Zoekresultaat: 157 artikelen

x
Artikel

Een duwtje om over na te denken

De belofte van nudging voor de terugtredende overheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden nudge, choice architecture, libertarian paternalism, autonomy, decision-making
Auteurs Jasper Zuure MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Nudging is currently high on the political agenda. The idea behind nudging is that the government can gently push citizens in the ‘good’ direction by anticipating their predictable irrational behaviour. In the Dutch discussion nudging often is seen as an instrument to influence citizens more. Therefore critics fear paternalism, manipulation and technocracy. However, we could also see nudging as a replacement of more coercive instruments. Then nudges might even offer chances for a state that is withdrawing under the condition that citizens have both the opportunity and the capability to make alternative choices in practice than the choices to which nudges aim. Therefore nudges by the government should not avoid reflective and conscious thinking processes, but rather stimulate deliberation and make citizens more aware of their decisions.


Jasper Zuure MSc
J. Zuure, MSc is sociaal psycholoog en adviseur bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Tevens schrijft hij een proefschrift in de politieke filosofie over massapsychologie en politieke theorieën.
Artikel

Krachtig en kwetsbaar

De Nederlandse burgemeester en de staat van een hybride ambt

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2014
Auteurs Dr. Niels Karsten, Dr. Linze Schaap en Prof. dr. Frank Hendriks
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes, on the basis of a broad empirical research, the development of the office of mayor since 2002 (the year of the introduction of a dualist local system in the Netherlands) and the present state of the office. It shows a fundamental change in the office during the last decade and how the already existing hybrid nature of the office has continued to grow since 2002. The article describes the effects of this hybridization and identifies, on the basis of this description, eight power lines and vulnerabilities of the office of mayor. The authors relativize a number of issues that are frequently problematized in relation to the office of mayor, but they also point to new concerns amongst mayors. According to the mayors for example the presidency of the council and the presidency of the board of mayor and aldermen can be combined quite easily in practice. Mayors however, and with good reason, are concerned about the vulnerability of their authority and the sustainability of their neutral position ‘above the parties’, their most important source of authority. For this reason a reorientation of the office of mayor in the Netherlands is needed. This reorientation should start with an answer to the question which roles the mayor has to play in Dutch local government.


Dr. Niels Karsten
Dr. N. Karsten MA is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

Dr. Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.

Prof. dr. Frank Hendriks
Prof. dr. F. Hendriks is hoogleraar en onderzoeksdirecteur aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Tilburg University.
Boekbespreking

Een verruimd perspectief op rijkstoezicht?

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2014
Auteurs Gerrit Dijkstra en Kees Nagtegaal
Auteursinformatie

Gerrit Dijkstra
Mr. dr. G.S.A. Dijkstra is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden aan de Campus Den Haag.

Kees Nagtegaal
Drs. C. Nagtegaal MSc is werkzaam als docent/onderzoeker bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden aan de Campus Den Haag.
Artikel

De zoektocht naar goed bestuur

Een analyse van botsende waarden in de publieke sector

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2014
Auteurs Remco Smulders, Gjalt de Graaf en Leo Huberts
SamenvattingAuteursinformatie

    In the public as well as the semi-public sector numerous codes of good governance have been written. Although theses codes clearly lay down which public values must be the foundation of our administration, our newspapers often show examples of bad governance. It is striking that these codes mostly just picture an ideal, but do not give insight in tough considerations. In this article the authors show that different public values mentioned in codes are all worth pursuing as such, but that they in practice collide with each other. The manner in which administrators, managers and executives cope with such dilemmas, determines public opinion on good governance. Two cases have been researched: a municipality and a hospital. Through a Q-research six value patterns are demonstrated to exist in these cases. In addition (through interviews) the authors have discovered which values exactly collide in the cases, and which strategies are used to cope with collisions of values.


Remco Smulders
R.G. Smulders MSc deed bij de Vrije Universiteit te Amsterdam onderzoek naar publieke waarden in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties en is nu als junior onderzoeker/adviseur verbonden aan Partners +Pröpper.

Gjalt de Graaf
Dr. G. de Graaf is universiteit hoofddocent Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en redacteur van Bestuurswetenschappen.

Leo Huberts
Prof. dr. L.W.J.C. Huberts is hoogleraar Bestuurskunde aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.
Artikel

Politiek, participatie en experts in de besluitvorming over super wicked problems

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wicked problems, scientific knowledge, social engineering, deliberative democracy
Auteurs Tamara Metze en Esther Turnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue focusses on deliberative elements in deciding over wicked problems. We present four case studies in which some form of deliberation was organized: the placement of mobile phone masts, hydraulic fracturing for shale gas, the failed HPV vaccination campaign and climate dialogues organized to enhance deliberative knowledge production over climate change. The case studies demonstrate how each of the deliberative processes has become politicized and that deliberative governance runs the risk of turning into a technocratic policy approach.


Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Esther Turnhout
Dr. E. Turnhout is verbonden aan de Universiteit van Wageningen.
Artikel

Groeiend ongemak

Bestuurderspartijen en de constructie van het vertrouwen in de overheid

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden trust, political parties, party manifestos
Auteurs Thomas Schillemans en Paul den Otter
SamenvattingAuteursinformatie

    Decreasing trust in government is almost universally considered to be a troubling fact of life for governments. Even though many politicians, administrators and commentators assume that the public’s trust in government is waning, the empirical data from the Netherlands are not unequivocal. This suggests that the assumed crisis of trust is not ‘just’ an empirical fact but is also to some extent a social construction. This article analyses how the major Dutch political parties have contributed to the narrative of a ‘failing government’. It does so by analysing their party programs over the last half century (95 programs in total). The analysis demonstrates that the major political parties are increasingly inconvenient with the effectiveness and efficiency of government, the traditional role of bureaucracies and the tasks of civil servants. This narrative harks back to the parties themselves and becomes increasingly inconvenient. If it is true that government fails to meet their standards, as they now all claim, what does that disclose about government policies for which those parties have been responsible?


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht.

Paul den Otter
P.H. den Otter, Msc, is bestuurskundige en verbonden aan de gemeente Haarlem.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is onderzoeker bij het lectoraat Public Management: Effectieve Complexe Governance Systemen van de Haagse Hogeschool. Zij is vele jaren werkzaam geweest als nationale beleidsambtenaar op het gebied van volksgezondheid, met speciale aandacht voor de connectie tussen kennis en beleid.
Artikel

Woningcorporaties: meer dan een eeuw hybriditeit

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden housing, social housing associations, hybridity
Auteurs Marja Elsinga en Jan van der Schaar
SamenvattingAuteursinformatie

    Since 1901, Dutch social housing is organized as a hybrid system. Over the years, this system has continually adapted to outside forces and demands. Lately it has come under pressure, especially as the negative side effects of housing associations becoming autonomous have become apparent. This article describes the history of social housing in the Netherlands since 1901, and discusses whether the negative side effects of hybridity should be used as an argument for a major overhaul of the system.


Marja Elsinga
Prof. dr. ir. M.G. Elsinga is hoogleraar Housing Institutions & Governance aan de Technische Universiteit Delft.

Jan van der Schaar
Prof. dr. ir. J. van der Schaar is gasthoogleraar Volkshuisvesting aan de Universiteit van Amsterdam en geassocieerd partner bij RIGO Research en Advies BV.

    In policy practice sometimes organizational arrangements appear that at first glance manifest itself as cooperative relations between private organizations, but about which on second thoughts the question can be asked if after all there is an active input from the side of the government. This is for instance the case in the construction of biogas infrastructures. In this article the authors discuss if we can talk about PPC after all. In the debate on governance this question is important because in the design of PPC the public interest involved must be sufficiently guaranteed in terms of control and accountability. On the basis of a confrontation between the results of a literature review and an empirical study of the case of a Green Gas pipeline in North-East Friesland (‘Biogasleiding Noordoost Fryslân’) in the Netherlands, the authors conclude that public steering in practice can take a form in disguise. Using ‘intermediate’ civil law legal persons, governmental influence indeed can be and is exercised during the cooperation. Especially law poses specific demands on control and accountability to take care of public interests, like the promotion of the use of renewable energy. Likewise in this kind of projects, especially in comparison with pure private-private cooperation, the public and if possible even the public law regulation must be safeguarded, for instance by transparency of form and content of steering. Of course this has to be done with preservation of the cooperative nature that is typical of PPC.


Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion Hogescholen, zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG) en onlangs gepromoveerd aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr. M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

Klein maar fijn?

De effecten van kleinschaligheid op het karakter van politiek en democratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden State Size, Dutch Caribbean Islands, Democracy, Good Governance, Personalistic Politics
Auteurs Dr. Wouter Veenendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Whereas the six Dutch islands in the Caribbean all have a (very) limited population size, analyses of political problems on the islands rarely seem to take the variable of state size into account. The available academic literature demonstrates that the population size of states has a strong influence on the quality of democratic governance, although scholars disagree on the question whether smallness is an asset or an obstacle to democratic development. After a discussion of this theoretical literature, the present article proceeds with a presentation of field research in three small island states (St. Kitts and Nevis, Seychelles, and Palau) in which the political consequences of a limited population size are analyzed. This analysis reveals that a number of size-related effects can be observed in all three examined island states, among which a tendency to personalistic competition, strong polarization between parties and politicians, particularistic relationships between voters and their representatives, and a dominant position of the political executive vis-à-vis other institutions. A subsequent analysis of the contemporary political situation on the Dutch Caribbean islands shows that the observed problems also play a role on these islands, which indicates that smallness is perhaps of greater significance than is now often supposed.


Dr. Wouter Veenendaal
Wouter Veenendaal is docent bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. In de afgelopen drie jaar is hij als promovendus werkzaam geweest bij hetzelfde instituut. Zijn promotieonderzoek heeft betrekking op de invloed van bevolkingsgrootte op de ontwikkeling en consolidatie van democratie, met daarin een specifieke focus op politiek en democratie in microstaten. E-mail: veenendaalwp@fsw.leidenuniv.nl.
Artikel

Burgertevredenheid met lokaal gemeentebeleid: meten is weten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden citizen satisfaction, municipal policy, Benefit-of-the-Doubt method, Weighting, Multidimensionality
Auteurs Prof. dr. Nicky Rogge, Prof. dr. Simon De Jaeger en Gilles Naets MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Local officials, policy makers and scholars are increasingly interested in using citizen satisfaction surveys as an instrument to evaluate and analyze the performances and services of municipalities. The key reason for this popularity is the increasing awareness that citizen satisfaction ratings can give a good identification of the effectiveness of the municipal policy. However, a consistent approach to measure citizen satisfaction of the municipal policy in a multidimensional manner has yet to emerge. The construction of such a multi-criteria satisfaction score on municipal policy is indeed an intricate matter with several conceptual and methodological difficulties to overcome. One important difficulty is the question how to aggregate multiple aspects of municipal policy into an overall satisfaction measure. The current paper advocates the ‘Benefit-of-the-Doubt’ (BoD) methodology to weigh and summarize citizen satisfaction ratings on multiple dimensions and tasks of municipal policy into an overall citizen satisfaction score. The label ‘benefit-of-the-doubt’ highlights the main conceptual starting point of the method: in the absence of detailed knowledge on the correct weights for the different dimensions and tasks of the municipality, the BoD-model looks for each evaluated municipality for the most favourable set of weights. As municipalities are usually rather sensitive about being compared and evaluated against each other, this quality is clearly an important advantage of the BoD-model. We present both a static and dynamic version of the model.


Prof. dr. Nicky Rogge
Nicky Rogge is docent en onderzoeker aan de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen in Brussel van de associatie Katholieke Universiteit Leuven, e-mail: Nicky.Rogge@Hubrussel.be.

Prof. dr. Simon De Jaeger
Simon De Jaeger is docent en onderzoeker aan de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen in Brussel van de associatie Katholieke Universiteit Leuven, e-mail: Simon.Dejaeger@Hubrussel.be.

Gilles Naets MA
Gilles Naets behaalde zijn master in de Handelswetenschappen aan de Hogeschool-Universiteit Brussel.
Artikel

Veranderend lokaal gezag

De gezagsbronnen van burgemeesters en wethouders verkend

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden authority, political leadership, mayors, aldermen
Auteurs Dr. Niels Karsten MSc MA en Drs. Thijs Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    The traditional authority of mayors and aldermen is readily challenged. Formal positions do no longer constitute authority. For that reason, new political repertoires are being sought after and are being developed by local political-executive leaders. This article analyses and compares the sources of authority for mayors and aldermen: how can they develop, maintain, and strengthen their authority? It develops an innovative typology of sources of authority. A distinction is made between institutional, positional, and personal sources of authority. The model is applied to the mayors and aldermen in relation to relevant socio-political developments that affect the two offices. It is found that the authority of mayors rests on institutional sources of authority more so than that of aldermen. For the latter, positional and personal sources of authority are more important. At the same time, personal sources of authority have become very important for mayors as well as aldermen. The results call upon mayors and aldermen’s skills and competences to develop personal authority through persuasion.


Dr. Niels Karsten MSc MA
Niels Karsten is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van Tilburg University, e-mail: n.karsten@uvt.nl.

Drs. Thijs Jansen
Thijs Janssen is onderzoeker aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van Tilburg University, e-mail: thijs.jansen@uvt.nl.

    In dit artikel wordt het evaluatieonderzoek van overheidsbeleid kritisch onder de loep genomen. De auteur bespreekt vier alternatieven: responsieve en multipele evaluatie, argumentatieve evaluatie, netwerkgericht evalueren en lerend evalueren. De bevindingen kunnen positief inwerken op het ‘leren van evalueren’ in organisaties.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A. (Arno) F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bedrijfs- en bestuurswetenschappen, in het bijzonder bestuurskunde aan de Open Universiteit.

    This article analyzes the inquiry into the financial problems at a large educational conglomerate, Amarantis, in the Netherlands. The article is solely based on the text of the report. From a learning point of view, assuming that inquiries should contribute to learning from the past to improve the present and future, there are three weaknesses in the approach followed by the commission. The first is that the commission looks at the principles for governing the organization to explain its fall. However, the principles adopted match very well with professional organizations and are used successfully in other professional organizations. The question why these principles were unsuccessful in the case of Amarantis has not been addressed in the report. Second, the report strongly focuses on the role of the top management of the organization and ignores the middle management, a critical layer in managing professional organisations. And third, by looking back the commission creates a bias of hindsight, ignoring the question of how the managers could have identified upcoming problems at that time.


Hans de Bruijn
Prof. mr. J.A. de Bruijn is hoogleraar aan de Faculteit Techniek, Beleid en Management aan de TU Delft.
Boekbespreking

De overheid is een geluksmachine

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden happiness, government, policy, public policy, well-being
Auteurs Ad Bergsma en Jeroen Boelhouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is a critical review of four books: Bok, 2010 (‘The politics of happiness’); Van Campen, Bergsma, Boelhouwer, Boerefijn, & Bolier, 2012 (‘Sturen op geluk’); Diener, Lucas, Schimmack, & Helliwell, 2009 (‘Well-being for public policy’); Ott, 2012 (‘An eye on happiness’). Based on these works, we conclude that the quality of government is highly correlated with the happiness of citizens. In countries with high levels of freedom (economic, democracy, press), low levels of corruption and good public services, people appear to be the happiest. In this way governments can be seen as ‘happiness machines’. However, precise causal relationships need to be further clarified; which policies do improve happiness and which don’t? In this context, education is an important area in which government plays a role; people should leave school with the right set of competencies to be able to adequately cope with life. Governments cannot solve everybody’s unhappiness, though, but are important for creating the right circumstances.


Ad Bergsma
Ad Bergsma is psycholoog en spreker, en verbonden aan de Erasmus Happiness Economics Research Organisation (EHERO) van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Jeroen Boelhouwer
Jeroen Boelhouwer is onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.
Artikel

Geografische logica voor overheidsorganisatie

Daily urban systems als bestuurlijk perspectief

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2013
Trefwoorden welfare theory, geographical theory, daily urban systems, territorial structure, spatial scale of local and regional government
Auteurs Pieter Tordoir
SamenvattingAuteursinformatie

    The debate on the territorial structure and scale of local and regional government is hardly supported by geographical theory and evidence. In this article, a geographical logic for collective action and the spatial structure of government is unfolded, based on the foundations of Welfare Theory. This logic accounts for the tension between inherently bordered area governance and borderless social and economic networks. Spatial scaling of area government thus involves complex trade-offs. The case is made for area government at the scale of daily urban systems, functional-spatial complexes that are typical for our advanced network society. The article concludes with a discussion of consequences for the spatial organisation of local and regional government.


Pieter Tordoir
Prof. dr. P.P. Tordoir is hoogleraar Economische Geografie en Planologie aan de Universiteit van Amsterdam, Research Fellow aan de Amsterdam School of Real Estate en directeur-eigenaar van adviespraktijk Ruimtelijk-Economisch Atelier Tordoir.
Discussie

Wordt het europeanisering, detachering, mobilisering of doe-het-zelven?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2013
Auteurs Prof. dr. Ewald Engelen, Dr. Rodrigo Fernandez en Monique Kremer
Auteursinformatie

Prof. dr. Ewald Engelen
Ewald Engelen is professor Financiële Geografie aan de faculteit Mens en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam, e.r.engelen@uva.nl.

Dr. Rodrigo Fernandez
Rodrigo Fernandez is postdoc onderzoeker aan het departement Aard en Omgevingswetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven, R.Fernandez@uva.nl.

Monique Kremer
Monique Kremer is wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Kremer@wrr.nl.

Prof. dr. Willem Trommel
Willem Trommel is hoogleraar beleids- en bestuurswetenschap aan de Vrije Universiteit Amsterdam, w.a.trommel@vu.nl.
Artikel

De realisatie van publieke waarden door sociaal ondernemerschap

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2013
Trefwoorden social entrepreneurship, public value, government, governance
Auteurs Martin Schulz, Martijn van der Steen en Mark van Twist
SamenvattingAuteursinformatie

    This article discusses the realization of public value through social entrepreneurship. It shows practices that can at present be seen in the Dutch society and answers the question: what is the relation between social entrepreneurship and the realization of value in the public domain? We conclude that public value is at the same time the result of the efforts of a social entrepreneur (person) in the beginning of his endeavors, the presupposition for social entrepreneurship (activity) in the phase of growth and the good that is preserved by the social enterprise (organization) by the time it has matured. In realizing public value social entrepreneurs come into contact with government. For government this encounter has quite an awkward nature since government has at the same time both a say (it is responsible for policy) and no say (it is not responsible for individual social entrepreneurial initiatives) regarding the realization of value in the public domain through social entrepreneurship.


Martin Schulz
Dr. M. Schulz is zelfstandig onderzoeker en daarnaast verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag en de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Martijn van der Steen
Dr. M. van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de NSOB.

Mark van Twist
Prof. dr. M. van Twist is decaan en bestuurder van de NSOB en hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).
Toont 81 - 100 van 157 gevonden teksten
1 2 3 5 7 8
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.