Zoekresultaat: 153 artikelen

x
Artikel

Naar een Europees corporatisme?

Een vergelijking van de sociale en civiele dialoog op Europees niveau

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Inge Bleijenbergh en Taco Brandsen
SamenvattingAuteursinformatie

    The European Commission has attempted to incorporate non-state actors in European decision-making through the so-called 'social dialogue' and 'civil dialogue'. The actors involved in the two dialogues are, respectively, social partners and civil society organisations. In this article we compare the two dialogues in terms of theories on the development of corporatist governmental arrangements. Our analysis shows that, whereas the social dialogue can now be characterised as corporatist, the civil dialogue remains pluralist in nature. We account for this difference by considering the interests of the actors involved, windows of opportunity and internal responsiveness.


Inge Bleijenbergh
Inge Bleijenbergh is universitair docent Methodenleer aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Tot haar recente publicaties horen 'Equality Machineries Matter. The impact of political pressure of women on European social-care policies', Social Politics, 2007, 4: 1-23, met Conny Roggeband; en 'Trading well-being for economic efficiency: the 1990 shift in EU childcare policies', Marriage & Family Review, 2006, met Jet Bussemaker en Jeanne de Bruijn. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HV Nijmegen 024-3611474 i.bleijenbergh@fm.ru.nl

Taco Brandsen
Taco Brandsen is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tot zijn recente publicaties behoren The Dutch third sector and the European Union. Connecting citizens to Brussels?, Den Haag: WRR, 2007, met Esther van den Berg; Co-Production, the third sector and the delivery of public services, New York: Routledge, 2007, met Victor Pestoff; en Meervoudig Bestuur, Den Haag: Uitgeverij LEMMA, 2006, met Wim van de Donk en Patrick Kenis. Correspondentiegegevens: Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen 024-3611973 t.brandsen@fm.ru.nl
Artikel

'We can do better than that!'

Over de toekomst van het stelsel van sociale zekerheid in het licht van immigratie en integratie van niet-westerse immigranten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Erik de Gier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches four more or less excluding future scenarios with regard to immigration and social security. Its objective is to find an answer to the question how the Dutch welfare state and more in particular the system of social security can contribute positively to both labour market participation and social integration of non-western immigrants. The four scenarios, constructed on the basis of two dichotomies open versus closed country borders and privatised versus collective social security, can be perceived as ideal types. Although none of the four scenarios will contribute unequivocally to solving the problem of labour market participation and social integration of immigration, it turns out that two scenarios will be more realistic, given in particular the long-term development of the social security system towards further privatisation. These are the scenarios that combine privatised social security with open or closed borders. The first scenario will be more beneficial from an economic viewpoint. By contrast, the second scenario will be more attractive for those people who primarily want to restrict immigration.


Erik de Gier
Erik de Gier is hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid bij de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen en zelfstandig beleidsonderzoeker en adviseur. Correspondentiegegevens: Prof. dr. H.G. de Gier Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen e.degier@fm.ru.nl

Bob de Graaff
Bob de Graaff is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden; tevens is hij Socrates-hoogleraar voor politieke en culturele reconstructie aan de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. B.G.J. de Graaff Universiteit Leiden Faculteit der Sociale Wetenschappen Instituut Bestuurskunde Wassenaarseweg 52 2333 AK Leiden bgraaff@fsw.leidenuniv.nl

    This article identifies institutions and arrangements concerning the reconciliation of working life and family life for various European countries. These institutions and arrangements concern time (flexible working hours and leave arrangements), money (tax systems) and facilities (childcare facilities). A fairer distribution of all work and care tasks requires proper facilities at national level in respect of childcare, parental leave, so-called leave savings schemes, the right to work part-time, etc. Such facilities are of particular importance while taking the first steps towards a fairer distribution: they will enable men to take on more tasks at home, while making it easier for women to work outside the home. The article concludes that with regard to reconciliation facilities, the differences between the several welfare states within the European Union are fading away. This is interesting, because as a result the EU countries are increasingly finding common ground in terms of solutions for reconciliation and more specifically the role of men.


Ivy Koopmans
Ivy Koopmans is als onderzoeker verbonden aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht. Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht, I.Koopmans@econ.uu.nl

Joop Schippers
Joop Schippers is hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht en tevens is hij als programmahoogleraar verbonden aan de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht

Gjalt de Graaf
Gjalt de Graaf is universitair hoofddocent bestuurswetenschappen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. G. de Graaf Vrije Universiteit Faculteit der Sociale Wetenschappen Afdeling Bestuurswetenschappen De Boelelaan 1081 1081 HV Amsterdam g.de.graaf@vu.nl
Artikel

Goed bestuur in de stad: Wat staat op het spel?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2010
Auteurs Frank Hendriks en Gerard Drosterij
Auteursinformatie

Frank Hendriks
Prof. dr F. Hendriks is hoogleraar vergelijkende bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg.

Gerard Drosterij
Dr G. Drosterij is onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur.

Linze Schaap
Dr L. Schaap als Universitair Hoofddocent, L.J. de Graaf en J.J.C. van Ostaaijen als onderzoeker.

Laurens de Graaf

Julien van Ostaaijen

Hendrik Wagenaar
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Robert Duiveman
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Harry Kruiter
Drs H. Kruiter is zelfstandig onderzoeker en was eerder werkzaam voor hetzelfde Centre.
Artikel

Migranten en de erfenis van de verzuiling in Nederland

Een analyse van de invloed van de verzuiling op het Nederlandse migrantenbeleid (circa 1970-heden)

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2008
Auteurs Marcel Hoogenboom en Peter Scholten
SamenvattingAuteursinformatie

    It is often claimed, that there is a clear relationship between the Dutch experience with the 'pillarization' of national minorities in the nineteenth and twentieth century, and the 'integration' of ethnic minorities in Dutch society by government policies since the 1970s. This claim has never been substantiated though. In this article, the relationship is examined systematically on the basis of an analytical distinction between the 'organizational principles' and the 'rules of the game' of pillarization. It is concluded that traces of the organizational principles and the rules of the game of pillarization can, indeed, clearly be found in the minority policies of the 1970s and 1980s, but that since the early 1990s a process of 'de-pillarization' of government policies has set in. The article shows that in the early twenty-first century the experience with pillarization can hardly be traced in the minority policies.


Marcel Hoogenboom
Marcel Hoogenboom is universitair docent aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Dr. M. Hoogenboom Universiteit Utrecht Faculteit Sociale Wetenschappen Algemene Sociale Wetenschappen Heidelberglaan 2, de Uithof 3584 CS Utrecht m.j.m.hoogenboom@uu.nl

Peter Scholten
Peter Scholten is universitair docent aan de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Correspondentiegegevens: Dr. P. Scholten Universiteit Twente Faculteit Management en Bestuur Vakgroep Maatschappelijke Risico's en Veiligheid Postbus 217 7500 AE Enschede p.w.a.scholten@utwente.nl
Artikel

Besturen in commissie

Verklaring van een fenomeen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2008
Auteurs Martin Schulz, Mark van Twist en Henk Geveke
SamenvattingAuteursinformatie

    Governing the Netherlands seems to have become a form of governing by commission. Between 1995 and 2005 Dutch central government installed at least 364 commissions that we were able to identify. Cuts in this phenomenon are often called for by its opponents since commissions are often believed to be a strategic instrument for policymaker to cut democratic corners or slow down policy making processes. Dutch Parliament by motion has even asked government to keep from forming (so many) commissions. Still trends have not changed and new commissions are being formed almost every other week. Apparently there are compelling reasons for forming commissions. In this article we discuss how societal and public context lead to the installation of commissions. Furthermore we argue that installation of a commission can be clearly understood from the motives officials have with its formation. Hiring expertise (60%), independence of members (30%) and creating legitimacy (20%) are important factors regarding these motivations. Timing of commissions within election cycles is strategic: installation shortly after the new administration is effective, as is reporting back before the next elections. As long as politics remains politics calling for less commissions has mostly symbolic value.


Martin Schulz
Martin Schulz werkt aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg aan een proefschrift over commissies en is senior adviseur bij Berenschot Procesmanagement. Correspondentiegegevens: Drs. J.M. Schulz Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg 013-4662128 j.m.schulz@uvt.nl

Mark van Twist
Mark van Twist is bijzonder hoogleraar Publiek-private samenwerking aan de Faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen, decaan van de NSOB en directeur bij Berenschot Procesmanagement. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M.J.W. van Twist Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur Lange Voorhout 17 2514 EB Den Haag 070-3024910 twist@nsob.nl

Henk Geveke
Henk Geveke is directeur Nationale Veiligheid bij het ministerie van Binnenlandse Zaken. Correspondentiegegevens: Drs. H.G. Geveke Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Postbus 20011 2500 EA Den Haag 070 426 8365 henk.geveke@minbzk.nl

    Recently in The Netherlands, as in other countries, many have called for administrative and democratic reform. The perspectives implicated in the arguments for change differ, however. Some argue for a strengthening of mechanisms of control and accountability. Others opt for more – and more direct – citizen participation in governance. In effect, these perspectives often contradict. In this article we will look into J.S. Mill's effort to combine such different perspectives. It is shown that in his considerations on good government a third principle is active: administrative competence or quality. Mill, thus, makes us aware of a deficiency in many contemporary evaluations of administrative and democratic renewal.


Berry Tholen
Dr. Berry Tholen is als bestuurskundige verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderwijs omvat de cursussen 'Binnenlands Bestuur' en 'Bestuurlijke Ethiek'. In zijn onderzoek concentreert hij zich op vragen van rechtvaardigheid en legitimiteit in bestuur en beleid. Hij publiceerde recentelijk onder meer in International Review of Administrative Sciences en in European Journal of Migration and Law. Adres: Afd. Bestuurskunde, Faculteit der Managementwetenschappen, Radboud Universiteit Nijmegen, Postbus 9108, 6500 HK Nijmegen, email: b.tholen@fm.ru.nl

Ringo Ossewaarde
Dr M.R.R. Ossewaarde is als universitair hoofddocent sociologie verbonden aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Duco Bannink
Dr Duco Bannink is verbonden aan de capaciteitsgroep Maatschappelijke Risico's en Veiligheid van de faculteit Management & Bestuur van de Universiteit Twente.
Toont 141 - 153 van 153 gevonden teksten
1 2 3 4 5 6 8 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.