Zoekresultaat: 64 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Res Publica x
Symposium

Promoveren / doctoreren in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2010
Auteurs Laure Michon, Marjolein Meijer, Sandra Groeneveld e.a.
Auteursinformatie

Laure Michon
Laure Michon (1979) heeft politicologie gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en het Institut d’Etudes Politiques van Lyon. Zij heeft een jaar aan het European University Institute te Florence doorgebracht en was tussen 2006 en 2010 verbonden aan het IMES in Amsterdam voor een promotieonderzoek over de positie van etnische minderheden in de lokale politiek, met een vergelijking tussen Amsterdam en Parijs. Zij hoopt begin 2011 te promoveren.

Marjolein Meijer
Marjolein Meijer (1977) studeerde zowel Beleid- en Organisatiewetenschappen als Politicologie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Na haar studietijd was zij korte tijd ambtenaar aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en consultant bij het COT, een adviesbureau op het gebied van crisismanagement en -communicatie. Vanaf 2006 is zij als doctoraatsstudent verbonden aan de onderzoeksgroep Europese en Internationale Politiek, en werkzaam als mandaatassistent (AAP) aan het departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Haar promotieonderzoek handelt over de relatie tussen regering en parlement in geval van verdragshervormingen in de Europese Unie. Zij hoopt in 2011 te promoveren.

Sandra Groeneveld
Sandra Groeneveld (1972) is universitair docent bestuurskunde aan de EUR en zakelijk directeur van NIG. Sandra geeft onderwijs in kwantitatieve methoden en technieken van onderzoek en HRM. Haar onderzoek is gericht op vraagstukken rond arbeid, organisatie en management in de publieke sector, in het bijzonder diversiteit.

Walter Kickert
Walter Kickert is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en wetenschappelijk directeur van NIG. Zijn interesse gaat uit naar publiek management en organisatie, en overheidshervormingen in internationaal vergelijkend perspectief.

Merel de Groot
Merel de Groot (1982) is werkzaam bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Zij promoveerde in 2009 aan de Universiteit Twente op een onderzoek naar de gevolgen van de Wet Dualisering Gemeentebestuur.

Bas Denters
Bas Denters (1954) is als hoogleraar bestuurskunde verbonden aan de vakgroep politicologie en onderzoeksmethoden aan de Universiteit Twente. Hij doet onderzoek naar burgerparticipatie en politieke representatie in de lokale democratie, de effecten van institutionele hervormingen in het binnenlands bestuur en vormen van samenwerkend bestuur op lokaal en regionaal niveau.

Pieter-Jan Klok
Pieter-Jan Klok (1960) is universitair docent beleidswetenschap verbonden aan de vakgroep Science, Technology and Policy Studies aan de Universiteit Twente. Hij doet onderzoek naar burgerparticipatie, wijkaanpak en grotestedenbeleid en de effecten van institutionele hervormingen in het binnenlands bestuur.
Article

Is het de moeite waard?

De karakteristieken en effectiviteit van partijwebsites in de campagne voor de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden local elections, Netherlands, websites, interactivity, content analysis
Auteurs Rens Vliegenthart en Guda van Noort
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, the use of interactive features on the websites of Dutch local (branches of) political parties during the campaign for the 2010 local elections is investigated. We distinguish between features that are directed to increase political discussion and those that are used for political mobilisation. A content analysis of 1403 party websites demonstrates that websites of the social-liberal party D66 are the most interactive, followed by the Socialist Party. Furthermore, for elections in larger municipalities, more interactivity is used on the parties’ websites. Overall, the use of both types of interactive features is rather limited. Finally, a positive association between interactivity and election results, while controlling for previous elections and national trends, is established. These results point to the importance of (online) political campaigning in the context of local elections.


Rens Vliegenthart
Rens Vliegenthart (1980) is universitair docent politieke communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek gaat onder andere over de relatie tussen politici en journalisten, mediaeffecten en verkiezingscampagnes en het gebruik van econometrische tijdreeksanalyses in de communicatiewetenschap. Hij geeft les in politieke communicatie en methoden in de bachelor, master en research master Communicatiewetenschap.

Guda van Noort
Guda van Noort (1977) is universitair docent commerciële communicatie bij de Amsterdam School of Communication Research (ASCoR) aan de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek is primair gericht op kwantitatieve onderzoeksmethoden in het domein van nieuwe media, online consumentengedrag en informatieverwerking. Naast haar onderzoek doceert zij seminars binnen het domein van de persuasieve communicatie en experimentele onderzoeksmethoden, zowel in de eindfase van de bachelor, als binnen de reguliere en research master Communicatiewetenschap.
Article

Negatieve verkiezingscampagnes en de gevolgen op kiesintenties

De Vlaamse regionale verkiezingen van juni 2009

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, Flemish regional elections 2009, voter preferences
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we address two questions considering the Flemish regional elections of June 2009. First we determine whether this campaign can be called a negative campaign and what amount of negativity it contained. Second, we want to know what the consequences of negativity were on voter preferences. Our research, based on a newspaper analysis, shows that the campaign contained an average amount of negative campaign messages compared to campaigns in other political systems (United States, the Netherlands and Denmark). We calculated effects on voter preferences by means of the PartiRep Belgian Voter Survey of 2009, a survey with a unique three wave panel design. The results demonstrate that negative campaigning seems to have been effective in 2009. Parties with negative campaigns attracted more attention from voters and also seemed to gain during the campaign. Personal attacks on opponents, on the other hand, did not have an effect on the electoral appeal of a party. Incumbent parties even lost votes when they launched personal attacks. The results suggest that, in the Flemish context, an attack on the opponent’s program or governmental record can be effective, but that personal attacks are not rewarded by the voters.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville (1987) behaalde een master in de geschiedenis en een master in de vergelijkende en internationale politiek aan de KULeuven. Ze schreef een masterproef over negatieve campagnes met een focus op de Vlaamse verkiezingen van juni 2009. Zij is nu als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.
Article

Negatieve campagnevoering in de Nederlandse consensusdemocratie: de ontwikkelingen sinds Fortuyn

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, consensus democracy, election campaign, political advertising, election debates
Auteurs Annemarie S. Walter
SamenvattingAuteursinformatie

    During the last decades, election campaigns in Western Europe have undergone major changes. In response to an altered electoral market, political parties have started to campaign more offensively, making use of campaign tactics such as negative campaigning. Negative campaigning strongly conflicts with the political culture of consensus and cooperation that is inherent to many West European political systems, especially in the Netherlands, in which coalition building has always been a necessity. Taking the Netherlands as a case-in-point, this article demonstrates that even in a consensual multiparty system like the Dutch one negative campaigning is on the rise. Indeed, by exploring the last four election campaigns this study demonstrates that negative campaigning is part-and-parcel of the Dutch electoral politics ever since 2002.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter (1985) is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam en schrijft een proefschrift over negatieve campagnevoering in West-Europa. Haar onderzoeksinteresses liggen op het gebied van politieke communicatie en partijgedrag.
Research Note

Het eigen karakter van lokale politieke groeperingen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Auteurs Marcel Boogers en Gerrit Voerman
Auteursinformatie

Marcel Boogers
Marcel Boogers (1964) is als universitair hoofddocent verbonden aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek richt zich op lokale politiek, politieke elites en andere intermediairen tussen politiek en samenleving.

Gerrit Voerman
Gerrit Voerman (1957) is directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Centrale thema’s in zijn onderzoek zijn partijgeschiedenissen, politiek leiderschap en verkiezingscampagnes.
Article

Tussen establishment en extremisme: populistische partijen in Nederland en Vlaanderen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2010
Trefwoorden Extremism, populism, political parties, democracy
Auteurs Paul Lucardie
SamenvattingAuteursinformatie

    Populist parties are often associated with extremism. However, the term ‘extremism’ is usually ill-defined and value-laden. Conceptual analysis will help to define populism as well as extremism in a more precise and value-neutral sense. Empirical analysis of the programmes of six Dutch and three Flemish parties suggests that populism does not entail extremism, even if it can be combined with it. The Centre Party and Centre Democrats as well as the Socialist Party and the Flemish Bloc may have displayed extremist as well as populist tendencies at some point. Yet the (more or less) populist parties Liveable Netherlands (Leefbaar Nederland), the List Pim Fortuyn, the Freedom Party, the movement Proud of the Netherlands (Trots op Nederland) and the List Dedecker should not be considered extremist.


Paul Lucardie
Paul Lucardie (1946) is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij doet onderzoek naar politieke partijen en ideologieën in Nederland (in mindere mate ook in Duitsland en Canada).
Article

Stemrecht, stemplicht, opkomstplicht: inleiding tot het debat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, turnout, electoral participation, electoral systems, types of democracy
Auteurs Arend Lijphart
SamenvattingAuteursinformatie

    Compulsory voting was abolished in the Netherlands in 1970 without a thorough debate about the likely consequences. On several occasions, I have recommended its retention in countries that have it and its introduction in countries that do not have it. Compulsory voting has a positive effect on turnout and is a guarantee for equal electoral participation by different groups in society. However, the debate is far from closed. In particular, the relationship between compulsory voting and type of democracy (majoritarian vs consensus democracy, majoritarian vs proportional electoral systems) requires further research.


Arend Lijphart
Arend Lijphart (1936) is als onderzoeksprofessor emeritus verbonden aan de Universiteit van Californië, San Diego, USA. In 1963 promoveerde hij aan Yale University. Hij is auteur van een groot aantal gezaghebbende boeken en artikelen in het bijzonder op het terrein van de vergelijkende politicologie. In 1995-1996 was hij president van de American Political Science Association. In 2001 ontving hij een eredoctoraat van de Universiteit Leiden, in 2009 van de Universiteit Gent.
Article

Nieuwe vragen, oude antwoorden

Het debat over de opkomstplicht in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2010
Trefwoorden compulsory voting, proportional representation, turnout, Dutch parliamentary debate
Auteurs Galen Irwin en Joop van Holsteyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Arend Lijphart has generated recent discussion on the topic of compulsory voting within political science. He also notes that there was not a broad discussion in The Netherlands concerning the repeal of compulsory voting in 1970 and asks whether there would have been more discussion if the members of Parliament had been aware of the consequences of repeal (i.e. lower turnout, class and age discrepancies in turnout). And could political scientists have warned members of parliament of these consequences? Our contribution examines the contents of the parliamentary debates over compulsory voting, in particular at the time of repeal. It concludes that the arguments in Parliament centered on the rights and duties of a citizen in the state and that there was little or no discussion of the consequences of repeal. Data were available that could have made it possible for political scientists to make fairly accurate predictions concerning the consequences of appeal. This, however, was not an element of the parliamentary debate.


Galen Irwin
Galen Irwin (1942) is emeritus hoogleraar politiek gedrag en de methodologie van politicologisch onderzoek aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij studeerde aan de University of Kansas en Florida State University. In zijn onderzoek houdt hij zich vooral bezig met vraagstukken van politieke participatie, electoraal gedrag, opiniepeilingen en opinieonderzoek.

Joop van Holsteyn
Joop van Holsteyn (1957) is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Hij doet onderzoek naar en publiceert over politieke participatie en electoraal gedrag, publieke opinie, opiniepeilingen en opinieonderzoek, extreem-rechts in Nederland en politieke cartoons.
Article

Hoe populistisch zijn Geert Wilders en Rita Verdonk?

Verschillen en overeenkomsten in optreden en discours van twee politici

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2009
Trefwoorden populism, Netherlands, discourse, Geert Wilders, Rita Verdonk
Auteurs Koen Vossen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, the rise of new parties such as the Lijst Pim Fortuyn, the Partij voor de Vrijheid, lead by Geert Wilders and the movement Trots op Nederland, lead by Rita Verdonk, have attracted much attention. In an attempt to interpret and explain the (temporary) advance of these parties, both commentators and political scientists have often used the notion of populism. In most commentaries however, it remains unclear what the term exactly means and whether it has any explanatory value. The aim of this article is to investigate whether Rita Verdonk and Geert Wilders and their movements may actually be labelled as populist. By discerning the presence of the features of an ideal-typical populism in discourse and performance of both politicians their ‘degree of populism’ is measured. The differences in degree of populism also helps to explain why Geert Wilders and his party proved (thus far) more successful and durable.


Koen Vossen
Koen Vossen (1971) is universitair docent Nederlandse politiek Instituut Politieke Wetenschap, Universiteit Leiden. In 2003 is hij gepromoveerd op een proefschrift getiteld Vrij vissen in het Vondelpark. Kleine politieke partijen in Nederland 1918-1940 (Wereldbibliotheek 2003). Zijn belangstelling gaat vooral uit naar protestpartijen en populisme in de Nederlandse politiek in heden en verleden.
Article

Dunken en driepunters. Intergemeentelijke samenwerking en bestuurskracht in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2009
Trefwoorden administrative power, municipalities, cooperation
Auteurs Peter Castenmiller
SamenvattingAuteursinformatie

    This article addresses the impact of intermunicipal cooperation on the administrative power of municipalities. It focuses on a specific form of intermunicipal cooperation in the Netherlands, which is called ‘WGRplus’. This concerns the intermunicipal cooperation in the major urban regions in the Netherlands. In this article administrative power is not used as a fixed and quantifiable concept, yet as a process that might contribute to the performance of individual municipalities. It is argued that intermunicipal cooperation strengthens the possibilities of municipalities to address social challenges. The cooperation is considered to be successful and rewarding. It also stimulates the cooperation with relevant social organisations. Yet this form of intermunicipal cooperation has a weak democratic and political profile. Next year the Dutch government will conduct a thorough evaluation of this specific form of intermunicipal cooperation. This is still necessary because the evidence that the administrative power of the municipalities benefits from this specific form of intermunicipal cooperation is not absolutely convincing.


Peter Castenmiller
Peter Castenmiller (1961) is werkzaam bij Zenc, adviesbureau voor innovaties in het openbaar domein, en tevens als Lector ‘Bestuurskracht en innovatie’ bij BAZN, de bestuursacademie. Hij is politicoloog en hij is gepromoveerd op een studie naar de betrokkenheid van burgers bij het lokale bestuur. Tot 2005 was hij werkzaam bij SGBO, Onderzoeks- en Adviesbureau van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, waar hij zich met vele facetten van lokaal bestuur en beleid heeft beziggehouden. Samen met Herwig Reynaert (Universiteit Gent) organiseert hij al verschillende jaren tijdens het gezamenlijk congres van de Nederlandse en Vlaamse politicologenverenigingen een workshop ‘lokale democratie’.
Introduction

Samenwerking voor een grotere bestuurskracht

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2009
Trefwoorden administrative power, municipalities, cooperation
Auteurs Filip De Rynck en Boudewijn Steur
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue of Res Publica about administrative power of municipalities in the Netherlands and Flanders, Belgium, focuses in particular on the meaning of cooperation for the strengthening of administrative power. Until recently discussions on administrative power concentrated mostly on the possibility of the merger of municipalities. The three contributions to this issue demonstrate that different kinds of cooperation are a fair alternative for the strengthening of administrative power of municipalities.


Filip De Rynck
Filip De Rynck (1956) werkte voor een reeks publieke en non-profitorganisaties, werd doctor in de sociale wetenschappen (KULeuven, 1995) en is nu hoogleraar bestuurskunde aan de Hogeschool Gent. Hij is gespecialiseerd in en publiceert over lokaal bestuur, binnenlandse bestuursorganisatie en beleidsnetwerken. Hij was voorzitter van de Commissie Bestuurlijke Organisatie, de Hoge Raad voor Binnenlands Bestuur en de visitatiecommissie voor de Vlaamse Steden. Hij voerde vele opdrachten uit voor lokale besturen, de Vlaamse, federale en Europese overheid.

Boudewijn Steur
Boudewijn Steur (1976) studeerde Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Tegenwoordig is hij als strategisch adviseur bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkzaam. Tevens is hij als Visiting research fellow aan de Nederlandse School voor het Openbaar Bestuur verbonden. Naast zijn werkzaamheden is hij secretaris van de Vereniging voor Bestuurskunde.
Article

Het Verdrag van Lissabon in het nieuws

Een crossnationale analyse van nieuwsframes in de kwaliteitspers

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2009
Trefwoorden Framing, Treaty of Lisbon, newspapers, EU news, media analysis
Auteurs Anna Van Cauwenberge, Dave Gelders en Willem Joris
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the cross-national prevalence of five news frames in quality papers’ coverage of the Treaty of Lisbon (EU Constitution). Three frames were identified in earlier studies: economic consequences, conflict, and human interest. Two additional frames were identified and composed: power and nationalization. During the seven-month period leading up to the signing of the Treaty of Lisbon (December 2007), we analyzed 341 articles from four quality papers: Le Monde (France), De Volkskrant (The Netherlands), De Standaard (Dutch speaking community of Belgium), and Le Soir (French speaking community of Belgium). Our results show that although significant differences between newspapers were found in the amount of framing, overall they reflected a similar pattern in the adoption of the news frames. The economic consequences frame, followed by the power frame, appeared most prominently in all of the newspapers’ coverage. However, the conflict and nationalization frames recurred in a significantly lesser degree. These findings indicate that the meaning behind the Treaty of Lisbon as a symbol of supra-national unity could have led to a shift from a domesticated, conflict oriented coverage as found in previous studies to a more unified portrayal of the EU within and between the quality papers under study.


Anna Van Cauwenberge
Anna Van Cauwenberge (°1985) is als doctoraal onderzoeker verbonden aan het Centrum voor Mediacultuur & Communicatietechnologie van de Katholieke Universiteit Leuven en de sectie Communicatiewetenschap van de Radboud Universiteit Nijmegen. Haar onderzoeksinteresses omvatten nieuwsbeleving en -verwerking bij jongeren en jongvolwassenen, nationaal en Europees audiovisueel mediabeleid, en de beeldvorming van en berichtgeving over de Europese Unie.

Dave Gelders
Dave Gelders (°1978) is docent politieke marketing en overheidscommunicatie aan de School voor Massacommunicatieresearch aan de Katholieke Universiteit Leuven. Zijn onderzoeksinteresses omvatten beeldvorming van prestaties van de overheid, de rol van communicatie in beleidsprocessen en de rol van media in de marketing van politici en politieke partijen.

Willem Joris
Willem Joris (°1986) is Master in de Communicatiewetenschappen en volgt momenteel de Master Overheidsmanagement en -beleid. Zijn onderzoeksinteresses omvatten overheidscommunicatie, framing van de Europese Unie en toplonen.
Article

Onafhankelijke referendumcommissies: kenmerkend voor de Nederlandse consensusdemocratie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden referendum, independent referendum body, consensus democracy, local politics
Auteurs Philip van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the nineties of the last century, there has been a modest rise of local referendums in the Netherlands. This article describes the important role played by independent local referendum committees, one of the most remarkable characteristics of the recent Dutch referendum experience. Their task is among others to advice about the wording of the question, to supervise the organisation of the referendum and the campaign and to handle complaints. The need to use an independent body to support the referendum process is missing in countries as Switzerland and the United States. The lack of referendum experience and the lack of confidence in Dutch local authorities forced them to introduce independent local referendum bodies. The role of these institutions fits in the traditions of the Dutch consensus democracy to engage experts to depoliticise delicate political problems.


Philip van Praag
Philip van Praag (°1949) is universitair hoofddocent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij houdt zich voornamelijk bezig met politieke partijen, verkiezingscampagnes, politieke communicatie en referenda.
Book Review

Eppur si muove: De ontwikkeling van de welvaartsstaat

België en Nederland in vergelijkend perspectief

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Auteurs Wim Van Lancker
Auteursinformatie

Wim Van Lancker
Wim Van Lancker (°1982) is als Research Fellow verbonden aan het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoeksdomeinen situeren zich vooral rond welvaartsstaat en herverdeling, genderbeleid, sociaal Europa en arbeid-gezin combinatie.
Article

Volksraadplegingen: kan België wat leren van Nederland?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden referendum, local referenda, local politics
Auteurs Jo Buelens
SamenvattingAuteursinformatie

    Belgium did not organise a referendum on the European Constitution, like the Netherlands, even though there were some initiatives to make it legally possible. In the Netherlands there is also more experience with referenda at the local level. For decades there has been a debate about how to make it legal at the national level, but after many attempts, there is still no law that makes referenda possible at that level. The aim of this article is to compare Belgium and the Netherlands in order to identify similarities and differences. Some explanation can be found in the past, which clarifies why Belgium is reluctant to referenda and why at the local level this tool is not as often used as in the Netherlands. The main conclusion is that in spite of the referendum on the European Constitution in the Netherlands and the more frequent use of local referenda in that country, the political classes in Belgium and the Netherlands are comparable in their reluctant attitude towards this consultation of their citizens. Both countries continue to evaluate referenda as not in accordance with the system of representative democracy.


Jo Buelens
Jo Buelens (°1954) is verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zijn belangstelling gaat met name uit naar politieke partijen, verkiezingen en lokale politiek. Hij doceert tevens aan de Erasmus Hogeschool Brussel.
Introduction

Het referendum in de consensusdemocratie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2009
Trefwoorden referendum, consensus democracy
Auteurs Martin Rosema
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue about the practice of local referendums in the Netherlands and Flanders, Belgium, focuses in particular on the relationship between referendums and the consensus model of democracy. On the one hand, referendums are widely conceived of as a typical majoritarian device. On the other hand, the legal possibility of referendums forces political elites to reach broad agreement, in order to prevent a popular vote in which decisions would be recalled. The three contributions to this issue demonstrate that consensus democracy influences the debate about referendums in the legislative, as well as how the practicalities are organised, in more varied ways. Studies of independent referendum bodies in the Netherlands and question wording in referendums in Flanders show that the nature of consensus democracy enables both countries to find solutions to potential problems, but also brings new problems. Guidelines for how these may be prevented in future referendums are provided.


Martin Rosema
Martin Rosema (°1970) is als universitair docent verbonden aan de vakgroep politicologie en onderzoeksmethoden van de Universiteit Twente. Hij doet onder meer onderzoek naar stemgedrag bij verkiezingen, politieke psychologie en lokale referenda.
Article

Burke leeft en woont in Nederland

Over volksvertegenwoordigers en de invloed van de publieke opinie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2008
Trefwoorden public opinion, representative democracy, parliament, Dutch politics
Auteurs Christel Koop en Joop van Holsteyn
SamenvattingAuteursinformatie

    According to many observers, contemporary politicians too often are being swayed by the issues of the day. Elected representatives are supposed to permanently monitor public opinion in general and opinion polls in particular and to act accordingly. An analysis of in-depth interviews with Dutch MPs and a content analysis of an important, long-lasting debate in Dutch Parliament indicates, however, that this popular claim is a misconception. Elected representatives disagree on the content and manifestations of ‘public opinion’ and seldom take it into consideration in their role as representatives. Moreover, public opinion is taken seriously only if it is well-considered and based on substantive knowledge and conclusive arguments.


Christel Koop
Drs. C.M.M. Koop is verbonden aan het Europees Universitair Instituut in Florence.

Joop van Holsteyn
Prof. dr. J.J.M. van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het departement Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden.

Min Reuchamps
Aspirant du Fonds de la Recherche Scientifique – FNRS au département de Sciences politiques, Université de Liège.

    In national elections the results tend to become more ‘nationalized’: a homogeneous party offer all over the territory, less variation in the results per constituency and more homogeneous electoral swings. This article investigates whether this nationalization can also be witnessed at local elections. It focuses on two indicators: the party offer and the voting behaviour. The party offer is the presence of the national parties on the local ballot paper, while the voting behaviour looks at patterns of homogeneity across the municipalities.
    The answer to the question of nationalization is mixed. The Flemish and Walloon local elections display the same long-term trend as the national elections, but they keep their own local character. The heterogeneity of the local party offer clearly demonstrates the local specificity of the local elections, and consequently the voting behaviour also differs from the voting behaviour at national elections. We also find that the local elections in Wallonia are less nationalized than in Flanders.
    Although the local character of the local elections remains important, the newer parties – Ecolo and Groen! – show until 2000 a clear trend towards nationalization. Especially the extreme right Vlaams Belang shows positive scores on all indicators of nationalization since its first local appearance in 1982.


Fanny Wille
Fanny Wille is verbonden als assistent/vorser aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen en de Vakgroep Micro-economics of the Profit and Non-Profit Sectors aan de Vrije Universiteit Brussel. Zij doet onderzoek naar lokale coalitievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is gewoon hoogleraar aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij doet onderzoek naar politieke vertegenwoordiging in systemen met een complexe institutionele context.
Toont 41 - 60 van 64 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.