Zoekresultaat: 54 artikelen

x
De zoekresultaten worden gefilterd op:
Rubriek Article x

    In recent decades, the Dutch labour market has become more flexible. Flexible labour contracts enable firms to adjust employment to a changing market environment and to competitive pressures. Almost without exception, academic studies on the drivers behind the use of flexible labour contracts at the company level, are motivated by competitive pressures. However, companies may be susceptible to institutional pressures as well. Based on a survey among more than 650 managers in the Netherlands, we conclude that firms are vulnerable to institutional (mimetic) forces. This finding has several implications for policy-making and labour flexibility research.


Fabian Dekker
Artikel

Het aantal zelfstandige bestuursorganen in Nederland 1993-2013

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2017
Trefwoorden Agencies, Organizational demography, Public management reform, Population ecology, Dutch government
Auteurs Prof. dr. Sandra van Thiel en Jesper Verheij MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In several countries the number of semi-autonomous agencies is under attack. The Dutch government has also presented plans to reduce the number of so-called ZBOs (zelfstandige bestuursorganen). But do public organizations like ZBOs actually die? Using population ecology theory we formulate a number of hypotheses on the survival and reform of ZBOs. These hypotheses are tested using secondary data on the number of ZBOs in The Netherlands in the past two decades. Results show that the absolute number of ZBOs has increased rather than decreased. Only seldom does a ZBO die. But ZBOs do experience many changes during their lifetime, such as mergers. The politicians’ plans seem targeted at improving their overview of all ZBOs. Whether the implementation of the plans will lead to that remains to be seen. Experiences in other countries do not confirm these expectations so far.


Prof. dr. Sandra van Thiel
Prof. dr. Sandra van Thiel is hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit.

Jesper Verheij MSc
Jesper Verheij MSc is beleidsmedewerker bij het ministerie van OCW.
Artikel

Welvaart gemeten, verdeeld en verduurzaamd

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2016
Trefwoorden Welfare economics, Asymmetrical information, Situational contracting, Political theory, Behaviourism
Auteurs Prof. dr. Dik Wolfson
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper shows how interactive governance can be helpful in dealing with information asymmetries in the design and administration of public policy. It describes the checks and balances of a properly incentivized mechanism design of contextual or situational contracting that reveals information on diversity in demand for public intervention, deals with complexity, creates commitment to the public cause and disciplines uncooperative behavior. The contractual mode, moreover, discloses the actual trade-offs between rivalling criteria of good governance such as individual freedom, efficiency, distributional concerns and sustainability, deepening our insight in who gets – or pays for – what, when, where, how and why, as the key issues of policy analysis. Evidence from early applications is combined with suggestions for rolling out this new mode of relinking public policy, implementation and external control.


Prof. dr. Dik Wolfson
Prof. dr. Dik Wolfson is emeritus hoogleraar economie, en geniet gastvrijheid bij de afdeling Bestuurskunde en sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Access_open De 21ste-eeuwse overheidsmanager

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2016
Trefwoorden Public management, 21st century skills, Megatrends, Strategic HRM, Public managers
Auteurs Zeger van der Wal
Samenvatting

    This article examines who ‘21st century public managers’ are and which skills and roles they have to master to function effectively in the 21st century. Based on a large scale analysis of literature and years of interaction with senior practitioners, seven key 21st century demands for public managers are identified, each of which creates dilemmas as well as opportunities. 21st century public managers utilize a combination of traditional and new roles, competencies, and values to turn demands into opportunities. The article concludes with implications for public administration research and education.


Zeger van der Wal
Artikel

Waarom evalueren beleidsmakers?

Een longitudinale analyse van motieven voor beleidsevaluatie in Vlaamse ministeriële beleidsnota’s

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden policy evaluation, evaluation purposes, Flanders, document analysis, evaluation discourse
Auteurs Drs. Bart De Peuter en Dr. Valérie Pattyn
Samenvatting

    The evaluation purpose is decisive for how a policy evaluation is eventually used and deserves more attention in policy evaluation studies. In the present article, we investigated the motives underpinning concrete evaluations, as outlined in four series of Flemish ministerial policy notes that altogether span a 20-year policy period. The most important key finding is that the evaluation purposes are not sensitive to certain modes, neither are they strongly influenced by reforms and corresponding discourse. Despite the introduction of New Public Management oriented reforms in the Flemish public sector and the financial crisis, the relative share of attention that each of the evaluation purposes get has remained relatively unchanged across time. There seems to be a stable demand for ex ante and ex post evaluations and associated evaluation purposes. The common perception of a trend towards ever more evidence-based policy can hence not be confirmed. Remarkable as well is the low share of attention given to ‘accountability’, at least in discourse.


Drs. Bart De Peuter

Dr. Valérie Pattyn

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Big data: een zoektocht naar instituties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden big data, open data, technocracy, Institutions, government
Auteurs Dr. Haiko van der Voort en Prof. dr. Ir. Joep Crompvoets
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data is a well-known phenomenon, even a buzzword nowadays. It refers to an abundance of data and new possibilities to process and use them. Big data is subject of many publications. Some pay attention to the many possibilities of big data, others warn us for their consequences. This special issue goes beyond the hype. It contains accessible contributions about opportunities and threats of big data. The authors have put special emphasize on big data institutions. Many publications about big data seem relatively poor on institutions, reflecting a more technocratic approach. In this first contribution we will introduce core concepts around big data. Additionally, we will specify the need to delve into institutions of big data.


Dr. Haiko van der Voort
Dr. H.G. van der Voort is universitair docent aan de Technische Universiteit Delft

Prof. dr. Ir. Joep Crompvoets
Prof. dr. ir. J. Crompvoets is senior researcher/consultant/lecturer aan de KU Leuven
Artikel

Wilde data: over de sociale gevolgen van Big, Open, en Linked Data systemen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden BOLD, autonomic computing, social consequences technology
Auteurs Dr. Dhoya Snijders
SamenvattingAuteursinformatie

    This article focuses on the question how Big, Open and Linked Data systems (BOLD) are shifting human-data relations. BOLD is creating a new type of society which is both data-focused and data-driven. Both governments and citizens are measuring, analyzing and verifying data and acting upon these types of analyses. As BOLD is itself becoming intelligent, the process of collecting, linking, and analyzing data is no longer merely the domain of humans. Machine-learning is picking up speed and algorithmic accuracy is being maximized as data are becoming more complex and unpredictable its output. Both citizens and governments will increasingly have to deal with non-human actors in the form of intelligent data-driven systems. By referring to literature on human-animal relations this article makes the argument that data systems are gaining autonomy and a certain level of wildness. As such systems are mediating human relations, the article argues that social relations are shifting to becoming triad relationships in which intelligent information systems are a significant actor.


Dr. Dhoya Snijders
Dr. D. Snijders is projectleider Big Data bij de Stichting Toekomstbeeld der Techniek
Artikel

Big data governance; een analytisch kader

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2016
Trefwoorden big data, governance, public sector, multi-level governance, innovation
Auteurs Bruno Broucker PhD.
SamenvattingAuteursinformatie

    Big data has been adhered many potential benefits for the public sector. It could contribute to performance increase and to a better service delivery in many policy domains, across multiple public sector organisations and administrative levels. Within this debate the question of governance is blatantly absent, though crucial to address. To properly use big data in the public sector it will be necessary to integrate big data governance on three interconnected levels: micro, meso and macro-level, respectively referring to the proficient use of big data, its integrated use within an organisational context and the use of big data within the larger public sector for the benefit of public service delivery.


Bruno Broucker PhD.
Bruno Broucker (PhD. Sociale Wetenschappen) is deeltijds docent en senior onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid, KU Leuven (Public Governance Institute).

    Nederlandse gemeenten baseren zich veelal op de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor (VM) om te weten hoe inwoners de veiligheid in hun woonomgeving waarderen. Ze kijken hierbij onder andere naar het rapportcijfer voor de veiligheid in de eigen buurt. Maar is dit eigenlijk wel een bruikbaar cijfer? In dit artikel nemen we het conceptuele model van Oppelaar en Wittebrood (2006) als uitgangspunt voor het uitvoeren van een regressieanalyse om te achterhalen waardoor het rapportcijfer voor veiligheid in de eigen buurt wordt verklaard. Het rapportcijfer blijkt door vele zaken te worden beïnvloed, aangevoerd door de manier waarop bewoners aankijken tegen de omvang van de criminaliteit in de eigen omgeving, de ervaren overlast en het oordeel over de wijk. Vanwege de vele kenmerken die meespelen, zo beargumenteren we, doen gemeenten er verstandig aan om het rapportcijfer niet te gebruiken.


Bart van der Aa
Bart van der Aa is senior onderzoeker bij het Onderzoekcentrum Drechtsteden.
Artikel

Het verband tussen publiek belang en ontwerp bij het internet der dingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2016
Trefwoorden public economics, big data, Privacy, industrial design, agency theory
Auteurs Prof. dr. Frank Den Butter en Ir. Gijs Den Butter
SamenvattingAuteursinformatie

    The Internet of Things generates a wealth of data (big data) about personal behaviour, which can be used for marketing purposes. It brings about both benefits and costs in terms of societal welfare. Various forms of government intervention are needed to safeguard the public interests associated with these welfare effects. These public interest relate, on the one hand, to public availability of data and information, to repairing informational asymmetries, and on the other hand to providing personal security and privacy protection. This article discusses, from the perspective of the principal/agent approach to regulation, how the design of applications and systems in the Internet of Things can best be shaped. The example of the smart thermostat Toon® of the Dutch energy provider Eneco shows how an intensive collaboration between designers and software engineers may contribute to both proper data protection and to provide an incentive to save energy.


Prof. dr. Frank Den Butter
Prof. dr. Frank den Butter is hoogleraar algemene economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Ir. Gijs Den Butter
Ir. Gijs den Butter is MSc ‘Strategic Product Design’ aan de Technische Universiteit Delft en CEO van Adjuvo Motion, een start-up bij YesDelft! die een robotische brace voor revalidatie op de markt brengt.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Access_open Hoe bestuurskundig is de bestuurskunde?

Nederlandse bestuurskundigen vergeleken met hun Europese vakgenoten

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden public administration, discipline, survey, Practice orientation
Auteurs Stefanie Gadellaa, Dion Curry en Steven Van de Walle
SamenvattingAuteursinformatie

    As long as the existence of public administration, there is discussion whether public administration should focus on practice or mainly be a purely scientific field. Opinions of public administration scholars are divided on the matter. Moreover, the question is whether public administration is a discipline in itself or part of other disciplines such as political science, law or the management sciences. This article shows how public administration scholars see the discipline and the developments therein, based on a survey among scholars. Dutch public administration scholars are compared with their European colleagues. There are major differences between the Netherlands and the rest of Europe with regard to the status of the discipline. Firstly, as a separate discipline, public administration in the Netherlands is more important in comparison with other European countries. In the rest of Europe, in particular political sciences play an important role. Secondly, regarding the tension within the discipline, the public administration in the Netherlands is developing less towards practitioners than public administration in other European countries.


Stefanie Gadellaa
S.M. Gadellaa is verbonden aan de Afdeling Bestuurskunde, Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dion Curry
Dion Curry is verbonden aan het Department of Political and Cultural Studies, Swansea University.

Steven Van de Walle
Steven Van de Walle is verbonden aan de Afdeling Bestuurskunde, Faculteit Sociale Wetenschappen, Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Externe advisering binnen de Nederlandse overheid

Naar een empirisch en theoretisch onderbouwde onderzoeksagenda

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2015
Trefwoorden external policy advisors, policy advisory systems, survey research
Auteurs Dr. Caspar van den Berg, MSc MA Arjen Schmidt en Carola van Eijk MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we discuss the influence of external policy advisors on the policy process. In the Dutch context, little is known about the role, function and influence of external policy advisors (like consultants) who are hired on a temporary basis by the government. Based on a survey (N = 378) this study provides a profile of external policy advisors and the nature of their advice work. An interesting result is that external advisors generally conduct process-related policy work, but may also provide policy substance. Furthermore, the article develops an empirically and theoretically informed research agenda as a starting point for additional research.


Dr. Caspar van den Berg
Dr. C.F. van den Berg is als UHD verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.

MSc MA Arjen Schmidt
A.J. Schmidt, MSc MA is als promovendus verbonden aan de afdeling Organisatiewetenschappen,Vrije Universiteit van Amsterdam.

Carola van Eijk MSc
C.J.A. van Eijk, MSc is als promovenda verbonden aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden.
Artikel

Keuzemogelijkheden binnen en tussen pensioenregelingen: niet voor elk wat wils

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2015
Trefwoorden Tweede pensioenzuil, Solidariteit, Keuzemogelijkheden, Preferenties, economische theorie
Auteurs Dr. Lei Delsen
SamenvattingAuteursinformatie

    Surveys show that Dutch people want more options with regard to the own pension. Can freedom of choice be combined with collective organised solidarity within supplementary pension schemes? To answer this question the article discusses the pros and cons of options of workers and employers within and between pension schemes. The theoretical and empirical consequences of choices in the Dutch supplementary pension schemes are reviewed. The neo-classical economic theory, the neo-institutional theory and behavioral economic theory are applied to supplementary pensions. In addition, lessons are learned from the experience in the Netherlands with choices within pension schemes and with choices in other areas. Only a very small minority will use the new options in the supplementary pension schemes. Unlike the neoclassical economic theory, the neo-institutional theory and behavioral economic theory recommend to extend the compulsory supplementary pension to all employed persons. The welfare gain of more choices is questionable. Lifting the mandatory participation will affect the relative success of the Dutch pension system: large numbers of insured workers and relatively cheap and a relatively high pension as a result of this supplementary pension.


Dr. Lei Delsen
Dr. Lei Delsen is universitair hoofddocent sociaaleconomisch beleid aan de Radboud Universiteit, Institute for Management Research, en research fellow van het Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement (Netspar).
Artikel

ZBO-evaluaties: verplicht, verzuimd, en veronachtzaamd?

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2015
Trefwoorden ZBO, quangos, agency, evaluations, assessment
Auteurs Prof. Dr. Sandra van Thiel, Stefan Soetekouw Msc, Martijn Dresmé Msc e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article describes our knowledge on the performance of ZBOs (a type of quangos), based on annual reports and official evaluations. We find that evaluations are not done very often even though they are required by law. The content and quality of evaluation reports do not always facilitate the drawing of clear conclusions. Evaluations and annual reports depict a modestly positive picture of ZBO performance, and a negative image of the relationship between ZBOs and their parent departments. Evaluation reports are only occasionally used in political debates and decision making on ZBOs. That raises the question of why politicians have so little interest in ZBO performance and its evaluations, all the more so because expectations regarding ZBO performance were very high at the time when these organizations were established.


Prof. Dr. Sandra van Thiel
Prof. Dr. S. van Thiel is hoogleraar bestuurskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zij coördineerde in 2011-2012 het parlementair onderzoek door de Eerste Kamer naar privatisering en verzelfstandiging.

Stefan Soetekouw Msc
J.S. Soetekouw Msc is afgestudeerd aan de opleiding Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Martijn Dresmé Msc
M. Dresmé Msc is afgestudeerd aan de opleiding Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen.

Drs. Peter van Goch
Drs. P.A.M. van Goch is informatiespecialist bij de Tweede Kamer en was in 2011-2012 werkzaam voor het parlementair onderzoek door de Eerste Kamer naar privatisering en verzelfstandiging.

    Achterliggende motieven en overwegingen van Nederlandse overheidsbesturen om dan wel en dan weer niet te kiezen voor publiek-private samenwerking (PPS) bij infrastructurele projecten bleven tot voor kort onduidelijk. Diverse kabinetten predikten sinds het midden van de jaren tachtig uit de vorige eeuw weliswaar publiek-private samenwerking, maar daarmee was PPS nog geen feit. Wisselende (macro-)motieven werden in nota’s opgevoerd om PPS onvermijdelijk te maken, waarbij financiële meerwaarde een constante was, maar dat bleek niet genoeg. Per project wisselende (micro-)motieven moesten de gewenste PPS-keuze rechtvaardigen, waaronder ook niet-politieke motieven. Het bereiken van financiële meerwaarde bleek wel een officieel doel of motief, maar was in de praktische besluitvorming lang niet altijd de enige relevante factor. Dit betekent dat de stelling dat financiële meerwaarde juist bepalend is, niet volledig blijkt te sporen met de PPS-praktijk. Sterker gesteld, bestuurlijke afwegingen blijken vaak bepalender voor keuzen pro of contra PPS bij rijksinfrastructurele projecten, of ook van grote invloed.


Arno Eversdijk
Dr. A.W.W. (Arno) Eversdijk promoveerde in juni 2013 aan de Universiteit Maastricht op het onderwerp publieke besluitvorming over publiek-private samenwerking bij grote rijksinfrastructurele wegenprojecten. Hij is als inkoopmanager werkzaam bij Rijkswaterstaat.

Arno F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.
Artikel

Leiderschap is wat je teweegbrengt bij anderen

Interview met prof. dr. Paul ’t Hart

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Civil servants, Challenges for leadership, Best-practices in public sector reform
Auteurs Drs. Tobias Kwakkelstein en Drs. Thijs Jansen
SamenvattingAuteursinformatie

    This is an interview with professor of public administration Paul ’t Hart, following the success of his Dutch essay ‘Civil Servant 3.0’. In the interview, ’t Hart addresses new demands on civil servants, challenges for leadership and the need to learn from international best practices in public sector reform.


Drs. Tobias Kwakkelstein
Drs. T. Kwakkelstein is strategisch beleidsadviseur bij de directie Organisatie en Personeelsbeleid Rijk.

Drs. Thijs Jansen
Drs. M. Jansen is lid van de redactie van Bestuurskunde en mede-oprichter van de Stichting Beroepseer, waar hij kwartiermaker van de Goed Werk Denktank is. Hij was tot 1 juli 2014 als docent en onderzoeker werkzaam aan de School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij is redacteur van verschillende boeken over professionals: Beroepszeer (2005), Beroepstrots (2009), Gezagsdragers (2012) en Loonfatsoen (2014).
Artikel

De Verblijfsregeling Mensenhandel in de praktijk: over oneigenlijk gebruik en niet-gebruik

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2014
Trefwoorden human trafficking, public policy, crime policy, policy misuse, non-take up
Auteurs Dr. Jeanine Klaver en Prof. dr. Joanne van der Leun
SamenvattingAuteursinformatie

    In line with international and national legislation, the Netherlands offers certain services, including a temporary residence permit, to third country nationals who have fallen prey to human traffickers. Over the years, concerns have been often expressed about the perceived misuse of this regulation by foreigners who aim at legalising their stay. Based on interviews and file analysis the present article seeks to provide insight into to what extent it is possible to measure this misuse and the policy implications of the findings. In addition, the authors take into account non-use of the programme. The article confirms existing worries about misuse, provides indicators for misuse, but also concludes that at the level of individual cases practitioners cannot discern misuse from rightful use. At the same time, there are also groups that fall outside the reach of the programme. The article concludes with some policy recommendations on the basis of the findings.


Dr. Jeanine Klaver
Dr. Jeanine Klaver is manager onderzoek bij Regioplan Beleidsonderzoek.

Prof. dr. Joanne van der Leun
Prof. dr. Joanne van der Leun is hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden.

    The focus of the diversity policy in the Dutch public sector has moved during the past decennia. In the eighties offering equal chances for the different target groups was the central policy goal, after the millennium this became the effective and efficient management of a diverse work force in order to arrive at a better performing public sector, also called the business case of diversity. This article investigates the question how far the Dutch cabinet has influenced the diversity policy of public organizations. The answer to the question is that there was limited influence from the Dutch cabinet on the arguments for diversity of public organizations, but there was greater influence on the diversity interventions, especially in three sectors: central government, municipalities and police. This influence on interventions of other (‘fellow’) governments is caused by the strong steering of the cabinet. The interventions undertaken therefore reflect to a more limited extent the business case of diversity and remain stuck in the old target group policy. However, public organizations with a longer history in diversity policy, that operate closer to society and see the necessity for diversity, are more inclined to embrace the business case and start interventions that are related to this new approach.


Drs. Saniye Celik
Drs. S. Celik is accountmanager voor de decentralisaties in het sociaal domein bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en buitenpromovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden, Campus Den Haag.
Toont 21 - 40 van 54 gevonden teksten
« 1 2
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.