Zoekresultaat: 566 artikelen

x
Artikel

Klimaatverandering en waterveiligheid, tussen ernst en enthousiasme

De discursieve framing van bedreigingen en kansen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2010
Auteurs Arwin van Buuren en Jeroen Warner
SamenvattingAuteursinformatie

Arwin van Buuren
Dr. M.W. van Buuren is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. M.W. van Buuren Erasmus Universiteit Rotterdam Vakgroep Bestuurskunde Postbus 1738, Kamer M8-31 3000 DR Rotterdam vanbuuren@fsw.eur.nl

Jeroen Warner
Dr. J. Warner is universitair docent rampenstudies aan de Wageningen Universiteit en senior wetenschappelijk onderzoeker bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

    Climate change forces to a fundamental reconsideration of our strategic policy, and especially of the relationship between policy and law. With regard to political urgent topics, a tendency towards policy instrumentalism always lies in wait. In the current policy practice this problem manifests itself in the application of law (in many detailed norm prescriptions) and – curiously – also in its policy counterpart: the search towards informal but even goal specific policy processes.

    The authors plead for dealing with spatial climate challenges by creating room for a strategic policy perspective and a sustainable approach of the relation between law and policy. A qualitative approach of policy and law necessitates an innovative juridical transformation: the use of general normative rules which give direction to flexible policy processes in multiple, specific policy situations.


Marleen van Rijswick
Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick is hoogleraar Europees en nationaal waterrecht aan de Universiteit Utrecht en verbonden aan het Centrum voor Omgevingsrecht en beleid. Correspondentiegegevens: Prof. mr. H.F.M.W. van Rijswick Universiteit Utrecht Achter Sint Pieter 200 3512 HT Utrecht h.vanrijswick@uu.nl

Willem Salet
Prof. dr. W.G.M. Salet is algemeen hoogleraar planologie aan het Amsterdam Institute for Social Science Research van de Universiteit van Amsterdam.
Artikel

Ruimte voor een eigen koers

Opstel over de relatie tussen overheid en sociale partners

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2007
Auteurs Joop Hartog
Auteursinformatie

Joop Hartog
De auteur is als hoogleraar micro-economie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Horizontal governance arrangements potentially conflict with the very principles of representative democracy and, likewise, with the existing political institutions. This conflict manifests itself in the interaction between representatives and the executive power: although the former have the formal power, the latter participates in horizontal networks and therefore has the resources that are necessary to form good policy. This erodes the power position of representatives. Frame work setting is commonly suggested as an arrangement for representatives to enhance their grip on policy processes in network-settings. The authors of this contribution examine the effects of frame setting as coupling mechanism between horizontal networks and vertical politics in six policy processes in a Dutch Province. Based on both theory and research findings they redefine the concept of framework setting in order to make it more attuned to the complex, interdependent and dynamic nature of policy-making in networks.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken. In 2004 publiceerde hij met Erik-Hans Klijn het boek Managing Uncertainties in Networks, Londen: Routledge. Recente publicatie: 'Conflict en consensus in beleidsnetwerken: teveel of te weinig?', Bestuurswetenschappen, 60/2 (2006): 86-113. Correspondentiegegevens: Technische Universiteit Delft Faculteit TBM Jaffalaan 5 2628 BX Delft 015-2788062 j.f.m.koppenjan@tudelft.nl

Mirjam Kars
Mirjam Kars is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zij doet onderzoek naar governance van nutsectoren, in het bijzonder de telecommunicatiesector. In 2004 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Globalisation and regional co-operation. The case of European telecommunications. Recente publicatie: 'The governance of cybersecurity: a framework for policy'. Journal of critical infrastructures, 2/4 (2006): 357-378, met M.J.G. van Eeten, J.A. de Bruijn, H.G. van der Voort en J. Till.

Haiko van der Voort
Haiko van der Voort is toegevoegd docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderwijs en onderzoek richt zich op besluitvorming en normen in beleidsnetwerken. Hij bereidt een proefschrift voor over toezicht. Recente publicatie: 'Het verband tussen liberalisering en publieke waarden. Over de vraag waarom het kan vriezen en dooien'. Bestuurswetenschappen, 61/6 (2007), met W.M. Dicke, J.A. de Bruijn, M.L.C. de Bruijne, B.M. Steenhuisen en W.W. Veeneman.
Artikel

De wereld een polder

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2007
Auteurs Willem Trommel, Duco Bannink en Marcel Hoogenboom
Auteursinformatie

Willem Trommel
De auteur is werkzaam aan de Universiteit Twente, faculteit Management en Bestuur, en participanten in het zesde EU kaderprogramma 'WORKS' (work organisation and restructuring in the knowledge society). Correspondentieadres: Universiteit Twente, faculteit MB, Postbus 217, 7500 AE Enschede.

Duco Bannink
De auteur is werkzaam aan de Universiteit Twente, faculteit Management en Bestuur, en participanten in het zesde EU kaderprogramma 'WORKS' (work organisation and restructuring in the knowledge society). Correspondentieadres: Universiteit Twente, faculteit MB, Postbus 217, 7500 AE Enschede.

Marcel Hoogenboom
De auteur is werkzaam aan de Universiteit Twente, faculteit Management en Bestuur, en participanten in het zesde EU kaderprogramma 'WORKS' (work organisation and restructuring in the knowledge society). Correspondentieadres: Universiteit Twente, faculteit MB, Postbus 217, 7500 AE Enschede.
Artikel

'Anorexia consulta'?

Afslanking adviesinfrastructuur Rijksdienst, deel 2

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Rob Hoppe
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a well-developed, internationally unique system of expert advice founded in law. In addition to being instrumental for problem solving, advisory bodies are assigned tasks in mid- and long-term strategy formulation, putting new issues on the agenda, and organizing countervailing powers and checks and balances in national policy formulation. A decade ago, the number of advisory bodies was drastically reduced. Present cabinet policy pursues a second round of slimming advisory infrastructure. Through political centralization of demand for advice, and a further reduction in the number and diversity of advisory bodies, serviceable and instrumental expert advice for policy is prioritized. In times of new wicked problems for governance, there is a serious threat of erosion of expert policy advice as countervailing power. Does the present cabinet suffer from 'anorexia consulta'?


Rob Hoppe
Rob Hoppe is politicoloog en als hoogleraar Beleid en Kennis verbonden aan de Faculteit voor Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij is co-auteur van de leerboeken Beleid en Politiek en Beleidsnota's die (door)werken. Samen met Matthijs Hisschemöller, Bill Dunn en Jerry Ravetz publiceerde en redigeerde hij Knowledge, Power, and Participation in Environmental Policy Analysis, Policy Studies Review Annual. Vol. 12 (2001).Ook was hij lid en voorzitter van de redactieraad van Beleidswetenschap. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op de relatie tussen (wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke) kennis en beleid. De afgelopen jaren coördineerde hij, samen met Willem Halffman, een interuniversitair en interdisciplinair door NWO gesponsord onderzoekproject, 'Rethinking Political Judgment and Science-Based Expertise'. Correspondentieadres: Universiteit Twente Faculteit Management en Bestuur Vakgroep Science, Technology, Health and Policy Studies (STeHPS) Prof. dr. R. Hoppe Postbus 217 7500 AE Enschede r.hoppe@utwente.nl

Jelle Visser
De auteur is als hoogleraar empirische sociologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en is wetenschappelijk directeur van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS).

    Municipalities expect that outsourcing, autonomization and privatization will reduce costs or even create revenues. Such decisions also have costs. An analysis of 38 reports by local audit offices shows that municipalities are not aware or unable to calculate these costs. Based on thirteen cases of autonomization and privatization in a large Dutch municipality, this article shows for example that personnel costs can be very high. Municipalities should therefore make better informed decisions, based on managerial considerations, rather than political reasons.


Sandra van Thiel
Sandra van Thiel is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. S. van Thiel Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afdeling bestuurskunde Postbus 1738 (kamer M8-42) 3000 DR Rotterdam vanthiel@fsw.eur.nl

Robin Snijders
Robin Snijders is bestuurskundige en civiel technicus en werkzaam bij MNO Vervat als project engineer.
Boekbespreking

Boekbespreking

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2006
Auteurs Martijn van der Meulen

Martijn van der Meulen

    In the Netherlands, new horizontal forms of accountability have in recent years been introduced for executive agencies. These forms of accountability address other stakeholders besides the hierarchical principal. It includes for example demonstrating responsiveness to clients, independent overseers or professional standards. In this article, two related questions are answered. At first the question is posed whether horizontal accountability can be regarded as a substitute for democratic accountability or as complementary to it. The second question is how their introduction fits with traditional (vertical) forms of accountability. The article is based on a qualitative research that was carried out in 2005 and 2006 on nine large Dutch executive agencies. It focuses on two types of horizontal accountability: accountability of agencies to boards and to an independent evaluation committee ('visitation'). The article concludes that horizontal accountability is best regarded as complementary to democratic accountability. Horizontal accountability has added value because it invokes learning processes. In addition, the introduction of horizontal forms of accountability creates a redundant accountability regime for executive agencies in which they account for the same actions to different accountees. Redundancy has the advantages that it mitigates information asymmetry and incorporates the different expectations for agencies.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij promoveerde in 2007 op het proefschrift Verantwoording in de schaduw van de macht: Horizontale verantwoording bij zelfstandige uitvoeringsorganisaties, Den Haag: Uitgeverij LEMMA. Voorts verscheen van zijn hand 'Medialogica. Oorzaken, gevolgen en remedies'. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 34/2 (2006): 133-143 (met K. van Beek en R. Rouw). Correspondentiegegevens: Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg t.schillemans@uvt.nl

    Demand-steering policies in healthcare are understandable but problematic answers to the desire for democratization that dates from the seventies of the former century. Prominent critics such as Achterhuis and Illich were very critical of the undemocratic character of health care. Yet their romantic idea of society excused them from the need to articulate democratic alternatives. The empty space that they left was filled by the concept of demand-steering. Demand-steering, however, rather than strengthening democratic practices, merely undermines them, by preferring exit above voice, by putting up new bureaucratic barriers between clients and professionals and by undermining the quality of the relationship between clients and professionals.

    Doing more justice to the democratic impulse is possible and desirable. A new step towards this aim is being taken by a fourth logic of steering, (next to the familiar logics of the market, bureaucracy and professionalism) that centers on improving the dialogue between clients and professionals. The one variant, democratic professionalism, starts from the position of the professional and aims at intensifying democratic control, while the other variant, collaboration, starts from the client and aims at providing him with more influence and responsibility for the health care process. This fourth logic however can only provide a new impulse to democratization when the vague notion of the dialogue is elaborated more thoroughly.


Evelien Tonkens
Evelien Tonkens is bijzonder hoogleraar actief burgerschap bij de afdeling sociologie en antropologie van de Universiteit van Amsterdam en opleidingsdirecteur/docent van de masteropleiding social policy and social work in urban areas van de Uva. Correspondentieadres: UvA – afdeling sociologie en antropologie, Oudezijds Achterburgwal 185, 1012 DK Amsterdam, e-mail: e.h.tonkens@uva.nl
Artikel

Vervreemd of gewoon verschillend?

De gevolgen van onderwijshervormingen voor loyaliteiten van schoolleiders in het voortgezet onderwijs

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2009
Auteurs Bas de Wit
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the 1980s, there has been a rise of managers and executives in public domains. Especially in domains like education, this development was accompanied by sharp controversies and 'clashes' between managers and professionals, who would be 'alienated' from each other. The classic nature of professional and managerial loyalties would seem to strengthen this alienation. Professionals would primarily be loyal to their profession, whereas managerial loyalties would mainly focus on organisations. Although research has criticized the one-sidedness of professional loyalty, managerial loyalty has hardly been studied up till now. In this article, managerial loyalties are analyzed theoretically as well as empirically. The article rests upon a qualitative study among school leaders in Dutch secondary education. It shows that management reforms in education did not result in the adoption of a new, primary loyalty to organizations, management or performance by school leaders. Instead, long-standing relations, for example with teachers, remain meaningful, also because most school leaders have a professional background as teacher. Consequently, assumptions about managers who alienate from professionals, and managers who do not value their relationships with professionals must be criticized, at least in (secondary) education.


Bas de Wit
Bas de Wit is als promovendus verbonden aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Drs. B.C. de Wit, MSc Universiteit Utrecht Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht b.c.dewit@uu.nl

Willem Trommel
Willem Trommel is universitair hoofddocent bestuurssociologie aan de Universiteit Twente Correspondentieadres: Universiteit Twente, faculteit BBT, Postbus 217, 7500 AE Enschede, e-mail: w.a.trommel@utwente.nl
Artikel

Vraaggestuurd organiseren

Professioneel management van vraagsturing in publieke dienstverlening

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2006
Auteurs Mirko Noordegraaf
SamenvattingAuteursinformatie

    'Demand-based organising' has become popular throughout public domains, sometimes complementing, sometimes working against 'fact-based' and 'market-based' organising. This raises critical questions, about ways in which 'customer' and client demands are and can be known, and how multiple demands can be aggregated. In addition, it is difficult to link demand-based strategies to public service contexts, full of professional practices. How do public managers cope with such contradictory conditions? How can they organise in demand-based ways, amidst contradictory demands? This article, firstly, explores how demand-based rhetoric and instruments have been introduced. Secondly, it explores how public managers really (can) work in demand-based settings. Thirdly, it explores how demand-based practices can be organised, so that public service contexts can be managed 'professionally'. This leads to a paradoxical conclusion. Professional public managers organise in demand-based ways by not handing-over or 'outsourcing' content to customers and clients, but by substantiating demands themselves.


Mirko Noordegraaf
Dr Mirko Noordegraaf is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.

Trudie Knijn
Trudie Knijn is hoogleraar zorg en welzijn bij het departement Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. G.C.M. Knijn Universiteit Utrecht Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Algemene Sociale Wetenschappen Postbus 80140 3508 TC Utrecht G.C.M.Knijn@uu.nl 

    The recent decline in professionalism has frequently been explained as a result of the rise of New Public Management (NPM). As will be shown in this article, however, NPM does not automatically result in a decline in professionalism; its effects differ in various professional contexts. In a case study of the work of social insurance doctors and labor specialists the authors demonstrate that NPM structures the technical aspects of professional tasks, that are the verifiable elements of the professional's judgment. NPM proofs to have strong influence on the techniques for quality insurance (performance of production, time and lawfulness). On the longer term this influence can undermine professional self-regulation. NPM has little impact on the indeterminate task aspects, the professional judgment itself, even though this part has become more 'technical' in years. The case study shows however that this is not due to NPM but to the impact of bureaucratization of the professional task. Furthermore it becomes clear that this impact is stronger in the case of the labor specialist than with respect to the social insurance doctor.


Duco Bannink
Duco Bannink is verbonden aan de Universiteit Twente. Correspondentieadres: Duco Bannink, Universiteit Twente, Faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, 053-4893222, d.b.d.bannink@utwente.nl

Berber Lettinga
Berber Lettinga is verbonden aan de Universiteit Twente.

Liesbet Heyse
Liesbet Heyse is verbonden aan de Universiteit Twente.

Willem Trommel
Willem Trommel is hoogleraar beleid en bestuur aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Correspondentiegegevens: Prof. dr. W.A. Trommel Vrije Universiteit Amsterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen De Boelelaan 1081 1081 HV Amsterdam WA.Trommel@fsw.vu.nl
Artikel

Beleidsvervreemding van publieke professionals

Theoretisch raamwerk en een casus over verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Lars Tummers, Victor Bekkers en Bram Steijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we introduce the concept of 'policy alienation'. We define policy alienation as a general cognitive state of psychological disconnection from the policy program being implemented, here by a public professional who regularly interacts directly with clients. By introducing policy alienation, we want to contribute to the contemporary debate on the role of public professionals. According to some authors, professionals are experiencing increasing pressures, as managers have turned their backs to work floors and primarily opt for results, efficiency, and transparency. Conversely, other scholars note that it is questionable whether managers can be blamed for all perceived problems at work floors and in service delivery. We are able to examine these opposing claims using the policy alienation perspective, as this perspective not only takes into account the role of management, but also the influence of policy makers and politicians, as well as the claims of the more emancipated clients. After conceptualizing policy alienation, we use a case of insurance physicians and labor experts to illustrate how the concept can be researched empirically.


Lars Tummers
Lars Tummers werkt op de Erasmus Universiteit Rotterdam aan een proefschrift over beleidsvervreemding van publieke professionals en is adviseur bij PricewaterhouseCoopers Advisory, People & Change. Correspondentiegegevens: Drs. L.G. Tummers, MSc Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Bestuurskunde Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tummers@fsw.eur.nl

Victor Bekkers
Victor Bekkers is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische studie van overheidsbeleid, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bram Steijn
Bram Steijn is hoogleraar HRM in de publieke sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bob de Graaff
Bob de Graaff is hoogleraar terrorisme en contraterrorisme aan de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden; tevens is hij Socrates-hoogleraar voor politieke en culturele reconstructie aan de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. B.G.J. de Graaff Universiteit Leiden Faculteit der Sociale Wetenschappen Instituut Bestuurskunde Wassenaarseweg 52 2333 AK Leiden bgraaff@fsw.leidenuniv.nl
Toont 401 - 420 van 566 gevonden teksten
1 2 17 18 19 21 23 24 25 28 29
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.