Zoekresultaat: 90 artikelen

x
Artikel

Het probleem van laaggeschooldheid in België: een historisch-geografische analyse

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2014
Trefwoorden human capital, unskilled, school dropout, geographical segregation
Auteurs Drs. Frederik Van Der Gucht en Prof. dr. Raf Vanderstraeten
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an analysis of the geographical clustering at the bottom end of the human capital distribution within Belgium and its major political regions (namely, the Flemish and the Walloon Region). At the national level, there is both a clear decrease of the shares of unskilled and unqualified adults and of their regionally unequal distribution. However, this overall decrease goes along with growing divergences between Flanders and Wallonia. In Flanders the number of early school leavers has become small. In Wallonia economic problems – measured in terms of unemployment rates – go hand in hand with a comparatively high number of school dropouts. Our empirical findings suggest that the success of particular areas and regions in a knowledge-intensive economy depends not only on the presence of highly skilled and highly qualified human capital, but also suffers from the presence of relatively large shares of the less-skilled. We discuss some implications for political decision-making.


Drs. Frederik Van Der Gucht
Drs. Frederik Van Der Gucht is als onderzoeker verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent (België). E-mail: frederik.vandergucht@ugent.be.

Prof. dr. Raf Vanderstraeten
Prof. dr. Raf Vanderstraeten is als hoogleraar verbonden aan de vakgroep Sociologie van de Universiteit Gent (België) en als fellow aan het Helsinki Collegium for Advanced Studies (Finland). www.cst.ugent.be. E-mail: raf.vanderstraeten@ugent.be.
Research Note

De perceptie van etnische diversiteit en negatieve houdingen ten opzichte van immigranten

Een multilevelanalyse van Belgische gemeenten

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2014
Auteurs Marc Hooghe en Thomas de Vroome
Auteursinformatie

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar Politieke Wetenschappen en directeur van het Centre for Citizenship and Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich voornamelijk op de thema’s van sociaal kapitaal, sociale cohesie en politieke participatie. Hij is houder van een ERC Advanced Grant voor een onderzoek naar de verbindingsmechanismen tussen burgers en de staat in West-Europa.

Thomas de Vroome
Thomas de Vroome is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Centre for Citizenship and Democracy aan de KU Leuven. Zijn onderzoek richt zich op migratie en integratie, interetnische relaties en democratische attituden. Enkele recente publicaties gaan over etnisch-culturele groepsverschillen in sociaal vertrouwen, politiek vertrouwen en subjectief welbevinden.

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).
Article

Politieke preferenties, breuklijnen en houdingen ten opzichte van politieke partijen

Een studie bij kiezers in Vlaanderen en Wallonië

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2013
Trefwoorden cleavages, political preferences, left-right, voting motives, propensity to vote
Auteurs Joris Boonen en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Within political science there is an ongoing discussion about the persistent or diminishing influence of social cleavages on voting behavior and the extent to which new voting motives have taken over the explanatory power of these predictors. We investigate the influence of religion, nationalism, ethical conservatism/progressivism and left-right orientations on the voters’ appreciation of political parties in Belgium. This method allows us to make a more qualified analysis on voting motives, in particular for smaller parties. We use data from the 2009 PartiRep election study, which show that traditional cleavages still have an important influence on political preferences. While the left-right-dimension has a limited influence on voting preferences in Flanders, it does play a major role in Wallonia. Contrary to expectations, the explanatory power of left-libertarian and right-authoritarian positions is rather weak, with one major exception: the preference for Vlaams Belang is almost entirely determined by ethnocentrism while this attitude is not relevant for other parties. In general, we find that both traditional and postmaterialist cleavages play a more important role in predicting party appreciations in Flanders than they do for French-speaking respondents.


Joris Boonen
Joris Boonen is doctoraatsstudent aan het Centrum voor Politicologie van de KU Leuven. Zijn onderzoek gaat over kiesgedrag en de transmissie van politieke voorkeuren.

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven en gastprofessor aan de Universiteit van Mannheim. Hij publiceert vooral over politieke participatie en politiek vertrouwen.
Article

Is gender bias een mythe?

Op zoek naar verklaringen voor de beperkte aanwezigheid van vrouwelijke politici in het Vlaamse televisienieuws

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden gender, mediated politics, news coverage, journalism, television news, Flanders
Auteurs Debby Vos
SamenvattingAuteursinformatie

    This study analyses the news coverage of female politicians in Flanders (Belgium). We investigate whether the deficiency of media attention for female politicians is due to structural factors or whether the news media themselves create a gender bias. For this purpose, we examine eleven possible explanations for the gender bias. On one hand the characteristics of the politicians, such as their function, can influence their news exposure and on the other hand the features of the news media, such as the broadcasting station, can be of importance. Overall, our evidence suggests that mainly the function determines the news exposure of female politicians and not their gender. Nevertheless, female politicians still get less speaking time, even when controlling for all other variables. We can conclude that a real gender bias exists in the Flemish television news: journalists and editors give significantly less attention to female politicians compared to their male colleagues.


Debby Vos
Debby Vos is als doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) binnen de Universiteit Antwerpen. Zij doet onderzoek naar de media-aandacht die politici krijgen en de determinanten daarvan.
Article

Strijden voor of om de publieke omroep?

Hoe subsidiariteit de Europese Commissie en de lidstaten verdeelt in het staatssteunbeleid

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2012
Trefwoorden state aid, public service broadcasting, cultural objectives, media policy
Auteurs Karen Donders
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the early 1990s, the European Commission applies the State aid rules (part of European competition law) to the funding of national and subnational public broadcasters. This article analyzes to what extent discussions on the regulation and funding of public service broadcasting are determined by a conflictual notion of subsidiarity. Focusing on encounters between the European Commission on the one hand and Germany, the Netherlands and Flanders on the other hand, the article concludes that Member States and the European Commission focus more on competence divisions than on substantive discussions about the future of public service broadcasting. This is particularly regrettable as the digital age requires a thorough re-thinking of the role of public broadcasters in Western European democracies.


Karen Donders
Karen Donders doceert European Media Policy en European Information Society aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze is senior onderzoeker bij het IBBT-SMIT (Vrije Universiteit Brussel). Haar postdoctorale onderzoek wordt gefinancierd door het FWO. Ze is gespecialiseerd in publiek omroepbeleid, Europees mededingingsbeleid in de mediasector en Europees mediabeleid.
Artikel

Optimale schaal en bereikbaarheid: Een spreidingsmodel voor ziekenhuiszorg in vlaanderen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2011
Trefwoorden optimal scale, accessibility, planning, hospitals, Flanders
Auteurs Jos Blank en Bart van Hulst
SamenvattingAuteursinformatie

    Social welfare has often been presented in the hospital research area in terms of travel costs and or distances. Most hospital cost studies only focus on the private costs generated by hospitals caring for patients. However, patient inputs in terms of patient travel cost and time cost are often neglected. In this article we combine both these factors, and optimize the social cost being the sum of the operating cost of hospitals and the costs of accessibility. This article presents a pure economic model for optimizing the social costs, the optimum gives us insight in the lowest hierarchical administrative level on which the provision of hospital care can be planned.

    The model is applied to the Flemish hospital sector for three types of products: revalidation, basic hospital care and radiotherapy. In this study, we point out that as the population (and patient base) increases, existing hospitals would have to expand moving further along the average cost curve into the region where decreasing returns to scale would prevail and by definition, higher cost. Building another hospital could both relieve the pressure on existing hospitals as well as decrease aggregate patient travel costs, i.e., social costs. By dividing the district into regions, we are able to establish the optimal number (and size) of hospitals. We found that the Flemish region should not be divided too much even though travel costs are minimized since the hospitals would be too large and too costly.


Jos Blank
Dr J.L.T. Blank en drs B.L. van Hulst zijn werkzaam bij IPSE Studies aan de TU Delft.

Bart van Hulst
Dr J.L.T. Blank en drs B.L. van Hulst zijn werkzaam bij IPSE Studies aan de TU Delft.
Artikel

Schalen in België

De kleine staatshervorming

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2011
Trefwoorden scale, regions, territorial governance, state reform, intergovernmental collaboration
Auteurs Filip De Rynck, Joris Voets en Ellen Wayenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    While the international community tries to picture what the future of Belgium as a country will be, the different regions (Flanders, Wallonia and Brussels) deal with issues of territorial governance like amalgamations, the future of provinces, city-regions and intergovernmental collaboration. The article maps these issues, but also which facts, interests and arguments are brought to the table, and to what extent policy agendas in the three regions are similar or not. In Wallonia and Flanders, the existence of the provincial tier is questioned and intermunicipal collaboration should become more important. Amalgamation of municipalities is discussed openly in Flanders - with little success so far, while such a debate is absent in Wallonia. The authors zoom in on the debate in Flanders, showing how rich the landscape of intergovernmental and public-private collaboration is, which variations exist, how each policy sector creates and protects its ‘own’ regional turf, how political debate on ‘cleaning up the mess of regional organisations’ requires nuancing, and how the Belgian political culture shapes that sectoral regional landscape. The authors build on two regional mappings, combining descriptive information with input from the interactive processes with different stakeholders on issues of efficiency, effectiveness, and accountability.


Filip De Rynck
Prof. dr F. De Rynck is professor Bestuurskunde aan het Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde aan de Hogeschool Gent.

Joris Voets
Dr J. Voets is senior onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid, Katholieke Universiteit Leuven.

Ellen Wayenberg
Prof. dr E. Wayenberg is docent Bestuurskunde aan het Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde aan de Hogeschool Gent.
Article

Samen naar de kiezer

De vorming van pre-electorale allianties tussen CD&V en N-VA en tussen SP.a en Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden political parties, pre-electoral alliances, party strategies, local politics
Auteurs Tom Verthé en Kris Deschouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties normally compete in elections individually. Yet, sometimes they join forces and form pre-electoral alliances. This rather unusual strategy contains both costs and benefits. In this article we try to identify those costs and benefits by opening up the black box of internal party decision making in considering pre-electoral alliance formation. We start by assuming that parties of different electoral sizes could have different motives to face the voter as one electoral list. Through in-depth interviews at the local level in Flanders, we have studied pre-electoral alliance formation for the municipal elections in 2006. We find that the arguments of large parties mainly focus on becoming the leading formation and thus claiming the initiative in coalition formation. Small parties have more varied motives for forming or failing to form a pre-electoral alliance.


Tom Verthé
Tom Verthé is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en doctoraatsstudent in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen en verkiezingen en in het bijzonder over preelectorale alliantievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.
Artikel

Politieke ambtenaren?

Formele en feitelijke rolverschillen tussen Nederlandse politiek assistenten en vlaamse kabinetsmedewerkers

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2011
Trefwoorden Political administrative relations, Flanders, The Netherlands, central government
Auteurs Diederik Vancoppenolle, Mirko Noordegraaf en Martijn van der Steen
SamenvattingAuteursinformatie

    A surprising difference between the Netherlands and Flanders is that a Flemish minister may appoint more than 20 advisors, while Dutch ministers can appoint only one or two ‘political assistants’. However, this difference was hardly studied before, although it is a relevant and actual theme. This article analyzes the differences in role and position of Flemish ministerial advisors and Dutch political assistants. We show that there exist large differences between both types of advisors and we discuss the reasons for and consequences of this difference. The institutional context in which both actors work determines a lot their role. Differences in political culture and administrative organization in particular seem to be important explanatory factors.


Diederik Vancoppenolle
Dr Diederik Vancoppenolle is doctor-assistent aan het departement Handelswetenschappen & Bestuurskunde van de Hogeschool Gent (België).

Mirko Noordegraaf
Prof. dr M. Noordegraaf is hoogleraar Publiek Management aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Martijn van der Steen
Dr M. van der Steen is codecaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

    The creation of quasi-autonomous organizations has spread throughout the western world. Flanders and the Netherlands both have a longstanding tradition of putting policy execution at arms' length, thereby creating so-called voi's and zbo's respectively. This raises the question whether there are comparable trajectories, forms, developments and political considerations. By comparing the developments in both countries the authors seek an answer to this question.

    The establishment of quangos was very popular until the mid 1990s. However, in both countries a countermovement can be seen. The creation of quangos is believed to lead to problems for political control. Both governments have taken several measures to solve these issues.

    The comparison shows that there are indeed many similarities, but also reveals interesting differences. There is no comprehensive convergence between the two neighbours. These differences are the result of differences in the politico-administrative system and the institutional culture.


Koen Verhoest
Dr. Koen Verhoest is onderzoeker en projectleider aan het Instituut voor de Overheid van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij heeft diverse publicaties op zijn naam, onder meer over de sturing van verzelfstandigde organisaties (in het Vlaams Tijdschrift voor Overheidsmanagement en met Geert Bouckaert in een boek van Yvonne Fortin), over coördinatie binnen de overheid (twee boeken bij Die Keure en Academia Press), over kerntaken tussen overheidsniveaus en tussen publieke en private actoren (twee boeken bij Academia Press en bij de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur). Adres: Instituut voor de Overheid, Van Evenstraat 2A, 3000 Leuven e-mail: verhoest@soc.kuleuven.ac.be

Sandra van Thiel
Dr. Sandra van Thiel is universitair docent Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Zij heeft diverse publicaties op haar naam over verzelfstandiging zowel over zbo's (met Van Buuren in Bestuurswetenschappen), agentschappen (met Smullen en Pollitt in b en m) als over gemeentelijke verzelfstandiging (in Beleidswetenschap). Adres: Erasmus Universiteit Rotterdam, postbus 1738, kamer M8-27, 3000 DR Rotterdam e-mail: vanthiel@fsw.eur.nl
Article

Politici aan het woord

Een onderzoek naar politici en hun taalstijlen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Political metaphor, Flemish-Belgian politics, political interviews, ideological style
Auteurs Christ’l De Landtsheer en Dieter Vertessen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article details metaphor styles in Belgian-Flemish political discourse. Some scholars complain about uniformity and colorlessness of the modern political discourse. In this 'sound bite culture', metaphor plays, nevertheless, a major role. Sound bites were, in fact, found to rely upon these traditional elements of style. The present, empirical, article examines variety in metaphor used by Flemish politicians. The first part consists of a quantitative metaphor analysis of written press interviews with male and female politicians. The second part presents the results of in-depth interviews with politicians on the subject of their own and colleagues' political (metaphor) style strategies. The conclusion confronts politicians' impressions with our findings on political (metaphor) style in Flanders.


Christ’l De Landtsheer
Christ'l De Landtsheer (1956) is hoogleraar communicatiewetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoeksdomein omvat linguïstische, psychologische, socialisatie- en nieuwe media aspecten van politieke communicatie.

Dieter Vertessen
Dieter Vertessen (1982) is lector aan de Karel De Grote-Hogeschool Antwerpen. Zijn interesse gaat uit naar politieke marketing en online communicatie.
Article

Opkomstplicht in Vlaanderen: een gespreide slagorde?

Onderzoek naar de gelaagdheid van houdingen ten aanzien van de opkomstplicht

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, Belgium, turnout, multi level context
Auteurs Dries Verlet, Ann Carton en Marc Callens
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgium is one of the advanced Western democracies with compulsory voting. There is continuing scholarly and societal debate on this feature of the electoral system, however, both form a normative and an empirical perspective. One argument in favor of compulsory voting is that it more or less guarantees the inclusion of all citizens of the political system, at least at election time. This paper addresses this argument in an empirical way on the basis of a 2007 survey from Flanders, by analyzing the potential drop outs at various layers of the political system and in different geographical locations in the case of the abolition of compulsory voting. It concludes that without the system of compulsory voting some particular groups of citizens will turn out in lower numbers than other groups. In the explanation of these diverging levels of turnout individual level characteristics are most important, e.g. political powerlessness, level of education, gender, age, as well as societal involvement and political preference. As a result of the abolition of compulsory voting the Flemish electorate will show itself in a differing electoral order of battle.


Dries Verlet
Dries Verlet (1977) is doctor in de politieke en sociale wetenschappen (Universiteit Gent) en sinds eind 2007 adviseur beleidsevaluatie aan de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Daarnaast is hij ook actief als gastdocent aan de Hogeschool Gent (Departement Handelswetenschappen en Bestuurskunde). Tot 2007 was hij doctor-assistent aan de Universiteit Gent. Zijn onderzoek en onderwijs omvat de volgende onderzoeksdomeinen: beleidsevaluatie, methodologie, statistiek, politieke participatie en subjectief welzijn.

Ann Carton
Ann Carton is doctor in de sociale wetenschappen (K.U.Leuven, departement Sociologie) en is momenteel adviseur-coördinator van het Team kwaliteit statistiek, survey, toekomstverkenningen en beleidsevaluatie op de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Ze is eveneens verantwoordelijk voor de organisatie van en kwaliteitszorg over de survey ‘Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen’ en de contactpersoon voor ISSP (International Social Survey Programme) in Vlaanderen.

Marc Callens
Marc Callens (1958) is als senior onderzoeker verbonden aan de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Hij promoveerde aan de Katholieke Universiteit Leuven op een onderzoek naar multiniveau logistische regressie. Hij doet voornamelijk onderzoek naar toegepaste statistiek, kwaliteit van het leven, armoededynamiek en surveymethodologie.
Article

Subnationale overheden in governance voor duurzame ontwikkeling

Inter-subnationale netwerken als route voor Vlaanderen naar multilaterale besluitvorming?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2009
Trefwoorden governance for sustainable development, Multi-Level Governance, networks, subnational entities, multilateral decision-making, Flanders
Auteurs Sander Happaerts, Karoline Van den Brande en Hans Bruyninckx
SamenvattingAuteursinformatie

    Although subnational entities play an important role in governance for sustainable development, they are often not recognized as decision-making actors in multilateral bodies, where an important part of the policy debate takes place. Adopting a Multi-Level Governance perspective, this article presents four alternative routes they can use to be involved in multilateral decision-making. It further zooms in on inter-subnational networks, an application of one particular route, called the direct route. Inter-subnational networks are associations between subnational entities based upon common interests. They have both external and internal objectives. On the one hand, they want to represent their members at multilateral organizations and influence decisionmaking. On the other hand, they are aimed at fostering cooperation between their members and at stimulating policy learning. This article focuses on the participation of Flanders in two networks in the area of sustainable development: nrg4SD and ENCORE. Flanders is an interesting case because of its exceptional degree of autonomy. The analysis concludes that Flanders is mainly (but not exclusively) interested in the internal dimension of the networks. It further reveals a low political involvement, which seems due to the subject of sustainable development itself.


Sander Happaerts
Sander Happaerts (1983) is doctoraatsonderzoeker aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoeker bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Hij onderzoekt het duurzameontwikkelingsbeleid van subnationale overheden en bekijkt daarbij het Vlaamse beleid in comparatief perspectief.

Karoline Van den Brande
Karoline Van den Brande (1983) is doctoraatsonderzoekster aan de Katholieke Universiteit Leuven en onderzoekster bij het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011). Haar onderzoek focust op de betrokkenheid van Vlaanderen bij multilaterale besluitvorming inzake duurzame ontwikkeling in de VN, de OESO en de EU.

Hans Bruyninckx
Hans Bruyninckx (1964) doctoreerde aan Colorado State University met een specialiteit in International Environmental Politics. Daarna werkte hij aan het Hoger Instituut voor de Arbeid (Katholieke Universiteit Leuven) en aan de Wageningen Universiteit, Nederland. Sinds 2005 is hij professor internationale betrekkingen en internationaal milieubeleid aan de Faculteit Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn huidig onderzoek focust op de invloed van globaliseringsprocessen op mondiaal milieubeleid en duurzame ontwikkeling, op de rol van de EU in internationaal milieubeleid en op het milieubeleid van China. Hans Bruyninckx is ook promotor-coördinator van het Steunpunt Duurzame Ontwikkeling (2007-2011).
Introduction

Samenwerking voor een grotere bestuurskracht

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2009
Trefwoorden administrative power, municipalities, cooperation
Auteurs Filip De Rynck en Boudewijn Steur
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Res Publica about administrative power of municipalities in the Netherlands and Flanders, Belgium, focuses in particular on the meaning of cooperation for the strengthening of administrative power. Until recently discussions on administrative power concentrated mostly on the possibility of the merger of municipalities. The three contributions to this issue demonstrate that different kinds of cooperation are a fair alternative for the strengthening of administrative power of municipalities.


Filip De Rynck
Filip De Rynck (1956) werkte voor een reeks publieke en non-profitorganisaties, werd doctor in de sociale wetenschappen (KULeuven, 1995) en is nu hoogleraar bestuurskunde aan de Hogeschool Gent. Hij is gespecialiseerd in en publiceert over lokaal bestuur, binnenlandse bestuursorganisatie en beleidsnetwerken. Hij was voorzitter van de Commissie Bestuurlijke Organisatie, de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur en de visitatiecommissie voor de Vlaamse Steden. Hij voerde vele opdrachten uit voor lokale besturen, de Vlaamse, federale en Europese overheid.

Boudewijn Steur
Boudewijn Steur (1976) studeerde Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tegenwoordig is hij als strategisch adviseur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkzaam. Tevens is hij als Visiting research fellow aan de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur verbonden. Naast zijn werkzaamheden is hij secretaris van de Vereniging voor Bestuurskunde.
Article

‘Handhaven’ of ‘herroepen’? De vraagstelling in twaalf gemeentelijke volksraadplegingen in Vlaanderen onderzocht

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden local referenda, question wording, survey research
Auteurs Mieke Beckers en Jaak Billiet
SamenvattingAuteursinformatie

    Direct democratic participation through referenda is often contested, because one faces the problem of determining referendum questions which avoid confusion or subjectivity. However, detailed knowledge concerning socalled ‘question wording effects’ is available within the domain of survey research. In this body of literature, several wording effects such as the use of suggestive wordings, the ambiguity of yes/no questions etc., have been well documented. Yet, despite the similarities between referendum and survey questions, knowledge from survey methodology is rarely employed within the literature on referenda. The present study discusses a number of question wording effects studied in survey research and shows their relevance in referendum settings. In addition this article explores these effects in twelve local referenda in Flanders, Belgium. Building on this empirical evidence, we conclude with a number of precise guidelines regarding the quality of referendum questions.


Mieke Beckers
Mieke Beckers (°1983) is licentiaat sociologie en volgde de International Master in Social Policy Analysis. Zij was tot voor kort als aspirant van het FWO-Vlaanderen verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (Katholieke Universiteit Leuven). Inmiddels is zij werkzaam als medewerker van de cel kwaliteitszorg bij de Vlaamse Hogescholenraad.

Jaak Billiet
Jaak Billiet (°1942) is socioloog en doctor in de sociale wetenschappen. Hij is momenteel emeritus met opdracht en als bijzonder gasthoogleraar verbonden aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO) van de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn onderzoeksgroep maakt deel uit van het Centraal Coördinatie Team van het European Social Survey. Hij speelt een centrale rol in de organisatie van het Europees Waardenonderzoek. Zijn onderzoek situeert zich in het domein van de kwaliteitsverbetering van het survey-onderzoek met speciale aandacht voor modelleren van meetfouten in het kader van cross-nationaal onderzoek. Inhoudelijk heeft zijn onderzoek binnen het Instituut voor Politiek en Sociaal Onderzoek (ISPO) betrekking op de relatie tussen stemgedrag en de verandering van waarden en politieke houdingen, onder meer het etnocentrisme.
Introduction

Het referendum in de consensusdemocratie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden referendum, consensus democracy
Auteurs Martin Rosema
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue about the practice of local referendums in the Netherlands and Flanders, Belgium, focuses in particular on the relationship between referendums and the consensus model of democracy. On the one hand, referendums are widely conceived of as a typical majoritarian device. On the other hand, the legal possibility of referendums forces political elites to reach broad agreement, in order to prevent a popular vote in which decisions would be recalled. The three contributions to this issue demonstrate that consensus democracy influences the debate about referendums in the legislative, as well as how the practicalities are organised, in more varied ways. Studies of independent referendum bodies in the Netherlands and question wording in referendums in Flanders show that the nature of consensus democracy enables both countries to find solutions to potential problems, but also brings new problems. Guidelines for how these may be prevented in future referendums are provided.


Martin Rosema
Martin Rosema (°1970) is als universitair docent verbonden aan de vakgroep politicologie en onderzoeksmethoden van de Universiteit Twente. Hij doet onder meer onderzoek naar stemgedrag bij verkiezingen, politieke psychologie en lokale referenda.
Article

Coalitiesteun in Antwerpen, Hasselt en Oostkamp

De invloed van politieke ontevredenheid, politiek wantrouwen en etnocentrisme vergeleken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Marc Swyngedouw, Koen Abts en Jarl Kampen
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we investigate the effects of political dissatisfaction, political distrust and ethnocentrism on support to the incumbent coalition in three different municipalities in Flanders. Theoretically, we define the concept of political trust, at which it is differentiated from political satisfaction and political alienation. At the same time, four dimensions of political distrust are disentangled: competence, integrity, responsiveness and justice. Empirically, four research questions may be distinguished. First, we investigate whether political satisfaction, political trust and ethnocentrism have an independent effect on support to the ruling majority. Second, we check whether there are differential effects of the dimensions of political trust on the dependent variable in the different municipalities.Third, we try to connect the micro-level data with macro-level, by linking the results with the characteristics of the local government and the party system. Fourth, we examine the influence of the presence of extreme right.


Marc Swyngedouw
Hoogleraar aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek (CeSO-K.U.Leuven).

Koen Abts
Wetenschappelijk medewerker aan het CeSO (K.U.Leuven).

Jarl Kampen
Postdoctoraal onderzoeker aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen (V.U.Brussel).
Article

Belgian Politics in 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2007
Auteurs Sam Depauw en Mark Deweerdt
Auteursinformatie

Sam Depauw
Postdoctoral Fellow of the Fund for Scientific Research – Flanders at the KU Leuven.

Mark Deweerdt
MA in Political Science.

Bart Haeck
Licentiaat in de Rechten Politiek redacteur bij De Tijd.
Toont 61 - 80 van 90 gevonden teksten
1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.