Zoekresultaat: 64 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Tijdschrift Res Publica x

Teun Pauwels
Teun Pauwels werkt als beleidsanalist bij het Vlaamse Ministerie van Onderwijs en Vorming en is vrijwillig medewerker bij de Université Libre de Bruxelles.
Article

De impact van digitale campagnemiddelen op de personalisering van politieke partijen in Nederland (2010-2014)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2015
Trefwoorden personalization, social media, election campaigns, party politics
Auteurs Kristof Jacobs en Niels Spierings
SamenvattingAuteursinformatie

    Politicians have started to use social media more often. As such media induce personal campaigning, one might expect more personalization to follow. We explore what type of personalization social media stimulate, whether this is different for Twitter and Facebook and analyze the role of parties. We make use of quantitative and qualitative data about the Netherlands (2010-2014). We find that while theoretically the impact of social media may be big, in practice it is fairly limited: more presidentialization but not more individualization (though Twitter might increase the focus on other candidates slightly). The difference between theory and practice seems largely due to the parties. They adopt a very ambiguous stance: though they often stimulate candidates to use social media, they want to keep control nonetheless.


Kristof Jacobs
Kristof Jacobs is als universitair docent verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn onderzoek richt zich op politieke partijen, sociale media, kiesstelsels en uitdagingen van de democratie.

Niels Spierings
Niels Spierings is universitair docent bij de Afdeling Sociologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn specialismen zijn politieke en gendersociologie en onderzoeksmethoden. Thematisch focust hij op sociale media, politieke participatie en democratisering, genderongelijkheid, de politieke en economische positie van vrouwen, migratie, islam, en intersectionaliteit. Samen met Kristof Jacobs coördineert hij het project VIRAL (www.ru.nl/VIRAL).
Article

Verandering bewerken in een veranderende context

Lessen uit de transitie van de Nederlandse landbouw

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2014
Trefwoorden paradox of embedded agency, institutional void, governance, transition, agriculture
Auteurs John Grin
SamenvattingAuteursinformatie

    While the Netherlands has been a globally leading country in the area of agrofood for the latter half of the 20th century, its chances to maintain that position will co-depend on its capacity to develop its primary sector into more sustainable directions. This is no trivial task. For a long time, strong institutional arrangements provided guidance to practices of governance, consumption, production and innovation in line with a productivist paradigm. Although these arrangements have been significantly destabilized, and novel ones are emerging, a mature institutional landscape, tailored to a more sustainable development, has not yet fleshed out.
    This article asks the question how innovative practices deal with this ambiguous and dynamic institutional context. It does so through investigating how, over about a decade, two sets of practices to promote more sustainable development (in the fields of livestock systems and greenhouse horticulture), draw on (remains of) incumbent arrangements, and novel institutional elements to provide normative guidance and mobilize resources (money; knowledge; legitimacy). Theoretically, it thus contributes to (1) understanding the emergence of novel modes of governance in an institutional void, (2) taking into account and extending it to a dynamic context, the paradox of embedded agency.


John Grin
John Grin is hoogleraar beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op beleidsanalyse en governance van maatschappelijke transformaties, in het bijzonder op de gebieden landbouw en voeding, stedelijke innovaties en de curatieve en langdurige zorg.
Symposium

Hoe nu verder? Over de politieke theorie in Nederland en Vlaanderen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2014
Auteurs Roland Pierik, Patrick Overeem en Tim Heysse
Auteursinformatie

Roland Pierik
Roland Pierik is universitair hoofddocent rechtsfilosofie aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid en geassocieerd lid van de filosofiefaculteit van de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek is gesitueerd op het snijvlak van politieke theorie en rechtsfilosofie. In zijn recente werk richt hij zich vooral op mensenrechten, grondrechten, de rule of law, staatsneutraliteit, religieuze diversiteit en globalisering.

Patrick Overeem
Patrick Overeem is universitair docent bij het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden (Campus Den Haag). Hij specialiseert zich in de politieke filosofie en de bestuursethiek.

Tim Heysse
Tim Heysse studeerde klassieke talen en filosofie in Antwerpen en Leuven. Hij is hoogleraar politieke en sociale wijsbegeerte aan de KU Leuven en een van de oprichters van Research in Political Philosophy Leuven (RIPPLE).
Article

Welke eurocrisis? Een vergelijkende analyse van de nieuwsverslaggeving in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2014
Trefwoorden content analysis, euro crisis, newspapers, EU news, framing
Auteurs Willem Joris en Leen d’Haenens
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents a comparative analysis of the news coverage on the euro crisis in Flanders (Dutch-speaking Belgium) and the Netherlands. The aim of the research was to identify how newspapers in the Low Countries have portrayed the roots of the crisis, the main victims, and those held responsible to solve the crisis, and ways to do so. This study also analyzed the differences across geographical contexts and types of newspapers. Furthermore, it examined how the coverage changed as the crisis continued. Research findings include that Flemish newspapers more often reported about the causes of the crisis, whereas the Dutch newspapers published more articles discussing the responses to it. Furthermore, financial newspapers provided more news stories searching for a solution, while popular newspapers usually published short, factual descriptions.


Willem Joris
Willem Joris is wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Hij doet een doctoraatsonderzoek over de ‘eurocrisis in het nieuws’.

Leen d’Haenens
Leen d’Haenens is gewoon hoogleraar aan het Instituut voor Mediastudies, KU Leuven. Haar onderzoeks- en onderwijsinteresses omvatten westers mediabeleid, jongeren en (sociale) media, media en sociale bewegingen, mediadiversiteit, en journalism studies.
Article

Hoe tweederangs zijn lokale verkiezingen?

Een analyse van de Nederlandse gemeenteraadsverkiezingen 2010 vanuit het perspectief van second-order elections

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Second-order elections, Netherlands, municipal elections, aggregate studies
Auteurs Herman Lelieveldt en Ramon van der Does
SamenvattingAuteursinformatie

    Studies of second-order elections using aggregate data have predominantly focused on examining the extent to which European parliament elections and regional elections are dominated by the national, first-order arena, and paid scarce attention to the analysis of municipal elections. In addition the study of second-order elections is dominated by looking at the impact of first-order factors whilst ignoring the impact of arena-specific factors. This article addresses these shortcomings by analyzing the impact of national and local factors on the performance of national parties in the Dutch municipal elections of 2010. Our analysis shows that there are significant effects of local factors. Most parties lose votes when having been in local government and in some cases as well when having in addition lost an alderman as a result of a political crisis. Parties also lose vote share as a result of the entrance of new national and local parties in a local election, with the effect of new national entrants being larger than that of new local entrants. Our analysis corroborates earlier findings that point to a dominance of national factors, while at the same time showing that it is vital to include local, arena specific factors in order to get to a better estimation of the second-orderness of non-national elections. We discuss our results with respect to the recurring debate about the nationalisation of the Dutch municipal elections.


Herman Lelieveldt
Herman Lelieveldt doceert politicologie aan het University College Roosevelt, het liberal arts and honours college van de Universiteit Utrecht gevestigd in Middelburg.

Ramon van der Does
Ramon van der Does studeerde in 2014 als BA in de Social Sciences af aan het University College Roosevelt en doet momenteel de onderzoeksmaster politieke wetenschappen aan de Universiteit Leiden.
Article

De wetgevende macht van de media?

Een kwantitatieve analyse van media-effecten op de behandeling van wetsvoorstellen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden media effects, legislation, policy process, lawmaking, Dutch politics, newspaper coverage
Auteurs Lotte Melenhorst
SamenvattingAuteursinformatie

    The media are a much-discussed subject in both the scientific and the public debate on the functioning of democracy. Nevertheless, there is relatively little empirical research on the effects of media on the most fundamental aspect of politics: the legislative process. However, this type of research is important because it helps us gain insight into the influence journalists exert. This study analyses the influence of media attention for bills on the legislative process in the Netherlands. A quantitative analysis of the newspaper coverage for recently discussed bills indicates that the parliamentary process is influenced by this coverage. This first study of media-effects on the Dutch legislative process suggests that more media-attention leads to the introduction of more amendments by both members of government and members of parliament.


Lotte Melenhorst
Lotte Melenhorst is promovenda bij het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Haar onderzoek maakt deel uit van een door NWO gefinancierd VIDI-project over de relatie tussen media en politiek en concentreert zich op de rol van de media bij de totstandkoming van wetgeving.
Article

Een bijzonder meerderheidskabinet?

Parlementair gedrag tijdens het kabinet Rutte-I

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2013
Trefwoorden minority cabinet, majority cabinet, parliamentary behaviour, the Netherlands
Auteurs Simon Otjes en Tom Louwerse
SamenvattingAuteursinformatie

    This article studies how the presence of the supported minority government Rutte-I affected patterns of legislative behaviour. Based on the literature on minority cabinets one would expect that during supported minority cabinets parliamentary parties cooperate more often across the division between coalition and opposition than under multiparty majority cabinet rule. Examining almost 30,000 parliamentary votes between 1994 and 2012, this study finds that on a host of indicators of coalition-opposition-cooperation, there was less cooperation ‘across the aisle’ during the Rutte-I cabinet than during any cabinet before it. We explain this with reference to the comprehensive nature of the support agreement as well as the impact of the cabinets’ ideological composition.


Simon Otjes
Simon Otjes is onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn onderzoeksinteresse gaat met name uit naar partijen, partijsystemen en parlementair gedrag. Otjes is tevens werkzaam als onderzoeker bij het Landelijk Bureau van GroenLinks.

Tom Louwerse
Tom Louwerse is als universitair docent politicologie verbonden aan Trinity College Dublin, Ierland. Zijn onderzoeksinteresses omvatten politieke representatie, legitimiteit, politieke partijen en parlementaire politiek.
Article

Gender en etniciteit in de Tweede Kamer: streefcijfers en groepsvertegenwoordiging

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2013
Trefwoorden quotas, target numbers, political representation, affirmative action, ethnicity, gender
Auteurs Liza Mügge en Alyt Damstra
SamenvattingAuteursinformatie

    Women and ethnic minorities are underrepresented in national parliaments around the world. Interestingly, in the Netherlands ethnic minority women are better represented than ethnic minority men and ethnic majority women. The Netherlands did not adopt gender quotas, but some parties implemented target numbers. Drawing on document analysis and interviews, this article explores whether parties that encourage women’s representation are also likely to increase the number of ethnic minority representatives. It finds that party-specific factors such as a left or social democratic ideology, the institutionalization of gender and/or ethnicity within the party and the party’s vision on group representation are intertwined. Parties that actively encourage women’s representation are more inclined to openly acknowledge the importance of ethnic diversity. This especially favours ethnic minority women, who benefit from the strong embedding of gender. In the end gender determines the success of the ethnic card in political representation.


Liza Mügge
Liza Mügge is universitair docent aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam en Associate Director van het Amsterdam Research Center for Gender & Sexuality (ARC-GS).

Alyt Damstra
Alyt Damstra volgt de Research Master Social Sciences en is student-assistent aan de afdeling politicologie van de Universiteit van Amsterdam.
Introduction

Jongeren en politiek in verandering

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2013
Auteurs Marc Hooghe en Kaat Smets
Auteursinformatie

Marc Hooghe
Marc Hooghe is gewoon hoogleraar aan de KU Leuven, en visiting professor aan de Université Lille-II en de Universität Mannheim. Hij bekleedt momenteel de Francquileerstoel aan de Vrije Universiteit Brussel.

Kaat Smets
Kaat Smets is momenteel als postdoctoral fellow verbonden aan het Centre for the Study of Political Change (CIRCaP) van de Universiteit van Siena, Italië. Zij houdt zich bezig met diverse onderzoeksprojecten gericht op de publieke opinie. Haar onderzoeksinteresse gaat verder uit naar politiek gedrag, politieke socialisatie, politieke communicatie en vergelijkende politicologie en kwantitatieve onderzoekmethoden.
Article

Een gemiste kans? De rol van YouTube in de verkiezingscampagne van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden YouTube, Web 2.0, election campaigns, political advertising, Obama, the Netherlands
Auteurs Annemarie S. Walter en Philip van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is one of the first to systematically examine parties’ use of YouTube in Dutch election campaigns and to consider its effects. Content analysis of 406 YouTube ads and additional research show that nine political parties made use of this new campaign instrument in the 2010 Dutch parliamentary election campaign. However, unlike U.S. presidential candidate Obama, the parties did not really use YouTube to mobilize and involve voters. Instead, YouTube was used only as a means to broadcast advertisements for the party. These ads only reached a small audience and had little influence online as well as in the print media. Furthermore, this study examines which of these ads were more likely to reach a large number of viewers. The results demonstrate that short, comparative ads that contain the party leader, that are uploaded early on in the campaign, that stem from small or winning parties and that have numerous links on external websites are likely to reach more viewers.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter is als universitair docent verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij houdt zich vooral bezig met verkiezingscampagnes, politieke partijen en media.

Philip van Praag
Philip van Praag is universitair hoofddocent Politicologie bij de afdeling Politicologie van de Universteit van Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met politieke partijen, verkiezingscampagnes en de relatie tussen de media en politiek.
Article

Electorale competitie en het contact met de bevolking

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden electoral systems, constituency representation, Belgium and the Netherlands
Auteurs Audrey André en Sam Depauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral institutions shape the incentive that elected representatives have to cultivate a personal vote, a geographically-concentrated personal vote in particular. But are electoral institutions able to make representatives do what they would not do otherwise and to make them not do what they otherwise would have done? Using data from the cross-national PARTIREP MP Survey, it is demonstrated that electoral institutions shape elected representatives’ local orientation. Local orientation decreases as district magnitude grows – regardless of what representatives think about political representation. But representatives’ conceptions of representation do shape their uptake in the legislative arena from their contacts with individual constituents. The effect of the electoral incentive grows stronger as elected representatives think of representation as a bottom-up rather than a top-down process.


Audrey André
Audrey André is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar doctoraat (als FWO-aspirant) onderzocht de effecten van electorale instituties op het gedrag van parlementsleden in het kiesdistrict.

Sam Depauw
Sam Depauw is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en coördineert de PARTIREP ‘Participation and Representation in Modern Democracies’-bevraging bij nationale en regionale parlementsleden (met de steun van BELSPO).

Rudy B. Andeweg
Rudy B. Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Article

Vertegenwoordiging van oude en nieuwe breuklijnen in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden group representation, members of parliament, Low Countries, class, gender, ethnicity
Auteurs Karen Celis en Bram Wauters
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether group-based politics is still relevant in Belgian and Dutch politics. Based on the PARTIREP MP Survey it more precisely studies the extent to which Belgian and Dutch parliamentarians in comparison to other European countries attach importance to the representation of ‘old’ cleavage groups (class and religious groups) or new groups (age groups, women and ethnic minorities), and which strategies are considered most appropriate. Group representation of old and new groups is found to be of great importance in both countries. Class is not dead and age groups are also highly represented. In contrast, religious groups and ethnic minorities receive far less attention in the Low Countries. Notwithstanding these similarities, there is also cross-country variation regarding the level of importance (greater in the Netherlands), the represented groups and the strategies for representation.


Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zij verricht onderzoek naar de politieke representatie van groepen (vrouwen, etnische minderheden, LBGT, leeftijdsgroepen en sociale klassen).

Bram Wauters
Bram Wauters is docent aan de Faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent en gastdocent aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek gaat over politieke vertegenwoordiging, electorale systemen en politieke partijen.
Article

Ontzuiling van kiesgedrag. Een proces van generationele vervanging gedreven door cognitieve mobilisatie?

Een age-period-cohort-analyse van stemmen voor CDA en PvdA in Nederland, 1971-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden generational replacement, age-period-cohort-analysis, composition effects, cognitive mobilization, the Netherlands, cleavage voting
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral behavior has changed considerably over the last few decades. The Netherlands are exemplary of how the cleavage structure has waned and how this has led to a weakening of the bonds between parties and voters and to higher levels of electoral volatility. Christian democratic and social democratic parties are most affected by these changes, because of their strong roots in the cleavage structure. The alterations in electoral behavior are generally assumed to be evolving gradually through a process of generational replacement. Composition effects on the one hand and a weakening of the impact of socio-structural factors, partly caused by cognitive mobilization on the other hand are considered to be the mechanisms behind this generational change. This paper tests these assumptions with regard to the Netherlands on the basis of the Dutch Parliamentary Election Surveys, 1971-2010. The findings indicate that while some variation between different birth cohorts is visible, most of the differences in voting for both of these parties, however, are situated at the level of election years. Furthermore, with regard to what drives change over time, the analyses indicate that while composition effects and changes in the effects of socio-structural variables are of some importance, cognitive mobilization is not causing the change observed.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville is als aspirant van het FWO verbonden aan het Departement Politieke Wetenschappen van de KULeuven. Ze bereidt een proefschrift voor over electorale volatiliteit in West-Europa.
Article

Tweede Orde Personalisering: Voorkeurstemmen in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden preference voting, personalization, Dutch national elections, expressive voting
Auteurs Joop J.M. Van Holsteyn en Rudy B. Andeweg
SamenvattingAuteursinformatie

    If the impact of party leaders on the electoral fate of their parties may be called first order personalization, this paper addresses second order personalization: a preference for an individual candidate having to do with that person embedded in a prior choice for the candidate’s party. Using survey data and election results with respect to intraparty preference voting in The Netherlands, this study explores the characteristics of both voters casting a vote for a candidate other than the party leader and candidates receiving preference votes. Given the increase in intraparty preference voting, second order personalization has increased considerably in recent decades. Moreover, the correlates of second order personalization differ from those identified for first order personalization: intraparty preference votes are cast more often by higher educated, politically interested and efficacious female voters. Intraparty preference voting also seems to be a form of expressive rather than instrumental electoral behaviour: female candidates, and to a lesser extent ethnic candidates, receive more preference votes, but such votes are cast predominantly for the highest placed female (or ethnic) candidate on the list – candidates who would be elected on the basis of their position on the party list anyway.


Joop J.M. Van Holsteyn
Joop van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke houdingen, publieke opinie en politiek en electoraal gedrag.

Rudy B. Andeweg
Rudy Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Research Note

De sociale basis van politieke rekrutering

Een vergelijkende studie van gemeenteraadsleden in Europa

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Auteurs Herwig Reynaert, Tom Verhelst en Kristof Steyvers
Auteursinformatie

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is decaan van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen en als hoogleraar verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is vakgebiedvoorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek.

Tom Verhelst
Tom Verhelst is wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Lokale Politiek van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij bereidt een proefschrift voor over de rol van de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden in België.

Kristof Steyvers
Kristof Steyvers is docent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek situeert zich voornamelijk in het Centrum voor Lokale Politiek en heeft in het bijzonder betrekking op lokaal politiek leiderschap, vergelijkende lokale politiek, partijen en verkiezingen op lokaal vlak, hervormingen aan het lokaal bestuur, stadspolitiek en stedenbeleid en de democratische verankering van lokale netwerkverbanden.
Symposium

Internationale politieke economie in de Lage Landen: afwezig in tijden van crisis?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2012
Auteurs Angela Wigger, Bastiaan van Apeldoorn en Stijn Oosterlynck
Auteursinformatie

Angela Wigger
Angela Wigger doceert Global Political Economy, Internationale Betrekkingen en Europese Integratie aan de vakgroep Politicologie van de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze doet onderzoek vanuit een kritisch politiek-economisch perspectief en richt zich op het verklaren van marktregulerend beleid op EU en mondiaal niveau tegen de achtergrond van kapitalistische ontwikkelingen en crisissen.

Bastiaan van Apeldoorn
Bastiaan van Apeldoorn is universitair hoofddocent internationale betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op de internationale politieke economie van het Europese integratieproces en de politieke economie van de Amerikaanse geopolitiek. Hij is de auteur van onder meer Transnational Capitalism and the Struggle over European Integration (Routledge, 2002) en Neoliberalism in Crisis (geredigeerd met Henk Overbeek, Palgrave, 2012).

Stijn Oosterlynck
Stijn Oosterlynck is docent stadsociologie aan de Universiteit Antwerpen en woordvoerder van het Centrum OASeS (Ongelijkheid, Armoede, Sociale Uitsluiting en de Stad). Zijn onderzoek richt zich op de politieke sociologie van stedelijke ontwikkeling en beleid, gemeenschapsopbouw in achtergestelde stadswijken en de ruimtelijke herstructuring van de (welvaart)staat.
Article

Strijden voor of om de publieke omroep?

Hoe subsidiariteit de Europese Commissie en de lidstaten verdeelt in het staatssteunbeleid

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2012
Trefwoorden state aid, public service broadcasting, cultural objectives, media policy
Auteurs Karen Donders
SamenvattingAuteursinformatie

    Since the early 1990s, the European Commission applies the State aid rules (part of European competition law) to the funding of national and subnational public broadcasters. This article analyzes to what extent discussions on the regulation and funding of public service broadcasting are determined by a conflictual notion of subsidiarity. Focusing on encounters between the European Commission on the one hand and Germany, the Netherlands and Flanders on the other hand, the article concludes that Member States and the European Commission focus more on competence divisions than on substantive discussions about the future of public service broadcasting. This is particularly regrettable as the digital age requires a thorough re-thinking of the role of public broadcasters in Western European democracies.


Karen Donders
Karen Donders doceert European Media Policy en European Information Society aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze is senior onderzoeker bij het IBBT-SMIT (Vrije Universiteit Brussel). Haar postdoctorale onderzoek wordt gefinancierd door het FWO. Ze is gespecialiseerd in publiek omroepbeleid, Europees mededingingsbeleid in de mediasector en Europees mediabeleid.
Article

Negen argumenten voor en tegen het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden voting age, political debate, enfranchisement
Auteurs Henk van der Kolk en Kees Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    Using literature, documents and parliamentary debates in Britain, Germany, The Netherlands, Austria, and Switzerland, nine arguments for and against lowering the voting age to sixteen are distinguished and critically assessed. The assessment is based on criteria such as logical consistency and empirical validity. It is argued that most arguments can hardly be defended with these criteria. However, this does not mean that the case for lowering the voting age is weak. This would only be the case if a voting age of eighteen is considered as valuable in its own right.


Henk van der Kolk
Henk van der Kolk is als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij geeft onderwijs in Methoden en Technieken en Politicologie. Hij publiceerde (samen met anderen) in onder meer PS, Electoral Studies en Local Government Studies. Hij is verder onder meer medeverantwoordelijk voor het Nationaal Kiezersonderzoek.

Kees Aarts
Kees Aarts is hoogleraar Politicologie aan de Universiteit Twente en wetenschappelijk directeur van het Institute for Innovation and Governance Studies (IGS). Zijn onderzoek richt zich op democratie, verkiezingen en kiesgedrag.
Toont 21 - 40 van 64 gevonden teksten
« 1 2 4
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.