Zoekresultaat: 412 artikelen

x

    The often gloomy analyses of democratic representation at the local level are frequently directed at the problems with parties and elections. Direct participation is not a good alternative because only certain people who are already politically active use it. However, with the help of the concept ‘representative claim’ and based on two qualitative case studies of decentralizations in the social domain, the authors show that there are other representative people besides elected politicians. These self-appointed, non-elected representatives may advocate on behalf of vulnerable groups who themselves do not have a strong voice in politics. In addition this study shows that elected representatives, like political parties and local counselors, can strengthen their representative role by: (1) cooperating better with the non-elected representatives, (2) highlighting their representational claims and the basis of these claims, and (3) strengthening their responsiveness towards their support base through authorization and other accountability structures other than elections. In this way the democratic representation in municipalities is reinforced and may be stronger than the often gloomy analyses suggest.


Dr. Hester van de Bovenkamp
Dr. H.M. van de Bovenkamp is universitair hoofddocent aan het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Hans Vollaard
Dr. J.P. Vollaard is universitair docent Nederlandse en Europese politiek binnen het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

    From 2001 (until February 2017), the Dutch province of Overijssel had its own knowledge center, in the area of urban society alongside the national knowledge centers, that was called KISS. In a first essay, an overview of KISS meetings dedicated to citizen participation was given with examples from all over the world. A second essay zoomed in on the Dutch municipality Deventer, a frontrunner in the area of innovative community and area development. This essay focuses on Enschede, a municipality with nearly 160,000 inhabitants in the east of the Netherlands near the German border, as pioneer with the method of the social general practitioners (‘wijkcoaches’) in the Netherlands. Two KISS meetings were devoted to this innovative instrument: the first on its design and on the preliminary results of the project, the second on the final results and on the future of the project. An important role in pioneering was played by the political executives in the municipality and the community of Enschede that showed New Civic Leadership (a concept from Robin Hambleton) by their commitment to the common good and the values of the welfare state. This type of leadership is especially important in a turbulent policy environment like that of social work with decentralizations, financial cuts and shifting policy goals.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Prof. dr. Monique Kremer
Prof. dr. Monique Kremer is werkzaam bij de WRR en als bijzonder hoogleraar Actief Burgerschap bij de afdeling Sociologie aan de Universiteit van Amsterdam.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Prof. dr. Jan Willem Duyvendak
Prof. dr. Jan Willem Duyvendak is hoogleraar algemene sociologie.
Artikel

Deliberatieve democratie: ervaringen met diversiteit in burgertop Amsterdam

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2017
Trefwoorden Democracy, Summit, Dialogue, Diversity, Homogeneity
Auteurs Dr. Peer Smets en Marloes Vlind MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper will show how citizens’ summits in the Netherlands cope with diversity of participants and the impact of this on those initiatives. This provides insight in why diversity is hard to reach and what can be done to improve it. Presently, dissatisfaction about the Dutch democratic system is widespread. Solutions are being sought to strengthen Dutch participatory democracy. For this objective, citizens’ summits develop different kind of initiatives. However, citizens participating in these summits are a homogeneous group, namely mainly white, middle aged and highly educated. Mechanisms of exclusion, selection of candidates, homogeneous composition of the organization, and a dominating intellectual/rational way of debating are playing a role here. Citizens with different backgrounds need to be included in these initiatives to obtain a better representation of society’s voices. This notion has been strengthened by theory, which shows that diversity enables more creativity and innovation.


Dr. Peer Smets
Dr. Peer Smets is universitair docent aan de Vrije Universiteit.

Marloes Vlind MSc
Marloes Vlind MSc is docent en onderzoeker aan de Vrije Universiteit.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Marleen van der Haar
Dr. Marleen van der Haar werkt als adviseur-onderzoeker bij het PON, een onderzoeksinstituut voor maatschappelijke vraagstukken in Tilburg. Daarnaast is zij als onderzoeker geaffilieerd aan de afdeling Politicologie/Institute for Management Research van de Radboud Universiteit Nijmegen, waar zij tussen 2011 en 2016 als postdoc-onderzoeker en docent werkte. Haar onderzoeksexpertise ligt vooral op het gebied van integratiebeleid, sociaal werk en in- en uitsluitingsvraagstukken.

    Nationaal en internationaal staat onderzoek dat maatschappelijk relevant is, wetenschappelijk gezien hoge kwaliteit heeft, en zowel integer als efficiënt wordt uitgevoerd in de schijnwerpers. Het achterliggende idee is dat alleen zo de gewenste maatschappelijke impact kan worden bereikt. Door het bevorderen van verantwoorde onderzoekspraktijken, waarbij er onder andere expliciet aandacht is voor aspecten als stakeholderparticipatie, interdisciplinaire samenwerking, replicatie en systematische reviews, kunnen financiers of programmeurs van onderzoek hieraan bijdragen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ZonMw dat doet als kennisprogrammeur op het gebied van het gezondheidsonderzoek. Hiertoe is een toetsingskader ontwikkeld en toegepast op zestien lopende onderzoeksprogramma’s, dat ook voor andere domeinen en actoren betekenis heeft. Een belangrijke aanbeveling is dat ‘verantwoord programmeren’ een eigen kennisbasis behoeft om de toegevoegde waarde ervan te kunnen bepalen. Naast investeringen in metaonderzoek vraagt dat om een goede monitoring en informatievoorziening bij de kennisprogrammeur.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is stafmedewerker Strategie en Innovatie bij ZonMw. Zij werkt aan een promotie over de maatschappelijke impact van publieke kennisprogrammering.

Wija Oortwijn
Wija Oortwijn is sectorleider Zorg bij Ecorys. Zij heeft jarenlange ervaring met evaluaties van beleid en onderzoeksprogramma’s alsmede impactanalyses op het terrein van de zorg.
Artikel

Wat is het effect van transparante toezichthouders op het vertrouwen van de burger? Een experimentele studie.

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Trust, Transparency, Regulator, Randomised control trial, Experiment
Auteurs Prof. mr. dr. Femke de Vries, Dr. Wilte Zijlstra en Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Transparency is said to be paramount for citizen’s trust in (semi-)governmental organizations, such as regulators and supervisory bodies, yet there is little empirical research in this area.
    In an experiment we investigated the effect of different forms of transparency on citizen trust in a Dutch financial regulator. Our measure of trust consisted of three components: Competence, Benevolence and Integrity. Two types of transparency were used (rationale transparency and process transparency) in three different scenarios, one positive for the regulator and two negative.
    Transparency, and especially when focused on the ‘why’ (rationale) led to slightly more trust by citizens. This effect was most pronounced in the Competence-component of our trust-measure. Interestingly, even being transparent about negative news – i.e. admitting that mistakes were made and focusing on the ‘why’ – does not necessarily decrease trust. In contrast, negative information that focused on the ‘how’ (process transparency) yielded a negative effect on trust.
    We conclude that even when the message portrays negative information about the regulator, it pays to be transparent and communicate about it. Information should focus on explaining the rationale and underlying principles of a decision, and less on how the decision was taken.


Prof. mr. dr. Femke de Vries
Prof. mr. dr. Femke de Vries is bijzonder hoogleraar toezicht aan de faculteit Rechtsgeleerdheid, Universiteit van Groningen, en bestuurslid bij de Autoriteit Financiële Markten.

Dr. Wilte Zijlstra
Dr. Wilte Zijlstra is toezichthouder Expertisecentrum Consumentengedrag, Autoriteit Financiële Markten.

Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Dr. Stephan Grimmelikhuijsen is universitair docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.
    Good work of any professional, including that of academics, consists of three elements: Ethics, Excellence and Engagement. Psychology professor Howard Gardner from Harvard developed a toolkit to identify the specifics of these three E’s for different professionals. Professor Gabriël van den Brink, Wout Scholten and Thijs Jansen unraveled how excellence, ethics and engagement are defined by Dutch academic scholars. They question the effects of an academic regime in which judgements about scientific quality are replaced by the counting of publications, the education of students is severely neglected and job satisfaction has been affected by bureaucratic obligations. Speaking about the human sciences more specifically, this essay advocates a better understanding of social complexity, a more convincing engagement with problems that influence many people and acknowledgement of the fact that the human sciences can only demonstrate their relevance in the long run.


Prof. dr. Gabriël van den Brink
Prof. dr. Gabriël van den Brink is werkzaam bij Centrum Ethos, faculteit der Geesteswetenschappen, Filosofie van Cultuur en Bestuur, Vrije Universiteit Amsterdam.

    This essay contains a short history of the municipal and other administrative sciences in the Netherlands. This history is divided into seven lives. Each life has its own specific characteristics and approaches. The story starts in 1914 with the dissertation of Gerrit van Poelje and the aldermanship of Floor Wibaut (for the Dutch Labour Party) in Amsterdam. Nevertheless, the authors make a plea to view 1921 as the actual starting point, because it is the year of the introduction to municipal administration written by Van Poelje and the first Dutch academic magazine on municipal administration (‘Gemeentebestuur’). This means that we can prepare for the celebration of 100 years of (municipal) administrative sciences in 2021. A great challenge for all universities, but certainly for the Public Administration programme of the University of Twente, which is now celebrating its 40th anniversary. The challenge is to work on current topics such as the relationship between public administration and technology in smart, sustainable and resilient cities.


Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.
Artikel

Welvaart gemeten, verdeeld en verduurzaamd

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Welfare economics, Asymmetrical information, Situational contracting, Political theory, Behaviourism
Auteurs Prof. dr. Dik Wolfson
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper shows how interactive governance can be helpful in dealing with information asymmetries in the design and administration of public policy. It describes the checks and balances of a properly incentivized mechanism design of contextual or situational contracting that reveals information on diversity in demand for public intervention, deals with complexity, creates commitment to the public cause and disciplines uncooperative behavior. The contractual mode, moreover, discloses the actual trade-offs between rivalling criteria of good governance such as individual freedom, efficiency, distributional concerns and sustainability, deepening our insight in who gets – or pays for – what, when, where, how and why, as the key issues of policy analysis. Evidence from early applications is combined with suggestions for rolling out this new mode of relinking public policy, implementation and external control.


Prof. dr. Dik Wolfson
Prof. dr. Dik Wolfson is emeritus hoogleraar economie, en geniet gastvrijheid bij de afdeling Bestuurskunde en sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Discussie

Criminologisch cultuuronderzoek onder de loep

Kanttekeningen en opmerkingen bij het boek Marokkanen in de marge van Hans Werdmölder

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Ethnic youth, Crime, Group dynamics, Street culture, Criminological research
Auteurs Samir Achbab MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Reflection and debate initiates academically inspired discussions on issues that are on the current policy agenda.


Samir Achbab MSc
Samir Achbab MSc werkt als onderzoeksleider bij het lectoraat Management van Cultuurverandering aan de Hogeschool van Amsterdam. Daarnaast is hij bij de HvA ook docent bij de opleiding bestuurskunde/urban management.
Essay

Access_open De relatie tussen burgers en overheden: nu echt aan herijken toe!

Achtergrond en aanleiding

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, december 2016
Auteurs Tjeerd Bandringa en Rob van Engelenburg
SamenvattingAuteursinformatie

    Burgers willen meer en nadrukkelijker zelf invloed hebben op hun eigen en de collectieve leefomgeving. Overheden worstelen met dit, an sich legitieme, vraagstuk, met name hoe dit vorm en inhoud gegeven moet worden binnen de vastgelegde kaders. De huidige procesgang in de relatie tussen burgers en overheden bij leefomgevingsingrijpen is gebaseerd op het aloude vierluik (spoor 1): de overheid informeert de belanghebbende burgers over haar voornemens, burgers kunnen zienswijzen indienen, die al dan niet meegenomen worden, daarna bestaat de mogelijkheid van bezwaar aantekenen (niet bindend), en tot slot kan een beroepsprocedure bij de Raad van State worden doorlopen (wel bindend maar steeds minder effectief). Kortom, een erg defensieve en steeds minder resultaatgerichte benadering. De auteurs van deze bijdrage pleiten nu voor de ontwikkeling van een tweede spoor waarbij constructieve burgerparticipatie via samenspraak en samenwerking optrekt met het bevoegd gezag om vaak sneller en goedkoper tot projectresultaten met draagvlak te komen. Helaas zijn zowel aan de zijde van de burgers als bij veel overheden de noodzakelijke randvoorwaarden nog niet ingevuld om deze coproductie op voorhand succesvol te laten verlopen. De auteurs doen een oproep aan bestuurders en politici om hier invulling aan te geven. Praktijkervaringen wijzen uit dat constructieve burgerparticipatie veel meerwaarde heeft, met name ook voor overheden.


Tjeerd Bandringa
Tjeerd Bandringa heeft als werktuigbouwkundig ingenieur meer dan 30 jaar (inter)nationale projectervaring in de procesindustrie op het gebied van energie en utilities. Hij houdt zich bezig met burgerparticipatie bij infraprojecten.

Rob van Engelenburg
Rob van Engelenburg is afgestudeerd als economisch geograaf en bestuursplanoloog en is ruim 33 jaar werkzaam bij diverse brancheorganisaties en de Vereniging van Kamers van Koophandel, in de belangenbehartiging van het georganiseerd bedrijfsleven richting overheidsinstanties. Hij is als burger betrokken bij nationale, regionale en lokale projecten, veelal op infragebied.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Albert Jan Kruiter
Albert Jan Kruiter is redactielid van Beleid en Maatschappij.

Kristel Lammers
Kristel Lammers is Programmamanager Invoering Omgevingswet Gemeenten bij de VNG.
Artikel

De opkomst van de nudge unit

Organisatorische inbedding van gedragswetenschappen in beleid – ontwikkelingen en dilemma’s in de praktijk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2016
Trefwoorden nudging, nudge units, government departments, organization
Auteurs Drs. Jorren Scherpenisse
Samenvatting

    The world of public administration is changing: in many countries around the globe specialized behavioral insights units are on the rise in governments. Behavioral insights teams (or nudge units) are often modelled on the famous BIT UK, although there are important national variations. These units specialize in the application of behavioral insights to the design and evaluation of public policies. This article reports on an interview with the the leader of the Behavioral Insights Team of the Ministry of Economical Affairs in the Netherlands. Four main items are discussed: (1) What projects should behavioral insights units undertake? (2) What mix of professional expertise is necessary? (3) What processes should be instituted? And (4) How should these units be positioned within existing government departments?


Drs. Jorren Scherpenisse
Artikel

Onnodige bureaucratie, hardnekkig of ongrijpbaar verschijnsel?

Achtergronden van ‘onnodige’ bureaucratie binnen het basispolitiewerk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2016
Trefwoorden red tape, police, policy
Auteurs Jelle Kort
SamenvattingAuteursinformatie

    Police officers’ perception of red tape depends only to a minor extent on the actual usefulness of rules and procedures. Red tape complaints rather refer to ‘rule strain’ and inadequate functioning ICT systems. Factors that can explain police officers’ perception of red tape are (a.o.) differing opinions on what police work should be like and their procedural skills. This article suggests that a constructivist approach to analyzing red tape might in general be more adequate than an objectivist approach.


Jelle Kort
Jelle Kort, MSc heeft bestuurskunde gestudeerd aan de Universiteit Twente en is thans als promovendus werkzaam bij de vakgroep Strafrecht & Criminologie, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Access_open De 21ste-eeuwse overheidsmanager

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Public management, 21st century skills, Megatrends, Strategic HRM, Public managers
Auteurs Zeger van der Wal
Samenvatting

    This article examines who ‘21st century public managers’ are and which skills and roles they have to master to function effectively in the 21st century. Based on a large scale analysis of literature and years of interaction with senior practitioners, seven key 21st century demands for public managers are identified, each of which creates dilemmas as well as opportunities. 21st century public managers utilize a combination of traditional and new roles, competencies, and values to turn demands into opportunities. The article concludes with implications for public administration research and education.


Zeger van der Wal

Dr. Els van der Pool
Dr. E. van der Pool is lector Human Communication Development bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen.

Dr. Guido Rijnja
Dr. G. Rijnja is coördinator algemeen communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst.

    Energy planning and the realization of a new energetic infrastructure has become an issue for many actors. The local setting has become polycentric. Against this background the authors have tried to answer the question of the possible consequences of a polycentric local decision-making arena for the realization of sustainable energy transition, especially the implementation of smart grids. Polycentrism is characterised by configurations of units that are multi-level, multi-purpose, multi-sectoral and multi-functional. The impact of these configurations can be assessed using four criteria: control, efficiency, political representation and local self-determination. The authors used these criteria to analyse two cases. Both cases show that the consequences of polycentrism are variable and differ on the four criteria. The analysis shows tensions in polycentric configurations between control and efficiency on the one hand and local self-determination and political representation on the other. This outcome was a reason for the authors to argue for a better institutional design for the local polycentric arena with the help of the seven ‘rules-in-use’ of Elinor Ostrom. Her design is universal but requires specific local application. In this way more justice can be done to the local circumstances in order to be able to achieve effective results.


Imke Lammers MSc
I. Lammers MSc is als promovenda verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.

Dr. Maarten Arentsen
Dr. M.J. Arentsen is als universitair hoofddocent verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.
Toont 121 - 140 van 412 gevonden teksten
1 2 3 4 5 7 9 10 11 20 21
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.