Zoekresultaat: 289 artikelen

x
Artikel

Bereikt coproductie kwetsbare burgers?

Een analyse van belemmeringen voor kwetsbare burgers in drie fasen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden co-production, public services, vulnerable citizens, trust
Auteurs Joost Fledderus MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Co-production is regarded as a way to actively involve vulnerable citizens with public service delivery. However, there are several critical aspects that may lead to the unexpected exclusion of this group by public organizations, which have been insufficiently addressed hitherto. On the basis of a dissertation research, these critical aspects are analyzed for three phases of co-production. In the first phase, self-selection and organizational selection may lead to the exclusion of vulnerable citizens. In the second phase, a lack of commitment of the user and organizational support increase the chance of early discontinuation of co-production by vulnerable citizens. Finally, in the evaluation phase, it is likely that disadvantaged citizens attribute potential success of co-production to themselves and do not reward the public service provider for this. This has the possible consequence that there is no recognition for the added value of co-production, which may lead to less co-production that involves vulnerable citizens in the future.


Joost Fledderus MSc
J. Fledderus MSc studeerde sociologie in Nijmegen en bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn PhD-onderzoek aan de Radboud Universiteit Nijmegen richtte zich op de relatie tussen coproductie van publieke dienstverlening en vertrouwen in publieke dienstverlening, vertrouwen in de overheid en vertrouwen in de samenleving. Het empirische deel van zijn onderzoek is voornamelijk gebaseerd op ervaringen van deelnemers van werkcorporaties, een activeringsprogramma voor bijstandsgerechtigden in Nijmegen. Op dit moment is hij werkzaam als onderzoeker/adviseur bij Necker van Naem.
Artikel

Over de werking en waardering van kennispraktijken

Of hoe een vraagstuk het onderzoek krijgt dat het verdient

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, Integration & Implementation Sciences, practice approach, knowledge intermediary, knowledge transfer
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr John Grin, Prof. dr John Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    When scientific values like objectivity, validity and reliability are inadequate for designing research that enables society’s capacity for dealing with unstructured problems, which values or criteria should we use for designing adequate knowledge practices? Based on the articles in this special issue we answer this question by analysing the methods researchers have used for selecting stakeholders, knowledges, synthesis, context and outcome in new knowledge practices. Although a common language for comparison and documentation is lacking, the analysis provides recommendations for better designing interaction between scientific and other practices. The most important message however is that we need a designated platform for exchanging and evaluating experiences and discussing methods and the outcomes they yield.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Grin
Prof. dr J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Professioneel vermogen

Proactieve ‘coping’ door publieke professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public professionals, Teachers, performance pressures, proactive coping, professional capability
Auteurs Prof. dr. Mirko Noordegraaf, Nina van Loon MSc, Madelon Heerema MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Professional services such as educational services, are increasingly managed and optimized in order to improve performances. Performances of students, teachers and school (boards) are measured and evaluated. Increasingly, rules and systems focus on outputs and control. Consequently, the ‘freedom’ of professionals such as teachers is reduced, or is perceived and felt to be reduced. There have been growing debates on the problematic effects of performance pressures. Often, public professionals are seen as ‘defenseless victims’ of systems and pressures – they are ‘professionals under pressure’. In this paper, we introduce a more positive way of understanding professionals and professional action in changing contexts. We see professionals such as teachers as ‘active agents’ who can develop and regain control over their own situation. Professionals can deliver quality, in spite of bureaucratic burdens and managerial intrusions. We call this ability professional capability: ‘the ability to proactively deal with work-related expectations, tasks and burdens in dynamic stakeholder environments’. This paper combines research on public administration, organizational sociology and occupational psychology, to generate a more productive understanding of proactive coping of professionals in public domains. We define and operationalize professional capacity, we explore sources and effects, and we develop hypotheses for further research.


Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Nina van Loon MSc
Nina van Loon MSc was als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam bij Aarhus University, Denemarken.

Madelon Heerema MSc
Madelon Heerema MSc is als researcher verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Marit Weggemans MSc
Marit Weggemans MSc was als student-assistent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Vroeger voor vandaag

Heden-verledenvergelijkingen voor praktisch gebruik

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2015
Trefwoorden Past-present comparisons, methodology, Valorisation, History, Policy
Auteurs Dr. Anita Boele, Prof. dr. Arjan van Dixhoorn en Dr. ir. Pepijn van Houwelingen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we explore how and under what circumstances present-past comparisons can be used to find solutions to current social issues. We argue that meaningful comparisons can not only be made between countries or groups within countries, rather, comparisons between current and past societies too can enrich our thinking about pressing social problems. We search for the conditions under which such comparisons are possible without undermining the professional skills, epistemological and methodological insights of the various disciplines. Learning from the past calls for an in-depth study of present problems and the historical (role) model alike, with historians and social and political scientists cooperating in teams. We propose a five-step-method: (1) diagnosing the social issue, (2) tracing comparable historical practices that might offer solutions, (3) distilling these practices from their historical contexts, (4) massaging the ‘historical’ practices into the diagnosed present-day context through an imaginative exercise, and (5) implementing these solutions into everyday life through forms of experiment.


Dr. Anita Boele
Dr. Anita Boele is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Utrecht, departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis.

Prof. dr. Arjan van Dixhoorn
Prof. dr. Arjan van Dixhoorn is als bijzonder hoogleraar ‘Geschiedenis van Zeeland in de Wereld’ (Hurgronje-leerstoel) van de Universiteit Utrecht verbonden aan het Arts & Humanities Department van University College Roosevelt (Middelburg).

Dr. ir. Pepijn van Houwelingen
Dr. ir. Pepijn van Houwelingen is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Article

Ideologische inertie op links, flexibiliteit op rechts?

Een onderzoek naar de mate van programmatische flexibiliteit bij liberalen en socialisten in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2015
Trefwoorden ideology, manifestos, party change, Belgium
Auteurs Nicolas Bouteca
SamenvattingAuteursinformatie

    In order to win elections political parties sometimes adapt their policy platforms to a changing society. But according to some scholars left-wing parties are in this regard more reluctant than right-wing parties. The former would show less programmatic flexibility than the latter. Other authors nuance this difference and state that leftist parties are ideologically more volatile at one moment and rightist parties at another time. In this article we empirically test whether rightist parties show more programmatic flexibility than leftist parties. We make use of an in depth quantitative analysis of the socio-economic policy proposals of the Belgian liberal and social-democratic parties between 1961 and 2010. We find that the right-wing liberal party indeed makes larger programmatic changes. The intensity of the ties with social groups such as trade unions is probably the most important variable to explain this difference.


Nicolas Bouteca
Nicolas Bouteca promoveerde in 2011 op een proefschrift over ideologische convergentie. Momenteel werkt hij als docent aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent en is hij lid van de onderzoeksgroep GASPAR. Zijn interesses zijn: ideologie, politieke partijen, electorale competitie en het Belgisch federalisme.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Spanningsvolle verbindingen tussen verticale en horizontale sturing

Een empirische analyse van de Dialoogtafel in Groningen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Drs. Arnout Ponsioen, Drs. Mildo van Staden en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses the Dialogue Table (‘Dialoogtafel’ in Dutch) in Groningen, the most northern province in the Netherlands, as an example of connecting vertical and horizontal steering. The Dialogue Table was set up to supervise the spending of compensation money for the damage from the earthquakes caused by gas extraction in this province. The Dialogue Table combines vertical forms of governance, such as a unilateral imposition of the budget and the presidency of the Dialogue Table, and more horizontal forms such as equal deliberation between administrative bodies and stakeholders. The central questions are which tensions will occur in these two different logics of steering, how one deals with these tensions and which competences this requires from civil servants. An exploratory analysis of the case shows that tensions occur around (1) the starting conditions (costs, presidency, selection and representation), (2) the progress of the process (desired results, openness, inequality) and (3) the outcomes of the process (influence). On the basis of their research, the authors offer recommendations about the organization of such hybrid steering processes and indicate which competences are required in this respect from civil servants.


Drs. Arnout Ponsioen
Drs. A. Ponsioen heeft bijna twintig jaar ervaring in het advieswerk. Hij is sinds 2014 eigenaar van bureau DuiDT, dat advies, onderzoek en inspiratie biedt voor organisaties in de publieke sector die aansluiting zoeken bij de (online) netwerksamenleving.

Drs. Mildo van Staden
Drs. M. van Staden is senior-adviseur op het terrein van sturing, ICT en sociale media bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

De duurzaamheid van burgerinitiatieven

Een empirische verkenning

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Malika Igalla BSc en Dr. Ingmar van Meerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens’ initiatives are the focus of public attention as part of the popular ‘do-democracy’ (associative democracy). However, it is not clear to what extent citizens are able to shape self-organization in a sustainable manner, what the important factors in this respect are and if citizens’ initiatives are the sole preserve of a better educated group of citizens. Through a secondary quantitative analysis of 56 citizens’ initiatives, this article offers an empirical contribution to answering these questions. The authors explore the effects of three possible factors on the sustainability of citizens’ initiatives: the network structure of the citizens’ initiative, the organizational design of the initiative and the revenue model. They show significant relationships between the organizational design of citizens’ initiatives and their sustainability. They also show a relationship between the network structure of these initiatives and their sustainability: initiatives that develop into a fully connected network or a polycentric network are more sustainable than initiatives with a star network. The personal characteristics of the initiators show a dispersal in age, descent, gender and retirement. Relatively speaking, many initiators have a high level of education: 80% has a higher professional or university education. But there are no significant relations between these personal characteristics and the sustainability of citizens’ initiatives.


Malika Igalla BSc
M. Igalla BSc rondde in 2014 cum laude de bacheloropleiding bestuurskunde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is nu bezig aan haar masteropleiding Bestuurskunde: Beleid en Politiek.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. I.F. van Meerkerk is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam en doet onderzoek naar institutionele verankering en management van burgerinitiatieven op het terrein van stedelijke gebiedsontwikkeling.
Artikel

Big Data: een revolutie in gemeentelijk beleid?

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Tom Daalhuijsen MSc, Sebastiaan Steenman MSc en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    Big Data is the new hype in municipal policy and the promise of Big Data is rationalization: better policy that is based on better information. In this article the authors investigate the extent to which the use of Big Data in municipal organizations results in a more rational policy process. Their empirical research was held in two Dutch municipalities: Tilburg, in the south of the Netherlands, and Assen, in the north of the Netherlands. They investigated how Tilburg deploys Big Data for the fight against crime and Assen is trying to improve its traffic management with Big Data. Their analysis shows that policy, more so than in the past, is being steered by specific information because Big Data is being used. The rationalization of policy, however, is limited by the possibilities of Big Data and by political dynamics. Their final conclusion therefore is that the uncertainty, unfamiliarity, complexity and constant change are partly made manageable and controllable by the use of Big Data in municipal organizations. Politics is also partly ‘tamed’ because politicians have to relate to ‘objective data’ from information systems.


Tom Daalhuijsen MSc
T. Daalhuijsen MSc werkt sinds kort als business analist bij Capgemini Nederland. Hij is in 2014 afgestudeerd bij de masteropleiding Bestuur en Beleid van de Universiteit Utrecht.

Sebastiaan Steenman MSc
S.C. Steenman MSc is docent in de bacheloropleiding Bestuurs- en Organisatiewetenschap en de masteropleiding Bestuur en Beleid van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Externe advisering binnen de Nederlandse overheid

Naar een empirisch en theoretisch onderbouwde onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden external policy advisors, policy advisory systems, survey research
Auteurs Dr. Caspar van den Berg, MSc MA Arjen Schmidt en Carola van Eijk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the influence of external policy advisors on the policy process. In the Dutch context, little is known about the role, function and influence of external policy advisors (like consultants) who are hired on a temporary basis by the government. Based on a survey (N = 378) this study provides a profile of external policy advisors and the nature of their advice work. An interesting result is that external advisors generally conduct process-related policy work, but may also provide policy substance. Furthermore, the article develops an empirically and theoretically informed research agenda as a starting point for additional research.


Dr. Caspar van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als UHD verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

MSc MA Arjen Schmidt
A.J. Schmidt, MSc MA is als promovendus verbonden aan de afdeling Organisatiewetenschappen,Vrije Universiteit van Amsterdam.

Carola van Eijk MSc
C.J.A. van Eijk, MSc is als promovenda verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.
Artikel

Pas op! Over beheerst risico’s beheersen in het governancetijdperk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden risk management, governance, inspection, organization, hybridization
Auteurs Dr. Mark de Bruijne, Dr. Bauke Steenhuisen en Dr. Haiko van der Voort
SamenvattingAuteursinformatie

    Risks taken by some organizations may have considerable impact on society. In this contribution the assessment and management of risk are perceived to take place in a multi-actor setting. Within an organization operators, risk managers, and top managers interact about risk assessments and risk mitigation strategies. Public regulators and inspectorates increasingly focus on risk management systems instead of the operational activities or organizational outputs. Are organizations systematically assessing their risks? This contribution identifies two contrasting perspectives on risk assessment and risk mitigation in literature: risk management and risk governance. An empirical study in three sectors reveals evidence of both perspectives in practice. Companies adopt hybrid approaches, which are essential for the quality of risk assessment and mitigation. Indeed, adopting just one perspective seems dangerous. We conclude that public regulators and inspectorates might provide incentives to focus on just one perspective and suggest two heuristics for public inspectorates that respect hybrid approaches of risk assessment and mitigation.


Dr. Mark de Bruijne
Dr. M.L.C. de Bruijne is als universitair docent werkzaam aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Bauke Steenhuisen
Dr. M.L.C. de Bruijne is als universitair docent werkzaam aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.

Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is als universitair docent werkzaam aan de TU Delft, Faculteit Techniek, Bestuur en Management.
Article

Mondiale standaarden of race-to-the-bottom?

Een analyse van regelgevende samenwerking in de onderhandelingen over een Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsakkoord (TTIP)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2015
Trefwoorden trade, European Union, TTIP, regulatory convergence, global standards, race-to-the-bottom
Auteurs Ferdi De Ville en Niels Gheyle
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the summer of 2013, the European Union (EU) and the United States (US) are negotiating the Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Especially for the EU, this is one of the policy priorities for the present term. TTIP is supposed to bring much-needed growth and jobs and to enable the EU to remain a global standardsetter, all without lowering EU levels of regulatory protection. Opponents of the agreement, however, fear that TTIP would lead to a regulatory race-to-the-bottom. This article scrutinizes these claims through a detailed document analysis complemented with a number of interviews. It is embedded in the political-economic literature on the trade-regulation nexus as well as on exporting standards and secondary literature on past EU-US regulatory cooperation attempts. We argue that the effects of TTIP are dependent on the concrete mode of regulatory convergence chosen in the agreement. If, as seems presently most plausible, the negotiators opt for bilateral mutual recognition as their preferred mode for regulatory convergence, the plausibility that TTIP would lead to global standards is reduced. The risk of running into a regulatory race-to-the-bottom increases in that case, but will ultimately depend on the number of sectors where this mode is applicable and under which conditions this is applied. We conclude that the probability is low that the TTIP agreement being negotiated will lead either to a significant increase in global standards or to a direct large-scale race-to-the-bottom.


Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is docent Europese Politiek aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Zijn onderzoeksbelangstelling gaat voornamelijk uit naar Europees handelsbeleid en de politiek-economische gevolgen van de eurocrisis.

Niels Gheyle
Niels Gheyle is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Centrum voor EU-Studies. Zijn onderzoek richt zich op de politisering van Europees handelsbeleid, met een specifieke focus op het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU (TTIP).

    De Handreiking Gezonde Gemeente, een landelijk instrument voor verbetering van integraal gemeentelijk gezondheidsbeleid, wordt volgens de Gezondheidsinspectie onvoldoende gebruikt. Deze studie onderzoekt mogelijkheden voor verbeterde implementatie van de handreiking in de GGD-organisatie.
    Diverse GGD-disciplines, gemeenteambtenaren en externe respondenten zijn geïnterviewd over ervaringen en opvattingen aangaande de handreiking.
    Naast een positieve inhoudelijke waardering is er een sterke roep om concrete vertaling naar het ‘hoe’ van het gebruik. De directe voordelen van het instrument voor betrokken professionals en managers binnen en buiten de GGD-en zijn onvoldoende geëxploreerd.
    Als GGD-en het als taak zien om het gebruik van de handreiking door professionals, gemeenten en partners te stimuleren, dan zullen zij eerst de voordelen ervan moeten expliciteren. Bereidheid bij GGD-managers om professionals te sturen en faciliteren op het gebruik van instrumenten lijkt hiervoor een belangrijke randvoorwaarde.


Theo J.M. Kuunders
Theo J.M. Kuunders is onderzoeker en science practitioner bij Tranzo, Wetenschappelijk Centrum voor Zorg en Welzijn, Tilburg Universiteit. Hij is beleidsmedewerker voor een Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Zijn onderzoek is gericht op de implementatie van landelijke richtlijnen voor gezondheidsbevordering op lokaal niveau.

Ien A.M. van de Goor
Ien A.M. van de Goor is hoogleraar Public Health aan de Tilburg Universiteit (Tranzo), is senior onderzoeker en programmaleider voor het programma ‘Effectiviteit van individuele preventie’. Zij initieert en begeleidt onderzoeksprojecten in de zorg en welzijn met bijzondere expertise in de verslavingszorg.

Theo G.W.M. Paulussen
Theo G.W.M. Paulussen (PhD) is gezondheidswetenschapper met expertise op het gebied van implementatievraagstukken bij innovaties in gezondheidsbevordering en onderwijs. Hij is verbonden aan TNO Innovation for Life, Expertise Group Life Style in Leiden.

Marja J.H. van Bon-Martens
Marja J.H. van Bon-Martens (PhD) is epidemioloog, hoofd van de Unit Epidemiologie en Nationale Monitor Geestelijke Gezondheid bij het Trimbos-instituut voor Geestelijke Gezondheid en Verslaving en als senior onderzoeker verbonden aan Tranzo, Wetenschappelijk Centrum voor Zorg en Welzijn, Tilburg Universiteit.

Hans A.M. van Oers
Hans A.M. van Oers is epidemioloog en hoogleraar Public Health aan de Tilburg Universiteit (Tranzo) met expertise op volksgezondheid en beleidsvorming. Als Chief Science Officer van System Assessment for Policy Support verbonden aan het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Keuzemogelijkheden binnen en tussen pensioenregelingen: niet voor elk wat wils

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Tweede pensioenzuil, Solidariteit, Keuzemogelijkheden, Preferenties, economische theorie
Auteurs Dr. Lei Delsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Surveys show that Dutch people want more options with regard to the own pension. Can freedom of choice be combined with collective organised solidarity within supplementary pension schemes? To answer this question the article discusses the pros and cons of options of workers and employers within and between pension schemes. The theoretical and empirical consequences of choices in the Dutch supplementary pension schemes are reviewed. The neo-classical economic theory, the neo-institutional theory and behavioral economic theory are applied to supplementary pensions. In addition, lessons are learned from the experience in the Netherlands with choices within pension schemes and with choices in other areas. Only a very small minority will use the new options in the supplementary pension schemes. Unlike the neoclassical economic theory, the neo-institutional theory and behavioral economic theory recommend to extend the compulsory supplementary pension to all employed persons. The welfare gain of more choices is questionable. Lifting the mandatory participation will affect the relative success of the Dutch pension system: large numbers of insured workers and relatively cheap and a relatively high pension as a result of this supplementary pension.


Dr. Lei Delsen
Dr. Lei Delsen is universitair hoofddocent sociaaleconomisch beleid aan de Radboud Universiteit, Institute for Management Research, en research fellow van het Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement (Netspar).
Artikel

Bestuurskunde voorbij het maakbaarheidsdenken?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden social engineering, greedy governance, modest public governance, practical rationality
Auteurs Robert van Putten MSc MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Public Administration has been confronted with an emerging body of literature on the subject of social engineering and the limitedness of governing society. At the same time, governance is considered to be more greedy. The aim of this article is to consider the implications of the boundaries of social engineering for Public Administration. This article reflects on these implications as follows. Firstly, this article gives an analysis of the relation between governance, policy and feasibility. Secondly, different definitions of feasibility are developed and related to Public Administration. These elements lead to the conclusion that Public Administration is part of the culture of perfecting. Thirdly, after rejecting fatalism, a new perspective for Public Administration can be found in thinking based on practical rationality.


Robert van Putten MSc MA
R.J. van Putten MSc MA is filosoof en bestuurskundige. Hij is werkzaam als promovendus en docent aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Breedbandcoöperaties op het platteland

Leerscholen voor Next Generation Plattelandsontwikkeling

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden community broadband, rural development, cooperatives, neo-endogenous development, Netherlands
Auteurs Koen Salemink MSc en Prof. dr. Dirk Strijker
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a database with 75 rural community broadband initiatives in the Netherlands and a longitudinal analysis of a specific initiative in the municipality of Oldambt, the authors discuss how citizens campaign for improved internet connections in a cooperative setting. The authors present an 8-step model which shows that at each step citizens, governments and private telecom companies affect the completion of the step. Both telecom companies and governments, however, stick to their old way of working. The market parties try to slow down the process and prevent their market areas from being affected by the initiatives, while governments are unclear about (potential) policies. Community broadband initiatives learn ‘on the job’ and they need perseverance as well as social, intellectual and financial capital in order to be successful. The realization of rural broadband requires efforts from citizens and the involvement of facilitating and supportive governments.


Koen Salemink MSc
K. Salemink MSc is werkzaam als promovendus en projectonderzoeker bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Dirk Strijker
Prof. dr. D. Strijker is hoogleraar plattelandsontwikkeling bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Research Note

Middenpartijen en meervoudig immigratiebeleid

De noodzaak van een gedifferentieerde analyse

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2015
Auteurs Tjitske Akkerman
Auteursinformatie

Tjitske Akkerman
Tjitske Akkerman is verbonden als onderzoeker aan de Afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op populisme, nationalisme en rechts-radicale partijen.
Toont 121 - 140 van 289 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 14 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.