Zoekresultaat: 80 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x

    Local authorities know for some time from experience with partnerships with local communities in the area of sustainable development that the urgency of climate change increases and that citizens develop into an equal partner. The convergence of these two motivations asks for an innovative way of acting, in which the performance of local authorities is a crucial factor for the ultimate success of local sustainable energy projects in which citizens are actively involved or will be involved. This article exposes the ways in which local authorities innovate with policy for the support of active citizenship in the production of locally generated sustainable energy. The article also explores the barriers that arise. The authors analyse two cases on different levels of government; ‘The Energy-workplace’ (in the Dutch province Fryslân) and ‘The Armhoede sustainable energy landscape’ (in the Dutch municipality Lochem). The cases show that policy innovations crystallize as well at ‘arm’s length’ distance as in the direct sphere of influence of the (local) authority. However, innovation takes place by the grace of the space in the existing institutional framework and the political (and administrative) system. Formal guidelines (like policy or regulation), persons, and informal practices of the traditional policy implementation may hinder a productive interaction between (active) citizens and government.


Beau Warbroek MSc
W.D.B. Warbroek MSc is promovendus aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente en de stichting University Campus Fryslân (UCF).

Dr. Thomas Hoppe
Dr. T. Hoppe is als universitair hoofddocent verbonden aan de Multi-Actor Systems-vakgroep (MAS-POLG) van de Technische Universiteit Delft.

    Energy planning and the realization of a new energetic infrastructure has become an issue for many actors. The local setting has become polycentric. Against this background the authors have tried to answer the question of the possible consequences of a polycentric local decision-making arena for the realization of sustainable energy transition, especially the implementation of smart grids. Polycentrism is characterised by configurations of units that are multi-level, multi-purpose, multi-sectoral and multi-functional. The impact of these configurations can be assessed using four criteria: control, efficiency, political representation and local self-determination. The authors used these criteria to analyse two cases. Both cases show that the consequences of polycentrism are variable and differ on the four criteria. The analysis shows tensions in polycentric configurations between control and efficiency on the one hand and local self-determination and political representation on the other. This outcome was a reason for the authors to argue for a better institutional design for the local polycentric arena with the help of the seven ‘rules-in-use’ of Elinor Ostrom. Her design is universal but requires specific local application. In this way more justice can be done to the local circumstances in order to be able to achieve effective results.


Imke Lammers MSc
I. Lammers MSc is als promovenda verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.

Dr. Maarten Arentsen
Dr. M.J. Arentsen is als universitair hoofddocent verbonden aan het Department of Governance and Technology for Sustainability (CSTM) van de Universiteit Twente.
Artikel

Besluit themanummer ‘Energietransitie en lokaal bestuur’

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2016
Auteurs Dr. Thomas Hoppe, Prof. dr. Ellen van Bueren en Dr. Maurits Sanders
Auteursinformatie

Dr. Thomas Hoppe
Dr. T. Hoppe is als universitair hoofddocent verbonden aan de Multi-Actor Systems-vakgroep (MAS-POLG) van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Ellen van Bueren
Prof. dr. E.M. van Bueren is als hoogleraar Urban Development Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Dr. Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is associate lector governance bij Saxion Hogescholen en kerndocent Publiek-Private Samenwerking bij de Nyenrode Business Universiteit.
Artikel

De slag om duurzaamheid in de polycentrische regio’s Randstad en Rijn-Roergebied

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2016
Auteurs Simon Goess MSc, Prof. dr. Ellen van Bueren en Prof. dr. Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    In polycentric urban regions one can find different, mutually related cities without a clear centre. In these regions cities cooperate to attract inhabitants and employment, but at the same time they are each other’s competitors. The Randstad (Netherlands) and the Rhine-Ruhr area (Germany) both can be seen as polycentric regions. The authors explore to what extent these regions possess a common identity and common agenda and to what extent this promotes the sustainability and energy transition of these regions. In both regions identity appears to have grown especially at subregional level, by historically developed spatial-economic profiles of the different cities or suburban regions. In addition the cities in these regions more and more wish to distinguish themselves in the area of sustainability. Every city wants to be the smartest, greenest and healthiest, and to be at the forefront in energy transition and climate mitigation. In the Dutch Randstad this competitive drive especially seems to contribute to the realization of sustainability projects at the local level. And that is exactly why regional cooperation is important: to allocate resources as well as possible and to avoid transfer to others. This can be improved by the development of subregional or regional sustainability visions.


Simon Goess MSc
S. Goess MSc is werkzaam aan de Technische Universiteit Delft. Hij deed in Delft een master op het gebied van Sustainable Energy Technology.

Prof. dr. Ellen van Bueren
Prof. dr. E.M. van Bueren is als hoogleraar Urban Development Management verbonden aan de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martin de Jong
Prof. dr. W.M. de Jong is werkzaam als Antoni van Leeuwenhoek Research Professor aan de Technische Universiteit Delft en eveneens verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De groeiende populariteit van de business case

Een verkennend onderzoek naar de kwaliteiten van een nieuw besluitvormingsinstrument in publieke besluitvormingsprocessen

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, juli 2016
Auteurs Maarten Hoekstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Bij bijvoorbeeld de bouw van een gemeentelijk multifunctioneel centrum of de aanschaf van een nieuw computersysteem wordt bijna standaard om een business case gevraagd, om daarmee een zakelijke rechtvaardiging van de te nemen beslissing te verschaffen: nut en noodzaak moeten goed uit de doeken worden gedaan. Dit artikel presenteert de eerste resultaten van een zoektocht naar de (vermeende) kwaliteiten van dit besluitvormingsinstrument. Als ijkpunt voor het praktische gebruik van de business case wordt een nieuw ideaaltype van de business case geconstrueerd. De bestaande definities bieden daarvoor afzonderlijk onvoldoende houvast. Aan de hand van het ideaalmodel wordt vervolgens onderzocht hoe de business case in het publieke debat wordt gebruikt. Het datamateriaal bestaat uit 244 nieuwsberichten uit binnen- en buitenland over uiteenlopende business cases. Het artikel laat zien dat de business case sterk in opkomst is en zijn weg vindt in een divers palet van maatschappelijke thema’s en sectoren. Kwalitatieve argumenten voeren sterk de boventoon ten opzichte van cijfermatige inzichten. De belangrijkste kracht van de business case in het publieke domein ligt in het gegeven dat zowel de belangen van initiatiefnemers en bestuurders als van andere stakeholders worden benoemd.


Maarten Hoekstra
Maarten Hoekstra (m.j.hoekstra@nhl.nl) is verbonden aan het lectoraat i-Thorbecke van de NHL Hogeschool. De auteur verricht het onderzoek ‘De toegevoegde waarde van de business case’ als buitenpromovendus aan de faculteit Behavioural, Management & Social Sciences van de Universiteit Twente.
Artikel

Access_open Bouwen aan de ideale bestuurskunde

Reflecties van tien jonge hoogleraren

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Public Administration, Policy Sciences, Academia vs. practice
Auteurs Dr. Philip Marcel Karré
Samenvatting

    For this article, part of a series on the future of the discipline in the Netherlands, the author has talked to ten newly appointed professors in the field of public administration. We discussed their background, how they see their role and position within university and society and how they view recent developments in our field of study and our discipline. The young professors share their view on how our discipline could and should develop and what their role will be in this process.


Dr. Philip Marcel Karré
Artikel

Waarom evalueren beleidsmakers?

Een longitudinale analyse van motieven voor beleidsevaluatie in Vlaamse ministeriële beleidsnota’s

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden policy evaluation, evaluation purposes, Flanders, document analysis, evaluation discourse
Auteurs Drs. Bart De Peuter en Dr. Valérie Pattyn
Samenvatting

    The evaluation purpose is decisive for how a policy evaluation is eventually used and deserves more attention in policy evaluation studies. In the present article, we investigated the motives underpinning concrete evaluations, as outlined in four series of Flemish ministerial policy notes that altogether span a 20-year policy period. The most important key finding is that the evaluation purposes are not sensitive to certain modes, neither are they strongly influenced by reforms and corresponding discourse. Despite the introduction of New Public Management oriented reforms in the Flemish public sector and the financial crisis, the relative share of attention that each of the evaluation purposes get has remained relatively unchanged across time. There seems to be a stable demand for ex ante and ex post evaluations and associated evaluation purposes. The common perception of a trend towards ever more evidence-based policy can hence not be confirmed. Remarkable as well is the low share of attention given to ‘accountability’, at least in discourse.


Drs. Bart De Peuter

Dr. Valérie Pattyn
Artikel

Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen

Lessen uit praktijken rond planning, uitvoering en gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden evaluation capacity, policy evaluation, evaluation process, evaluation use
Auteurs Dr. Carolien M. Klein Haarhuis en Dr. Andreea Parapuf
Samenvatting

    In this article, we explore how evaluations are managed by Dutch policy departments in terms of six aspects of evaluation capacity: institutions, programming, budgeting, evaluation process and content, and finally, evaluation use. We also sketch how international organisations and a number of larger countries deal with these issues of evaluation capacity. Internationally, a variety of norms, checklists and procedures demonstrate that the commissioning party is considered to play a key role in the realisation of evaluations as well as their use. Here, evaluation and evaluation knowledge are often viewed as part of the policy process rather than as a separate exercise. Our description of evaluation practices in Dutch policy departments reveals that several capacity-enhancing initiatives were developed in the past few years, such as new evaluation institutions or structures and programs to promote the commissioning of effectiveness evaluations. It also suggests, however, that accountability is an important driving force behind evaluation, perhaps more powerful than learning.


Dr. Carolien M. Klein Haarhuis

Dr. Andreea Parapuf
Artikel

Beleidsevaluatie, kennis en politiek: nieuw optimisme rond klassieke paradoxen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Auteurs Dr. Peter van der Knaap en Dr. Valérie Pattyn

Dr. Peter van der Knaap

Dr. Valérie Pattyn
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Artikel

Kenniscocreatie rond vernieuwing gebiedsontwikkeling is zinnig

NWO-programma Urban Regions in the Delta hanteerde navolgenswaardige aanpak

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden knowledge co-creation, area development, transdisciplinarity, boundary work
Auteurs Drs. Ymkje de Boer en Ir. Jan Klinkenberg
SamenvattingAuteursinformatie

    The research programme Urban Regions in the Delta (URD) wielded an approach worthy of emulation. Create ‘vital’ project consortia, crosslink the research project with on-going planning and policy making processes, give senior scientists a major role and engage expert process managers. These are four key success factors for knowledge co-creation in the field of area development, according to the programme (Netherlands Organisation for Scientific Research; URD, 2010-2014 http://urd.verdus.nl). Within URD scientists and practitioners were cooperating from the very beginning. The scientific insight and innovations generated are considered not very visible in traditional scientific publications, but the knowledge that was developed provides considerable added value to society.


Drs. Ymkje de Boer
Drs. Y. de Boer is zelfstandig adviseur in kenniscommunicatie en -overdracht, veelal werkzaam voor NWO-programma’s en het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden. Zij was als communicatieadviseur verbonden aan Urban Regions in the Delta. In 2013 was ze medeauteur van het boek ‘Kenniscocreatie’, naar productieve samenwerking tussen wetenschappers en beleidsmakers.

Ir. Jan Klinkenberg
Ir. J. Klinkenberg (Platform31) is als netwerkmanager sinds 2010 werkzaam voor het kennisinitiatief Verbinden van Duurzame Steden, en daarbinnen ook netwerkmanager van Urban Regions in the Delta. Hij richt zich op het opzetten en uitvoeren van praktijkgerichte onderzoeksprogramma’s en -projecten in het ruimtelijk domein, gebaseerd op ervaringen in diverse FES-programma’s.
Artikel

Leerproces voor planologisch wetenschappelijk onderzoek en de praktijk

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden practice-oriented research, practice-academic divide, learning cycle, cost benefiet analysis, transit-oriented development
Auteurs Dr. Els Beukers en Dr. Wendy Tan
SamenvattingAuteursinformatie

    Planning research is increasingly focused on bridging the gap between practice and academia. However, this requires much effort and is not as commonplace as it seems. To ensure success, innovative research approaches, practitioners and academics are required. The experiential learning cycle of Kolb and Fry (1974) offers a research framework for the authors to reflect on their practice-oriented research on Cost Benefit Analysis processes (CBA) and Transit-Oriented Development (TOD) respectively. Both research projects are compared using the learning cycle. The cycle was completed in the CBA project but only partially resolved in the TOD project. Reflecting on their experiences with applying the learning cycle, the authors conclude on the possibilities and limitations of this application and offer insight into how the interaction between theory and practice can occur.


Dr. Els Beukers
Dr. E. Beukers is als adviseur Impact Analyse en Dialoogmanagement werkzaam bij Balance.

Dr. Wendy Tan
Dr. ir. W.G.Z. Tan is als universitair docent infrastructuur en verkeer- en vervoersplanning werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen, Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen.
Artikel

De rollen van de praktijkonderzoeker: getuige-deskundige, sociaal ingenieur en verhalenverteller

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden social policy, knowledge utilisation, expert witness, social engineer, storyteller
Auteurs Prof. dr. Godfried Engbersen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article shows the relevance of Burawoy’s analytical categories on the division of scientific labour to analyse the interactions between science and practice. It argues that social scientists need to combine the roles of expert witness, social engineer and storyteller in order to develop a productive relationship with policy makers. It also emphasises the relevance of a permanent dialogue between social scientists and policy makers. However, the analysis disagrees with Burawoy’s view that knowledge is based on a consensus between scientists and their publics (consensual knowledge). Burawoy underestimates the risk of a politicisation of science inherent to a close relationship with various ‘publics’. The arguments presented in this article are based on the reception of a research project on labour migration from Central and Eastern Europe. This was a hybrid research project in which different actors participated: the Erasmus University, nine Dutch municipalities, the national government and a Dutch knowledge center on urban issues.


Prof. dr. Godfried Engbersen
Prof. dr. G.B.M. Engbersen is hoogleraar Algemene Sociologie aan de Erasmus Universiteit en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid
Artikel

Access_open Quo vadis, Nederlandse Bestuurskunde?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public administration
Auteurs Dr. Caelesta Braun, Dr. Menno Fenger, Prof. dr. Paul ’t Hart e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Forty years ago, Dutch Public Administration started as an independent academic discipline. The founding fathers considered empirical application and multidisciplinarity the most important characteristics of public administration. This article assesses the current state of the discipline in the Netherlands. The assessment is the result of a series of five debates throughout the country, focussing on different elements of the Public Administration discipline: education, academic research, consultancy and policy advice. In brief, the article argues that the discipline has reached maturity in these forty years. It has become an accepted academic discipline, on the verge of a mono-discipline. The Netherlands is considered as one of the leading countries in public administration research. However, these successes also create a gap between public administration as a successful academic discipline and its roots as a multi-disciplinary, applied science. Renewing the balance between these two will be the main challenge for the decades to come.


Dr. Caelesta Braun
Dr. C. Braun is universitair docent bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO).

Dr. Menno Fenger
Dr. H.J.M. Fenger is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Prof. dr. Paul ’t Hart
Prof. dr. P. ’t Hart is hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Utrecht (USBO) en co-decaan bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB).

Dr. Judith van der Veer
Dr. J. van der Veer, postdoc bestuurskunde aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Drs. Tanja Verheij
Drs. A.J.M. Verheij is managing director bij Berenschot.
Artikel

Nieuwe kennispraktijken: grenzenwerk revisited

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, knowledge brokering, intermediaries, problem structuring, unstructured problems
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr. John Grin, Prof. dr. Wim Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Given the scientific and social importance attached to productive interactions between science and policy practices, there is a striking lack of insight into current knowledge practices and the dilemmas they lead to. Our special issue can’t solve this deficiency but it can provide an impetus for opening up current knowledge practices, reflect on the role of science in them and instigate a more systematic exchange of methods. A warning is given for the reification of boundary work and Gabrielle Bammers’ Implementation and Integration Sciences is introduced as framework for the analyses.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. John Grin
Prof. dr. J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Wim Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Grenzen verleggen in een dialoog over watermonitoring: beperkingen en kansen voor een transitie naar een bio-based economie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Boundary work, Monitoring water quality, Sustainability Transitions, Bio based economy, Dialogue
Auteurs Dr. Tamara Metze en Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
SamenvattingAuteursinformatie

    A transition to a bio based economy requires social and technological innovations. Transition management theory holds that these innovations take place in niches that can bring about structural change in society, politics and the economy in a stepwise manner. However, these innovations are always subjected to systemic barriers, such as regulations and institutional structures, that need to be overcome. This was also the case in a consortium of government, industry and eco-toxicologists that collaboratively developed innovative water monitoring tools. In this contribution the authors investigate how systemic barriers can be made productive in a science-society dialogue by creating reflexivity and learning. They conducted a frame analysis of interviews and policy documents to unravel systemic barriers to innovation – in the form of discursive boundary work: the routinized demarcations of practices. Second, they experimented with a science-society dialogue to reflect on these routinized demarcations and develop alternatives to overcome these boundaries. The research demonstrates that reflective conversations occurred and that participants developed a boundary concept of ‘living water’ that enhanced their innovative collaboration and technology.


Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Dr. Tjerk Jan Schuitmaker
Dr. T.J. Schuitmaker is verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Professioneel vermogen

Proactieve ‘coping’ door publieke professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Public professionals, Teachers, performance pressures, proactive coping, professional capability
Auteurs Prof. dr. Mirko Noordegraaf, Nina van Loon MSc, Madelon Heerema MSc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Professional services such as educational services, are increasingly managed and optimized in order to improve performances. Performances of students, teachers and school (boards) are measured and evaluated. Increasingly, rules and systems focus on outputs and control. Consequently, the ‘freedom’ of professionals such as teachers is reduced, or is perceived and felt to be reduced. There have been growing debates on the problematic effects of performance pressures. Often, public professionals are seen as ‘defenseless victims’ of systems and pressures – they are ‘professionals under pressure’. In this paper, we introduce a more positive way of understanding professionals and professional action in changing contexts. We see professionals such as teachers as ‘active agents’ who can develop and regain control over their own situation. Professionals can deliver quality, in spite of bureaucratic burdens and managerial intrusions. We call this ability professional capability: ‘the ability to proactively deal with work-related expectations, tasks and burdens in dynamic stakeholder environments’. This paper combines research on public administration, organizational sociology and occupational psychology, to generate a more productive understanding of proactive coping of professionals in public domains. We define and operationalize professional capacity, we explore sources and effects, and we develop hypotheses for further research.


Prof. dr. Mirko Noordegraaf
Prof. dr. Mirko Noordegraaf is als hoogleraar publiek management verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Nina van Loon MSc
Nina van Loon MSc was als promovenda verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht en is thans werkzaam bij Aarhus University, Denemarken.

Madelon Heerema MSc
Madelon Heerema MSc is als researcher verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Marit Weggemans MSc
Marit Weggemans MSc was als student-assistent verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Toont 41 - 60 van 80 gevonden teksten
1 3
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.