Zoekresultaat: 564 artikelen

x
Boekbespreking

Transnationalisme en burgerschap

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Marianne van Bochove en Katja Rusinovic
Auteursinformatie

Marianne van Bochove
Marianne van Bochove is als aio verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).

Katja Rusinovic
Katja Rusinovic is als postdoc onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).
Artikel

Bedreigt economische openheid de verzorgingsstaat, of niet?

Een synthese van internationaal vergelijkend onderzoek

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Ferry Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    It has been claimed by politicians as well as researchers that economic openness poses a threat to the welfare state. This article investigates whether there is such a threat. Based on the literature four different hypotheses are distinguished; economic openness is negatively, positively, curvilinear or not related to the welfare state. The first and the third hypothesis state that economic openness does threaten the welfare state, whereas the other two hypotheses argue that this is not the case. The empirical studies investigating the relationship between economic openness and the welfare state are systematically reviewed in this article. The analysis shows that economic openness does not threaten the welfare state.


Ferry Koster
Ferry Koster is postdoc bij het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS) en het Henri Polak Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Recente publicaties: 'Globalization, Social Structure and the Willingness to Help Others. A Multilevel Analysis Across 26 Countries'. European Sociological Review, 23 (4), en Voor elkaar of uit elkaar? Individualisering, globalisering en solidariteit, Amsterdam: Aksant, 2007, met P. de Beer. Correspondentiegegevens: AIAS Plantage Muidergracht 4 1018 TV Amsterdam
Artikel

Ambtenaren in transnationale overheidsnetwerken

De politieke aansturing van Haagse ambtenaren in Europese beleidsprocessen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Kutsal Yesilkagit, Karin Geuijen, Sebastiaan Princen e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The EU is one example of how national states try to manage transnational problems. Countless national civil servants meet in EU working groups and committees with representatives of (non-governmental) organisations to exchange information, harmonise policies and regulations, and decide on implementation. To what extent and in which way do Dutch civil servants participate in these networks? How are their activities steered by politicians? One of the main conclusions of this study is that public policymaking within highly Europeanised departments is highly embedded within these transnational government networks, whereas policymaking within weakly Europeanised departments is to a substantial degree shielded from these government networks for reasons of, among others, the protection of national sovereignty of the Member State in their field.


Kutsal Yesilkagit
Dr. Kutsal Yesilkagit is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO), van de Universiteit Utrecht. Zijn onderzoek richt zich op democratische controle en bureaucratische autonomie. Recentelijk publiceerde hij met J. Blom Hansen 'Supranational Governance or National Business-as-Usual? The National Administration of EU Structural Funds in the Netherlands and Denmark'. Public Administration 2007, 85: 503-524. Correspondentiegegevens: K. Yesilkagit Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht a.k.yesilkagit@uu.nl

Karin Geuijen
Dr. Karin Geuijen is verbonden aan de USBO en aan de afdeling Cultuur, Organisatie & Management van de VU. Haar onderzoek gaat over verschillende vormen van transnationale netwerken, uiteenlopend van asielzoekers tot ambtenaren. In 2007 publiceerde ze met P. 't Hart en K. Yesilkagit 'Dutch Eurocrats at Work: Getting Things Done In Europe', In: R.A.W. Rhodes, Paul 't Hart en Mirko Noordegraaf (red.), 2007, Observing Government Elites. Houndsmills Basingstoke: Palgrave MacMillan.

Sebastiaan Princen
Dr. Sebastiaan Princen is verbonden aan de USBO. Zijn onderzoek concentreert zich op processen van agendavorming in de EU. Hij publiceerde 'Advocacy Coalitions and the Internationalization of Public Health Policies', Journal of Public Policy 2007, 27: 13-34.

Ellen Mastenbroek
Dr. Ellen Mastenbroek is verbonden aan de Faculteit der Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit in Nijmegen. Haar onderzoeksbelangstelling concentreert zich op de omzetting van EU- regelgeving in Nederland. Zij promoveerde in 2007 op een proefschrift getiteld The Politics of Compliance: Explaining the Transposition of EC Directives in the Netherlands. Wageningen: Ponsen & Looijen.
Artikel

Leren over biotechnologie

Besluit biotechnologie bij dieren als arrangement voor maatschappelijk leren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Albert Meijer, Frans Brom, Gerolf Pikker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The application to animals of biotechnological techniques raises moral dilemmas and requires collective agreements. Under what circumstances, for example, are applications permissible? The technological and ethical complexity of biotechnology makes it difficult to arrive at such agreements. With the recent Animal Biotechnology Act, the Dutch Minister of Agriculture has created an arrangement that should facilitate social learning. Did the arrangement work out as planned? This evaluation study demonstrates that very little substantive learning has taken place: positions have become more rigid and antagonists continue to contest one another in a legal discourse. The legalization has hindered learning processes but presents the opportunity for a polarized debate to be conducted within the same institutional framework.


Albert Meijer
Albert Meijer is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Correspondentiegegevens: Albert Meijer Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht Tel. 030 – 2539568

Frans Brom
Frans Brom is hoofd van de afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut.

Gerolf Pikker
Gerolf Pikker is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Marie-Jeanne Schiffelers
Marie-Jeanne Schiffelers is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Martijn van der Spek
Martijn van der Spek is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.
Artikel

Haagse pionnen op het Brusselse schaakbord?

Over de aansturing en beleidsnetwerken van Nederlandse gedetacheerden bij de Europese Commissie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Caspar van den Berg en Semin Suvarierol
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article the question of bureaucratic autonomy of Europeanised civil servants is addressed. As a test bed we examine the political and administrative steering and control of Dutch national civil servants who are seconded to the European Commission (SNEs). The empirical analysis benefits from survey data (N = 90) and interview data (N = 28), acquired from both present and former Dutch SNEs. Based on this material we argue that despite the formal impossibility of steering and control from the member state, in practice SNEs do fulfill a bridging function between the two levels of governance. This may happen by means of frontloading (either consciously, after instructions from the national administration; or unconsciously, as a result of their national-cultural perspective) and signaling (transmitting strategic information and positions from one level of governance to the other). Although the SNEs' contacts within the Commission are generally preserved after the expiration of the secondment, the intensity of the contacts with other types of actors within the policy network mostly decrease rapidly.


Caspar van den Berg
Caspar van den Berg is als docent en onderzoeker verbonden aan het Departement Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Zijn internationaal-vergelijkende promotie-onderzoek gaat over de implicaties van EU-lidmaatschap voor de ambtenarenapparaten en politiek-ambtelijke verhoudingen in de lidstaten. Recente publicaties van zijn hand gaan over multi-level governance, Europeanisering en bureaucratie. Correspondentiegegevens: Departement Bestuurskunde Universiteit Leiden Postbus 9555 2300 RB Leiden cberg@fsw.leidenuniv.nl

Semin Suvarierol
Semin Suvarierol werkte ten tijde van het schrijven van dit artikel als junior universitair docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. In december 2007 is zij gepromoveerd op een proefschrift over het effect van nationaliteit op het netwerkgedrag van Europese Commissie ambtenaren. Haar recente en toekomstige publicaties richten zich op de functionering van de Europese Commissie en het gedrag van zijn permanente en tijdelijke ambtenaren. Momenteel werkt zij als adviseur bij Andersson Elffers Felix.
Artikel

Met recht risico's reduceren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Bert Niemeijer en Peter van Wijck
SamenvattingAuteursinformatie

    The degree to which individuals accept to face risks appears to be declining. Therefore, individuals put pressure on the government to take measures to reduce risks. The risk society tends to be associated with an instrumental view on criminal law, i.e. risk reduction is considered the main goal of criminal law. In this article factors that may cause a reduction in risk acceptance are investigated. Moreover, implications in the field of civil and administrative law are discucced.


Bert Niemeijer
Bert Niemeijer is plv. directeur van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum van het ministerie van Justitie en hoogleraar rechtssociologie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam. Recente publicaties van zijn hand zijn 'Verdeling van rechtspraak', Beleidswetenschap, 20 (1): 30-47; 'Vanishing or Increasing Trials in the Netherlands?', Journal of dispute resolution, vol. 2006 (1): 71-107 (beide met C. Klein Haarhuis) en Een wereld van geschillen. Over het gebruik van gerechtelijke en buitengerechtelijke procedures, oratie, Boom Juridische Uitgevers, Den Haag (2007).

Peter van Wijck
Peter van Wijck is coördinator strategieontwikkeling bij het ministerie van Justitie en universitair docent rechtseconomie aan de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Tot zijn recente publicaties behoren 'Welvaartseffecten van juridische bijstand', Tijdschrift voor openbare financiën, 2005: 292-307 en 'Recht door de windtunnel', NJB, 2007: 1404-1411 (met Richard de Wit en Stavros Zouridis).
Boekbespreking

Boekbespreking

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2007
Auteurs Ank Michels
Auteursinformatie

Ank Michels
De auteur is docent aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht, en was lid van de Nationale conventie.
Boekbespreking

De reproductie van bestuurlijk gezag in een tijdperk van mediatisering

Onder redactie van Duco Bannink

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2010
Auteurs Peter Scholten
Auteursinformatie

Peter Scholten
Peter Scholten is universitair docent beleid en politiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. P.W.A. Scholten Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Postbus 1738 3000 DR Rotterdam p.w.a.scholten@fsw.eur.nl

    Although long recognized as beneficial, a global language has not come to fruition despite considerable past efforts. A major reason is that many policy makers and citizens fear that such a universal language would undermine the particularistic, constituting primary languages of local and national communities. This dilemma can be greatly diminished by a two tier approach, in which efforts to protect the primary language will be intensified but all the nations involved would agree to use the same second language as the global one. Although theoretically the UN or some other such body could choose such a language, in effect English is increasingly occupying this position. However, policies that are in place slow down the development of a global language, often based on the mistaken assumption that people can readily gain fluency in several languages.


Amitai Etzioni
Amitai Etzioni is universiteitshoogleraar aan de George Washington University in Washington DC en directeur van het Insititute for Communitarian Policy Studies. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van het communitarisme. Enkele van zijn meest bekende werken zijn The Active Society (1969), The Spirit of Community (1993) en The New Golden Rule (1996).

    Horizontal governance arrangements potentially conflict with the very principles of representative democracy and, likewise, with the existing political institutions. This conflict manifests itself in the interaction between representatives and the executive power: although the former have the formal power, the latter participates in horizontal networks and therefore has the resources that are necessary to form good policy. This erodes the power position of representatives. Frame work setting is commonly suggested as an arrangement for representatives to enhance their grip on policy processes in network-settings. The authors of this contribution examine the effects of frame setting as coupling mechanism between horizontal networks and vertical politics in six policy processes in a Dutch Province. Based on both theory and research findings they redefine the concept of framework setting in order to make it more attuned to the complex, interdependent and dynamic nature of policy-making in networks.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken. In 2004 publiceerde hij met Erik-Hans Klijn het boek Managing Uncertainties in Networks, Londen: Routledge. Recente publicatie: 'Conflict en consensus in beleidsnetwerken: teveel of te weinig?', Bestuurswetenschappen, 60/2 (2006): 86-113. Correspondentiegegevens: Technische Universiteit Delft Faculteit TBM Jaffalaan 5 2628 BX Delft 015-2788062 j.f.m.koppenjan@tudelft.nl

Mirjam Kars
Mirjam Kars is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zij doet onderzoek naar governance van nutsectoren, in het bijzonder de telecommunicatiesector. In 2004 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Globalisation and regional co-operation. The case of European telecommunications. Recente publicatie: 'The governance of cybersecurity: a framework for policy'. Journal of critical infrastructures, 2/4 (2006): 357-378, met M.J.G. van Eeten, J.A. de Bruijn, H.G. van der Voort en J. Till.

Haiko van der Voort
Haiko van der Voort is toegevoegd docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderwijs en onderzoek richt zich op besluitvorming en normen in beleidsnetwerken. Hij bereidt een proefschrift voor over toezicht. Recente publicatie: 'Het verband tussen liberalisering en publieke waarden. Over de vraag waarom het kan vriezen en dooien'. Bestuurswetenschappen, 61/6 (2007), met W.M. Dicke, J.A. de Bruijn, M.L.C. de Bruijne, B.M. Steenhuisen en W.W. Veeneman.
Artikel

'Anorexia consulta'?

Afslanking adviesinfrastructuur Rijksdienst, deel 2

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Rob Hoppe
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a well-developed, internationally unique system of expert advice founded in law. In addition to being instrumental for problem solving, advisory bodies are assigned tasks in mid- and long-term strategy formulation, putting new issues on the agenda, and organizing countervailing powers and checks and balances in national policy formulation. A decade ago, the number of advisory bodies was drastically reduced. Present cabinet policy pursues a second round of slimming advisory infrastructure. Through political centralization of demand for advice, and a further reduction in the number and diversity of advisory bodies, serviceable and instrumental expert advice for policy is prioritized. In times of new wicked problems for governance, there is a serious threat of erosion of expert policy advice as countervailing power. Does the present cabinet suffer from 'anorexia consulta'?


Rob Hoppe
Rob Hoppe is politicoloog en als hoogleraar Beleid en Kennis verbonden aan de Faculteit voor Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij is co-auteur van de leerboeken Beleid en Politiek en Beleidsnota's die (door)werken. Samen met Matthijs Hisschemöller, Bill Dunn en Jerry Ravetz publiceerde en redigeerde hij Knowledge, Power, and Participation in Environmental Policy Analysis, Policy Studies Review Annual. Vol. 12 (2001).Ook was hij lid en voorzitter van de redactieraad van Beleidswetenschap. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op de relatie tussen (wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke) kennis en beleid. De afgelopen jaren coördineerde hij, samen met Willem Halffman, een interuniversitair en interdisciplinair door NWO gesponsord onderzoekproject, 'Rethinking Political Judgment and Science-Based Expertise'. Correspondentieadres: Universiteit Twente Faculteit Management en Bestuur Vakgroep Science, Technology, Health and Policy Studies (STeHPS) Prof. dr. R. Hoppe Postbus 217 7500 AE Enschede r.hoppe@utwente.nl

    Municipalities expect that outsourcing, autonomization and privatization will reduce costs or even create revenues. Such decisions also have costs. An analysis of 38 reports by local audit offices shows that municipalities are not aware or unable to calculate these costs. Based on thirteen cases of autonomization and privatization in a large Dutch municipality, this article shows for example that personnel costs can be very high. Municipalities should therefore make better informed decisions, based on managerial considerations, rather than political reasons.


Sandra van Thiel
Sandra van Thiel is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. S. van Thiel Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afdeling bestuurskunde Postbus 1738 (kamer M8-42) 3000 DR Rotterdam vanthiel@fsw.eur.nl

Robin Snijders
Robin Snijders is bestuurskundige en civiel technicus en werkzaam bij MNO Vervat als project engineer.

    In the Netherlands, new horizontal forms of accountability have in recent years been introduced for executive agencies. These forms of accountability address other stakeholders besides the hierarchical principal. It includes for example demonstrating responsiveness to clients, independent overseers or professional standards. In this article, two related questions are answered. At first the question is posed whether horizontal accountability can be regarded as a substitute for democratic accountability or as complementary to it. The second question is how their introduction fits with traditional (vertical) forms of accountability. The article is based on a qualitative research that was carried out in 2005 and 2006 on nine large Dutch executive agencies. It focuses on two types of horizontal accountability: accountability of agencies to boards and to an independent evaluation committee ('visitation'). The article concludes that horizontal accountability is best regarded as complementary to democratic accountability. Horizontal accountability has added value because it invokes learning processes. In addition, the introduction of horizontal forms of accountability creates a redundant accountability regime for executive agencies in which they account for the same actions to different accountees. Redundancy has the advantages that it mitigates information asymmetry and incorporates the different expectations for agencies.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij promoveerde in 2007 op het proefschrift Verantwoording in de schaduw van de macht: Horizontale verantwoording bij zelfstandige uitvoeringsorganisaties, Den Haag: Uitgeverij LEMMA. Voorts verscheen van zijn hand 'Medialogica. Oorzaken, gevolgen en remedies'. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 34/2 (2006): 133-143 (met K. van Beek en R. Rouw). Correspondentiegegevens: Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg t.schillemans@uvt.nl

    Demand-steering policies in healthcare are understandable but problematic answers to the desire for democratization that dates from the seventies of the former century. Prominent critics such as Achterhuis and Illich were very critical of the undemocratic character of health care. Yet their romantic idea of society excused them from the need to articulate democratic alternatives. The empty space that they left was filled by the concept of demand-steering. Demand-steering, however, rather than strengthening democratic practices, merely undermines them, by preferring exit above voice, by putting up new bureaucratic barriers between clients and professionals and by undermining the quality of the relationship between clients and professionals.

    Doing more justice to the democratic impulse is possible and desirable. A new step towards this aim is being taken by a fourth logic of steering, (next to the familiar logics of the market, bureaucracy and professionalism) that centers on improving the dialogue between clients and professionals. The one variant, democratic professionalism, starts from the position of the professional and aims at intensifying democratic control, while the other variant, collaboration, starts from the client and aims at providing him with more influence and responsibility for the health care process. This fourth logic however can only provide a new impulse to democratization when the vague notion of the dialogue is elaborated more thoroughly.


Evelien Tonkens
Evelien Tonkens is bijzonder hoogleraar actief burgerschap bij de afdeling sociologie en antropologie van de Universiteit van Amsterdam en opleidingsdirecteur/docent van de masteropleiding social policy and social work in urban areas van de Uva. Correspondentieadres: UvA – afdeling sociologie en antropologie, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, e-mail: e.h.tonkens@uva.nl

Frans van Waarden
Frans van Waarden is werkzaam als hoogleraar beleid en organisatie en fellow aan University College Utrecht van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. Dr. F. van Waarden University College Utrecht Postbox 80145 3508 TC Utrecht F.vanwaarden@fss.uu.nl
Artikel

Beleidsvervreemding van publieke professionals

Theoretisch raamwerk en een casus over verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Lars Tummers, Victor Bekkers en Bram Steijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we introduce the concept of 'policy alienation'. We define policy alienation as a general cognitive state of psychological disconnection from the policy program being implemented, here by a public professional who regularly interacts directly with clients. By introducing policy alienation, we want to contribute to the contemporary debate on the role of public professionals. According to some authors, professionals are experiencing increasing pressures, as managers have turned their backs to work floors and primarily opt for results, efficiency, and transparency. Conversely, other scholars note that it is questionable whether managers can be blamed for all perceived problems at work floors and in service delivery. We are able to examine these opposing claims using the policy alienation perspective, as this perspective not only takes into account the role of management, but also the influence of policy makers and politicians, as well as the claims of the more emancipated clients. After conceptualizing policy alienation, we use a case of insurance physicians and labor experts to illustrate how the concept can be researched empirically.


Lars Tummers
Lars Tummers werkt op de Erasmus Universiteit Rotterdam aan een proefschrift over beleidsvervreemding van publieke professionals en is adviseur bij PricewaterhouseCoopers Advisory, People & Change. Correspondentiegegevens: Drs. L.G. Tummers, MSc Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Bestuurskunde Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tummers@fsw.eur.nl

Victor Bekkers
Victor Bekkers is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische studie van overheidsbeleid, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bram Steijn
Bram Steijn is hoogleraar HRM in de publieke sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bob de Graaff
Bob de Graaff is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden; tevens is hij Socrates-hoogleraar voor politieke en culturele reconstructie aan de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. B.G.J. de Graaff Universiteit Leiden Faculteit der Sociale Wetenschappen Instituut Bestuurskunde Wassenaarseweg 52 2333 AK Leiden bgraaff@fsw.leidenuniv.nl
Artikel

Hoe effectief sturen provincies op de realisering van windenergie?

Een evaluatie van de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Marieke van Duyn, Hens Runhaar, Susanne Agterbosch e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, an ambitious policy goal of 1,000 MW of wind power capacity by the year 2000 had already been formulated in 1985 and remained the official basis for wind energy policy until 2000. The pace of realisation of wind turbines however did not keep up with this policy objective. An important reason is that it proves difficult to provide enough locations for wind turbines in spatial plans. Over the last 15 years two covenants have been concluded between the Dutch central government and provinces in order to overcome this problem: the 1991-Governmental Agreement on Planning Problems Wind Energy (BPW), and the 2001-Governmental Agreement on the National Development Wind Energy (BLOW). In the BLOW provinces have agreed to work towards the realisation of wind turbines with a total capacity of 1,500 MW in 2010. For this purpose provinces need the co-operation of municipalities, wind power project developers and local communities. Municipalities have a crucial role because of their discretion of detailed allocation of land use in local spatial plans. They are no partners to the covenant however. Provinces can use several governance strategies for mobilising co-operation: from top-down governance in which provinces specify locations to bottom-up approaches in which the initiatives are left to municipalities and project developers. This paper compares both covenants and assesses the effectiveness of different governance strategies employed by three distinct provinces.


Marieke van Duyn
Marieke van Duyn is beleidsmedewerkster bij de Zuid-Hollandse Milieudefensie.

Hens Runhaar
Hens Runhaar is universitair docent Adres: Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Innovatie, Universiteit Utrecht Postbus 80115, 3508 TC Utrecht, h.runhaar@geo.uu.nl

Susanne Agterbosch
Susanne Agterbosch is promovendus.

Marco Tieleman
Marco Tieleman is sr. adviseur bij CEA.
Artikel

De Koning en de spreektelegraaf

Een begrippenkader voor de bestudering van de invloed van overheidsincentives op innovatieve ondernemingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Helen Stout en Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, technological transitions in infrastructure bound sectors are matters for the private sector. History teaches us that as soon as technological transitions proved successful, government sooner or later got involved with the distribution. Most of this involvement, both in history and now, has taken the form of public regulation with the help of various formal legal instruments.

    This article aims to answer three questions, namely (1) what ideational and materials drives can be distinguished in the government's involvement in these technological transitions, (2) through what legal instruments are these objectives expressed and how , and (3) what are the incentives of these formal legal instruments on innovative private entrepreneurs for their further technological pursuits. How were their behavioural options affected by the use of statutory acts, concessions, permits and/or licences? Incentives to private innovators are qualified as positive, neutral or negative. The research method chosen has been inspired by insights from legal sociology, public choice theory and strategic actor behaviour in qualitative simulation-games, but follows distinct methodological steps. Throughout the article a case study on the transition from telegraphy to telephony in The Netherlands will be used to illustrate the discussion.


Helen Stout
Prof. mr. dr. Helen Stout is hoogleraar Recht en Infrastructuren aan de Technische Universiteit Delft, h.d.stout@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 54 16

Martin de Jong
Dr. Martin de Jong is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, w.m.dejong@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 80 52

    The EU is transforming the function and power of the Dutch parliament as an institution, and the way in which its principal actors, the governing and opposition parliamentary party groups, interact with each other and the government. This article seeks to address the question: How does parliamentary scrutiny over EU decision-making function in the Netherlands and how has this new role for parliament changed both parliamentary and executive relations in the country and the interaction of parties in parliament? For the purposes of this research, this paper uses the typology of King. The author has conducted a number of in-depth interviews with Dutch MPs. Overall, this article concludes the process of parliamentary scrutiny over EU matters in the Netherlands is no longer exclusively about finding a national consensus towards the outside world, but increasingly mirrors the rough and tumble of normal, domestic politics.


Ronald Holzhacker
Ronald Holzhacker is werkzaam bij de Universiteit Twente.
Toont 441 - 460 van 564 gevonden teksten
1 2 19 20 21 23 25 26 27 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.