Zoekresultaat: 1355 artikelen

x
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl

    It is generally assumed that unsafety is typically urban, as the urban environment offers opportunities for criminality and contains in addition a lot of illegality and marginality. However, empirically grounded understanding of the relation between criminality and the social and physical characteristics of the urban environment is limited. Therefore this contribution explores the (spatial) connection between the social and physical environment and different forms of criminality. In this respect some common assumptions exist, such as the idea that the residential composition of neighbourhoods is strongly related to criminality; especially when residents are poor or immigrants. In addition, anonymous and massive urban environments would ask for criminality due to a lack of social control. Far less often does one point to the relation between criminality and the presence of a visiting population, as in city centres. Our analysis supports this relation: criminality in cities is connected with the opportunities offered in city centres. This insight is important for the organisation of police work.


Sako Musterd
Sako Musterd (1953) is hoogleraar Stadsgeografie aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek, dat hoofdzakelijk internationaal vergelijkend is, richt zich op ruimtelijke segregatie en sociale uitsluiting in grote steden in Europa en op actuele stedelijke dynamiek en herstructurering in regionale setting. Recente studies betreffen de evaluatie van theorieën over buurteffecten aan de hand van grootschalig longitudinaal onderzoek in Zweden en Nederland en onderzoek naar de voorwaarden voor de ontwikkeling van op kennis gerichte steden. Musterd is onder andere lid van de redactie van het International Journal of Urban and Regional Research; van Housing Studies; en van Population, Space and Place.

Wim Ostendorf
Wim Ostendorf (1948) is universitair hoofddocent Stadsgeografie aan de afdeling Geografie en Planologie en aan het AME (Amsterdam study centre for the Metropolitan Environment) van de Universiteit van Amsterdam. Hij doceert Stadsgeografie en Methoden en Technieken en begeleidt promotiestudenten. In zijn onderzoek is hij gericht op urbanisatieprocessen en op problemen van grote metropolitane gebieden wat betreft bevolking, segregatie en huisvesting. In zijn recente onderzoek heeft hij zich onder meer bezig gehouden met segregatie en sociale uitsluiting in grote Europese steden (in Europese onderzoeksprojecten als URBEX, Neighbourhood trajectories en RESTATE), met kansarmen en met de betekenis van de sociale samenstelling van de woonbuurt voor het voortduren of versterken van kansarmoede.

Rinus Deurloo
Rinus Deurloo (1942) is universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam, afdeling Geografie en Planologie en coördinator van het GIS-Centrum van de faculteit Maatschappij- en Gedragswetenschappen. Hij verricht methodisch-technisch onderzoek op het gebied van verhuis- en woningkeuzegedrag en op het terrein van stadsgeografische toepassingen van Geografische Informatie Systemen (gis). Tevens ontwikkelt hij de Stadsmonitor Amsterdam.

    Parents are worried about the safety of their youngsters in public space, although they do not define all public space as dangerous for their children. This article discusses empirical research of the views of parents of fourteen and fifteen year olds on the safety in different environments. Parents in cities, suburbia and the countryside in the Dutch province of Groningen all worry about the safety of their children. Nevertheless, differences exist in the ways in which they reproduce images of 'the city as a jungle' and the 'rural idyll.' These dominant images influence the parental concerns and the way parents protect their youngsters. At the same time, parents hold alternative and sometimes contradictory views about the appropriateness of their residential environment. Furthermore, parents' opinions on safety are not exclusively based on the places their children visit. Besides local experiences, national and international news frame the parents' views. This is of considerable importance for local safety policies.


Renske Emmelkamp
Dr. Renske Emmelkamp promoveerde recentelijk op het proefschrift Een veilig avontuur. Alledaagse plaatsen en vrijetijdsbesteding in de verhalen van jongeren en ouders (Amsterdam: in eigen beheer). Zij publiceerde voorts in 2002 'Gevaarlijke plaatsen voor de jeugd' in Rooilijn, 9: 425-33 en in 2001 'Über Stadt und Land hinaus. Die Besorgnis von Eltern und Jugendliche in der öffentlichen Domäne' in: L. Deben en J. van de Ven (red.), Berlin und Amsterdam. Globalisierung und Segregation, Amsterdam: Het Spinhuis, 44-66. Adres: Sumatrakade 1205, 1019 RJ Amsterdam, tel.: 020-4715082/06-29027886, e-mail: r.emmelkamp@xs4all.nl

Talja Blokland
Talja Blokland is universitair docent sociologie aan de afdeling Sociologie en Culturele Antropologie van de Universiteit van Amsterdam en buitengewoon hoogleraar Samenlevingsopbouw aan de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Adres Talja Blokland: ASSR, Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam, e-mail: t.v.blokland@uva.nl

Ruth Soenen
Ruth Soenen is Onderzoeker Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen aan het departement Sociale en Culturele Antropologie, Katholieke Universiteit Leuven, België. Adres Ruth Soenen: Departement Sociale en Culturele antropologie, Katholieke Universiteit Leuven, Tiensestraat 102, 3000 Leuven, België, e-mail: ruth.soenen@ant.kuleuven.ac.be

    Blokland and Soenen use ethnographic research of tramcars in Antwerp to discuss how incidental contacts in public transport relate to safety and trust in the public space. They argue that anonymity, although often blamed, is not the culprit. Blaming certain categorically labeled groups as 'problematic' is not a fruitful approach either. Through an analysis of social realms (public, private and parochial, as in Lofland) that customers create in interaction with each other, the authors show that public transport incorporates potentials both for 'thin community' and for conflict and anxiety. Whether people experience one or the other depends on the social trust. The key to understand how such trust can grow and decrease cannot be found in crime statistics, individual attitudes or categories of 'problematic groups', but in the constructions of the social realms through which people opt out of the public realm or, in groups, appropriate the public space at the expense of others. Describing the various services of 'Lijnspotters', drivers and controllers, the authors discuss what types of social control in public transport is most likely to enhance social trust.


Talja Blokland
Talja Blokland is buitengewoon hoogleraar 'wetenschappelijke grondslagen van het opbouwwerk' aan de Erasmus Universiteit en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam.

    This article discusses the changes in the safety policy in the Netherlands over about the last fifteen years. These changes are analysed as reactions to the problems that the police and other criminal justice agencies face and which result from the shift from a modern to a late modern society. Five main changes are distinguished: in the organisational and managerial arrangements of the police; in the relation between the state (police) and other (both public and private) agencies; the rise of extra-judicial instruments and the growing attention for the position of victims; the increasing use of technological instruments for surveillance and crime prevention; and a harsher and more punitive policy. These changes create new fundamental questions for a future safety policy.


Jan Terpstra
Dr.ir. J.B. Terpstra is werkzaam bij het Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit) van de Universiteit Twente. Hij verricht de laatste jaren vooral onderzoek rond politie, justitie en veiligheidszorg. Terpstra publiceerde eerder ook over onder meer maatschappelijke achterstand, sociale zekerheid en beleidsuitvoering. Recente publicaties hebben onder andere betrekking op samenwerking in de lokale veiligheidszorg, Justitie in de Buurt en sturing van politie en politiewerk. Adres: Instituut voor Maatschappelijke Veiligheidsvraagstukken (ipit), Universiteit Twente, Postbus 217, 7500 AE Enschede, e-mail: j.b.terpstra@utwente.nl

    The creation of quasi-autonomous organizations has spread throughout the western world. Flanders and the Netherlands both have a longstanding tradition of putting policy execution at arms' length, thereby creating so-called voi's and zbo's respectively. This raises the question whether there are comparable trajectories, forms, developments and political considerations. By comparing the developments in both countries the authors seek an answer to this question.

    The establishment of quangos was very popular until the mid 1990s. However, in both countries a countermovement can be seen. The creation of quangos is believed to lead to problems for political control. Both governments have taken several measures to solve these issues.

    The comparison shows that there are indeed many similarities, but also reveals interesting differences. There is no comprehensive convergence between the two neighbours. These differences are the result of differences in the politico-administrative system and the institutional culture.


Koen Verhoest
Dr. Koen Verhoest is onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor de Overheid van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam, onder meer over de sturing van verzelfstandigde organisaties (in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement en met Geert Bouckaert in een boek van Yvonne Fortin), over coördinatie binnen de overheid (twee boeken bij Die Keure en Academia Press), over kerntaken tussen overheidsniveaus en tussen publieke en private actoren (twee boeken bij Academia Press en bij de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur). Adres: Instituut voor de Overheid, Van Evenstraat 2A, 3000 Leuven e-mail: verhoest@soc.kuleuven.ac.be

Sandra van Thiel
Dr. Sandra van Thiel is universitair docent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft diverse publicaties op haar naam over verzelfstandiging zowel over zbo's (met Van Buuren in Bestuurswetenschappen), agentschappen (met Smullen en Pollitt in b en m) als over gemeentelijke verzelfstandiging (in Beleidswetenschap). Adres: Erasmus Universiteit Rotterdam, postbus 1738, kamer M8-27, 3000 DR Rotterdam e-mail: vanthiel@fsw.eur.nl

    In the discussion about the introduction of a directly elected mayor in the Netherlands the issue of election procedures is largely ignored. Election procedures, however, are not neutral. Five different elections procedures that can be used to elect a mayor (simple majority, two round system, alternative vote, Cooms rule and the adjusted Copeland rule) are analyzed using seven different criteria (selecting majority winners, selecting condorcet winners, not selecting condorcet losers, monotonicity, strategy proofness, simplicity and costs). With respect to most of the criteria used, the adjusted Copeland score rule outperforms the other procedures mentioned.


Henk van der Kolk
Dr. Henk van der Kolk is als universitair docent Politicologie verbonden aan de faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie (BBT) van de Universiteit Twente. Hij publiceerde onder meer Electorale controle (1997), en samen met anderen Politieke veranderingen in Nederland 1971-1998 (2000) en Lokale kiesstelsels vergeleken (2002). In zijn onderzoek richt hij zich vooral op de relatie tussen (electorale) instituties en (politiek) gedrag. Adres: Universiteit Twente, faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie (BBT), leerstoel politicologie, postbus 217, 7500 AE Enschede, tel.: 053 4893281, e-mail: H.vanderkolk@utwente.nl

    Although 'integration with retention of "own" culture' has ceased to be the dominant policy principle in Dutch minority policies for quite some time now, there are still remarkably many ethnically specific policy arrangements in the Netherlands. To explain this contradiction this paper introduces an administrative mechanism: the logic of making policy categories conflicts with the logic of policy implementation. The use of 'avoidant categories' – a particular type of policy category discussed in this paper – creates an administrative opportunity structure that unintendedly promotes ethnic fragmentation instead of integration in policy implementation. We illustrate the working of this mechanism in a comparative perspective; the Netherlands is not unique in this respect and experience in other countries is instructive.


Frank de Zwart
Dr. Frank de Zwart is politiek antropoloog/bestuurskundige en verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

Caelesta Poppelaars
Drs. Caelesta Poppelaars is bestuurskundige. Zij was tot 1 februari 2004 werkzaam als stafmedewerker bij de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid van de Tweede Kamer. Vanaf 1 februari 2004 is zij als aio verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

    Alfred Hirschman has analyzed consumers reactions of 'voice' and 'exit' with respect to the functioning of public and private organizations. He has argued that the value of 'voice' to articulate dissatisfaction with respect to public and private organisations is often misunderstood. Especially with respect to so-called complex goods, voice is far more fruitful to explore the norms for 'best practice' and to stimulate the improvement of the organisation than exit. Insurance might be seen as a complex good. From the perspective of Hirschman we analysed the exit- and voice options of citizens with respect to private and public health insurance. We argue that while private insurance offers more exit-options, the quality of the voice options in private insurance might be considered better. However, the opportunities to articulate disagreement or dissatisfaction on an individual level are few all together. Public health insurance does have formal channels for collective voice, but these do not result in real influence on relevant themes. With the reorganization of the Dutch welfare state, much has been invested, ideological and practical, in the increase of exit options. However, dissatisfaction often does develop when people have become ill and when they are dependent upon the insurance. In that situation they often are not able to walk out to a competing company or to perform voice. Against this background we argue that the organisation of collective voice in health insurance is very important.


Klasien Horstman
Prof.dr. Klasien Horstman is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht, en is bijzonder hoogleraar Filosofie en Ethiek van Bio-engi-neering aan de Technische Universiteit Eindhoven (Socrates-leerstoel) Zij publiceerde eerder over de omgang met risico's in moderne samenlevingen in Beleid en maatschappij, het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, Science, Technology and Human Values, Theoretical Medicine and Bioethics en Sociology of Health and Illness. In 2001 verscheen van haar hand Public bodies, private lives. The historical construction of Life Insurance, Health Risks and Citizenship in the Netherlands 1880-1920 (Erasmus Publishing, Rotterdam). Adres: Universiteit Maastricht, faculteit der Gezondheidswetenschappen, capaciteitsgroep BEOZ, postbus 616, 6200 MD Maastricht, tel: 043 3881118, e-mail: k.horstman@zw.unimaas.nl

Jan van der Made
Drs. J.H. van der Made is als universitair docent Politicologie/Bestuurskunde verbonden aan de Capaciteitsgroep Beleid, Economie en Organisatie van Zorg van de faculteit der Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde onder meer over stelselwijzigingen in de zorg, privatisering en solidariteit in Bestuurskunde, International Journal of Social Welfare, Health Policy en European Journal of Public Health.
Artikel

Aan het pluche gekleefd?

Aard en achtergrond van het aftreden van individuele bewindslieden 1946-2009

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Mark Bovens, Gijs Jan Brandsma, Dick Thesingh e.a.
Auteursinformatie

Mark Bovens
Mark Bovens is als hoogleraar verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M.A.P. Bovens Universiteit Utrecht Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht m.bovens@uu.nl

Gijs Jan Brandsma
Gijs Jan Brandsma is als post doc verbonden aan het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Dick Thesingh
Dick Thesingh heeft gegevens voor dit artikel verzameld in het kader van zijn afstudeeronderzoek binnen de masteropleiding Bestuur en Beleid in Utrecht.

Thierry Wever
Thierry Wever heeft gegevens voor dit artikel verzameld in het kader van zijn afstudeeronderzoek binnen de masteropleiding Bestuur en Beleid in Utrecht.
Artikel

De ondefinieerbare staat

Horizontale en verticale sturing door de rijksoverheid sinds 1980

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Michiel Blom en Thomas Schillemans
Auteursinformatie

Michiel Blom
Michiel Blom is als senior beleidsmedewerker werkzaam bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hij heeft dit artikel op persoonlijke titel geschreven. Correspondentiegegevens: M. Blom Anna van Hannoverstraat 4 2595 BJ Den Haag michiel.blom@planet.nl

Thomas Schillemans
Thomas Schillemans is als docent en onderzoeker verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: T. Schillemans Universiteit Utrecht Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht t.schillemans@uu.nl
Artikel

Zorgmarkten en publieke belangen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2010
Auteurs Teun Zuiderent-Jerak, Kor Grit en Tom van der Grinten
Auteursinformatie

Teun Zuiderent-Jerak
Teun Zuiderent-Jerak is universitair docent wetenschaps- en techniekonderzoek aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T. Zuiderent-Jerak Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR Rotterdam zuiderent@bmg.eur.nl

Kor Grit
Kor Grit is universitair docent beleid van de gezondheidszorg aan het iBMG.

Tom van der Grinten
Tom van der Grinten is als gasthoogleraar beleid & organisatie gezondheidszorg verbonden aan het iBMG.
Artikel

Het homunculus-probleem van vrije markten

Over het halal-geval van handel in vertrouwen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2010
Auteurs Frans van Waarden en Robin van Dalen
Auteursinformatie

Frans van Waarden
Prof. dr. Frans van Waarden is hoogleraar organisatie en beleid Universiteit Utrecht en fellow van het University College Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. B.F. van Waarden Universiteit Utrecht University College Postbus 80145 3508 TC Utrecht F.vanwaarden@uu.nl

Robin van Dalen
Robin van Dalen is onderzoeksassistente en studente University College Utrecht.
Artikel

Vitaal en bevlogen: de economisering van de gezondheid van werknemers

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2010
Auteurs Agnes Meershoek, Yvette Bartholomée en Klasien Horstman
Auteursinformatie

Agnes Meershoek
Agnes Meershoek is universitair docent, vakgroep Metamedica, onderzoeksinstituut CAPHRI, Faculteit Health, Medicine and Life Sciences, Universiteit Maastricht. Correspondentiegegevens: Dr. A. M. Meershoek Universiteit Maastricht Faculteit Health, Medicine and Life Sciences Postbus 616 6200 MD Maastricht a.meershoek@maastrichtuniversity.nl

Yvette Bartholomée
Yvette Bartholomée is postdoc onderzoeker vakgroep Metamedica, onderzoeksinstituut CAPHRI, Faculteit Health, Medicine and Life Sciences, Universiteit Maastricht.

Klasien Horstman
Klasien Horstman is hoogleraar filosofie van publieke gezondheidszorg, vakgroep Metamedica, onderzoeksinstituut CAPHRI, Faculteit Health, Medicine and Life Sciences, Universiteit Maastricht.
Artikel

Onvoorziene opbrengsten

Meer dan de tragiek van goede bedoelingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Mark van Twist en Wouter Jan Verheul
Auteursinformatie

Mark van Twist
Mark van Twist is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.  Correspondentiegegevens: Drs. W.J. Verheul Nederlandse School voor Openbaar Bestuur Lange Voorhout 17 2514 EB Den Haag verheul@nsob.nl www.nsob.nl

Wouter Jan Verheul
Wouter Jan Verheul is programmamanager en promovendus aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Rien Rouw
Rien Rouw is senior adviseur kennis op het ministerie van OCW. Dit stuk is op persoonlijke titel geschreven. Correspondentiegegevens: Drs. M.A. Rouw Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Directie Kennis Postbus 16375 2500 BJ Den Haag m.a.rouw@minocw.nl
Toont 981 - 1000 van 1355 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.