Zoekresultaat: 27 artikelen

x
Jaar 2016 x
Artikel

Probleemanalyse is het halve werk

Samenwerking en innovatie in de strijd tegen ondermijnende criminaliteit

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 2 2016
Auteurs Maurits Waardenburg BSc, Bas Keijser BSc, Prof. dr. Martijn Groenleer e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Science and practice are largely agreed on the importance of interorganizational cooperation in the approach of tackling complex societal problems. Organization transcending innovation through this type of cooperation however appears to be complicated. Based on an analysis of the literature about partnerships, the authors distinguish three challenges: coping with the tension between old and new accountability structures, building good working relationships and developing capabilities for problem-oriented working. Starting from these insights they designed action research into problem-oriented partnerships in the safety domain (safety chain). Their main question was: what is the most important obstacle for innovation through problem-oriented interorganizational cooperation? Over a period of nine months, they watched eight teams of professionals from different organizations. Their task was to develop and implement innovative approaches to tackle persistent organized crime. Although all three challenges identified in the literature indeed played a prominent role, problem diagnosis and problem definition appeared to be the main obstacle for the teams. In this article the authors describe the action research and explore, on the basis of the results and the literature, how partnerships could cope in practice with the challenge of problem definition and problem analysis. They conclude the article with suggestions for the design of a follow-up round of the action research.


Maurits Waardenburg BSc
M. Waardenburg MPP is research fellow aan het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

Bas Keijser BSc
B. Keijser BSc is bezig met de afronding van zijn master Systems Engineering, Policy Analysis and Management aan de Faculteit Techniek, Bestuur & Management van de Technische Universiteit Delft.

Prof. dr. Martijn Groenleer
Prof. dr. M.L.P. Groenleer is hoogleraar Regional Law and Governance aan Tilburg University en tevens directeur van het Tilburg Center for Regional Law and Governance (TiREG).

Dr. Jorrit de Jong
Dr. J. de Jong is lecturer in Public Policy and Management aan de Harvard Kennedy School en wetenschappelijk directeur van het Government Program bij het Ash Center for Democratic Governance and Innovation van de Kennedy School of Government, Harvard University.

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Boekbespreking

Een dubbele kijk op co-creatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Co-creation
Auteurs Dr. Erik de Bakker en Dr. Hans Dagevos
SamenvattingAuteursinformatie

    This essay review discusses three publications on co-creation: ‘We, the government’ by Davied van Berlo (2012), ‘Co-creation of innovation’ by Corry Ehlen (2015), and ‘New Business Models’ by Jan Jonker et al. (2014). The theme of this essay is the specific character of co-creation compared to other buzzwords (e.g. participation, co-production, social responsibility) that can be heard in the search for a new balance between the state and civil society. We suggest that the distinctive character of co-creation lies in the active engagement of parties who work together to co-create. Co-creation means raising the bar of collaboration and dialogue. Openness, trust, equality and reciprocity are emphasised as essential elements in the process. It is literally about collectively creating multiple values in which there should be plenty of room for creativity and sharing ideas. Following on the publications of Ehlen and Jonker a dual vision on co-creation arises. In general terms, the potential of co-creation depends on the know-how, commitment and values of the actors involved (microscopic perspective) and on the social capital in the wider environment that they can draw upon to bolster the co-creation process (macroscopic perspective).


Dr. Erik de Bakker
Dr. E. de Bakker is senior onderzoeker bij onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR.

Dr. Hans Dagevos
Dr. H. Dagevos is senior onderzoeker bij onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR en lector aan Hogeschool Inholland.

    For the Dutch Association of Municipal Councillors (Raadslid.Nu) Bas Denters, professor of Public Administration at the University of Twente, wrote an essay on control and accountability in local government and the role of the municipality in this process. At close examination the relations in this area are less clear than they look on paper. The reason is what Mark Bovens and others have called the ‘displacement of politics’ in all its appearances: regionalization, privatization and socialization (i.e. tasks carried out by the society instead of the government). That process requires reflection on the question how democratic control and accountability at the local level can be reshaped. It is important to experiment with new ways in which municipal councils redefine the local processes of control and accountability. One can think of: (a) broadening the scope of the section in Dutch Municipal Law on affiliated parties (‘Verbonden Partijen’); (b) formulating Governance Charters and process framework notes; and (c) organizing the ‘democratic encirclement’ of the local administration, e.g. by other parties. In various places interesting initiatives have already been taken and hopefully this essay and the attention from Raadslid.Nu will contribute to more municipalities daring to blaze new paths.


Prof. dr. Bas Denters
Prof. dr. S.A.H. Denters is hoogleraar Bestuurskunde aan de Universiteit Twente, wetenschappelijk directeur van de Nederlandse Onderzoeksschool Bestuurskunde (NOB), wetenschappelijk adviseur van KISS en hoofdredacteur van Bestuurswetenschappen.

Dr. Rik Reussing
Dr. G.H. Reussing is onderwijscoördinator van de opleiding European Public Administration aan de Universiteit Twente en redactiesecretaris van Bestuurswetenschappen.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Article

Naar een voorwaardelijk model van ongelijkheid in vertegenwoordiging

Een onderzoek naar het moderatie-effect van beleidsdomeinen op ongelijkheid in beleidscongruentie

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2016
Trefwoorden Policy congruence, inequality, education, policy domains
Auteurs Christophe Lesschaeve
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies the extent to which differences or inequality in policy congruence between higher and lower educated voters are moderated by policy domains. Instead of measuring inequality across all areas of policy, this study takes a policy domain-specific approach. The analyses are based on a dataset containing voters and party positions on 50 policy statements, gathered in the run-up to the 2009 regional election in Belgium largest region, Flanders. We find, overall, only small and unsubstantial, though significant, differences, in policy congruence between higher and lower educated voters, in favor of the former. However, we find a much larger representational bias towards higher educated when we look at transportation, culture and media, immigration, taxand budgetary policy, and economic policy. At the same time, differences in policy congruence are lower as regards spatial planning. Studying inequality in policy congruence across policy domains thus hides more complex patterns of representational bias.


Christophe Lesschaeve
Christophe Lesschaeve is als doctoraatsstudent verbonden aan de faculteit sociale wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoeksinteresse gaat uit naar beleidscongruentie en ongelijkheid in vertegenwoordiging.
Toont 21 - 27 van 27 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.