Zoekresultaat: 83 artikelen

x
Artikel

Institutionele leegte: nieuwe bronnen, nieuwe uitdagingen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2017
Trefwoorden Institutional void, Literature review, Societal change, Technical innovation, Governance
Auteurs Prof.dr. Ellen van Bueren en Dr.ing. Bram Klievink
Samenvatting

    Societal and technological developments (such as the digital and energy revolutions) move faster than existing institutions can keep up with. The developments may lead to a metaphorical institutional void, which brings questions about the nature of the void, the changing rules, practices and responsibilities, and about the strategies to deal with the void. The concept has been around for a while but (again) seems relevant to understand current socio-technological innovations and challenges, that also allow us to further conceptualise the institutional void. In this introduction to the issue, we discuss the concept of an institutional void and explore how it is used in various domains of study, including public administration. We argue for how the concept is relevant today and therein also introduce the topics that are discussed in this special issue.


Prof.dr. Ellen van Bueren

Dr.ing. Bram Klievink
Artikel

Van project naar opgave

Samenwerking als motor van de planning van infrastructuur en ruimte

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2016
Trefwoorden planning, cooperation, challenge-oriented approach, infrastructure and spatial development
Auteurs Wim Leendertse, Jos Arts, Tim Busscher e.a.
Samenvatting

    Infrastructure and adjacent areas represent extensive social value. However, infrastructure and areas are still often developed sectoral and independent. In the Netherlands, national spatial policies strive for combining infrastructure and area as one integrated approach as this is expected to result in more spatial quality. Taking this perspective, this article discusses trendy concepts in current Dutch planning, such as: adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches (‘opgave-gericht werken’ which focuses less on realising a project but more on the current and future issues and challenges in an area). This article argues that these concepts are closely related. Adaptive planning defines the rules of the game and the playing field, within which cooperation may develop. Cooperation is a means for creating spatial quality in interaction within this playing field. After all, generated quality can be considered as a contribution to the specific objectives and interest of the various partners. A challenge-oriented approach is the process for generating spatial quality from synergies in combined infrastructure and spatial development. This article aims to explore the relationships between adaptive planning, public and private cooperation and challenge-oriented approaches and to provide starting points for further research and discussion.


Wim Leendertse

Jos Arts

Tim Busscher

Frits Verhees

Dr. Els van der Pool
Dr. E. van der Pool is lector Human Communication Development bij de Hogeschool Arnhem en Nijmegen.

Dr. Guido Rijnja
Dr. G. Rijnja is coördinator algemeen communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst.
Artikel

Systematisch leren van evalueren

Waarden, effectiviteit, onafhankelijkheid en kwaliteit als pijlers voor de brug tussen wetenschap en politiek

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2016
Trefwoorden Policy, Evaluation, Accountability, Learning, Values
Auteurs Prof. Dr. André Knottnerus, Dr. Peter de Goede en Dr. Peter van der Knaap
Samenvatting

    Policy evaluation has two main functions: it should lead to policy oriented learning and facilitate accountability. Rendering account is considered an important democratic duty but is not very popular with politicians and, hence, public officials. Learning is popular, but in practice it is often difficult to organize or, indeed, witness.
    This contribution addresses the question how, in both functions, policy evaluation could be better utilized. As a starting point we the tension between scientific and political rationality and the barriers associated with these different worlds to the development of knowledge.
    As indispensable for sound and productive knowledge management in government the article outlines the importance of societal values, policy effectiveness as a research angle, and the independence of researchers at major evaluations. In addition, relevant research questions, high methodological quality, responsiveness, good timing, and clear and accessible reporting are indispensable. It is argued that these are by no means abstract notions but can be brought into real day-to-day practice.
    The conclusion is that a knowledge agenda for policy evaluation that is based on the search for effective policy interventions and societal values can help to bridge politics and science.


Prof. Dr. André Knottnerus

Dr. Peter de Goede

Dr. Peter van der Knaap

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.
Artikel

Politieke fragmentatie in Nederlandse gemeenten

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2016
Auteurs Mr. dr. Jan Lunsing en Prof. dr. Michiel Herweijer
SamenvattingAuteursinformatie

    A gradual process of fragmentation is going on in the Dutch political landscape. This article first describes the political fragmentation (the number of parties in the parliament, the popularly elected body) of the Dutch municipalities after the local elections of march 2014. Next the authors address the background factors of political fragmentation. These factors are the task heaviness, the municipal size, the turnout at local elections and the administrative instability. Then they take up the consequences of political fragmentation. A high level of political fragmentation is accompanied by a somewhat higher absenteeism (so there is a little less ‘civil service power’), a somewhat higher debt per capita (so there are somewhat less financial reserves) and lower performance in the area of separate waste collection (an indication of a somewhat lower level of ‘civil society power’). The absence of an above average political fragmentation can be seen as an administrative resource. The hypothesis that municipalities with a higher level of political fragmentation are characterized by a higher number of administrative crises (early retiring administrators) could not be statistically accepted, nor (not yet) rejected.


Mr. dr. Jan Lunsing
Mr. dr. J.R. Lunsing is als onderzoeker en secretaris verbonden aan StiBaBo (Winsum). In mei 2015 promoveerde hij aan de Universiteit Twente bij Bas Denters en Michiel Herweijer op een proefschrift over de kloof tussen de burgers en het bestuur.

Prof. dr. Michiel Herweijer
Prof. dr. M. Herweijer is sinds 2011 als bijzonder hoogleraar verbonden aan de vakgroep bestuurskunde van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is directeur van de Noordelijke Rekenkamer en redacteur van Bestuurswetenschappen.

    Achterliggende motieven en overwegingen van Nederlandse overheidsbesturen om dan wel en dan weer niet te kiezen voor publiek-private samenwerking (PPS) bij infrastructurele projecten bleven tot voor kort onduidelijk. Diverse kabinetten predikten sinds het midden van de jaren tachtig uit de vorige eeuw weliswaar publiek-private samenwerking, maar daarmee was PPS nog geen feit. Wisselende (macro-)motieven werden in nota’s opgevoerd om PPS onvermijdelijk te maken, waarbij financiële meerwaarde een constante was, maar dat bleek niet genoeg. Per project wisselende (micro-)motieven moesten de gewenste PPS-keuze rechtvaardigen, waaronder ook niet-politieke motieven. Het bereiken van financiële meerwaarde bleek wel een officieel doel of motief, maar was in de praktische besluitvorming lang niet altijd de enige relevante factor. Dit betekent dat de stelling dat financiële meerwaarde juist bepalend is, niet volledig blijkt te sporen met de PPS-praktijk. Sterker gesteld, bestuurlijke afwegingen blijken vaak bepalender voor keuzen pro of contra PPS bij rijksinfrastructurele projecten, of ook van grote invloed.


Arno Eversdijk
Dr. A.W.W. (Arno) Eversdijk promoveerde in juni 2013 aan de Universiteit Maastricht op het onderwerp publieke besluitvorming over publiek-private samenwerking bij grote rijksinfrastructurele wegenprojecten. Hij is als inkoopmanager werkzaam bij Rijkswaterstaat.

Arno F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. (Arno) Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.
Artikel

Discontinuïteit van discours als de motor van veranderingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2014
Trefwoorden Culture change, Values, Discourse, Narrative of change, Flexibility
Auteurs Samir Achbab MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, based on a case study regarding the merger of boroughs within the municipality of Amsterdam, different perspectives are brought together to provide an overall analysis leading to insight into the change in the organizational culture. A particular research methodology is used to shed light on three elements of organizational culture: mindset (values), arena (group) and behavior. Through periodical measurements the effects of interventions and the progress in culture change is followed. It is argued that measurement instruments to explore the shifts in thinking and action are useful but limited. Policy makers and organizational actors from all hierarchical levels are shown to be influenced and disciplined by the actual existing change discourse to various degrees. Every organization nowadays must prove to the market that it is capable of change. Stories about organizational flexibility are embedded in more macro-stories of the changes in economic life. This article provides insight into the complexity of organizational discourse and the philosophical and sociological richness that it embodies. Therefore anthropological concepts are used which make the case more understandable in terms of rules and procedures that construct and legitimate the way we see things and talk about them.


Samir Achbab MSc
Samir Achbab MSc werkt als onderzoeksleider bij het lectoraat Management van Cultuurverandering aan de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Daarnaast is hij bij de HvA ook docent bij de opleiding Bestuurskunde/Urban Management.
Artikel

Vertrouwen in toezichtbeleid

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2014
Trefwoorden Trust, regulatory policy, accountability, control, supervision regime
Auteurs Lydia Paauw-Fikkert MSc, Dr. ir. Frédérique Six en Prof. dr. Paul Robben
SamenvattingAuteursinformatie

    Regulatory supervision and inspection have become key features of public governance, some authors even talk about the ‘audit society’ or the age of ‘regulatory capitalism’. Despite international research showing the importance of trust in supervisory relations, there is still a fierce debate about the role of trust in Dutch supervisory relations. Several inspectorates have incorporated trust as a central theme in their supervisory policy. This article describes the role of trust within the policy of the Dutch Healthcare Inspectorate (IGZ). This research addresses four themes in dealing with the concept of trust in supervisory relations: from transparency to accountability, from output performance to performance and risk management, from trust or control to trust and control, and, finally, a special regime for reliable inspectees. The empirical analysis in this paper contributes to the knowledge about the role of trust in supervision (policy) and to the debate about the role of trust in regulatory supervision policy.


Lydia Paauw-Fikkert MSc
Lydia Paauw-Fikkert MSc is senior adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Dr. ir. Frédérique Six
Dr. ir. Frédérique Six MBA is universitair docent aan de VU Amsterdam.

Prof. dr. Paul Robben
Prof. dr. Paul Robben is adviseur bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg en bij iBMG-Erasmus Universiteit Rotterdam
Boekbespreking

Zoeken naar een evenwichtig veiligheidsbeleid: risicomanagement, onzekerheid en crises

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2014
Trefwoorden risk management, uncertainty, crises, safety
Auteurs Dr. Sandra Larissa Resodihardjo
SamenvattingAuteursinformatie

    How far should governments go to keep their citizens safe? Not an easy question to answer, but the three books reviewed in this essay provide food for thought on this matter. Power (2004) describes how risk management could become such a dominant feature in today’s society while warning for the danger of risk management being misused to save one’s reputation if things do go wrong. Boutellier (2013) paints a picture of Dutch societal uncertainty and explains how crime became a part of Dutch risk society. According to Boutellier, Dutch government tries to deal with this complexity in an improvising manner. Van Duin, Wijkhuijs, and Jong (2013) present an edited volume of crises and incidents which happened in 2012. Lessons are drawn and warnings given, including the warning that it is impossible to prepare for all possible incidents, let alone plan everything ahead and distil those plans in rules and regulations.


Dr. Sandra Larissa Resodihardjo
Dr. S.L. Resodihardjo is universitair docent bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Praktijk

Nadere vragen bij de kennisbureaucratie

Reactie uit bestuurlijke praktijk

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 3 2014
Auteurs Lex Mellink en Drs. Henk Wesseling
Auteursinformatie

Lex Mellink
A. Mellink MPA is sociaal architect bij Mellink Sociale Veiligheid, gericht op het leveren van een bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke veiligheidsvraagstukken.

Drs. Henk Wesseling
Drs. H.W.M. Wesseling is hoofd van de interbestuurlijke Taskforce Bestuur en Informatieveiligheid Dienstverlening, parttime verbonden aan Berenschot en directeur van de Stichting IKPOB.

    De laatste jaren is de beleidsmatige en wetenschappelijke aandacht voor ex ante onderzoek toegenomen. De vraag is of dit ook is terug te zien in het aantal studies naar concrete plannen, en in het gebruik van de uitkomsten van ex ante studies in de beleidsontwikkeling. Om dit na te gaan verrichtten we een metastudie van ex ante onderzoeken over beleid op rijksniveau, verschenen in de periode 2005 tot en met 2011. In deze bijdrage beschrijven we eerst hoe vaak en met welk doel ex ante onderzoek wordt verricht en om wat voor typen studies het gaat. Daarna nemen we het gebruik in het beleidsontwikkelings- en besluitvormingsproces onder de loep door in te zoomen op vijf ex ante onderzoeken. Een eerste conclusie is dat er inmiddels een aanzienlijk aantal ex ante studies is verschenen; een tweede dat in alle vijf casus het onderzoek belangrijke actoren in het beleidsproces bereikt heeft, maar dat de uitkomsten niet altijd doorklinken in het uiteindelijke beleid.


Carolien Klein Haarhuis
Carolien Klein Haarhuis is onderzoeker bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Monika Smit
Monika Smit is afdelingshoofd bij de afdeling Rechtsbestel, Wetgeving en Internationale en vreemdelingenaangelegenheden (RWI) van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Shelena Keulemans
Shelena Keulemans is als promovenda verbonden aan de vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

What the frack?

Politiserende deliberatie in de besluitvorming over schaliegas

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wicked problems, shale gas, hydraulic fracturing, deliberation
Auteurs Tamara Metze
SamenvattingAuteursinformatie

    Within the past two years, hydraulic fracturing for shale gas became a highly contested technology in the Netherlands. Possible negative environmental impacts are at strained terms with possible economic, energy and geo-political benefits. In addition, there are many scientific uncertainties about, for example water contamination, methane emissions, the amounts of gas to extract and the risk of earth quakes. Societal conflict and scientific uncertainties make fracking for shale gas a wicked problem for decision makers. This article demonstrates that the Dutch Ministry of Economic Affairs has implemented several instruments for deliberation, such as a consultation round with stakeholders and a sound board for an independent research. These failed to lead to the desired support for fracking. In this contribution, I demonstrate that these instruments led to reason giving but not to structuring of the problem. They were used by governmental actors and protest groups as a political platform that was fuel for the political conflict.


Tamara Metze
Dr. T. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Wie is hier onredelijk!?

Een analyse van de maatschappelijke dynamiek rondom de HPV-vaccinatiecampagne

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden scientific advice, vaccination, well-ordered science
Auteurs Albert Meijer, Paulus Lips en Huub Dijstelbloem
SamenvattingAuteursinformatie

    This article presents an analysis of the introduction of the HPV vaccine into the National Vaccination Program in the Netherlands. This introduction resulted in public debate and resistance and eventually a low turn-out (45% while 85% was expected). The question is what we can learn from this specific case about trust of citizens in scientific advice and political decision-making around medical issues. Our qualitative empirical research highlights that trust in scientific advice was undermined by a combination of criticism from peers, a critical approach in the mass media and a strong campaign through social media. Our analysis shows that these factors can be understood as partly resulting from a transition to a network society. We conclude that the network society demands a more open approach of scientific advice both in terms of who they discuss issues with and what kinds of arguments are permitted in the debate.


Albert Meijer
Dr. A.J. Meijer is universitair hoofddocent van de Universiteit Utrecht.

Paulus Lips
Drs. P. Lips is huisarts.

Huub Dijstelbloem
Prof. dr. H.O. Dijstelbloem is senior scientific staff member WRR.
Artikel

Deliberatie over klimaatkennis

De publieke omgang van het PBL met IPCC-fouten en klimaatsceptici

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden IPCC, ClimateDialogueorg, deliberative assessment, wicked problems
Auteurs Willemijn Tuinstra en Maarten Hajer
SamenvattingAuteursinformatie

    Climate change is often referred to as exemplary for ‘wicked’ problems. Wicked problems are referred to in literature as being inherently political problems without a clear definition or solution for which top-down steering using scientific knowledge is not fitting. Paradoxically, international climate change policy is organized in a quite top down manner in which scientific findings have a prominent role. In this paper we explore the effects of a deliberative approach to knowledge generation. We discuss two cases: an assessment of the credibility of the 2007 Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) reports and the organization of a scientific dialogue on internet.


Willemijn Tuinstra
Dr. ir. W. Tuinstra is universitair docent milieubeleid aan de Open Universiteit.

Maarten Hajer
Prof. dr. M.A. Hajer is directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving.
Artikel

Zorgen over zendmasten: hoe een maatschappelijk debat verengd wordt tot de definiëring van gezondheidsrisico’s

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wicked problems, mobile phone, policy controversy
Auteurs Marijke Hermans, Marjolein van Asselt en Wim Passchier
SamenvattingAuteursinformatie

    Concerns about mobile phone masts are often put down as unfounded fears of health risks. However, our ethnographic study of mast siting controversies shows that citizens mostly want to be democratically involved in the siting decisions. There is no room for such engagement in the national antenna policy, thus, citizens shift their attention to the possibility of health risks. The national government responds to this with more research and risk communication. However, the centrality of science leads to a shift in the discussion towards the credibility of science. Even a Klankbordgroep (Sounding Board) with all stakeholders fails to change the focus. This article shows that local conflicts are not so much the result of individual concerns, which is the subject of many social sciences studies, but are the outcome of a dynamic interaction between governments, citizens and scientists. Governments should not frame a local issue only in terms of a scientific problem.


Marijke Hermans
M.A. Hermans is promovendus aan de Faculteit Cultuur en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht.

Marjolein van Asselt
Prof. ir. M.B.A. van Asselt is hoogleraar Risk Governance aan de Faculteit Cultuur en Maatschappijwetenschappen van de Universiteit Maastricht.

Wim Passchier
Prof. W.F. Passchier is hoogleraar Risk Analysis aan de School for Nutrition, Toxicology and Metabolism (NUTRIM) van de Universiteit Maastricht (emeritus).
Artikel

Politiek, participatie en experts in de besluitvorming over super wicked problems

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2014
Trefwoorden wicked problems, scientific knowledge, social engineering, deliberative democracy
Auteurs Tamara Metze en Esther Turnhout
SamenvattingAuteursinformatie

    This special issue focusses on deliberative elements in deciding over wicked problems. We present four case studies in which some form of deliberation was organized: the placement of mobile phone masts, hydraulic fracturing for shale gas, the failed HPV vaccination campaign and climate dialogues organized to enhance deliberative knowledge production over climate change. The case studies demonstrate how each of the deliberative processes has become politicized and that deliberative governance runs the risk of turning into a technocratic policy approach.


Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.

Esther Turnhout
Dr. E. Turnhout is verbonden aan de Universiteit van Wageningen.

    The (changing) relations between citizens and administration are in the middle of attention and therefore the Dutch cabinet indicated in a white paper on ‘do-democracy’ (that is a literal translation of the Dutch word “Doe-democratie”) its willingness to contribute actively to the transition to more ‘do-democracy’ (a form of co-decision making of citizens by handling societal issues themselves). In a number of examples the cabinet showed which possibilities it sees to support civilian forces, but also mentioned several dilemmas, risks and objections it brings about. The white paper received praising as well as critical reactions. Especially from the critical reactions we can learn in which respects further action or reflection is necessary. To stimulate thinking and especially doing this article treats four criticisms not enough dealt with in the white paper itself: 1) ‘do-democracy’ is just a cover-up for expenditure cuts; 2) ‘do-democracy’ does a moral appeal on (affective) citizenship; 3) ‘do-democracy’ is reserved for the wealthy and the high-educated: a ‘do-aristocracy’; 4) it not a real form of democracy, because no control is handed over. To help our government every criticism is accompanied by a reply. In a short conclusion the author (himself secretary of the white paper) calls the government to make a start with the actual implementation of the ideas of the white paper.


Vincent van Stipdonk
Drs. V.P. van Stipdonk is redacteur van Bestuurswetenschappen. Hij was als zelfstandig Raadgever & Redacteur penvoerder van de kabinetsnota ‘De doe-democratie’.

    Dramatic incidents, such as the 1986 Challenger Disaster, induce the instalment of a Commission to investigate the process that lead to the incident. The Commission attempts to reconstruct the many smaller and larger steps towards the one or several decisions and actions that turned out to be vital – and sometimes fatal. Most Commissions serve a dual purpose; the want to learn lessons and avert similar incidents to occur again, but they are also part of a process to allocate responsibilities and – sometimes – to point the blame. An analysis of Commission-reports reveals two dominant patterns in the narratives Commissions produce. One is relatively simple and identifies the decision or action that caused the incidents; it shows the mistakes that were made, when and by who, The lessons is often to not make the same mistake again. The second pattern is more complicated and produces less ‘crisp’ explanations for the incident. Decisions, actions take place in ambiguous, complex and inherently uncertain contexts. Actors acts amidst such complexity, are subject to all sorts of dynamics and pressures and in the process do things that look awkward or wrong in hindsight. Mistakes happen, not because actors are not smart enough or do the wrong things, but because they are an inherent element of complex decision making. The lesson that follows from that is for organizations that make important decisions under complex conditions to organize checks and balances and look for heterogeneity in their processes. That produces a difficult dilemma, given the ambivalent role of commissions. The second line of reasoning produces much richer lessons for policy, but is very ‘soft’ in casting blame. The first line of reasoning is clearer about responsibility and blame, but oversimplifies the lessons. That draws attention to a crucial – and yet unanswered – question for researchers, practitioners and also the general public; do we see them as platforms for learning or tools for sanctioning?


Hans de Bruijn
Prof. mr. J.A. de Bruijn is hoogleraar aan de Faculteit Techniek, Beleid en Management aan de TU Delft.

Martijn van der Steen
Dr. M. van der Steen is co-decaan en adjunct-directeur van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) in Den Haag.
Toont 21 - 40 van 83 gevonden teksten
« 1 2 4 5
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.