politics’ in all its appearances: regionalization, privatization and socialization (i.e. tasks carried out by the society instead of the government). That process requires reflection on the question how democratic control and accountability at the local level can be reshaped. It is important to experiment with new ways in which municipal councils redefine the local processes of control and accountability. One can think of: (a) broadening the scope of the section in Dutch Municipal Law on affiliated parties (‘Verbonden Partijen’); (b) formulating Governance Charters and process framework notes; and (c) organizing the ‘democratic encirclement’ of the local administration, e.g. by other parties. In various places interesting initiatives have already been taken and hopefully this essay and the attention from Raadslid.Nu will contribute to more municipalities daring to blaze new paths.


Prof. dr. Bas Denters
Prof. dr. S.A.H. Denters is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Twente, wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool Bestuurskunde (NOB), wetenschappelijk adviseur van KISS en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

    Since 2001 the Dutch province of Overijssel has its own knowledge centre in the area of urban society next to the national knowledge centres: the ‘KennisInstituut Stedelijke Samenleving’ (KISS). In a previous essay an overview of KISS-meetings dedicated to citizen participation was given. Examples were used from all over the world. This essay zooms in on Deventer, a municipality with almost 100.000 inhabitants in the east of the Netherlands, that can be considered a frontrunner in the area of innovative community and area development. This essay gives an impression of some KISS-meetings on physical community development (to give the inhabitants a say in the physical renewal of their neighbourhoods), social community development (to stimulate inhabitants to improve their own life chances) and economic community development (to give the inhabitants better opportunities on the labour market). This approach was implemented in a deprived neighbourhood (‘Rivierenbuurt’) for the first time and was accompanied by ‘verbal renewal’. The case of area development (‘Havenkwartier’) concerns the subject of temporarily landscapes (‘pauzelandschappen’) that are developed, because the original development plans have incurred a delay. Apart from its willingness to break new ground Deventer shows a lot of attention for issues of sustainability and the positive role of the art sector. In short it is a versatile ‘micropolis’ that uses the available ‘social capital’ and the ‘creative class’ well.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.


René Cuperus
René Cuperus is wetenschappelijk medewerker bij de Wiardi Beckman Stichting, gastonderzoeker op het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam, en columnist van de Volkskrant en van Social Europe Journal.
Artikel

De slagkracht van populisme. Een onderzoek naar de houding tegenover populisme bij jongeren en jongvolwassenen in Vlaanderen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Trefwoorden public opinion, Populism, Democracy, adolescents and young adults, political attitudes
Auteurs Gil Keppens, Dr. Jessy Siongers, Dr. Bram Spruyt e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Populism is usually studied by investigating the political discourses of parties considered to be populist. In contrast, this paper attempts to measure the support for a populist attitude among adolescents and young adults (age 14 to 30) in Flanders (N = 2618), the Dutch speaking part of Belgium. This paper answers two research questions: (1) Which adolescents and young adults support the populist attitude and which are the core elements of populism that get the most support? (2) To what extent are adolescents and young adults who support the core elements of populism willing to be politically engaged? The results show that: (1) the support for the populist attitude is widespread among young people in Flanders, and (2) the relationship between a support for populism and political engagement is nuanced. Implications of the support of the populist attitude for democratic participation are discussed.


Gil Keppens
Gil Keppens is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Dr. Jessy Siongers
Dr. Jessy Siongers is als doctoraal assistente verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent.

Dr. Bram Spruyt
Dr. Bram Spruyt is docent bij de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Lauren Vandenbossche
Lauren Vandenbossche is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

Filip Van Droogenbroeck
Filip Van Droogenbroeck is als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep TOR van de Vrije Universiteit Brussel.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Essay

Wat te zeggen?

Tolerantie en vrijheid van meningsuiting na Parijs

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2016
Auteurs Floris Mansvelt Beck
Auteursinformatie

Floris Mansvelt Beck
Floris Mansvelt Beck is als docent politieke filosofie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar constitutionalisme en liberalisme in de (post)geseculariseerde samenleving.

    Since 2001, the Dutch province of Overijssel has had its own knowledge centre focusing on urban society, called the ‘KennisInstituut Stedelijke Samenleving’ (KISS), alongside national knowledge centres. This essay gives an overview of some relevant KISS meetings devoted to a many kinds of citizen participation. The overview is based on reports made by the author himself. Examples of citizen participation are: the new styles of neighbourhood governance, citizen participation through neighbourhood budgets, the strength of the city and location-based leadership, innovative urban renewal and the promotion of citizen initiatives in the province of Overijssel. Examples are not only from the province of Overijssel (situated in the east of the Netherlands), but also from other parts of the Netherlands and other countries (Flanders, United Kingdom, United States and all over the world). The subject of citizen participation (in connection with urban renewal and administrative leadership) enjoys an ever-increasing popularity as is shown by the number of KISS meetings devoted to this subject.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Discussie

Heeft de omwenteling in het lokaal bestuur wel plaatsgevonden?

Twijfels over de voorspelde ‘shift’ van government naar governance

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 4 2015
Auteurs Dr. mr. Jan Schrijver
SamenvattingAuteursinformatie

    On April 8th 2015, Jan Schrijver got his PhD at Maastricht University (Arno Korsten was his doctoral thesis supervisor) on research into 40 years of Dutch administrative policy (1969 to 2009). This period largely coincided with his career as a senior civil servant (1976 to 2003). The expectation often predicted in Public Administration was that a shift from government to governance (from cockpit thinking to a network society) would occur in the dominant administrative theory. However, this shift was not detected in the Departments of Home Affairs and Agriculture during the research period. In the literature on Dutch local administration, qualitative (and often ambivalent) information is generally to be found. On the one hand, this literature emphasizes the inevitability of this shift and offers a lot of case descriptions. On the other hand, Dutch handbooks on local administration devote little attention to this development and contain many views that point to stubborn administrative methods employed by old-style governors. The author concludes that Dutch national administration converges to one firm, while local administration diverges into a leading group of municipalities and a group of followers.


Dr. mr. Jan Schrijver
Dr. mr. J.F. Schrijver is oud-ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Na zijn pensioen schreef hij een proefschrift aan de Universiteit van Maastricht waarop hij 8 april 2015 promoveerde.

    Polling is being done a great deal in the Netherlands, especially during election campaigns when market researchers sometimes present new polls every day. The national government also takes polls that are often larger and more complicated than the quick and small polls conducted by market research agencies. They are often called surveys, and they gather information on the state of affairs in society. That information can become the basis for new policies. Local governments also take polls, although on a smaller scale than national government. Dutch municipalities have a tradition of organizing omnibus surveys in which (as the name indicates) several subjects can be addressed. Nowadays many ‘omnibus surveys have been replaced by ‘citizen panels’. One thing all these polls and surveys have in common is that they are based on random samples of the population and statements are made about the population as a whole based on these samples. Such generalizations are only possible if the sample is drawn using by random sampling methods. This article describes good and bad polling. This is illustrated using a unique example: the research into the opinion of the inhabitants of Alphen aan den Rijn, a Dutch municipality, on Sunday shopping. At the same time, and using the same questionnaire, three different polls were carried out. This example makes clear that the wrong sample can lead to incorrect conclusions and maybe to incorrect policy decisions.


Prof. dr. Jelke Bethlehem
Prof. dr. J.G. Bethlehem is bijzonder hoogleraar in de survey-methodologie aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij is tevens senior methodologisch adviseur bij het Centraal Bureau voor de Statistiek in Den Haag.

Drs. George Evers
Drs. G. Evers is senior onderzoeker/adviseur arbeidsvraagstukken bij het CAOP, het kenniscentrum voor de publieke sector. Hiervoor was hij onder meer werkzaam bij het A+O fonds Gemeenten.

Mr. drs. Jeroen Pepers
Mr. drs. J. Pepers is sinds 2010 directeur van het A+O fonds Gemeenten. Daarvoor was hij in diverse beleidsfuncties werkzaam in de gehandicaptenzorg.
Artikel

Access_open Quo vadis, Nederlandse Bestuurskunde?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public administration
Auteurs Dr. Caelesta Braun, Dr. Menno Fenger, Prof. dr. Paul ’t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forty years ago, Dutch Public Administration started as an independent academic discipline. The founding fathers considered empirical application and multidisciplinarity the most important characteristics of public administration. This article assesses the current state of the discipline in the Netherlands. The assessment is the result of a series of five debates throughout the country, focussing on different elements of the Public Administration discipline: education, academic research, consultancy and policy advice. In brief, the article argues that the discipline has reached maturity in these forty years. It has become an accepted academic discipline, on the verge of a mono-discipline. The Netherlands is considered as one of the leading countries in public administration research. However, these successes also create a gap between public administration as a successful academic discipline and its roots as a multi-disciplinary, applied science. Renewing the balance between these two will be the main challenge for the decades to come.


Dr. Caelesta Braun
Dr. C. Braun is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO).

Dr. Menno Fenger
Dr. H.J.M. Fenger is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Paul ’t Hart
Prof. dr. P. ’t Hart is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO) en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Dr. Judith van der Veer
Dr. J. van der Veer, postdoc bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Tanja Verheij
Drs. A.J.M. Verheij is managing director bij Berenschot.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Toont 161 - 180 van 456 gevonden teksten
1 2 5 6 7 9 11 12 13 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.