Zoekresultaat: 450 artikelen

x
Boekbespreking

Transnationalisme en burgerschap

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Marianne van Bochove en Katja Rusinovic
Auteursinformatie

Marianne van Bochove
Marianne van Bochove is als aio verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).

Katja Rusinovic
Katja Rusinovic is als postdoc onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Momenteel zijn zij werkzaam op het project 'Transnationalisme en Stedelijk Burgerschap' (www.eur.nl/fsw/burgerschap).
Boekbespreking

Europeanisering

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Marianne van de Steeg
Auteursinformatie

Marianne van de Steeg
Dr. Marianne van de Steeg werkt als junior UD (postdoc) bij de Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap, Universiteit Utrecht, en heeft vooral op het gebied van de Europeanisering van mediadebatten gepubliceerd. Correspondentiegegevens: Dr. M. van de Steeg Utrechtse School voor Bestuur- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht m.w.vandesteeg@uu.nl
Artikel

De verplaatsing van de 'Vierde Macht'

Inleiding op het themanummer

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2008
Auteurs Paul 't Hart, Sebastiaan Princen en Kutsal Yesilkagit
SamenvattingAuteursinformatie

    A large number of Dutch policy areas is governed by institutionalized European policy networks and European laws and rules. Various forms of multi-level governance have emerged that were seemingly unforeseen at the time when the field of European integration studies was preoccupied by the fierce debates between intergouvernmentalists and supernationalists. Nevertheless, the field has hitherto given little attention to how europeanisation has affected national civil service systems. This article kicks off this special issue with an overview of the recent literature on the effects of Europeanisation on national civil service systems.


Paul 't Hart
Prof. dr. Paul 't Hart is als hoogleraar verbonden aan de Australian National University en de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. 't Hart publiceerde onlangs met R. Rhodes, P. 't Hart en M. Noordegraaf (red.), Up Close and Personal. Studying Government Elites, Basingstoke: Palgrave McMillan 2007. Correspondentiegegevens: Political Science Program Research School of Social Sciences Australian National University Canberra ACT 0200 Australia hart@coombs.anu.edu.au

Sebastiaan Princen
Dr. Sebastiaan Princen is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Princen publiceerde onlangs 'Agenda-setting in the European Union: A Theoretical Exploration and Agenda for Research', Journal of European Public Policy 2007, 14: 21-38.

Kutsal Yesilkagit
Dr. Kutsal Yesilkagit is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht. Yesilkagit publiceerde onlangs (met J. Blom-Hansen) 'Supranational Governance or National Bussiness-as-Usual? The National Administration of EU Structural Funds in The Netherlands and Denmark', Public Administration 2007, 85: 503-524.

Olaf van Vliet
Olaf van Vliet is promovendus bij de afdeling Economie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: Olaf van Vliet Universiteit Leiden Faculteit der Rechtsgeleerdheid Afdeling Economie Steenschuur 25, 2311 ES Leiden o.p.van.vliet@law.leidenuniv.nl

Frans van Waarden
De auteur is als hoogleraar beleid en organisatie verbonden aan de Universiteit Utrecht.
Artikel

Klimaatverandering en waterveiligheid, tussen ernst en enthousiasme

De discursieve framing van bedreigingen en kansen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2010
Auteurs Arwin van Buuren en Jeroen Warner
SamenvattingAuteursinformatie

Arwin van Buuren
Dr. M.W. van Buuren is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. M.W. van Buuren Erasmus Universiteit Rotterdam Vakgroep Bestuurskunde Postbus 1738, Kamer M8-31 3000 DR Rotterdam vanbuuren@fsw.eur.nl

Jeroen Warner
Dr. J. Warner is universitair docent rampenstudies aan de Wageningen Universiteit en senior wetenschappelijk onderzoeker bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Karel Davids
De auteur is als hoogleraar economische en sociale geschiedenis verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Ruimte voor een eigen koers

Opstel over de relatie tussen overheid en sociale partners

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2007
Auteurs Joop Hartog
Auteursinformatie

Joop Hartog
De auteur is als hoogleraar micro-economie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Horizontal governance arrangements potentially conflict with the very principles of representative democracy and, likewise, with the existing political institutions. This conflict manifests itself in the interaction between representatives and the executive power: although the former have the formal power, the latter participates in horizontal networks and therefore has the resources that are necessary to form good policy. This erodes the power position of representatives. Frame work setting is commonly suggested as an arrangement for representatives to enhance their grip on policy processes in network-settings. The authors of this contribution examine the effects of frame setting as coupling mechanism between horizontal networks and vertical politics in six policy processes in a Dutch Province. Based on both theory and research findings they redefine the concept of framework setting in order to make it more attuned to the complex, interdependent and dynamic nature of policy-making in networks.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken. In 2004 publiceerde hij met Erik-Hans Klijn het boek Managing Uncertainties in Networks, Londen: Routledge. Recente publicatie: 'Conflict en consensus in beleidsnetwerken: teveel of te weinig?', Bestuurswetenschappen, 60/2 (2006): 86-113. Correspondentiegegevens: Technische Universiteit Delft Faculteit TBM Jaffalaan 5 2628 BX Delft 015-2788062 j.f.m.koppenjan@tudelft.nl

Mirjam Kars
Mirjam Kars is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zij doet onderzoek naar governance van nutsectoren, in het bijzonder de telecommunicatiesector. In 2004 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Globalisation and regional co-operation. The case of European telecommunications. Recente publicatie: 'The governance of cybersecurity: a framework for policy'. Journal of critical infrastructures, 2/4 (2006): 357-378, met M.J.G. van Eeten, J.A. de Bruijn, H.G. van der Voort en J. Till.

Haiko van der Voort
Haiko van der Voort is toegevoegd docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderwijs en onderzoek richt zich op besluitvorming en normen in beleidsnetwerken. Hij bereidt een proefschrift voor over toezicht. Recente publicatie: 'Het verband tussen liberalisering en publieke waarden. Over de vraag waarom het kan vriezen en dooien'. Bestuurswetenschappen, 61/6 (2007), met W.M. Dicke, J.A. de Bruijn, M.L.C. de Bruijne, B.M. Steenhuisen en W.W. Veeneman.
Artikel

'Anorexia consulta'?

Afslanking adviesinfrastructuur Rijksdienst, deel 2

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2007
Auteurs Rob Hoppe
SamenvattingAuteursinformatie

    The Netherlands has a well-developed, internationally unique system of expert advice founded in law. In addition to being instrumental for problem solving, advisory bodies are assigned tasks in mid- and long-term strategy formulation, putting new issues on the agenda, and organizing countervailing powers and checks and balances in national policy formulation. A decade ago, the number of advisory bodies was drastically reduced. Present cabinet policy pursues a second round of slimming advisory infrastructure. Through political centralization of demand for advice, and a further reduction in the number and diversity of advisory bodies, serviceable and instrumental expert advice for policy is prioritized. In times of new wicked problems for governance, there is a serious threat of erosion of expert policy advice as countervailing power. Does the present cabinet suffer from 'anorexia consulta'?


Rob Hoppe
Rob Hoppe is politicoloog en als hoogleraar Beleid en Kennis verbonden aan de Faculteit voor Management en Bestuur van de Universiteit Twente. Hij is co-auteur van de leerboeken Beleid en Politiek en Beleidsnota's die (door)werken. Samen met Matthijs Hisschemöller, Bill Dunn en Jerry Ravetz publiceerde en redigeerde hij Knowledge, Power, and Participation in Environmental Policy Analysis, Policy Studies Review Annual. Vol. 12 (2001).Ook was hij lid en voorzitter van de redactieraad van Beleidswetenschap. In zijn onderzoek richt hij zich vooral op de relatie tussen (wetenschappelijke en niet-wetenschappelijke) kennis en beleid. De afgelopen jaren coördineerde hij, samen met Willem Halffman, een interuniversitair en interdisciplinair door NWO gesponsord onderzoekproject, 'Rethinking Political Judgment and Science-Based Expertise'. Correspondentieadres: Universiteit Twente Faculteit Management en Bestuur Vakgroep Science, Technology, Health and Policy Studies (STeHPS) Prof. dr. R. Hoppe Postbus 217 7500 AE Enschede r.hoppe@utwente.nl

Jelle Visser
De auteur is als hoogleraar empirische sociologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en is wetenschappelijk directeur van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS).

    Municipalities expect that outsourcing, autonomization and privatization will reduce costs or even create revenues. Such decisions also have costs. An analysis of 38 reports by local audit offices shows that municipalities are not aware or unable to calculate these costs. Based on thirteen cases of autonomization and privatization in a large Dutch municipality, this article shows for example that personnel costs can be very high. Municipalities should therefore make better informed decisions, based on managerial considerations, rather than political reasons.


Sandra van Thiel
Sandra van Thiel is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. S. van Thiel Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Afdeling bestuurskunde Postbus 1738 (kamer M8-42) 3000 DR Rotterdam vanthiel@fsw.eur.nl

Robin Snijders
Robin Snijders is bestuurskundige en civiel technicus en werkzaam bij MNO Vervat als project engineer.

    In the Netherlands, new horizontal forms of accountability have in recent years been introduced for executive agencies. These forms of accountability address other stakeholders besides the hierarchical principal. It includes for example demonstrating responsiveness to clients, independent overseers or professional standards. In this article, two related questions are answered. At first the question is posed whether horizontal accountability can be regarded as a substitute for democratic accountability or as complementary to it. The second question is how their introduction fits with traditional (vertical) forms of accountability. The article is based on a qualitative research that was carried out in 2005 and 2006 on nine large Dutch executive agencies. It focuses on two types of horizontal accountability: accountability of agencies to boards and to an independent evaluation committee ('visitation'). The article concludes that horizontal accountability is best regarded as complementary to democratic accountability. Horizontal accountability has added value because it invokes learning processes. In addition, the introduction of horizontal forms of accountability creates a redundant accountability regime for executive agencies in which they account for the same actions to different accountees. Redundancy has the advantages that it mitigates information asymmetry and incorporates the different expectations for agencies.


Thomas Schillemans
Dr. T. Schillemans is universitair docent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg. Hij promoveerde in 2007 op het proefschrift Verantwoording in de schaduw van de macht: Horizontale verantwoording bij zelfstandige uitvoeringsorganisaties, Den Haag: Uitgeverij LEMMA. Voorts verscheen van zijn hand 'Medialogica. Oorzaken, gevolgen en remedies'. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap. 34/2 (2006): 133-143 (met K. van Beek en R. Rouw). Correspondentiegegevens: Universiteit van Tilburg Tilburgse School voor Politiek en Bestuur Postbus 90153 5000 LE Tilburg t.schillemans@uvt.nl
Artikel

'We can do better than that!'

Over de toekomst van het stelsel van sociale zekerheid in het licht van immigratie en integratie van niet-westerse immigranten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Erik de Gier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches four more or less excluding future scenarios with regard to immigration and social security. Its objective is to find an answer to the question how the Dutch welfare state and more in particular the system of social security can contribute positively to both labour market participation and social integration of non-western immigrants. The four scenarios, constructed on the basis of two dichotomies open versus closed country borders and privatised versus collective social security, can be perceived as ideal types. Although none of the four scenarios will contribute unequivocally to solving the problem of labour market participation and social integration of immigration, it turns out that two scenarios will be more realistic, given in particular the long-term development of the social security system towards further privatisation. These are the scenarios that combine privatised social security with open or closed borders. The first scenario will be more beneficial from an economic viewpoint. By contrast, the second scenario will be more attractive for those people who primarily want to restrict immigration.


Erik de Gier
Erik de Gier is hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid bij de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen en zelfstandig beleidsonderzoeker en adviseur. Correspondentiegegevens: Prof. dr. H.G. de Gier Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen e.degier@fm.ru.nl

Johan Mackenbach
Johan Mackenbach (1953) is epidemioloog en sociaal-geneeskundige, en als hoogleraar Maatschappelijke Gezondheidszorg verbonden aan het Erasmus MC, Universitair Medisch Centrum Rotterdam. Veel van zijn onderzoek ligt op het terrein van de sociale epidemiologie. Hij publiceerde ongeveer 300 artikelen in internationale wetenschappelijke tijdschriften, alsmede een groot aantal artikelen in Nederlandstalige wetenschappelijke tijdschriften. Hij is redacteur van het leerboek Volksgezondheid en gezondheidszorg (derde druk, Elsevier 2004), en lid van verschillende adviesorganen, waaronder de Gezondheidsraad en de Raad voor Volksgezondheid en Zorg. Correspondentieadres: Prof. dr. J.P. Mackenbach Afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg, Erasmus MC Postbus 2040 3000 CA Rotterdam j.mackenbach@erasmusmc.nl
Artikel

Over oude erfenissen en nieuwe ergernissen

Een evaluatie van het rapport 'Een belaste relatie. 25 Jaar Ontwikkelingssamenwerking Nederland – Suriname'

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Yvonne Kleistra
SamenvattingAuteursinformatie

    In February 2004, a highly debated research report with the title 'A Burdened Relation. 25 Years Development Aid between the Netherlands and Surinam' was sent to parliament. The study was conducted by a Netherlands scientist and a Surinam senior official (Kruijt and Maks, 2004). Their central aim was to execute a 'quick scan lessons learned evaluation' in order to arrive at a research agenda for a more detailed and profound study of the bilateral development aid relations of the two countries. In spite of this, the Netherlands minister for Development Aid decided in June 2005 to terminate the research project. Main argument she put forward to underpin the decision was that further research would add just about nothing to what already was known, or could be thought relevant for policymaking. The author of this article questions the validity of the argument of the minister. She scrutinizes the threefold research task, the research process and the results of the joint exercise. This demonstrates that the review holds a future scientific research agenda that is both innovative and provocative. Furthermore, she points out that the political ups and downs that accompanied the publication contain some additional practical insights.


Yvonne Kleistra
Dr. Y. Kleistra is werkzaam als inspecteur Vrede en Veiligheid bij de Inspectiedienst Ontwikkelingssamenwerking en Beleid (IOB) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Adres: Ministerie van Buitenlandse Zaken/IOB, Postbus 20061, 2500 EB Den Haag, tel. (070) 348 63 38, e-mail: yvonne.kleistra@minbuza.nl
Artikel

Hoe effectief sturen provincies op de realisering van windenergie?

Een evaluatie van de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling Windenergie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Marieke van Duyn, Hens Runhaar, Susanne Agterbosch e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    In the Netherlands, an ambitious policy goal of 1,000 MW of wind power capacity by the year 2000 had already been formulated in 1985 and remained the official basis for wind energy policy until 2000. The pace of realisation of wind turbines however did not keep up with this policy objective. An important reason is that it proves difficult to provide enough locations for wind turbines in spatial plans. Over the last 15 years two covenants have been concluded between the Dutch central government and provinces in order to overcome this problem: the 1991-Governmental Agreement on Planning Problems Wind Energy (BPW), and the 2001-Governmental Agreement on the National Development Wind Energy (BLOW). In the BLOW provinces have agreed to work towards the realisation of wind turbines with a total capacity of 1,500 MW in 2010. For this purpose provinces need the co-operation of municipalities, wind power project developers and local communities. Municipalities have a crucial role because of their discretion of detailed allocation of land use in local spatial plans. They are no partners to the covenant however. Provinces can use several governance strategies for mobilising co-operation: from top-down governance in which provinces specify locations to bottom-up approaches in which the initiatives are left to municipalities and project developers. This paper compares both covenants and assesses the effectiveness of different governance strategies employed by three distinct provinces.


Marieke van Duyn
Marieke van Duyn is beleidsmedewerkster bij de Zuid-Hollandse Milieudefensie.

Hens Runhaar
Hens Runhaar is universitair docent Adres: Copernicus Instituut voor Duurzame Ontwikkeling en Innovatie, Universiteit Utrecht Postbus 80115, 3508 TC Utrecht, h.runhaar@geo.uu.nl

Susanne Agterbosch
Susanne Agterbosch is promovendus.

Marco Tieleman
Marco Tieleman is sr. adviseur bij CEA.
Artikel

De Koning en de spreektelegraaf

Een begrippenkader voor de bestudering van de invloed van overheidsincentives op innovatieve ondernemingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Helen Stout en Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, technological transitions in infrastructure bound sectors are matters for the private sector. History teaches us that as soon as technological transitions proved successful, government sooner or later got involved with the distribution. Most of this involvement, both in history and now, has taken the form of public regulation with the help of various formal legal instruments.

    This article aims to answer three questions, namely (1) what ideational and materials drives can be distinguished in the government's involvement in these technological transitions, (2) through what legal instruments are these objectives expressed and how , and (3) what are the incentives of these formal legal instruments on innovative private entrepreneurs for their further technological pursuits. How were their behavioural options affected by the use of statutory acts, concessions, permits and/or licences? Incentives to private innovators are qualified as positive, neutral or negative. The research method chosen has been inspired by insights from legal sociology, public choice theory and strategic actor behaviour in qualitative simulation-games, but follows distinct methodological steps. Throughout the article a case study on the transition from telegraphy to telephony in The Netherlands will be used to illustrate the discussion.


Helen Stout
Prof. mr. dr. Helen Stout is hoogleraar Recht en Infrastructuren aan de Technische Universiteit Delft, h.d.stout@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 54 16

Martin de Jong
Dr. Martin de Jong is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, w.m.dejong@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 80 52

    This article examines the impact of European integration on the Dutch constitutional order. It argues that within this constitutional order, the roles of the executive and the judiciary have been strengthened at the expense of the role of parliament. Although these shifts are partly the outcome of domestic developments, they have also been caused by the process of European integration. Within the Netherlands, there has hardly been any debate on the role of the EU and EU law in the Dutch constitutional order and no formal changes to the written constitution have been made. This can be explained, on the one hand, by the openness of the Dutch legal order for international law and, on the other hand, by the fact that many constitutional practices have not been codified in the formal constitution.


Leonard Besselink
Dr. Leonard F.M. Besselink is senior docent/onderzoeker bij de disciplinegroep Staats- en Bestuursrecht van de Universiteit Utrecht. Adres: Achter Sint Pieter 200, 3512 HT Utrecht, e-mail: l.besselink@law.uu.nl

    The EU is transforming the function and power of the Dutch parliament as an institution, and the way in which its principal actors, the governing and opposition parliamentary party groups, interact with each other and the government. This article seeks to address the question: How does parliamentary scrutiny over EU decision-making function in the Netherlands and how has this new role for parliament changed both parliamentary and executive relations in the country and the interaction of parties in parliament? For the purposes of this research, this paper uses the typology of King. The author has conducted a number of in-depth interviews with Dutch MPs. Overall, this article concludes the process of parliamentary scrutiny over EU matters in the Netherlands is no longer exclusively about finding a national consensus towards the outside world, but increasingly mirrors the rough and tumble of normal, domestic politics.


Ronald Holzhacker
Ronald Holzhacker is werkzaam bij de Universiteit Twente.
Toont 361 - 380 van 450 gevonden teksten
1 2 15 16 17 19 21 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.