Zoekresultaat: 2120 artikelen

x
Artikel

De Collectieve Horeca Ontzegging: uitsluiting uit de publieke ruimte?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Responsibilization, Collective Pub Ban, Selective exclusion, Security, Public space
Auteurs Dr. mr. Marc Schuilenburg en Dr. Ronald van Steden
SamenvattingAuteursinformatie

    The article provides a theoretical and empirical analysis of the Night Time Economy and how the Collective Pub Ban is applied in three Dutch cities: Utrecht, Amersfoort and Den Bosch. The Collective Pub Ban is a measure taken in the Netherlands in an effort to make pubs, bars and clubs co-responsible for maintaining security. Depending on the severity of the conduct, an offender can be denied of entry to these venues for five years. During this period, the offender is not allowed to enter the particular pub or any of the other pubs, bars and clubs that participate in this measure. On the basis of 84 interviews, we show how these venues fill out their new responsibilities with respect to the Collective Pub Ban-measure. Also, we answer the question what this new measure means for the quality of the public space.


Dr. mr. Marc Schuilenburg
Dr. mr. Marc Schuilenburg is universitair docent aan de afdeling Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. E-mail: m.b.schuilenburg@vu.nl.

Dr. Ronald van Steden
Dr. Ronald van Steden is universitair docent aan de afdeling Politicologie & Bestuurswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Prof. dr. Klaartje Peters
Prof. dr. Klaartje Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist en is tevens bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht. E-mail: info@klaartjepeters.nl.

David Hollanders
Dr. David Hollanders is postdoc-onderzoeker bij het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS). E-mail: D.A.Hollanders@uva.nl.

    De verwachtingen over de sociale wijkteams zijn hooggespannen. Menig gemeente ziet het inzetten van de teams als dé nieuwe oplossing in de aanpak van sociale problematiek en de uitdagingen waarvoor zij komen te staan met de transities en bezuinigingen. Tientallen gemeenten hebben in een kort tijdsbestek dergelijke teams ingesteld en nog meer zullen volgen. Maar wat beogen de diverse gemeenten nu precies met de wijkteams? Waar moet hun meerwaarde uit bestaan in de dienstverlening naar (kwetsbare) burgers? Geven gemeenten via de wijkteams invulling en kleur aan de decentralisatie van zorg- en welzijnstaken?


Silke van Arum
Silke van Arum is werkzaam bij Movisie als senior onderzoeker Effectiviteit.

Vasco Lub
Vasco Lub is oprichter van het Bureau voor Sociale Argumentatie. Hij richt zich op grootstedelijke vraagstukken en lokaal sociaal beleid.

    In de rationele benadering wordt beleid planmatig ontwikkeld en uitgevoerd: beleidsdoelen vormen het uitgangspunt en via kennis en informatie wordt gezocht naar middelen om die doelen te bereiken. Beleidsonderzoekers zou je dan ook kunnen beschouwen als ultieme aanhangers van een rationele benadering van beleid. Zij hanteren in hun werk logische redeneringen met betrekking tot feiten, opinies en waarnemingen om tot hun conclusies te komen. De conclusies van beleidsonderzoekers worden echter lang niet altijd opgevolgd door hun opdrachtgevers. Je hoeft niet ver te zoeken naar verklaringen om te zien hoe dat komt.


Peter van Hoesel
Peter van Hoesel is (emeritus) hoogleraar Toegepast Beleidsonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    In België voert de Vlaamse overheid een eigen beleid in tal van domeinen, onafhankelijk van de andere regionale overheden in Brussel en Wallonië en van de federale overheid. Zij laat zich bij haar beleid ondersteunen door een netwerk van universiteiten, hogescholen, departementale studiediensten en kenniscentra, en een beperkt aantal verzelfstandigde Vlaamse wetenschappelijke instituten. Daarnaast maakt de Vlaamse overheid ook gebruik van analyses en studies van commerciële gespecialiseerde beleidsonderzoeksbureaus. Sinds de start van het nieuwe millennium wordt de organisatie van beleidsonderzoek in Vlaanderen enerzijds gekenmerkt door een toegenomen institutionalisering van beleidsgerichte onderzoeksprogramma’s, waarbij gekozen werd voor een grotere formalisering en structurering. Anderzijds hebben meer commerciële spelers zich op de markt van beleidsadvisering begeven.


Prof. dr. M. Brans
Prof. dr. M. Brans is verbonden aan het Instituut voor de Overheid/Public Governance Institute van de Katholieke Universiteit Leuven.

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).
Artikel

De bestuurlijke organisatie in Nederland: spanningsvelden en veranderstrategieën

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden nation state, structural reforms, decentralisation
Auteurs Cees Paardekooper en Harry ter Braak
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch Minister for the Interior Ronald Plasterk has proposed far-reaching reforms for the structuring of the Dutch nation state. These reforms include decentralising tasks to municipalities and merging several provinces. So far, these plans have met with criticism and derision. This article discusses the tensions included in Plasterk’s plans and proposes several strategies for how change could still be possible.


Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.

Harry ter Braak
Drs. H. ter Braak is adviseur bij WagenaarHoes.
Artikel

De grote verbouwing

Een bestuurskundig perspectief op veranderingen in stelsels van publieke voorzieningen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public management reform, New Public Management, New Public Governance
Auteurs Philip Marcel Karré en Cees Paardekooper
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands is engaged in reforming several of its public service provision sectors by limiting their hybrid (mixed public/private) character. This special issue deals with these reforms. We have a closer look at the systems of transport, education and housing, and also discuss reforms of the Dutch nation state. Each article poses three basic questions: why has the sector evolved as it has? Why is change seen as necessary? And how does this process take place? By doing so, we draw general lessons on how the Netherlands deals with system change and public management reform.


Philip Marcel Karré
Dr. P.M. Karré is programmaleider van de professional master Urban Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de governance van hybride organisaties (www.hybrideorganisaties.nl).

Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.
Artikel

Vastgeklonken aan de Fyra

Een pad-afhankelijkheidsanalyse van de onvermijdelijke keuze voor de falende flitstrein

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden complex decision-making, high-speed railways, megaprojects, path-dependency
Auteurs Lasse Gerrits en Peter Marks
SamenvattingAuteursinformatie

    In the spring of 2013, the Dutch railway operator, High Speed Alliance, cancelled the acceptance procedures for V250 high-speed train sets they ordered from Italian manufacturer AnsaldoBreda after numerous problems with the build quality and safety systems. It is the latest chapter in a series of failed attempts to build and run a high-speed railway link between Amsterdam and Paris. Inevitably, the question of who was responsible for the decision to order the V250 has become prominent. We study 20 years of public decision-making by analysing the content of over 1,200 documents. Using David’s and Arthur’s theory of path-dependency, we conclude that all the decisions that were taken during those two decades created a situation in which the choice for the V250 was nothing more than an inevitable gamble. It can therefore be concluded that all parties involved, from the railway operator to Parliament, have contributed to the current failure.


Lasse Gerrits
Dr. L.M. Gerrits is als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Peter Marks
Dr. P.K. Marks is als universitair docent verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Intergemeentelijk samenwerken: het kan ook licht

Een verkenning van lichte vormen van intergemeentelijke samenwerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden inter-municipal cooperation, light forms of cooperation, modes of cooperation
Auteurs Leon van den Dool en Linze Schaap
SamenvattingAuteursinformatie

    Many tasks will be decentralized to municipalities in the Netherlands in the coming years. To deal with these challenges, central government encourages municipal mergers, while municipalities often prefer a light form of cooperation. Since municipal boarders are converging less and less with the boarders inhabitants experience in their daily lives, municipalities feel free to cooperate in a variety of ways with other partners. This poses new challenges to democratic legitimacy, effectiveness and the role local authorities play. Local governments therefore do not need new regulations or legal forms of co-operations, but rather a repertoire fitting their role. We argue that local governments need to analyse their tasks, choose the form of cooperation that fits best and develop a repertoire for their cooperation. Light forms of cooperation are very important for developing a variety of cooperative forms and roles local governments need to play.


Leon van den Dool
Dr. L.T. van den Dool is senior onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg) en daarnaast senior manager in de adviespraktijk voor binnenlands bestuur bij PwC. Hij richt zich op de lokale overheid en met name op stedelijke ontwikkeling, leerprocessen, goed bestuur, onafhankelijk onderzoek, bestuurskracht en samenwerkingsvraagstukken.

Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg). Hij richt zich op democratisch besturen op lokaal, intergemeentelijk en regionaal niveau, schaalvraagstukken en bestuurskracht. Veel van zijn onderzoek heeft een internationaal vergelijkend karakter.
Artikel

Lessen en conclusies uit vier keer stelselwijziging

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public management reform, governance arrangements
Auteurs Philip Marcel Karré en Cees Paardekooper
SamenvattingAuteursinformatie

    This concluding article of our special issue on public management reform in the Netherlands summarizes the information presented in the individual articles. We conclude that reform is often an incremental process, aimed at streamlining existing governance arrangements rather than creating and rolling out grand new designs.


Philip Marcel Karré
Dr. P.M. Karré is als programmaleider van de professional master Urban Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de governance van hybride organisaties (www.hybrideorganisaties.nl).

Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.
Boekbespreking

De complexiteit van ‘loslaten’

Reactie op Roel in ’t Velds bespreking van het Rob-advies ‘Loslaten in vertrouwen’

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Auteurs Kees Breed
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, Kees Breed of the Dutch Council for Public Administration reflects on Roel in ‘t Veld’s discussion of the 2012 Council’s report ‘Letting go and public trust’ in the previous issue of Bestuurskunde (vol. 22, issue 3, pp. 88-94). The discussion focuses on the report’s shortcomings regarding the analysis of tensions and conflicts between government, market, and society. In ‘t Veld regrets that understandings from complex systems’ theories were not used. In this reaction, Breed argues that in order to contribute to the current debates, theoretical and abstract concepts from systems’ theories will have to be confronted and matched with the actual experiences by practitioners. Reports as the one discussed, published by Advisory Coucil’s, stimulate debate and can thus contribute to bridge this gap.


Kees Breed
Dr. C.J.M. Breed is bestuurskundige en secretaris van de Raad voor het openbaar bestuur.
Artikel

Ondoordacht sleutelen

Reflecties op bestuurlijke geilheid en de complexiteit van sociale systemen door Roel in ’t Veld

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public management reform
Auteurs Philip Karré en Cees Paardekooper
SamenvattingAuteursinformatie

    This text provides a summary of an interview we conducted with Roel in ’t Veld, who (as an academic, advisor and civil servant) is a veteran of public management reform in the Netherlands. In ’t Veld criticizes the approach often taken by these reforms, as they are often not based on an in-depth study of the problem in question and its historic background. Scholars in public administration should not only provide critical assessments of reforms from the side-lines but should also get their hands dirty and participate in them.


Philip Karré
Dr. P.M. Karré is programmaleider van de professional master Urban Management aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij doet onderzoek naar de governance van hybride organisaties (www.hybrideorganisaties.nl).

Cees Paardekooper
Drs. C. Paardekooper is adviseur bij WagenaarHoes.
Artikel

Kwaliteit als sleutel tot overheidsinterventie: een reflectie op de beleidsassumpties van autonomievergroting in het primair onderwijs

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden primary education, organizational autonomy, autonomization
Auteurs Marlies Honingh en Sandra van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 1980s, the organizational autonomy of primary schools in the Netherlands was increased to improve the quality of education. Today, new restrictions are being imposed on this autonomy, again as a means to improve educational quality. This article discusses whether this change can be seen as a systemic change or rather a further streamlining of the policies started in the 1980s.


Marlies Honingh
Dr. M.E. Honingh is als universitair docent verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Woningcorporaties: meer dan een eeuw hybriditeit

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden housing, social housing associations, hybridity
Auteurs Marja Elsinga en Jan van der Schaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1901, Dutch social housing is organized as a hybrid system. Over the years, this system has continually adapted to outside forces and demands. Lately it has come under pressure, especially as the negative side effects of housing associations becoming autonomous have become apparent. This article describes the history of social housing in the Netherlands since 1901, and discusses whether the negative side effects of hybridity should be used as an argument for a major overhaul of the system.


Marja Elsinga
Prof. dr. ir. M.G. Elsinga is hoogleraar Housing Institutions & Governance aan de Technische Universiteit Delft.

Jan van der Schaar
Prof. dr. ir. J. van der Schaar is gasthoogleraar Volkshuisvesting aan de Universiteit van Amsterdam en geassocieerd partner bij RIGO Research en Advies BV.
Artikel

Successen en rafelrandjes: Stelselwijzigingen in het Openbaar Vervoer

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden public transport, New Public Management
Auteurs Wijnand Veeneman
SamenvattingAuteursinformatie

    During the 1980s and 1990s, successive Dutch governments reformed public transport by introducing market-type mechanisms. However, these New Public Management-style reforms have only been introduced half-heartedly because governments also tried to avoid the negative effects of NPM. On some fronts, the reforms have undoubtedly led to improved quality (better and newer material) and more choice for governments regarding how to organize public transport because there are several new providers. But on other fronts, these positive effects have been hampered by fragmentation, leading to calls for another overhaul of the system. This article chronicles the developments in public transport and discusses which new steps could be taken.


Wijnand Veeneman
Dr. W.W. Veeneman is als universitair hoofddocent Organisatie & Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Karin Geuijen
Dr. C.H.M. Geijen is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).

    The (changing) relations between citizens and administration are in the middle of attention and therefore the Dutch cabinet indicated in a white paper on ‘do-democracy’ (that is a literal translation of the Dutch word “Doe-democratie”) its willingness to contribute actively to the transition to more ‘do-democracy’ (a form of co-decision making of citizens by handling societal issues themselves). In a number of examples the cabinet showed which possibilities it sees to support civilian forces, but also mentioned several dilemmas, risks and objections it brings about. The white paper received praising as well as critical reactions. Especially from the critical reactions we can learn in which respects further action or reflection is necessary. To stimulate thinking and especially doing this article treats four criticisms not enough dealt with in the white paper itself: 1) ‘do-democracy’ is just a cover-up for expenditure cuts; 2) ‘do-democracy’ does a moral appeal on (affective) citizenship; 3) ‘do-democracy’ is reserved for the wealthy and the high-educated: a ‘do-aristocracy’; 4) it not a real form of democracy, because no control is handed over. To help our government every criticism is accompanied by a reply. In a short conclusion the author (himself secretary of the white paper) calls the government to make a start with the actual implementation of the ideas of the white paper.


Vincent van Stipdonk
Drs. V.P. van Stipdonk is redacteur van Bestuurswetenschappen. Hij was als zelfstandig Raadgever & Redacteur penvoerder van de kabinetsnota ‘De doe-democratie’.
Toont 981 - 1000 van 2120 gevonden teksten
1 2 42 43 44 45 46 47 48 50 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.