Zoekresultaat: 80 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Artikel

Spanningsvolle verbindingen tussen verticale en horizontale sturing

Een empirische analyse van de Dialoogtafel in Groningen

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Drs. Arnout Ponsioen, Drs. Mildo van Staden en Prof. dr. Albert Meijer
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyses the Dialogue Table (‘Dialoogtafel’ in Dutch) in Groningen, the most northern province in the Netherlands, as an example of connecting vertical and horizontal steering. The Dialogue Table was set up to supervise the spending of compensation money for the damage from the earthquakes caused by gas extraction in this province. The Dialogue Table combines vertical forms of governance, such as a unilateral imposition of the budget and the presidency of the Dialogue Table, and more horizontal forms such as equal deliberation between administrative bodies and stakeholders. The central questions are which tensions will occur in these two different logics of steering, how one deals with these tensions and which competences this requires from civil servants. An exploratory analysis of the case shows that tensions occur around (1) the starting conditions (costs, presidency, selection and representation), (2) the progress of the process (desired results, openness, inequality) and (3) the outcomes of the process (influence). On the basis of their research, the authors offer recommendations about the organization of such hybrid steering processes and indicate which competences are required in this respect from civil servants.


Drs. Arnout Ponsioen
Drs. A. Ponsioen heeft bijna twintig jaar ervaring in het advieswerk. Hij is sinds 2014 eigenaar van bureau DuiDT, dat advies, onderzoek en inspiratie biedt voor organisaties in de publieke sector die aansluiting zoeken bij de (online) netwerksamenleving.

Drs. Mildo van Staden
Drs. M. van Staden is senior-adviseur op het terrein van sturing, ICT en sociale media bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken.

Prof. dr. Albert Meijer
Prof. dr. A.J. Meijer is hoogleraar Publieke Innovatie aan de Universiteit Utrecht en redacteur van Bestuurswetenschappen.
Artikel

De duurzaamheid van burgerinitiatieven

Een empirische verkenning

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2015
Auteurs Malika Igalla BSc en Dr. Ingmar van Meerkerk
SamenvattingAuteursinformatie

    Citizens’ initiatives are the focus of public attention as part of the popular ‘do-democracy’ (associative democracy). However, it is not clear to what extent citizens are able to shape self-organization in a sustainable manner, what the important factors in this respect are and if citizens’ initiatives are the sole preserve of a better educated group of citizens. Through a secondary quantitative analysis of 56 citizens’ initiatives, this article offers an empirical contribution to answering these questions. The authors explore the effects of three possible factors on the sustainability of citizens’ initiatives: the network structure of the citizens’ initiative, the organizational design of the initiative and the revenue model. They show significant relationships between the organizational design of citizens’ initiatives and their sustainability. They also show a relationship between the network structure of these initiatives and their sustainability: initiatives that develop into a fully connected network or a polycentric network are more sustainable than initiatives with a star network. The personal characteristics of the initiators show a dispersal in age, descent, gender and retirement. Relatively speaking, many initiators have a high level of education: 80% has a higher professional or university education. But there are no significant relations between these personal characteristics and the sustainability of citizens’ initiatives.


Malika Igalla BSc
M. Igalla BSc rondde in 2014 cum laude de bacheloropleiding bestuurskunde af aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is nu bezig aan haar masteropleiding Bestuurskunde: Beleid en Politiek.

Dr. Ingmar van Meerkerk
Dr. I.F. van Meerkerk is postdoctoraal onderzoeker bij het departement Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam en doet onderzoek naar institutionele verankering en management van burgerinitiatieven op het terrein van stedelijke gebiedsontwikkeling.
Artikel

Externe advisering binnen de Nederlandse overheid

Naar een empirisch en theoretisch onderbouwde onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden external policy advisors, policy advisory systems, survey research
Auteurs Dr. Caspar van den Berg, MSc MA Arjen Schmidt en Carola van Eijk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the influence of external policy advisors on the policy process. In the Dutch context, little is known about the role, function and influence of external policy advisors (like consultants) who are hired on a temporary basis by the government. Based on a survey (N = 378) this study provides a profile of external policy advisors and the nature of their advice work. An interesting result is that external advisors generally conduct process-related policy work, but may also provide policy substance. Furthermore, the article develops an empirically and theoretically informed research agenda as a starting point for additional research.


Dr. Caspar van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als UHD verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

MSc MA Arjen Schmidt
A.J. Schmidt, MSc MA is als promovendus verbonden aan de afdeling Organisatiewetenschappen,Vrije Universiteit van Amsterdam.

Carola van Eijk MSc
C.J.A. van Eijk, MSc is als promovenda verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.
Artikel

Bestuurskunde voorbij het maakbaarheidsdenken?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden social engineering, greedy governance, modest public governance, practical rationality
Auteurs Robert van Putten MSc MA
SamenvattingAuteursinformatie

    Public Administration has been confronted with an emerging body of literature on the subject of social engineering and the limitedness of governing society. At the same time, governance is considered to be more greedy. The aim of this article is to consider the implications of the boundaries of social engineering for Public Administration. This article reflects on these implications as follows. Firstly, this article gives an analysis of the relation between governance, policy and feasibility. Secondly, different definitions of feasibility are developed and related to Public Administration. These elements lead to the conclusion that Public Administration is part of the culture of perfecting. Thirdly, after rejecting fatalism, a new perspective for Public Administration can be found in thinking based on practical rationality.


Robert van Putten MSc MA
R.J. van Putten MSc MA is filosoof en bestuurskundige. Hij is werkzaam als promovendus en docent aan de afdeling Bestuurswetenschap & Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Breedbandcoöperaties op het platteland

Leerscholen voor Next Generation Plattelandsontwikkeling

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden community broadband, rural development, cooperatives, neo-endogenous development, Netherlands
Auteurs Koen Salemink MSc en Prof. dr. Dirk Strijker
SamenvattingAuteursinformatie

    Based on a database with 75 rural community broadband initiatives in the Netherlands and a longitudinal analysis of a specific initiative in the municipality of Oldambt, the authors discuss how citizens campaign for improved internet connections in a cooperative setting. The authors present an 8-step model which shows that at each step citizens, governments and private telecom companies affect the completion of the step. Both telecom companies and governments, however, stick to their old way of working. The market parties try to slow down the process and prevent their market areas from being affected by the initiatives, while governments are unclear about (potential) policies. Community broadband initiatives learn ‘on the job’ and they need perseverance as well as social, intellectual and financial capital in order to be successful. The realization of rural broadband requires efforts from citizens and the involvement of facilitating and supportive governments.


Koen Salemink MSc
K. Salemink MSc is werkzaam als promovendus en projectonderzoeker bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.

Prof. dr. Dirk Strijker
Prof. dr. D. Strijker is hoogleraar plattelandsontwikkeling bij de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Artikel

Door het glazen plafond

Naar effectieve maatregelen voor meer vrouwen in de top

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gender equality, glass ceiling, diversity management, Interventions, organisational behavior
Auteurs Drs. Ans Merens, Drs. Wilma Henderikse en Dr. Babette Pouwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Although in many Western European countries women have entered the workforce in large numbers this has not resulted in an equal representation in senior positions. Little is known about how organizational policies could be changed and what initiatives have proven to be effective in raising the number of women in the top of organizations. This article examines the effectiveness of measures taken by organizations to increase the number of women in senior management positions. We have reviewed literature regarding the effects of various types of measures on realizing more women in senior positions. The outcomes of this literature review have been used as a framework for an empirical analysis of the effectiveness of measures taken by companies. Data from the Charter Talent to the Top show that adopting a broad range of measures at the strategic level leads to a higher share of women in senior management positions. HR instruments and communication strategies also affect the proportion of women at the top. More specifically, facilitating flexible work options, external communication about the organization’s diversity goals, and increasing women’s visibility within the organization all have positive effects on the share of women in the top.


Drs. Ans Merens
Drs. Ans Merens is wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Drs. Wilma Henderikse
Drs. Wilma Henderikse is directeur en partner bij VanDoorneHuiskes en partners.

Dr. Babette Pouwels
Dr. Babette Pouwels is senior onderzoeker bij VanDoorneHuiskes en partners.

    Does scaling up municipalities strengthen or does it weaken (local) political participation? This is an important question because of the intention – as it is written down in the Dutch coalition agreement – to gradually scale up Dutch municipalities to 100.000+ inhabitants. This article answers the question on the basis of a meta-analysis, voter turnouts, the national election study and interviews. The author has also examined behavioural indicators for political participation, especially the turnout figures at local elections. The conclusion from this analysis by the author is clear and unambiguous: as the size of the local government (the municipality) increases (local) political participation decreases. For a lot of forms of political participation a size of about 10.000 inhabitants seems to be the optimal scale for local government. Because other (recent) research in the Netherlands has shown that the assumed cost savings from municipal amalgamation are not achieved, the desirability of (further) upscaling of Dutch municipalities can be questioned.


Dr. ir. Pepijn van Houwelingen
Dr. ir. P. van Houwelingen is onderzoeker aan het Sociaal en Cultureel Planbureau bij de afdeling Participatie, Cultuur en Leefomgeving.
Artikel

Van stedelijk onderzoek naar praktijken voor probleembewerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden governance of wicked problems, local administration, research, translation, problem structuring
Auteurs Drs. Robert M. Duiveman
SamenvattingAuteursinformatie

    In his much praised book on mayors, Benjamin Barber argues it’s up to cities to address the world’s most acute problems. These include wicked problems such as climate change, terrorism, poverty and trafficking of drugs, weapons and humans. Cities are not only excellent problem solvers, they are also given a prominent role in innovation and economics, democracy and citizenship, and more recently domestic care. Complicated, wicked and thus knowledge intensive problems are stacking up at the local level. But where to get the appropriate knowledge to tackle these issues?


Drs. Robert M. Duiveman
Drs. R.M. Duiveman doet (actie-)onderzoek in en naar nieuwe stedelijke kennispraktijken en schrijft hierover een dissertatie aan de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Van Slingelandt-lezing: wie stuurt er (in) de stad?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden local administration, city management, New York
Auteurs Drs. Henk de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Henk de Jong, former chief clerk of the municipality of Amsterdam, spent some years as a management consultant in New York. Back home, he describes what the Netherlands can learn from the American way of managing big cities. Klaartje Peters, professor of Maastricht University, reflects on the lessons he draws.


Drs. Henk de Jong
Drs. H. de Jong was gemeentesecretaris van Amsterdam, heeft lang als adviseur in de Verenigde Staten gewerkt en is nu bestuurder van het ROC Leiden.
Artikel

Zijn eco-steden ook slim? En zijn slimme steden ook eco?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden eco-city, knowledge city, smart city, Terminologische verschillen en overeenkomsten
Auteurs Dr. Martin de Jong, Dr. Simon Joss, Daan Schraven MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last couple of decades, metropolitan areas around the world have been engaged in a multitude of initiatives aimed at upgrading urban infrastructure and services, in an effort to create better environmental, social and economic conditions and to enhance cities’ attractiveness and competitiveness. Reflecting these developments, many new categories of ‘cities’ have entered the policy discourse: ‘sustainable cities’; ‘green cities’; ‘digital cities’; ‘intelligent cities’; ‘smart cities’; ‘information cities’; ‘knowledge cities’; ‘resilient cities’; ‘eco-cities’; ‘low carbon cities’; ‘liveable cities’; and even combinations, such as ‘low carbon eco-cities’ and ‘ubiquitous eco-cities’. Each of these terms apparently seeks to capture and conceptualize key aspects of ongoing urban sustainability efforts. Closer examination, however, reveals that the terms are often used interchangeably by policy makers, planners and developers alike. In this article we examine the reflection of the wider policy debate in academic discourse. By subjecting the twelve most frequently encountered categories mentioned above to bibliometric analysis, we aim to identify the distinct conceptual perspectives harbored by each of them.


Dr. Martin de Jong
Dr. W.M. de Jong is universitair hoofddocent beleidskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en als toegevoegd hoogleraar verbonden aan Fudan University, Shanghai.

Dr. Simon Joss
Dr. S. Joss is directeur van de International Eco-Cities Initiative en als hoogleraar verbonden aan de University of Westminster in Londen.

Daan Schraven MSc
D. Schraven, MSc is onderzoeker bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Changjie Zhan
C. Zhan is promovendus bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Prof. dr. Margot Weijnen
Prof. dr. M.P.C. Weijnen is hoogleraar proces- en energienetwerken aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.
Artikel

De stad als lab voor sociale verandering

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden living lab, local administration, citizen participation, governance of wicked problems
Auteurs Dr. Philip Marcel Karré, Iris Vanhommerig MSc. en Prof. Dr. Ellen van Bueren
SamenvattingAuteursinformatie

    The city is hot: solutions to the world’s everyday problems are increasingly sought at the local level. Local administrations are handed more responsibilities through decentralizations and much is expected of the pragmatic skills of mayors. A great deal of hope is directed at the self-organizing abilities of cities, which can be seen as laboratories for social change and improvement. In this themed issue we will critically review these high expectations of cities and the local level. Can cities live up to these expectations, and at what point does ‘hope’ become ‘hype’? This introductory article mainly focuses on the concept of living labs, which are presented as an accessible, innovative and pragmatic way to address social issues in neighbourhoods.


Dr. Philip Marcel Karré
Dr. P.M. Karré is als programmaleider van de master Urban Management verbonden aan de Hogeschool van Amsterdam.

Iris Vanhommerig MSc.
I. Vanhommerig MSc. is freelance bestuurskundig onderzoeker, docent, vertaler en programmeur. Voor meer informatie zie www.bestuurskundig.nl.

Prof. Dr. Ellen van Bueren
Prof. dr. E.M. van Bueren is professor of Urban Development Management bij de Faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Delft.
Artikel

Professionals onder druk of professionele tegendruk? Gebalanceerde motivatie voor de publieke zaak in professionele publieke dienstverlening

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Professionals, public services, motivation, public values
Auteurs Nina Mari van Loon MSc en Prof. dr. Mirko Noordegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    There are many practical and academic concerns about public professionals and the pressures and burdens they experience. Professional autonomies and skills are reduced, it is argued, as a result of businesslike new public management, in order to control service results. The solution is clear: organizational logics must be weakened, professional autonomies must be enlarged and professional ways of working must be ‘rescued’. In this paper we re-interpret this presumed problem by analyzing: the interaction between organizational and professional logics, by relating these to a broader institutional logic and by tracing the contribution of individual professional motivations. Professionals, it is shown, can be motivated by broader ambitions to serve society. Such public service motivation consists of three types of motives: rational/instrumental, affective and normative. Our results show that employees in different public professional services show different patterns of motives, which we mainly explain by relating their motivations to the nature of the services they render – whether they render people-changing or people-processing services. These institutional dimensions imply that professional work can be managed, not so much by businesslike ‘market logic’ but by strengthening the meaning of the work professionals do. Professional pressures against organizations do not have to be suppressed – they can be productively used.


Nina Mari van Loon MSc
Nina van Loon MSc is als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

De mythe van de terugtrekkende overheid: een verhaal over Europese idealen en erotische tekorten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden discourse, liberalism, neoliberalism, radicalism, policy programs
Auteurs Dr. Ringo Ossewaarde
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper it is argued that the discourse on the retreating government is a story about mobilizing executive power deemed necessary for enforcing a neoliberal worldview. The intellectual discourse about the retreating government, the argument goes, develops as a radical and neoliberal critique of the Keynesian planning and organization of the enlightenment – an organization that is above all expressed in the postwar welfare state. The Dutch policy discourse, by contrast, is of a practical nature: it is about the organization of the government retreat. In the reconstruction of the policy discourse, as it is manifest in leading policy documents of the Dutch central government, it is observed that this discourse has emancipated from the intellectual discourse. The policy discourse of the retreating government has developed into a financial management discourse, free from European ideals.


Dr. Ringo Ossewaarde
Dr. M.R.R. Ossewaarde is universitair hoofddocent sociologie aan de Universiteit Twente.
Artikel

Strikt functioneel: over de militaire ervaring met het organiseren van de terugtocht

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Dutch military, international peacekeeping, military withdrawal, (post)modern warfare
Auteurs Dr. Yvonne Kleistra en Dr. Christ Klep
SamenvattingAuteursinformatie

    The military is generally considered to act as a professional when it comes to retreating forces from military battleground or international conflict areas. At the same time recent national experiences with the withdrawal of national troops from international peacekeeping operations are filled with disappointments and crises. In this article the authors question the idea that these disappointments and crises are simply due to problems of reduced military competence or military morale. They argue that the military is still the alleged expert who knows how to perform military retreats and other military actions. At the same time they show that network-like decision-making structures that are inherent to the deployment of troops in international peacekeeping missions, have become a major obstacle for the military to act in its own right. The lessons that government can learn from the military experience are firstly, that decisions for national public cutbacks should be accompanied by a more in-depth (re)consideration of public (key) tasks than up to now was considered appropriate, and secondly, that more trust should be shown in the skills, knowledge and motivation of professionals to delineate and constrain the boundaries of their own fields of expertise.


Dr. Yvonne Kleistra
Dr. Y. Kleistra is universitair docent internationale betrekkingen aan de Universiteit Utrecht.

Dr. Christ Klep
Dr. C.P.M. Klep is verbonden aan de Faculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica van de Universiteit van Amsterdam.

    While the belief in a socially engineered society has been renounced to a large extent, in cities actors continue to struggle with the question how their plans can be steered on goal achievement. This article addresses a steering philosophy that is based on an emergent adaptive urban development process. This means that urban strategies adapt during the process by connecting to initiatives from the market and civil society. The central question of this article is how specific projects are ‘made’ in accordance with the intentions of the actors involved and how these projects are connected to larger policy stories for the city. In this article perspectives are explored that have replaced the old thinking in terms of ‘social engineering’. On the basis of two case studies in the Netherlands (Brainport Eindhoven and Mainport Rotterdam) an emergent adaptive strategy is explored as a perspective for action. This perspective is not only about ‘social engineering’, but also about ‘social connecting’. An emergent adaptive strategy is not designed on the drawing table, but it emerges during the practice of project development out of an attitude that is conscious of the environment, connective and reflective.


Dr. Wouter Jan Verheul
Dr. Wouter Jan Verheul is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.

Dr. ir. Tom Daamen
Dr. ir. Tom Daamen is verbonden aan de Technische Universiteit Delft, Faculty of Architecture & Built Environment, sectie Urban Development Management.

    Na het aantreden van Rutte II heeft de bestuurlijke opschaling van gemeenten en provincies twintig maanden lang op de agenda gestaan. Zoals bekend hebben de plannen van het kabinet de eindstreep niet gehaald. Vooral bij de meest betrokken provincies bestond er kritiek op het ontbreken van een visie en onderbouwing. In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre een netwerkanalyse van het verplaatsingsgedrag daarin zou kunnen voorzien. Voor een volgende ronde, die zich mogelijk al snel weer aandient. De uitkomsten van verschillende algoritmes voor netwerkanalyse worden vergeleken. Het begrip daily urban system, gekoppeld aan welvaartstheoretische inzichten (Tordoir), dient als inhoudelijke leidraad. Netwerkanalyse blijkt zakelijke argumenten op te leveren die behulpzaam kunnen zijn bij het trekken van (nieuwe) bestuurlijke grenzen, ook al zullen deze om verschillende redenen nooit alleenzaligmakend zijn.


Diederik Brouwer
Correspondentie: Diederik Brouwer, dbrouwer@onderzoekwerkt.nl.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is onderzoeker bij het lectoraat Public Management: Effectieve Complexe Governance Systemen van de Haagse Hogeschool. Zij is vele jaren werkzaam geweest als nationale beleidsambtenaar op het gebied van volksgezondheid, met speciale aandacht voor de connectie tussen kennis en beleid.

    Samenvatting:
    Het artikel beschrijft een onderzoek dat de auteur heeft verricht naar de relatie tussen ongeschreven regels en de mate van openheid in de beleidsontwikkeling.
    Daarbij is openheid geoperationaliseerd in 'wie je betrekt' en 'hoe je partijen betrekt'.
    Belangrijke ongeschreven regels die werden gevonden, zijn:

    • Besef, we dienen hier de Minister (en de lijn)!

    • Wees zichtbaar naar de lijn toe.

    • Haal je tijdsplanning!

    • Je netwerk is cruciaal!


    Het effect op wie betrokken wordt bij de beleidsontwikkeling, vanuit deze ongeschreven regels is dat er een grens ligt bij de zogenaamde Usual Suspects en experts die geen Usual Suspects zijn. Deze worden geconsulteerd of spelen in voorkomende gevallen een meer volwaardige rol.
    Volgens de auteur van dit artikel is de conclusie gerechtvaardigd te stellen dat ongeschreven regels openheid belemmeren.
    Daarmee kan volgens de auteur ook worden geconcludeerd dat ongeschreven regels bestuurlijke vernieuwing remmen.


Max Herold
Max Herold is senior adviseur bij de Rijksoverheid.
Toont 61 - 80 van 80 gevonden teksten
1 2 4 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.