Zoekresultaat: 48 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x
Artikel

Door het glazen plafond

Naar effectieve maatregelen voor meer vrouwen in de top

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2015
Trefwoorden gender equality, glass ceiling, diversity management, Interventions, organisational behavior
Auteurs Drs. Ans Merens, Drs. Wilma Henderikse en Dr. Babette Pouwels
SamenvattingAuteursinformatie

    Although in many Western European countries women have entered the workforce in large numbers this has not resulted in an equal representation in senior positions. Little is known about how organizational policies could be changed and what initiatives have proven to be effective in raising the number of women in the top of organizations. This article examines the effectiveness of measures taken by organizations to increase the number of women in senior management positions. We have reviewed literature regarding the effects of various types of measures on realizing more women in senior positions. The outcomes of this literature review have been used as a framework for an empirical analysis of the effectiveness of measures taken by companies. Data from the Charter Talent to the Top show that adopting a broad range of measures at the strategic level leads to a higher share of women in senior management positions. HR instruments and communication strategies also affect the proportion of women at the top. More specifically, facilitating flexible work options, external communication about the organization’s diversity goals, and increasing women’s visibility within the organization all have positive effects on the share of women in the top.


Drs. Ans Merens
Drs. Ans Merens is wetenschappelijk medewerker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau.

Drs. Wilma Henderikse
Drs. Wilma Henderikse is directeur en partner bij VanDoorneHuiskes en partners.

Dr. Babette Pouwels
Dr. Babette Pouwels is senior onderzoeker bij VanDoorneHuiskes en partners.

    Achterliggende motieven en overwegingen van Nederlandse overheidsbesturen om dan wel en dan weer niet te kiezen voor publiek-private samenwerking (PPS) bij infrastructurele projecten bleven tot voor kort onduidelijk. Diverse kabinetten predikten sinds het midden van de jaren tachtig uit de vorige eeuw weliswaar publiek-private samenwerking, maar daarmee was PPS nog geen feit. Wisselende (macro-)motieven werden in nota’s opgevoerd om PPS onvermijdelijk te maken, waarbij financiële meerwaarde een constante was, maar dat bleek niet genoeg. Per project wisselende (micro-)motieven moesten de gewenste PPS-keuze rechtvaardigen, waaronder ook niet-politieke motieven. Het bereiken van financiële meerwaarde bleek wel een officieel doel of motief, maar was in de praktische besluitvorming lang niet altijd de enige relevante factor. Dit betekent dat de stelling dat financiële meerwaarde juist bepalend is, niet volledig blijkt te sporen met de PPS-praktijk. Sterker gesteld, bestuurlijke afwegingen blijken vaak bepalender voor keuzen pro of contra PPS bij rijksinfrastructurele projecten, of ook van grote invloed.


Arno Eversdijk
Dr. A.W.W. (Arno) Eversdijk promoveerde in juni 2013 aan de Universiteit Maastricht op het onderwerp publieke besluitvorming over publiek-private samenwerking bij grote rijksinfrastructurele wegenprojecten. Hij is als inkoopmanager werkzaam bij Rijkswaterstaat.

Arno F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.
Artikel

Intermezzo I: City labs in Rotterdam

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden local administration, living lab, Rotterdam, coproduction
Auteurs Drs. Gerard Nijboer
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, Gerard Nijboer of Rotterdam municipality describes several living labs in his hometown.


Drs. Gerard Nijboer
Drs. G. Nijboer is procesmanager innovatie bij de gemeente Rotterdam.
Artikel

Zijn eco-steden ook slim? En zijn slimme steden ook eco?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2015
Trefwoorden eco-city, knowledge city, smart city, Terminologische verschillen en overeenkomsten
Auteurs Dr. Martin de Jong, Dr. Simon Joss, Daan Schraven MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Over the last couple of decades, metropolitan areas around the world have been engaged in a multitude of initiatives aimed at upgrading urban infrastructure and services, in an effort to create better environmental, social and economic conditions and to enhance cities’ attractiveness and competitiveness. Reflecting these developments, many new categories of ‘cities’ have entered the policy discourse: ‘sustainable cities’; ‘green cities’; ‘digital cities’; ‘intelligent cities’; ‘smart cities’; ‘information cities’; ‘knowledge cities’; ‘resilient cities’; ‘eco-cities’; ‘low carbon cities’; ‘liveable cities’; and even combinations, such as ‘low carbon eco-cities’ and ‘ubiquitous eco-cities’. Each of these terms apparently seeks to capture and conceptualize key aspects of ongoing urban sustainability efforts. Closer examination, however, reveals that the terms are often used interchangeably by policy makers, planners and developers alike. In this article we examine the reflection of the wider policy debate in academic discourse. By subjecting the twelve most frequently encountered categories mentioned above to bibliometric analysis, we aim to identify the distinct conceptual perspectives harbored by each of them.


Dr. Martin de Jong
Dr. W.M. de Jong is universitair hoofddocent beleidskunde aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft en als toegevoegd hoogleraar verbonden aan Fudan University, Shanghai.

Dr. Simon Joss
Dr. S. Joss is directeur van de International Eco-Cities Initiative en als hoogleraar verbonden aan de University of Westminster in Londen.

Daan Schraven MSc
D. Schraven, MSc is onderzoeker bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Changjie Zhan
C. Zhan is promovendus bij de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.

Prof. dr. Margot Weijnen
Prof. dr. M.P.C. Weijnen is hoogleraar proces- en energienetwerken aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de TU Delft.
Article

De impact van digitale campagnemiddelen op de personalisering van politieke partijen in Nederland (2010-2014)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2015
Trefwoorden personalization, social media, election campaigns, party politics
Auteurs Kristof Jacobs en Niels Spierings
SamenvattingAuteursinformatie

    Politicians have started to use social media more often. As such media induce personal campaigning, one might expect more personalization to follow. We explore what type of personalization social media stimulate, whether this is different for Twitter and Facebook and analyze the role of parties. We make use of quantitative and qualitative data about the Netherlands (2010-2014). We find that while theoretically the impact of social media may be big, in practice it is fairly limited: more presidentialization but not more individualization (though Twitter might increase the focus on other candidates slightly). The difference between theory and practice seems largely due to the parties. They adopt a very ambiguous stance: though they often stimulate candidates to use social media, they want to keep control nonetheless.


Kristof Jacobs
Kristof Jacobs is als universitair docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoek richt zich op politieke partijen, sociale media, kiesstelsels en uitdagingen van de democratie.

Niels Spierings
Niels Spierings is universitair docent bij de Afdeling Sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn specialismen zijn politieke en gendersociologie en onderzoeksmethoden. Thematisch focust hij op sociale media, politieke participatie en democratisering, genderongelijkheid, de politieke en economische positie van vrouwen, migratie, islam, en intersectionaliteit. Samen met Kristof Jacobs coördineert hij het project VIRAL (www.ru.nl/VIRAL).

    The focus of the diversity policy in the Dutch public sector has moved during the past decennia. In the eighties offering equal chances for the different target groups was the central policy goal, after the millennium this became the effective and efficient management of a diverse work force in order to arrive at a better performing public sector, also called the business case of diversity. This article investigates the question how far the Dutch cabinet has influenced the diversity policy of public organizations. The answer to the question is that there was limited influence from the Dutch cabinet on the arguments for diversity of public organizations, but there was greater influence on the diversity interventions, especially in three sectors: central government, municipalities and police. This influence on interventions of other (‘fellow’) governments is caused by the strong steering of the cabinet. The interventions undertaken therefore reflect to a more limited extent the business case of diversity and remain stuck in the old target group policy. However, public organizations with a longer history in diversity policy, that operate closer to society and see the necessity for diversity, are more inclined to embrace the business case and start interventions that are related to this new approach.


Drs. Saniye Celik
Drs. S. Celik is accountmanager voor de decentralisaties in het sociaal domein bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en buitenpromovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.
Article

Belgian Politics in 2004

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2-3 2005
Auteurs Sam Depauw en Mark Deweerdt
Auteursinformatie

Sam Depauw
Postdoctoral Fellow of the Fund for Scientific Research-Flanders at the University of Leuven.

Mark Deweerdt
Political Journalist of De Tijd.
Toont 41 - 48 van 48 gevonden teksten
1 3 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.