Zoekresultaat: 34 artikelen

x
Article

De selectie van verkiesbare kandidaten

Een analyse van de Belgische Kamerverkiezingen 1999-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden candidate selection, representation, Belgium
Auteurs Gert-Jan Put en Bart Maddens
SamenvattingAuteursinformatie

    In a closed or semi-open PR-system, the designation of the MPs is primarily determined by their position on the list. In this paper, we attempt to find out on the basis of which criteria a party selects the candidates who are most likely to be elected, due to their high and/or visible position on the list. We do so by comparing these realistic candidates with the candidates on unrealistic positions on the list. A multi-level logistic regression analysis of the Flemish candidates in four subsequent federal elections in Belgium shows that the selectorates have a marked preference for incumbents and for mayors. Aldermen also stand a better chance of being elected, but only if they are from a larger communality. Women are strongly underrepresented amongst the realistic candidates, but this is only due to the fact that there are relatively few women mayors and incumbents.


Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is als aspirant van het FWO verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij bereidt een proefschrift voor over de geografische strategie van partijen bij verkiezingen.

Bart Maddens
Bart Maddens is hoogleraar aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven. Hij doet onderzoek over partij- en campagnefinanciering en politieke partijen in multilevelsystemen.
Article

Samen naar de kiezer

De vorming van pre-electorale allianties tussen CD&V en N-VA en tussen SP.a en Groen! bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2011
Trefwoorden political parties, pre-electoral alliances, party strategies, local politics
Auteurs Tom Verthé en Kris Deschouwer
SamenvattingAuteursinformatie

    Political parties normally compete in elections individually. Yet, sometimes they join forces and form pre-electoral alliances. This rather unusual strategy contains both costs and benefits. In this article we try to identify those costs and benefits by opening up the black box of internal party decision making in considering pre-electoral alliance formation. We start by assuming that parties of different electoral sizes could have different motives to face the voter as one electoral list. Through in-depth interviews at the local level in Flanders, we have studied pre-electoral alliance formation for the municipal elections in 2006. We find that the arguments of large parties mainly focus on becoming the leading formation and thus claiming the initiative in coalition formation. Small parties have more varied motives for forming or failing to form a pre-electoral alliance.


Tom Verthé
Tom Verthé is aspirant van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen en doctoraatsstudent in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen en verkiezingen en in het bijzonder over preelectorale alliantievorming.

Kris Deschouwer
Kris Deschouwer is onderzoeksprofessor in de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Hij werkt over politieke partijen, verkiezingen, federalisme en regionalisme en politieke besluitvorming in verdeelde samenlevingen.
Article

Maken sterke lijsten een verschil?

Een analyse van de lijsten bij de federale en regionale verkiezingen in het Vlaams Gewest (2003-2010)

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Auteurs Bart Maddens en Gert-Jan Put
SamenvattingAuteursinformatie

    Theories on ticket balancing assume that the success of a list in an open list PR system is related to the distribution of the candidates on the list according to variables such as age, gender, professional background and residence. To test these assumptions data were collected about 179 lists for the 2003, 2007 and 2010 federal and 2004 and 2009 regional elections, in the Flemish region of Belgium. A multivariate analysis shows that a list is more successful compared to the other lists of the party in the election if there are more incumbents and aldermen or majors on the list, and less young candidates. A similar analysis with the relative swing as dependent variable suggests that only the age and the number of aldermen or majors have a causal effect on the success. The success of a list does not seem to depend on the visibility of woman candidates, the professional profi les of the candidates, their geographical dispersion or the total campaign expenditures.


Bart Maddens
Bart Maddens is hoogleraar aan het Centrum voor Politicologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek over onder andere partij- en campagnefinanciering en politieke partijen in multi-level systemen.

Gert-Jan Put
Gert-Jan Put is assistent aan het Centrum voor Politicologie van de Katholieke Universiteit Leuven. Hij doet onderzoek over de geografische spreiding van kandidaten en de geopolitieke strategie van partijen.
Article

De impact van party magnitude op het aantal vrouwelijke verkozenen

Gender quota in België kritisch bekeken

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2011
Trefwoorden gender quota, Belgium, impact, party magnitude, women in politics
Auteurs Sandra Sliwa, Petra Meier en Peter Thijssen
SamenvattingAuteursinformatie

    In the literature on the impact of gender quota party magnitude appears as one of the most critical explanatory variables. A high party magnitude has long been argued to be a necessary condition for quota to be effective. However, recently a number of studies have shown that gender quota can be equally effective in the case of low party magnitude. An analysis of the Belgian regional elections for the years 1999, 2004 and 2009 shows that for quota to be effective it is crucial that they are tailored to the electoral system in which they are applied. Quota prove to be particularly effective when party magnitude is high while a placement mandate is effective when it covers a substantial part of the eligible list positions. We therefore conclude that effective quota can be designed for both high and low party magnitude.


Sandra Sliwa
Sandra Sliwa was van november 2008 tot en met mei 2010 als wetenschappelijk medewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen. Haar onderzoek richtte zich op de impact van genderquota en de determinanten van voorkeurstemmen. Nu werkt ze als beleidsmedewerker voor de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen.

Petra Meier
Petra Meier is docente aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen en promotor coördinator van het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid. Haar onderzoek spitst zich toe op vraagstukken van politieke vertegenwoordiging in politiek en beleid vanuit (o.a.) een genderperspectief.

Peter Thijssen
Peter Thijssen is hoofddocent aan het Departement Politieke Wetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen publieke opinie en politieke participatie.
Article

Kandidaatkeuze in advertenties

Wat bepaalt wie aandacht krijgt?

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden election campaigns, advertisements, agenda setting, content analysis
Auteurs Jonas Lefevere en Régis Dandoy
SamenvattingAuteursinformatie

    In the run up to the elections, parties have several ways of communicating with voters. In the current paper, we focus on one piece of the puzzle: advertisements of political parties in the mass media. More specifically, we are interested in the choice of candidates within these ads. In countries where parties are the dominant actor, they are faced with a choice: not all candidates can be promoted in the campaign, as this would be too costly and inefficient. Thus, the first question we want to answer is what factors determine candidate choice in political ads? Secondly, does candidate choice in political ads have an effect on the subsequent coverage in media as well? Agenda setting research has shown that as far as issues are concerned, ads do set the media agenda. We investigate whether this also holds for candidate choice. The results indicate that both internal party hierarchy, as well as external visibility of candidates determines candidate choice in political ads. Furthermore, the agenda setting effect of political ads is confirmed as well.


Jonas Lefevere
Jonas Lefevere (1981) is doctoraatsstudent en lid van de onderzoeksgroep Media, Middenveld en Politiek (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn verkiezingscampagnes en hun effecten, en onderzoek naar publieke opinie.

Régis Dandoy
Régis Dandoy (1977) is onderzoeker aan de Université Libre de Bruxelles. Zijn voornaamste onderzoeksinteresses zijn Belgische en Europese politiek, agenda setting en federalisme.

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst (1974) is verbonden aan het Instituut Politieke Wetenschappen van de Universiteit Leiden. Zijn onderwijs en onderzoek situeert zich in het domein van de politieke communicatie en de politieke psychologie.
Article

Negatieve verkiezingscampagnes en de gevolgen op kiesintenties

De Vlaamse regionale verkiezingen van juni 2009

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2010
Trefwoorden negative campaigning, Flemish regional elections 2009, voter preferences
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article we address two questions considering the Flemish regional elections of June 2009. First we determine whether this campaign can be called a negative campaign and what amount of negativity it contained. Second, we want to know what the consequences of negativity were on voter preferences. Our research, based on a newspaper analysis, shows that the campaign contained an average amount of negative campaign messages compared to campaigns in other political systems (United States, the Netherlands and Denmark). We calculated effects on voter preferences by means of the PartiRep Belgian Voter Survey of 2009, a survey with a unique three wave panel design. The results demonstrate that negative campaigning seems to have been effective in 2009. Parties with negative campaigns attracted more attention from voters and also seemed to gain during the campaign. Personal attacks on opponents, on the other hand, did not have an effect on the electoral appeal of a party. Incumbent parties even lost votes when they launched personal attacks. The results suggest that, in the Flemish context, an attack on the opponent’s program or governmental record can be effective, but that personal attacks are not rewarded by the voters.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville (1987) behaalde een master in de geschiedenis en een master in de vergelijkende en internationale politiek aan de KULeuven. Ze schreef een masterproef over negatieve campagnes met een focus op de Vlaamse verkiezingen van juni 2009. Zij is nu als wetenschappelijk medewerkster verbonden aan het Centrum voor Politicologie van de KULeuven.
Editorial

Editoriaal

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2007
Auteurs Carl Devos
Auteursinformatie

Carl Devos
Hoofdredacteur.
Conclusion

Hoe duurzaam is de heraangelegde Dorpsstraat?

Lessen uit 8 oktober 2006

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2007
Auteurs Johan Ackaert, Herwig Reynaert en Peter Van Aelst
SamenvattingAuteursinformatie

    Although the 2006 local elections can hardly be described as ‘historical’, there is sufficient evidence to distinguish remarkable characteristics associated with this elections. For the first time in decades, turnout has been growing. This evolution can be explained by several factors. This article emphasizes besides the impact of changes in the electoral rules, transformations in demographic structure of the population and the stake of the elections the importance of the media campaign surrounding the elections. However, in spite of this (national) campaigns, there are more than enough indications that local politics keeps its local ‘nature’. Secondly, the 2006 elections were the first ones organised after the transfer of the responsibility for municipality legislation from the federal state to the regions. This means that each region designed its own local government architecture and electoral rules. Yet, in practice, the consequences of this transformations seem to be very limited. Thirdly, and particular in the Flemish region, ‘strong mayors’ arose from the ballot stations (with the Antwerp mayor as the most spectacular case). The consequences of this trend will in the future be the issue of a new debate concerning the relations between council, board of alderman and mayor.


Johan Ackaert
Johan Ackaert is docent aan de Universiteit Hasselt. Hij promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven op een proefschrift over de rol van de burgemeester. Zijn onderzoek richt zich enerzijds op politieke en maatschappelijke participatie en anderzijds op het lokale bestuur, beleid en politiek.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en van het Centrum voor Lokale Politiek, lid van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en hoofd van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur talrijke boeken en is auteur van tientallen wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken over politieke rekrutering, politieke elites, verkiezingen en tevredenheid over lokaal beleid. Hij doceert o.a. de vakken lokale politiek, vergelijkende politiek, Belgische binnenlandse politiek. Hij is eveneens promotor van onderzoeksprojecten rond de provincies, de fusies van gemeenten, schepenen en gemeenteraadsleden, ...

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is postdoctoraal assistent politieke wetenschappen en lid van de onderzoeksgroep ‘Media, Middenveld en Politiek’ (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Hij doctoreerde over de rol van de media tijdens de verkiezingscampagne van 2003 en publiceerde eerder in diverse tijdschriften over protestgedrag, nieuwe media, en agenda-setting.

    The number of preference votes for the candidates running in the October 2006 local elections in the thirteen main cities of Flanders is largely determined by the position on the list and the previous political mandate. A multivariate analysis shows that an executive function on the local level yields a comparable electoral bonus as a national mandate. The campaign expenditures also have a significant effect. There is a spending limit, but the candidates on average spend only 22% of what they are allowed to. Christian-democratic candidates generally spend the most, with the liberals ranked second. The gender, age and professional status of the candidates have at most a very marginal effect on their electoral score, controlling for the other relevant variables. Candidates with a foreign name obtain a somewhat better result on average, but this is particularly the case with candidates running for the socialist party.


Bart Maddens
Bart Maddens is hoofddocent aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven. Hij doceert onder meer vergelijkende politiek en kiesstelsels. Zijn onderzoek betreft hoofdzakelijk verkiezingen en partijfinanciering.

Karolien Weekers
Karolien Weekers is wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven. Ze werkt aan een doctoraatsonderzoek over partij- en campagnefinanciering en maakt sinds 2006 deel uit van het team dat de KANDI-gegevens inzamelt en analyseert.

Stefaan Fiers
Stefaan Fiers is docent aan het Centrum voor Politicologie van de K.U.Leuven en doceert politieke wetenschappen aan de Campus Kortrijk van de K.U.Leuven. Hij nam mee het initiatief tot de zogenaamde KANDI-onderzoeken, die voor elke verkiezing sinds 2003 de belangrijkste sociografische en electorale kenmerken van alle verkiezingskandidaten op Vlaamse lijsten verzamelt.

Ine Vanlangenakker
Ine Vanlangenakker is assistente aan de Faculteit Sociale wetenschappen van de K.U.Leuven en bereidt een doctoraat voor over het carrièreverloop van leden van regionale parlementen in comparatief perspectief. In 2006 maakte ze deel uit van het team dat de KANDI2006-gegevens inzamelde en analyseerde.
Introduction

De strijd om de (heraangelegde) Dorpsstraat

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2007
Auteurs Peter Van Aelst, Herwig Reynaert en Johan Ackaert
Auteursinformatie

Peter Van Aelst
Peter Van Aelst is postdoctoraal assistent politieke wetenschappen en lid van de onderzoeksgroep ‘Media, Middenveld en Politiek’ (M2P) aan de Universiteit Antwerpen. Hij doctoreerde over de rol van de media tijdens de verkiezingscampagne van 2003 en publiceerde eerder in diverse tijdschriften over protestgedrag, nieuwe media, en agenda-setting.

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is hoogleraar aan de vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent, voorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en van het Centrum voor Lokale Politiek, lid van het Instituut voor Politieke Besluitvorming en Conflictmanagement van de Universiteit Gent en hoofd van de Urban Policy Research Group van de Ghent University Association. Hij publiceerde als auteur en/of coauteur talrijke boeken en is auteur van tientallen wetenschappelijke artikels en hoofdstukken in boeken over politieke rekrutering, politieke elites, verkiezingen en tevredenheid over lokaal beleid. Hij doceert o.a. de vakken lokale politiek, vergelijkende politiek, Belgische binnenlandse politiek. Hij is eveneens promotor van onderzoeksprojecten rond de provincies, de fusies van gemeenten, schepenen en gemeenteraadsleden, ...

Johan Ackaert
Johan Ackaert is docent aan de Universiteit Hasselt. Hij promoveerde tot doctor in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven op een proefschrift over de rol van de burgemeester. Zijn onderzoek richt zich enerzijds op politieke en maatschappelijke participatie en anderzijds op het lokale bestuur, beleid en politiek.

    According to our analysis of the campaign expenses declared by the Flemish candidates for the 2003 federal and the 2004 regional elections candidates of the three traditional parties spend, on average, about 70 à 80% of what they are allowed to. The impact of the spending limit is much smaller for the other parties, the candidates of which spend only about 50% of what they are allowed to. Incumbents and candidates who are also mayor in a municipality tend to spend more. The background characteristics of the candidates have almost no effect on the expenditures. There is only a small effect of gender, in the sense that women candidates spend less. On average, one third of the individual campaign expenditures is financed by the individual candidates, and two thirds by the party. However, in the liberal party the contribution of the party is substantially lower (35 à 40% on average), while it is higher (80% on average) in the socialist party as well as for female candidates


Bart Maddens
Hoofddocent aan het Centrum voor Politicologie, K.U.Leuven.

Karolien Weekers
Wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Politicologie, K.U.Leuven.

Jo Noppe
Doctor in de sociale wetenschappen, K.U.Leuven.
Article

Partis politiques nationaux en crise?

Organisation des partis et décentralisation. Une comparaison de l’Espagne et du Royaume Uni

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2005
Auteurs Elodie Fabre, Bart Maddens, Wilfried Swenden e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates the link between state decentralization and party decentralization. We study the impact of the type (dual, integrative, asymmetrical) and degree of decentralization on two dimensions of the relationship between a party’s central party organs and its regional branches: the autonomy of the regional branches to manage their regional affairs and the degree of participation of the regional branches in the central party. We compare the organization of five state-wide parties in two decentralized multi-national polities, Spain and the UK. Our analysis of their party statutes partly confirms the link between degree and asymmetry of decentralization and party organization. However, the impact of the type of distribution of powers between the state and its regions is much less clear. This article shows the need to investigate the influence of other factors such as regional party competition and electoral rules on the type of central-regional relationships within state-wide parties.


Elodie Fabre
Doctorante au Département de science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.

Bart Maddens
Professeur en science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.

Wilfried Swenden
Professeur en science politique à l’Université de Edimbourg, Ecosse.

Robertas Pogorelis
Collaborateur scientifique au Département de science politique à la Katholieke Universiteit de Leuven.

Hendrik Vos
Docent aan de Vakgroep Politieke wetenschappen van de Universiteit Gent. Gasthoofdredacteur van dit themanummer.
Toont 21 - 34 van 34 gevonden teksten
« 1 2 »
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.