Zoekresultaat: 255 artikelen

x
Artikel

Grenzen verleggen in een dialoog over watermonitoring: beperkingen en kansen voor een transitie naar een bio-based economie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Boundary work, Monitoring water quality, Sustainability Transitions, Bio based economy, Dialogue
Auteurs Dr. Tamara Metze en Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    A transition to a bio based economy requires social and technological innovations. Transition management theory holds that these innovations take place in niches that can bring about structural change in society, politics and the economy in a stepwise manner. However, these innovations are always subjected to systemic barriers, such as regulations and institutional structures, that need to be overcome. This was also the case in a consortium of government, industry and eco-toxicologists that collaboratively developed innovative water monitoring tools. In this contribution the authors investigate how systemic barriers can be made productive in a science-society dialogue by creating reflexivity and learning. They conducted a frame analysis of interviews and policy documents to unravel systemic barriers to innovation – in the form of discursive boundary work: the routinized demarcations of practices. Second, they experimented with a science-society dialogue to reflect on these routinized demarcations and develop alternatives to overcome these boundaries. The research demonstrates that reflective conversations occurred and that participants developed a boundary concept of ‘living water’ that enhanced their innovative collaboration and technology.


Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
Dr. T.J. Schuitmaker is verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Professioneel vermogen

Proactieve ‘coping’ door publieke professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public professionals, Teachers, performance pressures, proactive coping, professional capability
Auteurs Prof. dr. Mirko Noordegraaf, Nina van Loon MSc, Madelon Heerema MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Professional services such as educational services, are increasingly managed and optimized in order to improve performances. Performances of students, teachers and school (boards) are measured and evaluated. Increasingly, rules and systems focus on outputs and control. Consequently, the ‘freedom’ of professionals such as teachers is reduced, or is perceived and felt to be reduced. There have been growing debates on the problematic effects of performance pressures. Often, public professionals are seen as ‘defenseless victims’ of systems and pressures – they are ‘professionals under pressure’. In this paper, we introduce a more positive way of understanding professionals and professional action in changing contexts. We see professionals such as teachers as ‘active agents’ who can develop and regain control over their own situation. Professionals can deliver quality, in spite of bureaucratic burdens and managerial intrusions. We call this ability professional capability: ‘the ability to proactively deal with work-related expectations, tasks and burdens in dynamic stakeholder environments’. This paper combines research on public administration, organizational sociology and occupational psychology, to generate a more productive understanding of proactive coping of professionals in public domains. We define and operationalize professional capacity, we explore sources and effects, and we develop hypotheses for further research.


Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Nina van Loon MSc
Nina van Loon MSc was als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam bij Aarhus University, Denemarken.

Madelon Heerema MSc
Madelon Heerema MSc is als researcher verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Marit Weggemans MSc
Marit Weggemans MSc was als student-assistent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Artikel

Spanningsvolle verbindingen tussen verticale en horizontale sturing

Een empirische analyse van de Dialoogtafel in Groningen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Drs. Arnout Ponsioen, Drs. Mildo van Staden en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses the Dialogue Table (‘Dialoogtafel’ in Dutch) in Groningen, the most northern province in the Netherlands, as an example of connecting vertical and horizontal steering. The Dialogue Table was set up to supervise the spending of compensation money for the damage from the earthquakes caused by gas extraction in this province. The Dialogue Table combines vertical forms of governance, such as a unilateral imposition of the budget and the presidency of the Dialogue Table, and more horizontal forms such as equal deliberation between administrative bodies and stakeholders. The central questions are which tensions will occur in these two different logics of steering, how one deals with these tensions and which competences this requires from civil servants. An exploratory analysis of the case shows that tensions occur around (1) the starting conditions (costs, presidency, selection and representation), (2) the progress of the process (desired results, openness, inequality) and (3) the outcomes of the process (influence). On the basis of their research, the authors offer recommendations about the organization of such hybrid steering processes and indicate which competences are required in this respect from civil servants.


Drs. Arnout Ponsioen
Drs. A. Ponsioen heeft bijna twintig jaar ervaring in het advieswerk. Hij is sinds 2014 eigenaar van bureau DuiDT, dat advies, onderzoek en inspiratie biedt voor organisaties in de publieke sector die aansluiting zoeken bij de (online) netwerksamenleving.

Drs. Mildo van Staden
Drs. M. van Staden is senior-adviseur op het terrein van sturing, ICT en sociale media bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

De duurzaamheid van burgerinitiatieven

Een empirische verkenning

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Malika Igalla BSc en Dr. Ingmar van Meerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens’ initiatives are the focus of public attention as part of the popular ‘do-democracy’ (associative democracy). However, it is not clear to what extent citizens are able to shape self-organization in a sustainable manner, what the important factors in this respect are and if citizens’ initiatives are the sole preserve of a better educated group of citizens. Through a secondary quantitative analysis of 56 citizens’ initiatives, this article offers an empirical contribution to answering these questions. The authors explore the effects of three possible factors on the sustainability of citizens’ initiatives: the network structure of the citizens’ initiative, the organizational design of the initiative and the revenue model. They show significant relationships between the organizational design of citizens’ initiatives and their sustainability. They also show a relationship between the network structure of these initiatives and their sustainability: initiatives that develop into a fully connected network or a polycentric network are more sustainable than initiatives with a star network. The personal characteristics of the initiators show a dispersal in age, descent, gender and retirement. Relatively speaking, many initiators have a high level of education: 80% has a higher professional or university education. But there are no significant relations between these personal characteristics and the sustainability of citizens’ initiatives.


Malika Igalla BSc
M. Igalla BSc rondde in 2014 cum laude de bacheloropleiding bestuurskunde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is nu bezig aan haar masteropleiding Bestuurskunde: Beleid en Politiek.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. I.F. van Meerkerk is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam en doet onderzoek naar institutionele verankering en management van burgerinitiatieven op het terrein van stedelijke gebiedsontwikkeling.

Dr. Ringo Ossewaarde
Dr. M.R.R. Ossewaarde is universitair hoofddocent sociologie aan de universiteit Twente
Artikel

Externe advisering binnen de Nederlandse overheid

Naar een empirisch en theoretisch onderbouwde onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden external policy advisors, policy advisory systems, survey research
Auteurs Dr. Caspar van den Berg, MSc MA Arjen Schmidt en Carola van Eijk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the influence of external policy advisors on the policy process. In the Dutch context, little is known about the role, function and influence of external policy advisors (like consultants) who are hired on a temporary basis by the government. Based on a survey (N = 378) this study provides a profile of external policy advisors and the nature of their advice work. An interesting result is that external advisors generally conduct process-related policy work, but may also provide policy substance. Furthermore, the article develops an empirically and theoretically informed research agenda as a starting point for additional research.


Dr. Caspar van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als UHD verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

MSc MA Arjen Schmidt
A.J. Schmidt, MSc MA is als promovendus verbonden aan de afdeling Organisatiewetenschappen,Vrije Universiteit van Amsterdam.

Carola van Eijk MSc
C.J.A. van Eijk, MSc is als promovenda verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

Dr. Harmen Binnema
Dr. H. Binnema is universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO). Hij is ook programmacoördinator van de masteropleiding Bestuur en Beleid voor professionals.

Dr. Karin Geuijen
Dr. C.H.M. Geuijen is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).
Boekbespreking

Improviseren als vak

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2015
Auteurs Albert-Jan Kruiter
Auteursinformatie

Albert-Jan Kruiter
Albert-Jan Kruiter is redactielid van Beleid en Maatschappij.
Artikel

Bestuurskunde voorbij het maakbaarheidsdenken?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden social engineering, greedy governance, modest public governance, practical rationality
Auteurs Robert van Putten MSc MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Public Administration has been confronted with an emerging body of literature on the subject of social engineering and the limitedness of governing society. At the same time, governance is considered to be more greedy. The aim of this article is to consider the implications of the boundaries of social engineering for Public Administration. This article reflects on these implications as follows. Firstly, this article gives an analysis of the relation between governance, policy and feasibility. Secondly, different definitions of feasibility are developed and related to Public Administration. These elements lead to the conclusion that Public Administration is part of the culture of perfecting. Thirdly, after rejecting fatalism, a new perspective for Public Administration can be found in thinking based on practical rationality.


Robert van Putten MSc MA
R.J. van Putten MSc MA is filosoof en bestuurskundige. Hij is werkzaam als promovendus en docent aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Breedbandcoöperaties op het platteland

Leerscholen voor Next Generation Plattelandsontwikkeling

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden community broadband, rural development, cooperatives, neo-endogenous development, Netherlands
Auteurs Koen Salemink MSc en Prof. dr. Dirk Strijker
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a database with 75 rural community broadband initiatives in the Netherlands and a longitudinal analysis of a specific initiative in the municipality of Oldambt, the authors discuss how citizens campaign for improved internet connections in a cooperative setting. The authors present an 8-step model which shows that at each step citizens, governments and private telecom companies affect the completion of the step. Both telecom companies and governments, however, stick to their old way of working. The market parties try to slow down the process and prevent their market areas from being affected by the initiatives, while governments are unclear about (potential) policies. Community broadband initiatives learn ‘on the job’ and they need perseverance as well as social, intellectual and financial capital in order to be successful. The realization of rural broadband requires efforts from citizens and the involvement of facilitating and supportive governments.


Koen Salemink MSc
K. Salemink MSc is werkzaam als promovendus en projectonderzoeker bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Dirk Strijker
Prof. dr. D. Strijker is hoogleraar plattelandsontwikkeling bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Door het glazen plafond

Naar effectieve maatregelen voor meer vrouwen in de top

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gender equality, glass ceiling, diversity management, Interventions, organisational behavior
Auteurs Drs. Ans Merens, Drs. Wilma Henderikse en Dr. Babette Pouwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Although in many Western European countries women have entered the workforce in large numbers this has not resulted in an equal representation in senior positions. Little is known about how organizational policies could be changed and what initiatives have proven to be effective in raising the number of women in the top of organizations. This article examines the effectiveness of measures taken by organizations to increase the number of women in senior management positions. We have reviewed literature regarding the effects of various types of measures on realizing more women in senior positions. The outcomes of this literature review have been used as a framework for an empirical analysis of the effectiveness of measures taken by companies. Data from the Charter Talent to the Top show that adopting a broad range of measures at the strategic level leads to a higher share of women in senior management positions. HR instruments and communication strategies also affect the proportion of women at the top. More specifically, facilitating flexible work options, external communication about the organization’s diversity goals, and increasing women’s visibility within the organization all have positive effects on the share of women in the top.


Drs. Ans Merens
Drs. Ans Merens is wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Drs. Wilma Henderikse
Drs. Wilma Henderikse is directeur en partner bij VanDoorneHuiskes en partners.

Dr. Babette Pouwels
Dr. Babette Pouwels is senior onderzoeker bij VanDoorneHuiskes en partners.

    Does scaling up municipalities strengthen or does it weaken (local) political participation? This is an important question because of the intention – as it is written down in the Dutch coalition agreement – to gradually scale up Dutch municipalities to 100.000+ inhabitants. This article answers the question on the basis of a meta-analysis, voter turnouts, the national election study and interviews. The author has also examined behavioural indicators for political participation, especially the turnout figures at local elections. The conclusion from this analysis by the author is clear and unambiguous: as the size of the local government (the municipality) increases (local) political participation decreases. For a lot of forms of political participation a size of about 10.000 inhabitants seems to be the optimal scale for local government. Because other (recent) research in the Netherlands has shown that the assumed cost savings from municipal amalgamation are not achieved, the desirability of (further) upscaling of Dutch municipalities can be questioned.


Dr. ir. Pepijn van Houwelingen
Dr. ir. P. van Houwelingen is onderzoeker aan het Sociaal en Cultureel Planbureau bij de afdeling Participatie, Cultuur en Leefomgeving.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen en onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente.

    In this contribution to the special issue on his own book ‘If Mayors Ruled the World: Dysfunctional Nations, Rising Cities’ Benjamin Barber first explains the background of his proposal to establish a global parliament of mayors: the failure of nation-states in solving the problems of the 21st century. The hope for a democratic solution lies especially in the rise of the cities and their mayors. A crucial role in this solution should be played by a global parliament of mayors. According to Barber the key issues for such a global parliament of mayors are climate change, immigration, policing and violence and urban autonomy. The biggest practical problem of this project is how thousands of representatives could meet on a regular basis. The digital technology of the information age offers the solution for this practical problem through a virtual platform for meetings of the global parliament of mayors. The global parliament of mayors is a unique form of intercity association that establishes a new form of political authority rooted in universal-rights claims: the rights of the city and citizens.


Prof. dr. Benjamin Barber
Prof. dr. B.R. Barber is als onderzoeker verbonden aan het Center on Philanthropy and Civil Society, The Graduate Center, The City University of New York.
Artikel

Van stedelijk onderzoek naar praktijken voor probleembewerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden governance of wicked problems, local administration, research, translation, problem structuring
Auteurs Drs. Robert M. Duiveman
SamenvattingAuteursinformatie

    In his much praised book on mayors, Benjamin Barber argues it’s up to cities to address the world’s most acute problems. These include wicked problems such as climate change, terrorism, poverty and trafficking of drugs, weapons and humans. Cities are not only excellent problem solvers, they are also given a prominent role in innovation and economics, democracy and citizenship, and more recently domestic care. Complicated, wicked and thus knowledge intensive problems are stacking up at the local level. But where to get the appropriate knowledge to tackle these issues?


Drs. Robert M. Duiveman
Drs. R.M. Duiveman doet (actie-)onderzoek in en naar nieuwe stedelijke kennispraktijken en schrijft hierover een dissertatie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Van Slingelandt-lezing: wie stuurt er (in) de stad?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden local administration, city management, New York
Auteurs Drs. Henk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk de Jong, former chief clerk of the municipality of Amsterdam, spent some years as a management consultant in New York. Back home, he describes what the Netherlands can learn from the American way of managing big cities. Klaartje Peters, professor of Maastricht University, reflects on the lessons he draws.


Drs. Henk de Jong
Drs. H. de Jong was gemeentesecretaris van Amsterdam, heeft lang als adviseur in de Verenigde Staten gewerkt en is nu bestuurder van het ROC Leiden.
Artikel

Zijn eco-steden ook slim? En zijn slimme steden ook eco?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden eco-city, knowledge city, smart city, Terminologische verschillen en overeenkomsten
Auteurs Dr. Martin de Jong, Dr. Simon Joss, Daan Schraven MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last couple of decades, metropolitan areas around the world have been engaged in a multitude of initiatives aimed at upgrading urban infrastructure and services, in an effort to create better environmental, social and economic conditions and to enhance cities’ attractiveness and competitiveness. Reflecting these developments, many new categories of ‘cities’ have entered the policy discourse: ‘sustainable cities’; ‘green cities’; ‘digital cities’; ‘intelligent cities’; ‘smart cities’; ‘information cities’; ‘knowledge cities’; ‘resilient cities’; ‘eco-cities’; ‘low carbon cities’; ‘liveable cities’; and even combinations, such as ‘low carbon eco-cities’ and ‘ubiquitous eco-cities’. Each of these terms apparently seeks to capture and conceptualize key aspects of ongoing urban sustainability efforts. Closer examination, however, reveals that the terms are often used interchangeably by policy makers, planners and developers alike. In this article we examine the reflection of the wider policy debate in academic discourse. By subjecting the twelve most frequently encountered categories mentioned above to bibliometric analysis, we aim to identify the distinct conceptual perspectives harbored by each of them.


Dr. Martin de Jong
Dr. W.M. de Jong is universitair hoofddocent beleidskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en als toegevoegd hoogleraar verbonden aan Fudan University, Shanghai.

Dr. Simon Joss
Dr. S. Joss is directeur van de International Eco-Cities Initiative en als hoogleraar verbonden aan de University of Westminster in Londen.

Daan Schraven MSc
D. Schraven, MSc is onderzoeker bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Changjie Zhan
C. Zhan is promovendus bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Prof. dr. Margot Weijnen
Prof. dr. M.P.C. Weijnen is hoogleraar proces- en energienetwerken aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.
Toont 101 - 120 van 255 gevonden teksten
1 2 3 4 6 8 9 10 11 12 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.