Zoekresultaat: 100 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf
Artikel

Beleidsevaluatie, kennis en politiek: nieuw optimisme rond klassieke paradoxen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Valérie Pattyn

Dr. Peter van der Knaap

Dr. Valérie Pattyn
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Article

Naar een voorwaardelijk model van ongelijkheid in vertegenwoordiging

Een onderzoek naar het moderatie-effect van beleidsdomeinen op ongelijkheid in beleidscongruentie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Policy congruence, inequality, education, policy domains
Auteurs Christophe Lesschaeve
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies the extent to which differences or inequality in policy congruence between higher and lower educated voters are moderated by policy domains. Instead of measuring inequality across all areas of policy, this study takes a policy domain-specific approach. The analyses are based on a dataset containing voters and party positions on 50 policy statements, gathered in the run-up to the 2009 regional election in Belgium largest region, Flanders. We find, overall, only small and unsubstantial, though significant, differences, in policy congruence between higher and lower educated voters, in favor of the former. However, we find a much larger representational bias towards higher educated when we look at transportation, culture and media, immigration, taxand budgetary policy, and economic policy. At the same time, differences in policy congruence are lower as regards spatial planning. Studying inequality in policy congruence across policy domains thus hides more complex patterns of representational bias.


Christophe Lesschaeve
Christophe Lesschaeve is als doctoraatsstudent verbonden aan de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar beleidscongruentie en ongelijkheid in vertegenwoordiging.
Artikel

Kenniscocreatie rond vernieuwing gebiedsontwikkeling is zinnig

NWO-programma Urban Regions in the Delta hanteerde navolgenswaardige aanpak

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden knowledge co-creation, area development, transdisciplinarity, boundary work
Auteurs Drs. Ymkje de Boer en Ir. Jan Klinkenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The research programme Urban Regions in the Delta (URD) wielded an approach worthy of emulation. Create ‘vital’ project consortia, crosslink the research project with on-going planning and policy making processes, give senior scientists a major role and engage expert process managers. These are four key success factors for knowledge co-creation in the field of area development, according to the programme (Netherlands Organisation for Scientific Research; URD, 2010-2014 http://urd.verdus.nl). Within URD scientists and practitioners were cooperating from the very beginning. The scientific insight and innovations generated are considered not very visible in traditional scientific publications, but the knowledge that was developed provides considerable added value to society.


Drs. Ymkje de Boer
Drs. Y. de Boer is zelfstandig adviseur in kenniscommunicatie en -overdracht, veelal werkzaam voor NWO-programma’s en het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden. Zij was als communicatieadviseur verbonden aan Urban Regions in the Delta. In 2013 was ze medeauteur van het boek ‘Kenniscocreatie’, naar productieve samenwerking tussen wetenschappers en beleidsmakers.

Ir. Jan Klinkenberg
Ir. J. Klinkenberg (Platform31) is als netwerkmanager sinds 2010 werkzaam voor het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden, en daarbinnen ook netwerkmanager van Urban Regions in the Delta. Hij richt zich op het opzetten en uitvoeren van praktijkgerichte onderzoeksprogramma’s en -projecten in het ruimtelijk domein, gebaseerd op ervaringen in diverse FES-programma’s.
Artikel

Leerproces voor planologisch wetenschappelijk onderzoek en de praktijk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden practice-oriented research, practice-academic divide, learning cycle, cost benefiet analysis, transit-oriented development
Auteurs Dr. Els Beukers en Dr. Wendy Tan
SamenvattingAuteursinformatie

    Planning research is increasingly focused on bridging the gap between practice and academia. However, this requires much effort and is not as commonplace as it seems. To ensure success, innovative research approaches, practitioners and academics are required. The experiential learning cycle of Kolb and Fry (1974) offers a research framework for the authors to reflect on their practice-oriented research on Cost Benefit Analysis processes (CBA) and Transit-Oriented Development (TOD) respectively. Both research projects are compared using the learning cycle. The cycle was completed in the CBA project but only partially resolved in the TOD project. Reflecting on their experiences with applying the learning cycle, the authors conclude on the possibilities and limitations of this application and offer insight into how the interaction between theory and practice can occur.


Dr. Els Beukers
Dr. E. Beukers is als adviseur Impact Analyse en Dialoogmanagement werkzaam bij Balance.

Dr. Wendy Tan
Dr. ir. W.G.Z. Tan is als universitair docent infrastructuur en verkeer- en vervoersplanning werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.
Artikel

De rollen van de praktijkonderzoeker: getuige-deskundige, sociaal ingenieur en verhalenverteller

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden social policy, knowledge utilisation, expert witness, social engineer, storyteller
Auteurs Prof. dr. Godfried Engbersen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article shows the relevance of Burawoy’s analytical categories on the division of scientific labour to analyse the interactions between science and practice. It argues that social scientists need to combine the roles of expert witness, social engineer and storyteller in order to develop a productive relationship with policy makers. It also emphasises the relevance of a permanent dialogue between social scientists and policy makers. However, the analysis disagrees with Burawoy’s view that knowledge is based on a consensus between scientists and their publics (consensual knowledge). Burawoy underestimates the risk of a politicisation of science inherent to a close relationship with various ‘publics’. The arguments presented in this article are based on the reception of a research project on labour migration from Central and Eastern Europe. This was a hybrid research project in which different actors participated: the Erasmus University, nine Dutch municipalities, the national government and a Dutch knowledge center on urban issues.


Prof. dr. Godfried Engbersen
Prof. dr. G.B.M. Engbersen is hoogleraar Algemene Sociologie aan de Erasmus Universiteit en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Artikel

Access_open Quo vadis, Nederlandse Bestuurskunde?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public administration
Auteurs Dr. Caelesta Braun, Dr. Menno Fenger, Prof. dr. Paul ’t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forty years ago, Dutch Public Administration started as an independent academic discipline. The founding fathers considered empirical application and multidisciplinarity the most important characteristics of public administration. This article assesses the current state of the discipline in the Netherlands. The assessment is the result of a series of five debates throughout the country, focussing on different elements of the Public Administration discipline: education, academic research, consultancy and policy advice. In brief, the article argues that the discipline has reached maturity in these forty years. It has become an accepted academic discipline, on the verge of a mono-discipline. The Netherlands is considered as one of the leading countries in public administration research. However, these successes also create a gap between public administration as a successful academic discipline and its roots as a multi-disciplinary, applied science. Renewing the balance between these two will be the main challenge for the decades to come.


Dr. Caelesta Braun
Dr. C. Braun is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO).

Dr. Menno Fenger
Dr. H.J.M. Fenger is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Paul ’t Hart
Prof. dr. P. ’t Hart is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO) en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Dr. Judith van der Veer
Dr. J. van der Veer, postdoc bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Tanja Verheij
Drs. A.J.M. Verheij is managing director bij Berenschot.
Artikel

Nieuwe kennispraktijken: grenzenwerk revisited

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, knowledge brokering, intermediaries, problem structuring, unstructured problems
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr. John Grin, Prof. dr. Wim Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Given the scientific and social importance attached to productive interactions between science and policy practices, there is a striking lack of insight into current knowledge practices and the dilemmas they lead to. Our special issue can’t solve this deficiency but it can provide an impetus for opening up current knowledge practices, reflect on the role of science in them and instigate a more systematic exchange of methods. A warning is given for the reification of boundary work and Gabrielle Bammers’ Implementation and Integration Sciences is introduced as framework for the analyses.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. John Grin
Prof. dr. J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Wim Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Grenzen verleggen in een dialoog over watermonitoring: beperkingen en kansen voor een transitie naar een bio-based economie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Boundary work, Monitoring water quality, Sustainability Transitions, Bio based economy, Dialogue
Auteurs Dr. Tamara Metze en Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    A transition to a bio based economy requires social and technological innovations. Transition management theory holds that these innovations take place in niches that can bring about structural change in society, politics and the economy in a stepwise manner. However, these innovations are always subjected to systemic barriers, such as regulations and institutional structures, that need to be overcome. This was also the case in a consortium of government, industry and eco-toxicologists that collaboratively developed innovative water monitoring tools. In this contribution the authors investigate how systemic barriers can be made productive in a science-society dialogue by creating reflexivity and learning. They conducted a frame analysis of interviews and policy documents to unravel systemic barriers to innovation – in the form of discursive boundary work: the routinized demarcations of practices. Second, they experimented with a science-society dialogue to reflect on these routinized demarcations and develop alternatives to overcome these boundaries. The research demonstrates that reflective conversations occurred and that participants developed a boundary concept of ‘living water’ that enhanced their innovative collaboration and technology.


Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
Dr. T.J. Schuitmaker is verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Professioneel vermogen

Proactieve ‘coping’ door publieke professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public professionals, Teachers, performance pressures, proactive coping, professional capability
Auteurs Prof. dr. Mirko Noordegraaf, Nina van Loon MSc, Madelon Heerema MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Professional services such as educational services, are increasingly managed and optimized in order to improve performances. Performances of students, teachers and school (boards) are measured and evaluated. Increasingly, rules and systems focus on outputs and control. Consequently, the ‘freedom’ of professionals such as teachers is reduced, or is perceived and felt to be reduced. There have been growing debates on the problematic effects of performance pressures. Often, public professionals are seen as ‘defenseless victims’ of systems and pressures – they are ‘professionals under pressure’. In this paper, we introduce a more positive way of understanding professionals and professional action in changing contexts. We see professionals such as teachers as ‘active agents’ who can develop and regain control over their own situation. Professionals can deliver quality, in spite of bureaucratic burdens and managerial intrusions. We call this ability professional capability: ‘the ability to proactively deal with work-related expectations, tasks and burdens in dynamic stakeholder environments’. This paper combines research on public administration, organizational sociology and occupational psychology, to generate a more productive understanding of proactive coping of professionals in public domains. We define and operationalize professional capacity, we explore sources and effects, and we develop hypotheses for further research.


Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Nina van Loon MSc
Nina van Loon MSc was als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam bij Aarhus University, Denemarken.

Madelon Heerema MSc
Madelon Heerema MSc is als researcher verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Marit Weggemans MSc
Marit Weggemans MSc was als student-assistent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Artikel

Spanningsvolle verbindingen tussen verticale en horizontale sturing

Een empirische analyse van de Dialoogtafel in Groningen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Drs. Arnout Ponsioen, Drs. Mildo van Staden en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses the Dialogue Table (‘Dialoogtafel’ in Dutch) in Groningen, the most northern province in the Netherlands, as an example of connecting vertical and horizontal steering. The Dialogue Table was set up to supervise the spending of compensation money for the damage from the earthquakes caused by gas extraction in this province. The Dialogue Table combines vertical forms of governance, such as a unilateral imposition of the budget and the presidency of the Dialogue Table, and more horizontal forms such as equal deliberation between administrative bodies and stakeholders. The central questions are which tensions will occur in these two different logics of steering, how one deals with these tensions and which competences this requires from civil servants. An exploratory analysis of the case shows that tensions occur around (1) the starting conditions (costs, presidency, selection and representation), (2) the progress of the process (desired results, openness, inequality) and (3) the outcomes of the process (influence). On the basis of their research, the authors offer recommendations about the organization of such hybrid steering processes and indicate which competences are required in this respect from civil servants.


Drs. Arnout Ponsioen
Drs. A. Ponsioen heeft bijna twintig jaar ervaring in het advieswerk. Hij is sinds 2014 eigenaar van bureau DuiDT, dat advies, onderzoek en inspiratie biedt voor organisaties in de publieke sector die aansluiting zoeken bij de (online) netwerksamenleving.

Drs. Mildo van Staden
Drs. M. van Staden is senior-adviseur op het terrein van sturing, ICT en sociale media bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

De duurzaamheid van burgerinitiatieven

Een empirische verkenning

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Malika Igalla BSc en Dr. Ingmar van Meerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens’ initiatives are the focus of public attention as part of the popular ‘do-democracy’ (associative democracy). However, it is not clear to what extent citizens are able to shape self-organization in a sustainable manner, what the important factors in this respect are and if citizens’ initiatives are the sole preserve of a better educated group of citizens. Through a secondary quantitative analysis of 56 citizens’ initiatives, this article offers an empirical contribution to answering these questions. The authors explore the effects of three possible factors on the sustainability of citizens’ initiatives: the network structure of the citizens’ initiative, the organizational design of the initiative and the revenue model. They show significant relationships between the organizational design of citizens’ initiatives and their sustainability. They also show a relationship between the network structure of these initiatives and their sustainability: initiatives that develop into a fully connected network or a polycentric network are more sustainable than initiatives with a star network. The personal characteristics of the initiators show a dispersal in age, descent, gender and retirement. Relatively speaking, many initiators have a high level of education: 80% has a higher professional or university education. But there are no significant relations between these personal characteristics and the sustainability of citizens’ initiatives.


Malika Igalla BSc
M. Igalla BSc rondde in 2014 cum laude de bacheloropleiding bestuurskunde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is nu bezig aan haar masteropleiding Bestuurskunde: Beleid en Politiek.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. I.F. van Meerkerk is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam en doet onderzoek naar institutionele verankering en management van burgerinitiatieven op het terrein van stedelijke gebiedsontwikkeling.
Artikel

Externe advisering binnen de Nederlandse overheid

Naar een empirisch en theoretisch onderbouwde onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden external policy advisors, policy advisory systems, survey research
Auteurs Dr. Caspar van den Berg, MSc MA Arjen Schmidt en Carola van Eijk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the influence of external policy advisors on the policy process. In the Dutch context, little is known about the role, function and influence of external policy advisors (like consultants) who are hired on a temporary basis by the government. Based on a survey (N = 378) this study provides a profile of external policy advisors and the nature of their advice work. An interesting result is that external advisors generally conduct process-related policy work, but may also provide policy substance. Furthermore, the article develops an empirically and theoretically informed research agenda as a starting point for additional research.


Dr. Caspar van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als UHD verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

MSc MA Arjen Schmidt
A.J. Schmidt, MSc MA is als promovendus verbonden aan de afdeling Organisatiewetenschappen,Vrije Universiteit van Amsterdam.

Carola van Eijk MSc
C.J.A. van Eijk, MSc is als promovenda verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.
Artikel

Bestuurskunde voorbij het maakbaarheidsdenken?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden social engineering, greedy governance, modest public governance, practical rationality
Auteurs Robert van Putten MSc MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Public Administration has been confronted with an emerging body of literature on the subject of social engineering and the limitedness of governing society. At the same time, governance is considered to be more greedy. The aim of this article is to consider the implications of the boundaries of social engineering for Public Administration. This article reflects on these implications as follows. Firstly, this article gives an analysis of the relation between governance, policy and feasibility. Secondly, different definitions of feasibility are developed and related to Public Administration. These elements lead to the conclusion that Public Administration is part of the culture of perfecting. Thirdly, after rejecting fatalism, a new perspective for Public Administration can be found in thinking based on practical rationality.


Robert van Putten MSc MA
R.J. van Putten MSc MA is filosoof en bestuurskundige. Hij is werkzaam als promovendus en docent aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Breedbandcoöperaties op het platteland

Leerscholen voor Next Generation Plattelandsontwikkeling

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden community broadband, rural development, cooperatives, neo-endogenous development, Netherlands
Auteurs Koen Salemink MSc en Prof. dr. Dirk Strijker
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a database with 75 rural community broadband initiatives in the Netherlands and a longitudinal analysis of a specific initiative in the municipality of Oldambt, the authors discuss how citizens campaign for improved internet connections in a cooperative setting. The authors present an 8-step model which shows that at each step citizens, governments and private telecom companies affect the completion of the step. Both telecom companies and governments, however, stick to their old way of working. The market parties try to slow down the process and prevent their market areas from being affected by the initiatives, while governments are unclear about (potential) policies. Community broadband initiatives learn ‘on the job’ and they need perseverance as well as social, intellectual and financial capital in order to be successful. The realization of rural broadband requires efforts from citizens and the involvement of facilitating and supportive governments.


Koen Salemink MSc
K. Salemink MSc is werkzaam als promovendus en projectonderzoeker bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Dirk Strijker
Prof. dr. D. Strijker is hoogleraar plattelandsontwikkeling bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Toont 61 - 80 van 100 gevonden teksten
1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.