Zoekresultaat: 36 artikelen

x

    Een lerende overheid heeft behoefte aan beleidsevaluaties die niet alleen van betekenis zijn voor het onderwerp waarop deze primair gericht zijn, maar ook bijdragen aan bredere, systematische opbouw van kennis en ervaring. Het interdepartementaal verbinden van expertise verruimt daarbij het zicht op factoren die het leren bevorderen of belemmeren.
    Een centrale vraag is of de door het beleid beoogde publieke belangen inderdaad bevorderd worden. Beleidsevaluatie moet dan niet alleen gericht zijn op effectiviteit en doelmatigheid ten aanzien van relatief gemakkelijk meetbare indicatoren, maar ook op lastig te kwantificeren essentiële waarden zoals subjectief welzijn, rechtvaardigheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Het verdient aanbeveling kostbare evaluatie-energie te concentreren op belangrijke kwesties waarover vooraf discussie of onzekerheid bestaat.
    Uit een oogpunt van doelmatige beleidsvoorbereiding, en omdat de uitwerking van wetgeving en beleid ex post niet altijd eenvoudig is vast te stellen, is veel aandacht nodig voor ex ante evaluatie. Van onderzoek naar werkingsmechanismen van beleidsmaatregelen wordt in dit verband terecht veel verwacht.
    Er is sprake van een paradoxaal spanningsveld tussen verwetenschappelijking en politisering van beleid. Daarom is stevig verankerde, onafhankelijke en onpartijdige beleidsevaluatie onmisbaar. Hoge methodologische kwaliteit biedt extra houvast om deze functie geloofwaardig te kunnen vervullen.
    In het streven naar systematische opbouw van kennis en ervaring naast dossier-specifieke doelbereiking kan het helpen als evaluaties zowel een specifiek als een breder geldend algemeen deel bevatten. Belangrijk is ook te sturen op een evenwichtige evaluatieportfolio per beleidsterrein, met aandacht voor ex ante en ex post methoden, uiteenlopende waarden, en verschillende informatiebronnen. Naast best practices moet daarbij ook minder geslaagd beleid in beeld worden gebracht. Voor de bruikbaarheid van evaluaties voor de praktijk is goede vertegenwoordiging van het bottom-up perspectief noodzakelijk.
    Evaluatie van beleid vereist gedegen inbedding binnen de nationale kennisinfrastructuur, effectieve samenwerking met kennisinstellingen en het up-to-date houden van het evalueren zelf. Dat is cruciaal voor het evaluatievermogen van de lerende overheid.


André Knottnerus
André Knottnerus is voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en hoogleraar Huisartsgeneeskunde aan de Universiteit Maastricht.

    De voorbije vier decennia werden er heel wat studies naar de implementatie van beleid uitgevoerd, maar deze hebben vier belangrijke tekortkomingen: (1) onduidelijke omschrijving van de afhankelijke variabele, (2) te weinig inzicht in de ‘kritieke’ onafhankelijke variabelen en te weinig aandacht voor de wijze waarop deze in combinatie met elkaar het beleidsimplementatieproces beïnvloeden, (3) te laag aantal cases en (4) te weinig aandacht voor hypothesetoetsing. Dit artikel geeft aan hoe het gebruik van Qualitative Comparative Analysis (QCA) (Ragin, 1987) een antwoord kan bieden op deze beperkingen. Deze analysemethode tracht de verschillende causale paden die het beleidsimplementatieproces beïnvloeden te identificeren en de condities of combinaties van condities die noodzakelijk of voldoende zijn in kaart te brengen. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van Booleaanse algebra. Door deze en andere specifieke eigenschappen kan QCA leiden tot vernieuwende inzichten in beleidsimplementatieonderzoek.


Maud Stinckens
Maud Stinckens is doctoraatsstudente aan het Leuvens Instituut voor Criminologie, KU Leuven.
Artikel

Nieuwe kennispraktijken: grenzenwerk revisited

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, knowledge brokering, intermediaries, problem structuring, unstructured problems
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr. John Grin, Prof. dr. Wim Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    Given the scientific and social importance attached to productive interactions between science and policy practices, there is a striking lack of insight into current knowledge practices and the dilemmas they lead to. Our special issue can’t solve this deficiency but it can provide an impetus for opening up current knowledge practices, reflect on the role of science in them and instigate a more systematic exchange of methods. A warning is given for the reification of boundary work and Gabrielle Bammers’ Implementation and Integration Sciences is introduced as framework for the analyses.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. John Grin
Prof. dr. J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr. Wim Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Over de werking en waardering van kennispraktijken

Of hoe een vraagstuk het onderzoek krijgt dat het verdient

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2015
Trefwoorden boundary work, Integration & Implementation Sciences, practice approach, knowledge intermediary, knowledge transfer
Auteurs Drs. Robert Duiveman, Prof. dr John Grin, Prof. dr John Hafkamp e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    When scientific values like objectivity, validity and reliability are inadequate for designing research that enables society’s capacity for dealing with unstructured problems, which values or criteria should we use for designing adequate knowledge practices? Based on the articles in this special issue we answer this question by analysing the methods researchers have used for selecting stakeholders, knowledges, synthesis, context and outcome in new knowledge practices. Although a common language for comparison and documentation is lacking, the analysis provides recommendations for better designing interaction between scientific and other practices. The most important message however is that we need a designated platform for exchanging and evaluating experiences and discussing methods and the outcomes they yield.


Drs. Robert Duiveman
Drs. R.M. Duiveman is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Grin
Prof. dr J. Grin is hoogleraar Beleidswetenschap, in het bijzonder systeeminnovaties, aan de Universiteit van Amsterdam.

Prof. dr John Hafkamp
Prof. dr. W. Hafkamp is verbonden aan de Erasmus Universiteit.

Dr. Tamara Metze
Dr. T.A.P. Metze is verbonden aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Naar een oplossing voor het afwikkelen van massaclaims op de financiële markten: inzichten uit een responsieve evaluatie

Een reflectie op het toepassen van de methodiek voor responsieve evaluatie op een controversiële en juridisch complexe kwestie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2015
Trefwoorden Mass claim disputes, financial markets, collective settlement, responsive evaluation, constructivist inquiry
Auteurs Mr. Bonne van Hattum en Dr. Anne Loeber
SamenvattingAuteursinformatie

    The discussion on how to resolve mass disputes stemming from faulty financial products among banks, insurance companies and other stakeholders in the Netherlands ended in deadlock. While diligent action is considered imperative, parties shy away from discussing options for settling damages suffered by consumers for fear of triggering mass claims themselves. To contribute to a new framework for resolving mass disputes, a responsive evaluation was conducted between 2011 and 2015. In such evaluation, the way stakeholders make sense of the situation serves as an organizing principle in knowledge production. This article discusses the methodical challenges implied in adapting the methodological guidelines for such inquiry to fit the ill-structured, controversial and complex legal issue and its highly politicized context. Because of a careful handling of confidentiality in the inquiry and a focused selection of participants on the basis of their proximity to the issue, the evaluation resulted in insight in options for resolving mass disputes that are supported by various parties. Furthermore, the evaluation itself served, it is argued, as a vehicle to overcome the deadlock by sensitizing stakeholders to the fact that they all aspire similar practical objectives and all acknowledge the need for cooperation on the issue.


Mr. Bonne van Hattum
Mr. Bonne van Hattum is als onderzoeker verbonden aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Daarnaast is zij als strategisch beleidsadviseur en jurist werkzaam bij de afdeling Strategie Beleid en Internationale Zaken (SBI) van de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Dr. Anne Loeber
Dr. Anne Loeber is verbonden aan de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek concentreert zich op de relatie tussen kennis en beleid, met in het bijzonder aandacht voor beleidsanalyse en -evaluatie ten aanzien van complexe en controversiële beleidskwesties.
Artikel

Proactieve verkeersveiligheid in veranderende bestuurlijke verhoudingen

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 4 2014
Trefwoorden policy analysis, road safety
Auteurs Dr. Peter van der Knaap
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands enjoys a long-standing reputation in the field of road safety. Following the ‘Sustainable Road Safety’ program of the 1990s, the infrastructural layout considerably reduces the risk of accidents while at the same time many measures are in place to improve road user behavior. In recent years, however, there have been several developments that may affect the success of the approach. In addition to an ageing population, urbanization, and the rise of new technologies, there is a combination of decentralization, policy integration, and budgetary restraints.
    This contribution presents the philosophy behind the sustainable road safety program and describes its key elements. It discusses policy and societal developments, and the continuing need to improve road safety, especially at a decentralized level. The article argues in favor of a continued systematic approach towards safer road traffic, also in periods of decentralization and limited budgets. It presents a concrete perspective of the role of policy analysis and policy evaluation to develop a proactive approach to road safety under the new conditions. In this, evidence-based interventions, an active use of safety performance indicators, and a focus on success are key elements.


Dr. Peter van der Knaap
Dr. P. van der Knaap is directeur-bestuurder van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV).
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).

    In dit artikel wordt het evaluatieonderzoek van overheidsbeleid kritisch onder de loep genomen. De auteur bespreekt vier alternatieven: responsieve en multipele evaluatie, argumentatieve evaluatie, netwerkgericht evalueren en lerend evalueren. De bevindingen kunnen positief inwerken op het ‘leren van evalueren’ in organisaties.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A. (Arno) F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bedrijfs- en bestuurswetenschappen, in het bijzonder bestuurskunde aan de Open Universiteit.
Artikel

Initiatie: de ontbrekende schakel in beleidsevaluatieonderzoek?

Drie hefbomen voor beter gebruik van beleidsevaluaties

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 2 2013
Auteurs Peter Oomsels en Valérie Pattyn
Auteursinformatie

Peter Oomsels
P. Oomsels is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Instituut voor de Overheid en het Steunpunt Bestuurlijke Organisatie Vlaanderen (KU Leuven). Hij is master in het Overheidsmanagement en -beleid en in de Beleidseconomie en bachelor in de Politieke en Sociale Wetenschappen (KU Leuven).

Valérie Pattyn
V. Pattyn is als wetenschappelijk medewerker verbonden aan het Instituut voor de Overheid (KU Leuven). Zij is licentiaat in de politieke wetenschappen (KU Leuven, University of Exeter) en kandidaat in de pedagogische wetenschappen (KU Leuven).

Frans Leeuw
Frans Leeuw is werkzaam bij het WODC en de Universiteit Maastricht.

Bastiaan Leeuw
Bastiaan Leeuw is werkzaam bij de Universiteit Maastricht, hij werkt aan een proefschrift over het fenomeen digitale piraterij en onderzoekt o.a. interventies die daarop gericht zijn.
Artikel

Elite ethiek

Hoe politici en topambtenaren invulling geven aan publieke waarden

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2012
Trefwoorden public values, government elites, political-administrative relations, elite interviewing, ethics, elites
Auteurs Dr. Zeger van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reports on a qualitative interview study into the prioritization and interpretation of public values government elites in the Netherlands, comparing value preferences between political and administrative elites. Based on 65 in-depth interviews with MPs, ministers and senior civil servants, statements on four public values (responsiveness, expertise, lawfulness, transparency) that have been deducted through a substantive literature review, are coded and categorized. Overall, political and administrative value preferences in the Netherlands turn out to be more similar than they are different. However, mutual perceptions emphasize differences and contrasts. Theoretical and practical implications of the results are offered and hypotheses are formulated for future studies.


Dr. Zeger van der Wal
Dr. Zeger van der Wal is als universitair hoofddocent verbonden aan de Lee Kuan Yew School of Public Policy, National University of Singapore, en als research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam. www.zegervanderwal.com. sppzvdw@nus.edu.sg.
Artikel

De tucht der wetenschap

Veranderingstheorieën van polarisatie- en radicalismebeleid op de proef gesteld

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2012
Trefwoorden polarization, radicalization, evaluation research, theory-driven evaluation, social policy
Auteurs Drs. Vasco Lub
SamenvattingAuteursinformatie

    Currently the Dutch government funds dozens of social interventions designed to tackle polarization and radicalization issues. It is still unknown whether the assumptions underlying these interventions are valid. This article puts the theories of change of such interventions to the test. Underlying causal assumptions of four dominant Dutch social policies were confronted with scientific evidence: (1) the system-based approach, (2) peer mediation, (3) intergroup contact and (4) self-esteem enhancement. System-based approaches – comparable to multi-systemic therapy (MST) – seem effective in reducing extremist behaviour in radical youth, but do not necessarily lead to an ideological change. In peer mediation, the causal link between the deployment of young people and the positive outcomes of such methods remains unclear. Peer mediation is also more likely to contribute in conflicts that have not yet escalated. Intergroup contact reduces prejudices about other groups, but has a limited effect. There is also no evidence for a long term effect and positive outcomes of intergroup contact do not automatically apply to adolescents. Finally, it is questionable that enhancing the self-esteem of (moslim) youth makes them more resilient against radical tendencies. In the same vein, the scientific evidence is ambiguous about whether increasing self-esteem results in social desirable behaviour or improved social relations.


Drs. Vasco Lub
Vasco Lub is zelfstandig onderzoeker (Bureau voor Sociale Argumentatie). Hij is daarnaast als buitenpromovendus verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (capaciteitsgroep Sociologie), waar hij een proefschrift voorbereidt over de bewijsvoering van grootstedelijk sociaal beleid, lub@fsw.eur.nl.
Artikel

Leren over biotechnologie

Besluit biotechnologie bij dieren als arrangement voor maatschappelijk leren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Albert Meijer, Frans Brom, Gerolf Pikker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The application to animals of biotechnological techniques raises moral dilemmas and requires collective agreements. Under what circumstances, for example, are applications permissible? The technological and ethical complexity of biotechnology makes it difficult to arrive at such agreements. With the recent Animal Biotechnology Act, the Dutch Minister of Agriculture has created an arrangement that should facilitate social learning. Did the arrangement work out as planned? This evaluation study demonstrates that very little substantive learning has taken place: positions have become more rigid and antagonists continue to contest one another in a legal discourse. The legalization has hindered learning processes but presents the opportunity for a polarized debate to be conducted within the same institutional framework.


Albert Meijer
Albert Meijer is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Correspondentiegegevens: Albert Meijer Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht Tel. 030 – 2539568

Frans Brom
Frans Brom is hoofd van de afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut.

Gerolf Pikker
Gerolf Pikker is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Marie-Jeanne Schiffelers
Marie-Jeanne Schiffelers is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Martijn van der Spek
Martijn van der Spek is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

    In the Netherlands, new horizontal forms of accountability have in recent years been introduced for executive agencies. These forms of accountability address other stakeholders besides the hierarchical principal. It includes for example demonstrating responsiveness to clients, independent overseers or professional standards. In this article, two related questions are answered. At first the question is posed whether horizontal accountability can be regarded as a substitute for democratic accountability or as complementary to it. The second question is how their introduction fits with traditional (vertical) forms of accountability. The article is based on a qualitative research that was carried out in 2005 and 2006 on nine large Dutch executive agencies. It focuses on two types of horizontal accountability: accountability of agencies to boards and to an independent evaluation committee ('visitation'). The article concludes that horizontal accountability is best regarded as complementary to democratic accountability. Horizontal accountability has added value because it invokes learning processes. In addition, the introduction of horizontal forms of accountability creates a redundant accountability regime for executive agencies in which they account for the same actions to different accountees. Redundancy has the advantages that it mitigates information asymmetry and incorporates the different expectations for agencies.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij promoveerde in 2007 op het proefschrift Verantwoording in de schaduw van de macht: Horizontale verantwoording bij zelfstandige uitvoeringsorganisaties, Den Haag: Uitgeverij LEMMA. Voorts verscheen van zijn hand 'Medialogica. Oorzaken, gevolgen en remedies'. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 34/2 (2006): 133-143 (met K. van Beek en R. Rouw). Correspondentiegegevens: Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg t.schillemans@uvt.nl
Artikel

Over oude erfenissen en nieuwe ergernissen

Een evaluatie van het rapport 'Een belaste relatie. 25 Jaar Ontwikkelingssamenwerking Nederland – Suriname'

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Yvonne Kleistra
SamenvattingAuteursinformatie

    In February 2004, a highly debated research report with the title 'A Burdened Relation. 25 Years Development Aid between the Netherlands and Surinam' was sent to parliament. The study was conducted by a Netherlands scientist and a Surinam senior official (Kruijt and Maks, 2004). Their central aim was to execute a 'quick scan lessons learned evaluation' in order to arrive at a research agenda for a more detailed and profound study of the bilateral development aid relations of the two countries. In spite of this, the Netherlands minister for Development Aid decided in June 2005 to terminate the research project. Main argument she put forward to underpin the decision was that further research would add just about nothing to what already was known, or could be thought relevant for policymaking. The author of this article questions the validity of the argument of the minister. She scrutinizes the threefold research task, the research process and the results of the joint exercise. This demonstrates that the review holds a future scientific research agenda that is both innovative and provocative. Furthermore, she points out that the political ups and downs that accompanied the publication contain some additional practical insights.


Yvonne Kleistra
Dr. Y. Kleistra is werkzaam als inspecteur Vrede en Veiligheid bij de Inspectiedienst Ontwikkelingssamenwerking en Beleid (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Adres: Ministerie van Buitenlandse Zaken/IOB, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag, tel. (070) 348 63 38, e-mail: yvonne.kleistra@minbuza.nl
Toont 21 - 36 van 36 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.