Zoekresultaat: 114 artikelen

x
Discussie

Onvermijdelijke verdragswijziging vereist een ander EU-referendum

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Auteurs Adriaan Schout, Jan-Marinus Wiersma en David Bokhorst PhD
SamenvattingAuteursinformatie


Adriaan Schout
Europa Coördinator bij het Clingendael Instituut

Jan-Marinus Wiersma
Senior Visiting Fellow bij het Clingendael Instituut

David Bokhorst PhD
PhD Candidate - Universiteit van Amsterdam
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Access_open Publiek en privaat: een spannende relatie in de bouw- en infraketen

Reflectie op inrichten, aanbesteden en uitvoeren van DBFM(O)-projecten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, oktober 2015
Auteurs Frits Verhees, Alfons van Marrewijk, Wim Leendertse e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    De Nederlandse rijksoverheid maakt steeds meer gebruik van DBFM(O)-contracten om grootschalige bouw- en infraprojecten te ontwikkelen en te realiseren (DBFM(O) staat voor Design, Build, Finance, Maintain en eventueel Operate). De organisatie en inrichting van deze contracten en projecten zijn ‘als vanzelfsprekend’ gegroeid en gestandaardiseerd, veelal gebaseerd op de internationale praktijk en buitenlandse voorbeelden. Dit artikel zet uiteen hoe DBFM(O)-projecten georganiseerd en gestructureerd worden door publieke en private partijen. Uit internationaal onderzoek blijkt dat de resultaten wisselend zijn, maar de potentiële voordelen van DBFM(O) zijn groot. Deze potentie blijkt uit de eerste praktijkervaringen in Nederland, maar we kennen inmiddels ook de eerste negatieve gevolgen voor betrokken risicodragende partijen. We onderscheiden bij DBFM(O) zes ‘conventies’ met onderliggende spanningen waar praktijk en wetenschap, in de Nederlandse verhoudingen, kritisch op zullen moeten reflecteren.


Frits Verhees
Frits Verhees is docent honorair Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en tendermanager bij Heijmans.

Alfons van Marrewijk
Alfons van Marrewijk is bijzonder hoogleraar Bedrijfsantropologie, gericht op Publiek-Private Samenwerking, aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Wim Leendertse
Wim Leendertse is universitair hoofddocent Planologie aan de Rijksuniversiteit Groningen en projectmanager bij Rijkswaterstaat.

Jos Arts
Jos Arts is bijzonder hoogleraar Milieu- en Infrastructuurplanning aan de Rijksuniversiteit Groningen en topadviseur bij Rijkswaterstaat.
Article

Mondiale standaarden of race-to-the-bottom?

Een analyse van regelgevende samenwerking in de onderhandelingen over een Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsakkoord (TTIP)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2015
Trefwoorden trade, European Union, TTIP, regulatory convergence, global standards, race-to-the-bottom
Auteurs Ferdi De Ville en Niels Gheyle
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the summer of 2013, the European Union (EU) and the United States (US) are negotiating the Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Especially for the EU, this is one of the policy priorities for the present term. TTIP is supposed to bring much-needed growth and jobs and to enable the EU to remain a global standardsetter, all without lowering EU levels of regulatory protection. Opponents of the agreement, however, fear that TTIP would lead to a regulatory race-to-the-bottom. This article scrutinizes these claims through a detailed document analysis complemented with a number of interviews. It is embedded in the political-economic literature on the trade-regulation nexus as well as on exporting standards and secondary literature on past EU-US regulatory cooperation attempts. We argue that the effects of TTIP are dependent on the concrete mode of regulatory convergence chosen in the agreement. If, as seems presently most plausible, the negotiators opt for bilateral mutual recognition as their preferred mode for regulatory convergence, the plausibility that TTIP would lead to global standards is reduced. The risk of running into a regulatory race-to-the-bottom increases in that case, but will ultimately depend on the number of sectors where this mode is applicable and under which conditions this is applied. We conclude that the probability is low that the TTIP agreement being negotiated will lead either to a significant increase in global standards or to a direct large-scale race-to-the-bottom.


Ferdi De Ville
Ferdi De Ville is docent Europese Politiek aan het Centrum voor EU-Studies van de Universiteit Gent. Zijn onderzoeksbelangstelling gaat voornamelijk uit naar Europees handelsbeleid en de politiek-economische gevolgen van de eurocrisis.

Niels Gheyle
Niels Gheyle is als doctoraatsonderzoeker verbonden aan het Centrum voor EU-Studies. Zijn onderzoek richt zich op de politisering van Europees handelsbeleid, met een specifieke focus op het vrijhandelsverdrag tussen de VS en de EU (TTIP).
Artikel

De opkomst van wooncoöperaties in Nederland?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden housing, cooperatives, success factors
Auteurs Dr. Meike Bokhorst en Prof. dr. Jurian Edelenbos
SamenvattingAuteursinformatie

    There is a growing interest for cooperatives in housing. Recently a new housing law was signed that stimulates the rise and creation of citizen cooperatives in this sector. It is argued that in this way people, especially in the low- and middle-income category, get more opportunities to influence their own living situation. Some housing cooperatives have existed for years, but recently we have seen the rise of dozens of cooperatives. The knowledge network Platform31 has initiated an experimental program to facilitate the implementation of cooperatives in housing in the Netherlands. An important condition is that the cooperatives need to develop a strong business case. Cooperation with established housing corporations in the sector is also of vital importance. Moreover, a helping hand from municipalities is needed and some local governments have already developed policies and undertaken actions. Yet there are still bottlenecks in policy and law that needs to be solved. A paradigm shift is needed to make cooperatives in housing feasible.


Dr. Meike Bokhorst
Dr. A.M. (Meike) Bokhorst is senior wetenschappelijk medewerker van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Prof. dr. Jurian Edelenbos
Prof. dr. J. Edelenbos is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is vooral gespecialiseerd op het vlak van participatie, zelforganisatie, vertrouwen en verbindend leiderschap in de sectoren gebiedsontwikkeling, water en energie.

    The central argument according to Eric Corijn in the book of Benjamin Barber is that a legitimate political authority should be created that can add some governance, some regulation to the world system. Within the world system a democratic deficit has emerged that is caused by the process of globalization, in which international political and economic decisions are taken without reference to a global constituency, civil society, citizenship or global public opinion. Eric Corijn sees four strong arguments for an increased political role of mayors through a Global Parliament of Mayors. He also discusses three structural global challenges that can better be dealt with by cities than by dysfunctional nations: a) our relationship with nature, b) the growing social inequality, c) superdiversity resulting from migration and socio-cultural diversification. In dealing with these issues (the political agenda) the Global Parliament of Mayors should act in a pragmatic way.


Prof. dr. Eric Corijn
Prof. dr. E. Corijn is cultuurfilosoof, sociaal wetenschapper en hoogleraar Stadsgeografie aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij is oprichter van Cosmopolis, Centre for Urban Research (http://www.cosmopolis.be).
Artikel

De netwerkende burgemeester: beweging tussen binnen en buiten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden mayor, mayoral roles, networks, network society, leadership
Auteurs Dr. Martijn van der Steen en Ilsa de Jong MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Worldwide, cities are becoming increasingly important in global networks. The rise of cities and urban regions is widely described in academic literature. Cities are becoming essential players in networks on three scales: on an international scale as a hub in global networks, on a regional scale in partnerships as a consequence of the necessity of upscaling and on a local scale, in cooperation with citizens. This article addresses what this rise of the city, operating in complex networks on different scales, means for the position and tasks of the mayor, as a representative of the city. The article describes the modern challenges for the mayoral function and role in an emerging network society and addresses the growing importance of strong personal and transactional leadership while operating in networks both inside and outside the municipality.


Dr. Martijn van der Steen
Dr. M.A. van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.

Ilsa de Jong MSc
I. de Jong, MSc is als onderzoeker/leermanager verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen en onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente.
Artikel

Vertrouwen in toezichtbeleid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Trust, regulatory policy, accountability, control, supervision regime
Auteurs Lydia Paauw-Fikkert MSc, Dr. ir. Frédérique Six en Prof. dr. Paul Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulatory supervision and inspection have become key features of public governance, some authors even talk about the ‘audit society’ or the age of ‘regulatory capitalism’. Despite international research showing the importance of trust in supervisory relations, there is still a fierce debate about the role of trust in Dutch supervisory relations. Several inspectorates have incorporated trust as a central theme in their supervisory policy. This article describes the role of trust within the policy of the Dutch Healthcare Inspectorate (IGZ). This research addresses four themes in dealing with the concept of trust in supervisory relations: from transparency to accountability, from output performance to performance and risk management, from trust or control to trust and control, and, finally, a special regime for reliable inspectees. The empirical analysis in this paper contributes to the knowledge about the role of trust in supervision (policy) and to the debate about the role of trust in regulatory supervision policy.


Lydia Paauw-Fikkert MSc
Lydia Paauw-Fikkert MSc is senior adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Dr. ir. Frédérique Six
Dr. ir. Frédérique Six MBA is universitair docent aan de VU Amsterdam.

Prof. dr. Paul Robben
Prof. dr. Paul Robben is adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en bij iBMG-Erasmus Universiteit Rotterdam
Artikel

Publiek-Private Samenwerking

Een reparatiestrategie voor falende ordeningsvormen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Public-private partnerships, governance arrangements, public values
Auteurs Dr. Maurits Sanders
SamenvattingAuteursinformatie

    Government employs Public-Private Partnerships as a remedial strategy directed at compensating for failures that typically occur in pure market arrangements, networks or pure hierarchical government settings. It is then possible to engage in Public-Private Partnerships corresponding with the three basic forms of social organization: market, network and government. The distinction between: (1) market-PPP, (2) network-PPP and (3) public authority-PPP is elaborated.


Dr. Maurits Sanders
Dr. M.Ph.Th. Sanders is als hoofddocent bestuurskunde verbonden aan Saxion. Hij is tevens executive director van het Netherlands Institute of Government (NIG).

    Nowadays municipalities in the Netherlands work together more intensively with other municipalities in the region. Also cooperation with companies, institutions and societal organizations is more often looked for at the regional level. In practice this brings along many problems and difficulties. For several reasons it appears not to be easy to combine the implementation strengths of municipalities and societal partners. This article presents a new approach (based on the theory of ‘new regionalism’) to regional implementation strength. This approach is not only about designing regional administrations, but is mainly about the factors that induce administrations as well as companies and institutions to commit themselves jointly for the region. To increase the regional implementation strength more is needed than the formation of a regional administrative structure in which municipalities do not cooperate in a non-committal manner. To induce municipalities and societal partners to commit themselves jointly to handling new tasks or new challenges it is also necessary to have a clear strategic vision on these issues that binds parties and makes them enthusiastic and that regional cooperation is rooted in a societal breeding ground. It also asks for an administrative structure that does justice to the contribution every municipality and societal partner makes to the realization of the strategy and for a democratic involvement of municipal councils and sector-based interest groups.


Marcel Boogers
Prof. dr. M.J.G.J.A. Boogers is hoogleraar Innovatie en Regionaal Bestuur bij de vakgroep Bestuurskunde van de faculteit Management en Bestuur aan de Universiteit Twente en senior adviseur Openbaar Bestuur bij BMC.
Article

Juridische kwetsbaarheid en onderhandelingen in de Wereldhandelsorganisatie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2014
Trefwoorden WTO, trade, legal vulnerability, Doha Round, judicialization
Auteurs Arlo Poletti en Dirk De Bièvre
SamenvattingAuteursinformatie

    In the current multilateral trade regime, members often negotiate under the shadow of WTO law. In this article, we develop an explanation of how the legal vulnerability of members’ domestic policies affects ongoing multilateral negotiations in the trade regime. First, we show that, contrary to conventional wisdom, increased enforcement does not necessarily make actors shy away from further cooperation. Legal vulnerability can ignite a positive dynamic of cooperation because it can increase the set of feasible agreements of WTO members. In a second stage, we set out how the nature of the issue at stake, i.e. whether it can be easily disaggregated into negotiable units, affects whether this positive dynamics of cooperation takes place. We illustrate the plausibility of the argument by way of four in-depth case studies of how potential (or actual) defendants and potential (or actual) complainants in WTO disputes responded to the incentives brought about by legal vulnerability and negotiated in the Doha round.


Arlo Poletti
Arlo Poletti geeft les aan de LUISS School of Government in Rome en is verbonden aan de onderzoeksgroep ACIM van het Departement Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Hij is de auteur van The European Union and Multilateral Trade Governance: The Politics of the Doha Round, London: Routledge.

Dirk De Bièvre
Dirk De Bièvre is professor internationale politiek en internationale politieke economie aan het departement politieke wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en lid van de onderzoeksgroep ACIM. Zijn onderzoek concentreert zich op de Wereldhandelsorganisatie, de Europese handelspolitiek, en de invloed van belangengroepen.
Artikel

Intergemeentelijk samenwerken: het kan ook licht

Een verkenning van lichte vormen van intergemeentelijke samenwerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden inter-municipal cooperation, light forms of cooperation, modes of cooperation
Auteurs Leon van den Dool en Linze Schaap
SamenvattingAuteursinformatie

    Many tasks will be decentralized to municipalities in the Netherlands in the coming years. To deal with these challenges, central government encourages municipal mergers, while municipalities often prefer a light form of cooperation. Since municipal boarders are converging less and less with the boarders inhabitants experience in their daily lives, municipalities feel free to cooperate in a variety of ways with other partners. This poses new challenges to democratic legitimacy, effectiveness and the role local authorities play. Local governments therefore do not need new regulations or legal forms of co-operations, but rather a repertoire fitting their role. We argue that local governments need to analyse their tasks, choose the form of cooperation that fits best and develop a repertoire for their cooperation. Light forms of cooperation are very important for developing a variety of cooperative forms and roles local governments need to play.


Leon van den Dool
Dr. L.T. van den Dool is senior onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg) en daarnaast senior manager in de adviespraktijk voor binnenlands bestuur bij PwC. Hij richt zich op de lokale overheid en met name op stedelijke ontwikkeling, leerprocessen, goed bestuur, onafhankelijk onderzoek, bestuurskracht en samenwerkingsvraagstukken.

Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg). Hij richt zich op democratisch besturen op lokaal, intergemeentelijk en regionaal niveau, schaalvraagstukken en bestuurskracht. Veel van zijn onderzoek heeft een internationaal vergelijkend karakter.

    In policy practice sometimes organizational arrangements appear that at first glance manifest itself as cooperative relations between private organizations, but about which on second thoughts the question can be asked if after all there is an active input from the side of the government. This is for instance the case in the construction of biogas infrastructures. In this article the authors discuss if we can talk about PPC after all. In the debate on governance this question is important because in the design of PPC the public interest involved must be sufficiently guaranteed in terms of control and accountability. On the basis of a confrontation between the results of a literature review and an empirical study of the case of a Green Gas pipeline in North-East Friesland (‘Biogasleiding Noordoost Fryslân’) in the Netherlands, the authors conclude that public steering in practice can take a form in disguise. Using ‘intermediate’ civil law legal persons, governmental influence indeed can be and is exercised during the cooperation. Especially law poses specific demands on control and accountability to take care of public interests, like the promotion of the use of renewable energy. Likewise in this kind of projects, especially in comparison with pure private-private cooperation, the public and if possible even the public law regulation must be safeguarded, for instance by transparency of form and content of steering. Of course this has to be done with preservation of the cooperative nature that is typical of PPC.


Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion Hogescholen, zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG) en onlangs gepromoveerd aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr. M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

    This article presents the effects of an evaluation study of different municipal amalgamations in the past ten years in the Dutch provinces Gelderland, Limburg and Overijssel. It is an evaluation that passes through two tracks; we investigate by written sources and evaluation studies of specific amalgamations its gains, but we also by the method of a survey-feedback have asked the opinions on the amalgamation of a considerable group of people involved in the amalgamation. Would they do it again this way years after the amalgamation and they do have a positive or negative assessment of the amalgamation as a whole afterwards? The answer to this question is surprising: a lot of people involved are quite positive on a municipal amalgamation and would choose for it again in the same circumstances. They also think it is an alternative to be preferred over piling up arrangements of municipal cooperation. There is also a remarkable small difference between the assessment afterwards of a voluntary or a ‘forced’ amalgamation. That difference of assessment can be felt intensively in the process before and during the amalgamation, but afterwards the respondents are also positive about amalgamations that have been imposed ‘top-down’. This result suggests that the proverb of a ‘bottom-up amalgamation’ needs relativisation and the provinces and the central government can play a more active part in the process of amalgamation.


Jony Ferket
Mevr. J. Ferket MA was tot november 2013 leermanager en medewerker onderzoek bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) te Den Haag. Nu is zij projectmedewerker bij Schoolinfo, een initiatief van de PO-raad en de VO-raad.

Martin Schulz
Dr. J.M. Schulz is senioronderzoeker bij de NSOB en de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. van Twist is decaan en bestuurder van de NSOB en hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Martijn van der Steen
Dr. M.A. van der Steen is co-decaan van de (NSOB).
Article

Een bijzonder meerderheidskabinet?

Parlementair gedrag tijdens het kabinet Rutte-I

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden minority cabinet, majority cabinet, parliamentary behaviour, the Netherlands
Auteurs Simon Otjes en Tom Louwerse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies how the presence of the supported minority government Rutte-I affected patterns of legislative behaviour. Based on the literature on minority cabinets one would expect that during supported minority cabinets parliamentary parties cooperate more often across the division between coalition and opposition than under multiparty majority cabinet rule. Examining almost 30,000 parliamentary votes between 1994 and 2012, this study finds that on a host of indicators of coalition-opposition-cooperation, there was less cooperation ‘across the aisle’ during the Rutte-I cabinet than during any cabinet before it. We explain this with reference to the comprehensive nature of the support agreement as well as the impact of the cabinets’ ideological composition.


Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresse gaat met name uit naar partijen, partijsystemen en parlementair gedrag. Otjes is tevens werkzaam als onderzoeker bij het Landelijk Bureau van GroenLinks.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is als universitair docent politicologie verbonden aan Trinity College Dublin, Ierland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politieke representatie, legitimiteit, politieke partijen en parlementaire politiek.
Discussie

Participatiebevordering: werken aan draagvlak voor de sociale zekerheid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2013
Trefwoorden Older workers, female labour force participation, ageing workforce, cross-national comparison, harmonized policy indicators
Auteurs Prof. dr. Joop J. Schippers, Prof. dr. Pearl A. Dykstra, Dr. Tineke Fokkema e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The key question of this study is whether policies adopted elsewhere in Europe might be useful in helping to increase the labour force participation of women and of older workers in the Netherlands, and thus improve the financial basis for social security arrangements. We examined the effectiveness of national policy measures over and above that of the individual-level determinants that are traditionally examined in economic and sociological studies. The data on labour force participation are from the European Social Survey, and information on public policy arrangements comes from the MULTILINKS database. Regarding the labour force participation of women, findings show the importance of distinguishing financial measures and care services. Women generally work fewer hours per week in countries with generous financial support for families (tax benefits, child support), and more hours in countries with generous parental leaves. Regarding the participation of older workers, findings show the importance of distinguishing the minimum pension level (negative association with the likelihood of having a job) and pension as a proportion of earned wage (no association with having a job). A novelty of the present study is its ability to demonstrate the impact of national arrangements at the level of individual participation behaviour.


Prof. dr. Joop J. Schippers
Joop J. Schippers is hoogleraar Arbeidseconomie aan de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht, j.j.schippers@uu.nl.

Prof. dr. Pearl A. Dykstra
Pearl A. Dykstra is hoogleraar Empirische Sociologie aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, dykstra@fsw.eur.nl.

Dr. Tineke Fokkema
Tineke Fokkema is senior onderzoeker aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam en het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, fokkema@nidi.nl.

Maria Münderlein MSc
Maria Münderlein is promovenda capaciteitsgroep Sociologie aan de faculteit Sociale Wetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam, munderlein@fsw.eur.nl.
Artikel

De normaalste zaak van de wereld?

Grensoverschrijdende attitudes van Nederlandse politiefunctionarissen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2013
Trefwoorden policing, attitudes, European Union, cross-border
Auteurs Jeroen Candel en Sebastiaan Princen
SamenvattingAuteursinformatie

    Because of the blurring of the European internal borders, combating crime is demanding closer cross-border collaboration between police forces. For that reason, the Dutch police have expressed the objective that dealing with cases with an international component should be an integral part of the job for every police officer. This study focuses on the attitudes of Dutch police officers regarding cross-border policing, and seeks to determine which factors have the greatest effect on those attitudes. This attitude approach contrasts with more traditional, top-down approaches, by shifting the focus to micro dynamics on the individual level. The methods chosen for addressing this research objective consist of semi-structured interviews and observations. The results show that the current attitude of Dutch police officers is mainly determined by the extent to which they have had to deal with international issues in their daily work. Although strong organization-wide attitudes towards cross-border policing are not likely to arise, much could still be gained by facilitating cross-border experiences and making more coherent efforts at socialization.


Jeroen Candel
J. Candel MA is als promovendus verbonden aan de leerstoelgroep Bestuurskunde van Wageningen University.

Sebastiaan Princen
Dr. S. Princen is universitair hoofddocent op het gebied van internationaal en Europees bestuur op het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van Universiteit Utrecht.
Article

Access_open Spanningen tussen bevolkingsgroepen in de buurt

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, februari 2013
Auteurs Jolijn Broekhuizen, Ron van Wonderen en Erik van Marissing
Samenvatting

    Onderzoek van Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam en het Verwey-Jonker Instituut wijst uit dat het ervaren van overlast door kinderen en jongeren een van de belangrijkste oorzaken van spanningen tussen bevolkingsgroepen in buurten is. De mate van publieke familiariteit is bepalend voor de mate waarin deze overlast voor spanningen zorgt. In buurten met weinig publieke familiariteit (her)kennen bewoners elkaar niet en voelen ze zich niet vertrouwd. Ze durven jongeren en hun ouders niet aan te spreken, waardoor het ervaren van jeugdoverlast kan leiden tot opgekropte irritaties en spanningen. Hetzelfde geldt voor buurten waar bewoners weinig ruggensteun ervaren van instanties. Bewoners hebben het gevoel dat hun meldingen van overlast niet serieus genomen worden en dat ze er alleen voor staan, wat leidt tot frustraties en spanningen.


Jolijn Broekhuizen

Ron van Wonderen

Erik van Marissing
Artikel

Watergovernance: het belang van ‘op tijd’ samenwerken

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2013
Trefwoorden cooperation, time, water governance, management
Auteurs Dr. Jasper Eshuis en Dr. Arwin van Buuren
SamenvattingAuteursinformatie

    The factor time is an often neglected issue in the literature on network governance. In this article we analyze the differences in perceptions on time between actors involved in water governance and describe the managerial interventions aimed at synchronizing time horizons, managing the available amount of time and the tempo of the governance process. Two case studies of governance processes in the district of Water Board Delfland are included to provide insight in the question how the factor time influences the governance processes and how aspects of time are managed. The case studies show that different perceptions of time may cause tensions in collaborative relationships, and even cause the end of collaborations. This underscores the importance of time-sensitive governance.


Dr. Jasper Eshuis
Dr. Jasper Eshuis is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, eshuis@fsw.eur.nl.

Dr. Arwin van Buuren
Dr. Arwin van Buuren is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Toont 61 - 80 van 114 gevonden teksten
1 2 4 6
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.