Zoekresultaat: 55 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x

    The focus of the diversity policy in the Dutch public sector has moved during the past decennia. In the eighties offering equal chances for the different target groups was the central policy goal, after the millennium this became the effective and efficient management of a diverse work force in order to arrive at a better performing public sector, also called the business case of diversity. This article investigates the question how far the Dutch cabinet has influenced the diversity policy of public organizations. The answer to the question is that there was limited influence from the Dutch cabinet on the arguments for diversity of public organizations, but there was greater influence on the diversity interventions, especially in three sectors: central government, municipalities and police. This influence on interventions of other (‘fellow’) governments is caused by the strong steering of the cabinet. The interventions undertaken therefore reflect to a more limited extent the business case of diversity and remain stuck in the old target group policy. However, public organizations with a longer history in diversity policy, that operate closer to society and see the necessity for diversity, are more inclined to embrace the business case and start interventions that are related to this new approach.


Drs. Saniye Celik
Drs. S. Celik is accountmanager voor de decentralisaties in het sociaal domein bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en buitenpromovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.

    Dutch Ministries differ in the manner in which they design and manage their steering relations with independent governing bodies. Based on six cases at four Dutch ministries the authors show these differences. They use two theoretical models (the principal-agent approach and the principal-steward approach) to clarify the kind of relationship. Ministries not only differ in their approach, they also differ in how far they have advanced in the development of their steering relations with independent governing bodies. Because there is no coordination or exchange of knowledge between ministries, ministries that are ‘lagging behind’ cannot learn from the experiences of ministries that have more experience. The authors do not propose one form of central coordination or one model, but they do propose more exchange of knowledge within and between Dutch ministries.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is redacteur van Bestuurswetenschappen en hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Prof. dr. Ron van Hendriks
R.H.P. Hendriks MPA studeerde bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen en deed als stagiaire bij het ministerie van BZK onderzoek naar de aansturingsrelaties tussen departementen en zelfstandige bestuursorganen. Hij is sinds kort trainee bij AP Support.

    According to the policy makers of the Dutch police the more complex society for years requires a police organization that can operate as a network player, or even network director, in ever increasing local safety networks to fulfil the police functions of criminal investigation and maintenance of public order in an effective manner. This claim hardly seems to validated by empirical evidence. Validation is important because research shows that a lot of time is spent on the police network function within community based policing. The question is if this time is spent in an effective manner. Therefore this article addresses the question of the revenues of the police network function within community based policing for the core tasks maintenance of political order and criminal investigation. Based on a policy analysis, interviews and five weeks of participatory research in one police force in the Netherlands, the authors conclude that the policy of the police is only to ‘take’ out and not ‘give’ to local safety networks, although according to the practice and the network literature networkers from the police should give to be able to achieve results. Because the police network function does contribute to the quality of life and the social safety in the community, the authors believe that the community is best served by police officers that have a broad network function.


Jelle Groenendaal MSc
J. Groenendaal MSc is senior onderzoeker en promovendus bij Crisislab, dat het onderzoek van de leeropdracht Besturen van Veiligheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen ondersteunt.

Prof. dr. Ira Helsloot
Prof. dr. I. Helsloot is hoogleraar Besturen van Veiligheid aan de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Artikel

Veelvormige veelfrontenoorlog

Empirische analyse van terugtocht, optocht, stilstand of hervorming van de Nederlandse staat

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden administrative history, central government, retreat of the state, decentralization, financial indicators
Auteurs Dr. Thomas Schillemans
SamenvattingAuteursinformatie

    Many authors have claimed that the role of the Dutch government, and other governments, is changing. The overarching consensus is that states are now retreating after decades of expansion. This paper investigates, on the basis of a secondary analysis of existing data, whether, where and how the Dutch state can be said to be retreating. This leads to mixed findings: four different analyses of the ‘state of the state’. The first tale, focusing on macro financial indicators, suggests ‘stability’. The second tale, focusing on net changes in expenses, depicts further expansion, particularly in the domain of health care. The third tale, focusing on policy intentions, sees a retreat indeed. And the fourth tale would suggest that it is merely about a reorganization of the state itself.


Dr. Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Access_open Monitoren en evalueren van integraal gezondheidsbeleid

Een practice-based verkenning

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, september 2014
Trefwoorden integraal gezondheidsbeleid, onderzoeksinstrumenten, monitoren en evalueren
Auteurs Ilse Storm, Marije van Koperen, Fons van der Lucht e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Integraal gezondheidsbeleid (IGB) kent in de lokale praktijk diverse verschijningsvormen en kenmerken waardoor het lastig is dit beleid te monitoren en evalueren. In een kennissynthese van Nederlandse kernpublicaties over IGB is gekeken wat op basis van ervaringen in de IGB-praktijk tot nu toe gezegd kan worden over monitoring en evaluatie. Bij deze practice-based verkenning naar IGB-kenmerken en bijbehorende praktische instrumenten is een indeling in drie categorieën gebruikt: context, processen en impact. Voorbeelden van relevante kenmerken zijn: type IGB en setting (context), verbinden beleid en activiteiten (proces), samenwerking sectoren (proces), draagvlak en verankering in organisatie (proces), en effecten op gezondheid of determinanten (impact). Op basis van de huidige IGB-praktijk lijkt het vooral haalbaar kennis te genereren over context en procesmaten, en minder over impactmaten. Uiteindelijk is een set kenmerken die meetbaar zijn met gevalideerde instrumenten wenselijk om grip te krijgen op de voortgang van IGB. Meer theoretische onderbouwing is dan wel noodzakelijk.


Ilse Storm
Ilse Storm is beleidsonderzoeker bij de afdeling Verkenningen Zorg en Preventie (VZP), centrum Gezondheid & Maatschappij (G&M), van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

Marije van Koperen
Marije van Koperen is onderzoeker bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen (FALW), van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Fons van der Lucht
Fons van der Lucht is afdelingshoofd van de afdeling Verkenningen Volksgezondheid (VVG), centrum Gezondheid & Maatschappij, van het RIVM.

Hans van Oers
Hans van Oers is Chief Science Officer (CSO) Health System Assessment and Policy Support bij het RIVM en hoogleraar Public Health bij Universiteit van Tilburg (UvT)/Tranzo.

Jantine Schuit
Jantine Schuit is centrumhoofd Voeding, Preventie en Zorg bij het RIVM en hoogleraar Health Promotion and Policy bij de afdeling Gezondheidswetenschappen, Faculteit Aard- en Levenswetenschappen, van de Vrije Universiteit Amsterdam.

    The Dutch government aims at a participatory society, for example by striving for a larger amount of self-responsibility in providing social care, since the introduction of the Societal Support Law (in Dutch called ‘Wet maatschappelijke ondersteuning’ or in short Wmo). Does public opinion in the Netherlands reflect this change of mentality? This article investigates (a) how far public opinion on responsibility for social care for the elderly has changed between 2003 and 2010, (b) which factors explain why some people put most responsibility on the government and others on the family and (c) which factors explain intra-individual changes of attitude. This research has used survey data from the Netherlands Kinship Panel Study (2003, 2006/07, 2010). A shift in public opinion appears to have taken place in line with government policy: less responsibility for the government and more for the family. However, a majority of the Dutch population still puts most responsibility on the government. Attitudes appear to be connected with normative motives rather than with utilitarian motives. Intra-individual changes in attitudes in the direction of less government responsibility are mainly explained by normative factors and not by factors related to self-interest.


Mevr. dr. Ellen Verbakel
Mevr. dr. C.M.C. Verbakel is universitair docent bij de opleiding Sociologie van de Radboud Universiteit Nijmegen.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is onderzoeker bij het lectoraat Public Management: Effectieve Complexe Governance Systemen van de Haagse Hogeschool. Zij is vele jaren werkzaam geweest als nationale beleidsambtenaar op het gebied van volksgezondheid, met speciale aandacht voor de connectie tussen kennis en beleid.
Article

De Sino-Europese relaties inzake schone energie: partners of rivalen?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2014
Trefwoorden EU-China, renewable energy, trade disputes
Auteurs Thijs Van de Graaf
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines EU-China relations with regard to two key renewable energy sectors, wind and solar. It finds that, although there have been sources for trade disputes in both sectors, trade frictions have surfaced most prominently in the solar sector. The reason is a double imbalance between the manufacturing and deployment of solar panels, both geographically (with China producing the bulk of solar panels almost exclusively for export) and numerically (with structural overcapacity). Yet, the image of a zero-sum bilateral trade war over solar panels is exaggerated, because there are both opponents and proponents of trade defense measures in China and the EU. The study further argues that the solar dispute is part and parcel of a global wave of clean energy trade frictions and it explores pathways to settle the issue through the negotiation of a multilateral agreement on environmental goods and services.


Thijs Van de Graaf
Thijs Van de Graaf is doctor-assistent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij voert onderzoek naar internationale energiepolitiek.

    Wij betogen dat er een aantal goede redenen is om rekening te houden met onzekerheid in het beleidsonderzoek. Centraal staat daarbij het uitgangspunt dat de toekomst open is, maar niet leeg. In beleidsonderzoek is het zaak om die open, maar niet lege toekomst voor beslissers in beeld te brengen. Door met verschillende mogelijke toekomstbeelden te werken kan het beleid robuuster worden vormgegeven. Is dit beleid nog steeds een goede keuze als zaken in de toekomst toch anders lopen dan we nu denken? Door onzekerheden zichtbaar te maken wordt de bestuurder bewust gemaakt van de keuzes die hij maakt, worden nieuwe alternatieven zichtbaar en daarmee zijn geest 'opgerekt'. Ook uit maatschappelijk oogpunt is het nadrukkelijker rekening houden met onzekerheid over de toekomst wenselijk: mogelijke overinvesteringen kunnen worden voorkomen. We presenteren niet alleen het 'klassieke' scenariodenken, maar ook relatief nieuwe ontwikkelingen als radicale onzekerheid ('black swans'), normatieve scenario's en adaptief beleid ('adaptive policymaking').


Hans Peter Benschop
Hans Peter Benschop leidt het Trendbureau Overijssel, een bureau dat toekomstverkenningen maakt voor de politieke besluitvorming.

Klaas Veenma
Klaas Veenma is senior beleidsonderzoeker bij de provincie Overijssel.

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.
Article

Klasse is niet dood – Zij is levend begraven

Klassengebonden stemgedrag en cultureel stemgedrag in westerse samenlevingen (1956-1990)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Jeroen van der Waal, Peter Achterberg en Dick Houtman
SamenvattingAuteursinformatie

    By means of a re-analysis of the most relevant data source (Nieuwbeerta & Ganzeboom 1996), this paper criticizes the newly grown consensus in political sociology that class voting has declined since World War II. An increase of crosscutting cultural voting, rooted in educational differences, rather than a decline of class voting proves responsible for the decline of the traditional class-party alignments. Moreover, income differences have not become less, but more consequential for voting behavior during this period. It is concluded that the new consensus has been built on quicksand. Class is not dead – it has been buried alive under the increasing weight of cultural voting, systematically misinterpreted as a decline of class voting, due to the widespread application of the Alford index.


Jeroen van der Waal
Promovendus aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Peter Achterberg
Post-doctoraal onderzoeker aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dick Houtman
Universitair hoofddocent aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Article

De provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2006

Electorale tendensen in Vlaanderen en Wallonië

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2007
Auteurs Tony Valcke, Herwig Reynaert, Kristof Steyvers e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The 2006 provincial elections in Belgium were the first organised after the transfer of the bulk of competences on local and provincial government from the federal to the regional level. This means that the different regions have both the competence to redesign the institutional framework on provincial government and to change the electoral rules. The government has exercised its competence: some institutional and electoral rules are now different in the two regions. These elections were also the first after drastic reforms in the national political landscape (e.g., the democratic Flemish nationalist party split in different groups, nearly all the parties changed their name and different kinds of cartels and alliances between parties emerged, especially in the Flemish part of the country).
    All over the country, the Christian democrats and the extreme right parties were the winners of the elections, while the ecologists suffered from a declining trend. For the other parties, results differ according to region. In the Flemish part of the country, the socialists joined the Christian democrats as winners, where in the Walloon provinces they lost votes. The Liberals however noticed declining vote shares in the Flemish provinces, while winning in the Walloon part of the country.
    Because of the electoral design the evolution of the provincial political landscape offers an interesting electoral barometer of the upcoming federal elections. Provincial elections do not only ‘predict’ the political future of other levels however, they are path dependent in their own right as well. Historical, institutional, political and electoral forces all codetermine the actual outlook of current provincial events. The analysis for 2006 has once again confirmed this.


Tony Valcke
Assistent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Herwig Reynaert
Docent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Kristof Steyvers
Doctor-assistent Vakgroep Politieke Wetenschappen, Universiteit Gent.

Johan Ackaert
Docent Universiteit Hasselt.
Article

Stille revolutie, contra-revolutie of cultureel conflict?

Veranderingen in de politieke cultuur en hun invloed op het verband tussen klassenpositie en stemgedrag

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2006
Auteurs Jeroen Van der Waal en Peter Achterberg
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper deals with the linkage between changes in the political culture and changes in class-party alignments. First, we investigate how the political culture in Western countries has changed over time. Three views are tested using data on party-manifestos. The first predicts that only new-leftist issues will increase in salience. The second predicts that both new-leftist and new-rightist issues will emerge at the same time. The third, which is empirically corroborated, predicts that first new-leftist issues will emerge followed by a rise in new rightist issues.
    Second, we investigate how the emergence of these new issues has affected the traditional class-party alignments. We show that the middle class increasingly votes left-wing as newleftist issues become more important and that the working class increasingly votes rightwing as new-rightist issues become more important. The middle class also appears to alienate from the traditional party of their class as new-rightist issues rise in salience.


Jeroen Van der Waal
Onderzoeker aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Amsterdam School for Social Research.

Peter Achterberg
Onderzoeker aan de vakgroep Sociologie, Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Amsterdam School for Social Research.
Article

Op zoek naar de ‘monitorial citizen’

Een empirisch onderzoek naar de prevalentie van postmodern burgerschap in België

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2006
Auteurs Yves Dejaeghere en Marc Hooghe
SamenvattingAuteursinformatie

    Various authors have claimed that postmodern concepts of citizenship have become more important in contemporary Western societies. The new generation of citizens are said to be more critical toward the political system, less likely to participate in conventional politics, but they remain strongly interested in politics and social life (Norris, Inglehart, Dalton). Michael Schudson developed the concept of a ‘monitorial citizen’, who is interested in politics, with high levels of political efficacy and who turns to political action if needed, but does not participate in traditional political organizations. Based on the European Social Survey (2004) we investigate whether this type of citizenship actually occurs in Belgium, and found that approx. 9 per cent of all respondents can be labeled as ‘monitorial citizens’. In accordance with the theoretical expectations, most of them are young and highly-educated citizens. A multivariate analysis shows that, controlling for education, ‘monitorial citizens’ also score relatively high on political trust.


Yves Dejaeghere
Licentiaat politieke wetenschappen, Centrum voor Politicologie K.U.Leuven.

Marc Hooghe
Hoofddocent politieke wetenschappen, Centrum voor Politicologie K.U.Leuven.
Toont 41 - 55 van 55 gevonden teksten
1 3 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.