Zoekresultaat: 545 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Artikel x

Martijn Groenleer
Dr M.L.P. Groenleer is universitair docent bestuurskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Esther Versluis
Dr E. Versluis is universitair hoofddocent aan de Faculteit der Cultuur- en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht.
Artikel

Wmo-raden, horizontaal tegenwicht of meewerkend voorwerp?

Een verkennende casestudy naar de invloed van vijf Wmo-raden

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Social Support Act, Wet maatschappelijke ondersteuning, municipalities
Auteurs Lotte Penning en Tamara Metze
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 the Netherlands Institute for Social Research (SCP) concluded that the Social Support Act (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo) is successful as it leads to greater coherence in policies, and because the public Wmo-advisory councils are satisfied with the role they play. Wmo councils provide solicited and unsolicited advice to municipalities. They defend citizens’ interests against those of health care providers and insurance companies. Despite the positive results of the SCP study, there is an ongoing debate about the restyling of the Wmo-councils to increase their influence on local policy making. Some studies even call for a national council to prevent bargaining between the Associations of Dutch Municipalities (VNG) and the Ministry of Health, Welfare and Sports (VWS).

    In this exploratory article, the authors analyse the influence of five local Wmo-councils - Alkmaar, Delft, Kerkrade, Tilburg and Utrecht - on local policy making. They examined the recognition and authority of these five councils and studied if municipalities heeded their advice. The article shows, that Wmo-councils themselves are dissatisfied with the influence they have. Subsequently, it demonstrates that municipalities anticipated the actions of Wmo-councils but hardly ever changed their policies accordingly. Wmo-councils are meant as a horizontal counterweight but are in danger of not being taken seriously.


Lotte Penning
L. Penning MA werkt als trainee via PBLQ HEC, consultants voor ICT en bestuur in de publieke sector.

Tamara Metze
Dr T. Metze is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Beleid
Artikel

Street-level bureaucrats tussen organisaties: De hernieuwde relevantie van Lipsky's werk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Street-level bureaucrat, interorganizational cooperation, networks
Auteurs Taco Brandsen, Mirjan Oude Vrielink en Liesbeth Collignon
SamenvattingAuteursinformatie

    Recent developments shed a new light on the role of Lipsky's classic analysis of the street-level bureaucrat. A growing number of social services is provided as a product of cooperation between different actors: government agencies, societal organizations, private businesses, citizens. As a result of this development, the street-level bureaucrat now increasingly operates in an interorganizational network, rather than within one single organization. This (partly) changes the dilemmas he has to deal with. The authors demonstrate this by analyzing the so-called ‘Achter de Voordeur’ projects, whereby house-calls of street-level bureaucrats are linked with full cooperation between local authorities.


Taco Brandsen
Prof. dr T. Brandsen is hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mirjan Oude Vrielink
Dr M. Oude Vrielink is senior onderzoeker aan de Universiteit Twente.

Liesbeth Collignon
Drs. L. Collignon is bestuurskundig onderzoeker en adviseur.
Artikel

Europese agentschappen in de praktijk: De strijd om autonomie en de paradox van samenwerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2012
Trefwoorden European Union, agencies, autonomy, cooperation
Auteurs Martijn Groenleer
SamenvattingAuteursinformatie

    Agencies of the European Union (EU) are formally independent entities that collect information, provide advice and take decisions on technical, scientific or operational issues. While the original idea underlying their independence was that they could contribute to ‘depoliticize’ these issues, current discussions emphasize strengthening the control over EU agencies because it is often thought that they are too autonomous. The question is how autonomous EU agencies really are. I answer this question by studying the development of two agencies (for the authorization of medicines and food safety) in greater detail. The results of my research show that, in practice, not only do the creation and design of EU agencies result from political struggle, but this struggle continues during their development. Moreover, EU agencies are themselves part of this struggle. They must fight for their autonomy, but at the same time cannot position themselves too independently vis-à-vis other parties. This leads to the paradoxical conclusion that EU agencies are likely to be more autonomous when they cooperate more closely with other parties, especially with national agencies, whose positions in turn are strengthened rather than weakened.


Martijn Groenleer
Dr M. Groenleer is universitair docent bestuurskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Walter Kickert
Prof. dr W.J.M. Kickert is hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Subsidie-evaluaties onder de loep: Onvoldoende evidence voor effectiviteit

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Peter van der Knaap, Marieke Gorree en Erik Israel
Auteursinformatie

Peter van der Knaap
Dr. P. van der Knaap, drs. M. Gorree en drs. F. Israel zijn als respectievelijk directeur doelmatigheidsonderzoek en EU, senioronderzoeker en projectlei der verbonden aan de Algemene Rekenkamer. Deze bijdrage schre ven zij op persoonlijke titel.

Marieke Gorree
Dr. P. van der Knaap, drs. M. Gorree en drs. F. Israel zijn als respectievelijk directeur doelmatigheidsonderzoek en EU, senioronderzoeker en projectlei der verbonden aan de Algemene Rekenkamer. Deze bijdrage schre ven zij op persoonlijke titel.

Erik Israel
Dr. P. van der Knaap, drs. M. Gorree en drs. F. Israel zijn als respectievelijk directeur doelmatigheidsonderzoek en EU, senioronderzoeker en projectlei der verbonden aan de Algemene Rekenkamer. Deze bijdrage schre ven zij op persoonlijke titel.
Artikel

Veel dynamiek, weinig slagvaardigheid

Een studie naar de praktijk van lokale veiligheidsnetwerken

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Ronald van Steden, Ilse de Groot en Hans Boutellier
Auteursinformatie

Ronald van Steden
Dr R. van Steden, Drs. I. de Groot en prof. dr H. Boutellier maken deel uit van de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ilse de Groot
Dr R. van Steden, Drs. I. de Groot en prof. dr H. Boutellier maken deel uit van de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hans Boutellier
Dr R. van Steden, Drs. I. de Groot en prof. dr H. Boutellier maken deel uit van de onderzoeksgroep Veiligheid en Burgerschap van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Thema informatie en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Cor van Montfort en Guido Enthoven
Auteursinformatie

Cor van Montfort
Prof. dr C.J. van Montfort is als visiting fellow verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, en werkzaam voor de Algemene Rekenkamer en voor de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg.

Guido Enthoven
Mr. dr Guido Enthoven is directeur van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en promoveerde in 2011 op de informatierelatie tussen de regering en het parlement.

Rob Hoppe
Prof. dr R. Hoppe is werkzaam aan de Faculteit Management en Beleid van de Universiteit van Twente.
Artikel

Fragmenterende feiten en polariserende politiek

Gebruik van sociaalwetenschappelijke kennis in het politieke debat over integratiebeleid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2012
Auteurs Wout Scholten en Albert Meijer
Auteursinformatie

Wout Scholten
W.M. Scholten MSc is afgestudeerd research master student aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Albert Meijer
Dr A.J. Meijer is universitair hoofd docent en onderzoeker aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Guido Enthoven
Mr. dr Guido Enthoven is directeur van het Instituut Maatschappelijke Innovatie en promoveerde in 2011 op de informatierelatie tussen de regering en het parlement.

Cor van Montfort
Prof. dr C.J. van Montfort is als visiting fellow verbonden aan de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en werkzaam voor de Algemene Rekenkamer en voor de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur aan de Universiteit van Tilburg.

    The assassination of Pim Fortuyn and the electoral breakthrough of his Lijst Pim Fortuyn sent shockwaves through the Netherlands in May 2002. This article assesses the influence Fortuyn has had on Dutch politics and society. It provides an overview of the research that has been conducted on this topic over the past decade and relates the findings of previous studies to research on the consequences of the emergence of radical right-wing populist parties on West European party systems.


Sarah de Lange
Sarah L. de Lange is als universitair docente verbonden aan de afdeling politicologie, Universiteit van Amsterdam, s.l.de.lange@uva.nl.
Artikel

De wedergeboorte van de fact-free politics

Pim Fortuyn en de nieuwe tegencultuur (2002-2012)

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden politieke cultuur, Pim Fortuyn, fact-free politics, personalisering, anti-establishment ressentiment
Auteurs Prof. dr. Dick Houtman, Dr. Peter Achterberg en Roy Kemmers Msc.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we analyze Fortuyn’s political inheritance in the Netherlands. Going beyond the mere electoral popularity of his neo-rightist successors, we analyze the changing political culture since Fortuyn entered the political stage. More specifically we show that his ideological beliefs – Fortuyn voiced an unprecedented combination of liberal views towards homosexuals and gender equality with critical views pertaining to immigration, and he was critical of political and administrative elites – caught on in current Dutch politics. Moreover, his highly personal communicative style, placing him outside the inner circle of Dutch politics underscoring his adversity to these political elites, also caught on in mainstream political campaigning. This new personal style, however, did not mean a demise of ideology. On the contrary, Fortuyn actively tried to appeal to the electorate with ideals and ideology – hence marking the rebirth of the so-called ‘fact-free politics’ after the de-ideologized purple governments in the Netherlands. Since Fortuyn, mainly parties on the right side of the political spectrum have followed this path of re-ideologization. The paper ends with a comparison of the counterculture originating in the 1960s and post-Fortuyn right-wing politics, which surprisingly shows great continuity. We therefore argue that we are currently witnessing a veritable counterculture 2.0.


Prof. dr. Dick Houtman
Dick Houtman is hoogleraar cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Prof. dr. D. Houtman, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. www.dickhoutman.nl. houtman@fsw.eur.nl.

Dr. Peter Achterberg
Peter Achterberg is universitair hoofddocent cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. P. Achterberg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam www.peterachterberg.com. achterberg@fsw.eur.nl.

Roy Kemmers Msc.
Roy Kemmers is promovendus cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: R. Kemmers, Msc., Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. kemmers@fsw.eur.nl.
Artikel

Voor en na Fortuyn. Veranderingen en continuïteiten in het burgeroordeel over het democratisch bestuur in Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Fortuyn, democratic governance, legitimacy, support, satisfaction
Auteurs Prof. dr. Frank Hendriks, Dr. Julien van Ostaaijen en Marcel Boogers
SamenvattingAuteursinformatie

    For several years, Dutch and international survey research programmes, such as the European Values Studies, the Eurobarometer, and the Dutch Parliamentary Elections Studies, have registered the judgements of (Dutch) citizens regarding a wide variety of topics. The Legitimacy-monitor Democratic Governance (Hendriks, Van Ostaaijen & Boogers, 2011) assembles those statistics that together present a layered picture of the legitimacy of democratic governance in the eyes of Dutch citizens. For this article, we review those statistics and take the ‘Fortuyn-year 2002’, the year in which Fortuyn shook up Dutch politics, as a demarcation point. Among the many continuities in pre- and post-Fortuyn statistics, we register a number of marked changes in the judgements of citizens regarding democratic governance in the Netherlands. The most salient, we conclude, is the growing thirst for vigorous ‘leadership’, which not only breaks with the trend of several decades (ever weaker preference for strong leadership), but also the logic of Dutch consensus democracy (many hands and not one head).


Prof. dr. Frank Hendriks
Frank Hendriks is hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur,Tilburg University. Correspondentiegegevens: Prof. dr. F. Hendriks, Tilburg School of Politics and Public Administration, Tilburg University, Warandelaan 2, 5037 AB Tiburg. F.Hendriks@uvt.nl.

Dr. Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als onderzoeker en docent werkzaam aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Tilburg University. Correspondentiegegevens: Dr. J. van Ostaaijen, Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, http://rechten.uvt.nl/ostaaijen. J.J.C.vanOstaaijen@uvt.nl.

Marcel Boogers
Marcel Boogers is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Tilburg University. m.boogers@uvt.nl.
Artikel

Ondertussen in de lokale politiek

De ontwikkeling van lokale politieke partijen, de Leefbaar-beweging en Pim Fortuyn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden local politics, local parties, liveable
Auteurs Julien van Ostaaijen
SamenvattingAuteursinformatie

    When people think of Pim Fortuyn, most of them mainly remember his national campaign and (electoral) debates. However, Fortuyn also had an impact in local politics. With the local party Liveable Rotterdam (Leefbaar Rotterdam) he won the 2002 Rotterdam municipal elections with almost 35 procent of the votes and was involved in coalition talks with the Liberal Party and the Christian Democratic Party. Without Fortuyn, who was murdered in 2002, Liveable Rotterdam was able to implement several parts of its electoral programme (Van Ostaaijen 2010, 2011). But Fortuyn’s anti-establishment attitude was not unprecedented at the local level. Many local parties, meaning parties not affiliated to a national party, already portrayed styles of anti-establishment, especially the so-called ‘Liveable’ (Leefbaar) parties. In this article, the development of those parties, mainly since 2002, is described and discussed. The electoral results of these parties are, where possible, linked or hypothesised to the rise of Fortuyn.


Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als onderzoeker en docent werkzaam aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, verbonden aan de Tilburg University (TiU). Correspondentiegegevens: Dr. J. van Ostaaijen, Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, http://rechten.uvt.nl/ostaaijen. j.j.c.vanostaaijen@uvt.nl.
Artikel

Kieskeurige kiezers

Een panelstudie naar de veranderlijkheid van partijvoorkeuren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden electoral volatility, party preference, voters, party system, consistency
Auteurs Dr. Tom van der Meer, E.J. Erika van Elsas MA MSc, Rozemarijn Lubbe BA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch electorate is the most volatile of Western Europe. At its height in 2002 more than 30 percent of the seats in the Dutch Lower House changed to another party. But what does the increased electoral volatility mean? Are volatile voters whimsical, behaving randomly like drift-sand? Or are volatile voters emancipated, no longer committed to a single political party but still loyal to their own preferences?We answer these questions by analysing the 1VOP panel data set, which covers 55.847 adult respondents who participated in at least 2 of the 58 waves between November 2006 and June 2010.First, we assess the presence, frequency, and direction of changes in voters’ party preferences. More than half of the respondents (52 percent) changed party preference at least once. However, they mostly stick to one of two ideologically coherent party blocks.Second, we explain why some voters are more likely to change party preference than others. Especially middle groups are volatile: people with modal income and average levels of education, and people who position themselves in the political center. However, the lower educated are more likely to switch between dissimilar parties. These findings support the view that increased volatility reflects voter emancipation.


Dr. Tom van der Meer
Dr. T.W.G. van der Meer is universitair docent verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T.W.G. van der Meer, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam. t.w.g.vandermeer@uva.nl.

E.J. Erika van Elsas MA MSc
E.J. van Elsas, MA MSc is als junior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: E.J. van Elsas, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

Rozemarijn Lubbe BA
R.E. Lubbe, BA is als junior docent verbonden aan het departement Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: R. Lubbe, departement Politieke Wetenschap, Postbus 9555, 2300 RB Leiden.

Prof. dr. Wouter van der Brug
Prof. dr. W. van der Brug is hoogleraar Algemene Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: W. van der Brug, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

Andrée van Es
Drs A.Ch. van Es is wethouder in Amsterdam.
Artikel

Politiek-ambtelijke verhoudingen in de 2.0-wereld

Nieuwe uitdagingen en overzeese lessen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2012
Auteurs Paul 't Hart en Martijn van der Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reviews developments in political-administrative relations in Dutch central government from 2002-2012. It highlights the strengths/weaknesses of Dutch structures and processes in managing the interface between ministers and the public service. It signals a number of key trends in the political context of executive government that are going to put pressure on the status quo, and examines the much more centralised and politically orchestrated Australian system for pointers towards possible ways in which these contextual changes are going to be.


Paul 't Hart
Prof. dr P. 't Hart is hoogleraar aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) aan de Universiteit Utrecht en co-decaan aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Martijn van der Steen
Dr M.A. van der Steen is codecaan en adjunct-directeur van de NSOB.

    Urban government is expected to contribute to the solution of major urban problems. At the same time, urban government is riddled with problems itself, often denoted in terms of governing and democratic deficits. In this article, options for governance reform in the urban realm are being explored along five lines, following up on recent research in the Netherlands and abroad. Both more aggregative arrangements (electronic ‘straw polls’, knowledge polls, prediction markets, ‘dot gov’ competitions for ‘best solutions’) and more collaborative arrangements (electronic co-creation, wiki governance, vital coalitions, urban regimes) are being assessed. The conclusions is that there are good arguments for, at least, more experimentation along these lines - not only from a functionalistic, but also from a democratic and social-psychological point of view.


Frank Hendriks
Prof. dr F. Hendriks is hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

De kracht van de stad

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2012
Trefwoorden local government, urban affairs, urban governance, innovation, institutional change
Auteurs Jos Koffijberg en Henk Wesseling
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently, Dutch cities are facing persistent societal problems as well as changing circumstances, due to the financial crisis and changing national policies. This special issue seeks to take analysis beyond a sense of mere crisis and investigates contemporary urban initiatives in order to discern what innovative modes of governance they offer.


Jos Koffijberg
Dr J.J. Koffijberg is hoofd onderzoek bij Nicis Institute, Den Haag.

Henk Wesseling
Drs H.W.M. Wesseling is verbonden aan Berenschot en leidt daar het Expertisecentrum Arrangementbouw.
Toont 101 - 120 van 545 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 27 28
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.