Zoekresultaat: 601 artikelen

x
Article

Access_open Beleidsonderzoek benutten

Tijdschrift Beleidsonderzoek Online, april 2014
Auteurs Prof. dr. A.F.A. Korsten en drs. Anne Douwe van der Meer AC
SamenvattingAuteursinformatie

    Achter opdrachtresearch gaat de veronderstelling schuil dat de tussen- en eindresultaten van beleidsonderzoek vroeg of laat ook benut worden en onderdeel worden van een proces van bezinning op beleid. Dit artikel handelt hierover. Diverse aspecten van benutting van onderzoek komen aan bod, zoals de definitie en vormen van benutting. Er worden vier richtingen onderscheiden om de omvang en vorm van benutting of onderbenutting op te sporen. Het artikel geeft voorts verklaringen voor achterblijvende benutting en bevat adviezen om te komen tot meer benutting. Voor ambtenaren, bestuurders en partners in beleidsnetwerken biedt deze beschouwing aanknopingspunten om researchresultaten desgewenst beter te benutten. En voor onderzoekers bevat dit artikel tal van aanzetten tot hypothesevorming voor verder onderzoek.


Prof. dr. A.F.A. Korsten
Prof. dr. A.F.A. Korsten is honorair hoogleraar Bestuurskunde van de lagere overheden aan de Universiteit Maastricht en emeritus hoogleraar Bestuurskunde aan de Open Universiteit.

drs. Anne Douwe van der Meer AC
Drs. Anne Douwe van der Meer AC is bedrijfseconoom en controller. Hij was werkzaam bij onder andere de Arbeidsvoorziening, het ministerie van Defensie, de gemeentelijke overheid en Deloitte.
Article

Subfederale vertegenwoordiging in federale systemen: de rol van diversiteit en nationale trots

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2014
Trefwoorden democratic representation, federalism, European Union, QCA
Auteurs Matthias Vileyn
SamenvattingAuteursinformatie

    Federal systems are characterised by compound and complex forms of democratic representation. The federal level addresses citizens both as members of the federal polity and as members of a constituent unit. This paper takes into account the existence of these multiple public identities of federal citizens by systematically comparing the degree of subfederal representation in 13 federal systems with QCA. The analysis shows that, apart from the EU, also traditional federal systems have a high degree of subfederal representation. Additionally, the paper looks in which kinds of federal systems we observe this. It shows that a heterogeneous society combined with low national pride or high economic diversity is sufficient to observe a high degree of subfederal representation. From there on conclusions are drawn on the EU and the Low Countries.


Matthias Vileyn
Matthias Vileyn is doctor in de Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek focust op democratische legitimiteit in federale politieke systemen, waarbij hij zich enerzijds richt op de vertegenwoordiging van deelstaten en anderzijds op democratische tevredenheid bij burgers. Hij onderzoekt onder meer het effect van institutionele keuzes zoals decentralisering en federalisme.

    Dit artikel bevat een uitvoerige samenvatting en een beoordeling van een nieuw boek van Furubo, Rist en Speer met als (in het Nederlands vertaalde) titel: ‘Evaluatie in turbulente tijden. Reflecties op een discipline in verwarring’. De aanleiding voor dit boek is dus de opvatting dat de meeste politieke en bestuurlijke contexten voor beleidsevaluatie zo sterk in beweging zijn geraakt dat ex-post beleidsevaluatie als discipline en vanzelfsprekend onderdeel van het proces van beleidsondersteuning in crisis is geraakt en bedreigd wordt. In het kort geeft dit boek als antwoord op deze dreiging: relativeer het ideaal van ‘evidence-based’ beleid, en ga voor ‘real-time’ evaluatie; verleg uw aandacht van ex-post evaluatie ten behoeve van verantwoording achteraf naar ex-ante evaluatie tijdens de beleidsformulering en ex-durante evaluatie parallel aan de beleidsimplementatie, met als doelen: ‘early warning’, beleidsleren, en flexibel reageren op snel veranderende omstandigheden. Natuurlijk heeft dat gevolgen voor rolopvattingen en taakverdelingen in de procesarchitectuur van het beleidsproces.


Rob Hoppe
Rob Hoppe is hoogleraar kennis en beleid Universiteit van Twente, Faculteit Management en Bestuur (MB), Vakgroep Science, Technology and Policy Studies (STePS).

    Deze terreinverkenning op basis van literatuuronderzoek handelt over een internationaal actueel, maar nationaal onderbelicht thema dat hier wordt aangeduid als ‘intersectorale governance voor gezondheid’. De verkenning is geschreven voor de landelijke beleidspraktijk, vanuit het perspectief van nationale beleidsambtenaren als potentiële dragers van intersectorale governance. In het licht van de bestuurlijke kernopdracht voor de komende jaren, werken aan een goede gezondheid, wordt aandacht besteed aan het belang van integrale beleidsvoering op centraal niveau en de hardnekkigheid waarmee het actief inzetten ervan uitblijft. Een focus op beleidsambtenaren als dragers van intersectorale governance biedt interessante mogelijkheden om uit die impasse te komen. Zeker als zij daarbij adequaat worden ondersteund door relevant onderzoek.


Wendy Reijmerink
Wendy Reijmerink is onderzoeker bij het lectoraat Public Management: Effectieve Complexe Governance Systemen van de Haagse Hogeschool. Zij is vele jaren werkzaam geweest als nationale beleidsambtenaar op het gebied van volksgezondheid, met speciale aandacht voor de connectie tussen kennis en beleid.
Artikel

Het ongrijpbare onbehagen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2014
Trefwoorden Discontent, Public opinion, (Social) media, Democracy, Civil society
Auteurs Dr. Dieneke de Ruiter en Jasper Zuure MSc
SamenvattingAuteursinformatie

    Since Pim Fortuyn, discontent has become a central issue in public and political debates in the Netherlands. The government tries to ban out all risks and polarisation between citizens, because it fears this will have a destabilising impact on society. However, these measures do not seem to decrease discontent. In this article, we analyse why discontent so persistently keeps dominating debates. We argue that it is prominently and continuously expressed due to the position of opinion polls and the interaction between politicians, journalists and citizens and due to the platform that social media offer. But meanwhile, means to convert discontent into constructive, collective action are diminishing. As a result we continuously gather superficial information about people’s discontent. In order not to hinder constructive debates with this kind of information, as happens in current political discussions, different and more detailed information about the public opinion is needed. Politicians and researchers should make a more clear distinction between discontent itself and the incapacity of citizens to deal with it. Moreover, a revitalisation of the role of civil organisations is important to channel discontent.


Dr. Dieneke de Ruiter
Dr. Dieneke de Ruiter is senior adviseur bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). E-mail: d.de.ruiter@adviesorgaan-rmo.nl.

Jasper Zuure MSc
Jasper Zuure MSc is adviseur bij de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). E-mail: j.zuure@adviesorgaan-rmo.nl, www.adviesorgaan-rmo.nl.

Prof. dr. Klaartje Peters
Prof. dr. Klaartje Peters is zelfstandig onderzoeker en publicist en is tevens bijzonder hoogleraar lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht. E-mail: info@klaartjepeters.nl.

    Internationaal stijgt de aandacht voor evidence-based policy (EBP); de term duikt steeds vaker op in het beleidsdiscours. Het empirisch onderzoek naar kennisgebruik en doorwerking van wetenschappelijk onderzoek is evenwel eerder gelimiteerd, al bestaat er consensus dat de doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek beperkt is. De vraag stelt zich of het recente EBP-discours hierin verandering kan brengen. Kan EBP leiden tot meer doorwerking van sociaalwetenschappelijk onderzoek, gelet op de inherente kenmerken van beleid en wetenschappelijk onderzoek die belangrijke obstakels blijken te vormen voor kennisgebruik en doorwerking? Kunnen we in Vlaanderen reeds spreken over een EBP? Wat verstaan beleidsmakers onder ‘evidence-based’? Is een EBP überhaupt mogelijk? Wat zijn de belangrijkste obstakels voor kennisgebruik volgens beleidsmakers en wat zijn de belangrijkste gebruiksverhogende factoren? In dit artikel wordt aan de hand van een literatuurstudie, een bevraging van (Vlaamse) beleidsmakers en een citaats- en inhoudsanalyse van Vlaamse parlementaire bronnen gepoogd een antwoord te bieden op deze vragen.


Valérie Smet
Dr. Valérie Smet werkt als wetenschappelijk onderzoeker bij het IRCP (Institute for international Research on Criminal Policy), een onderzoeksinstituut van de vakgroep Strafrecht en Criminologie (Universiteit Gent).
Artikel

Intergemeentelijk samenwerken: het kan ook licht

Een verkenning van lichte vormen van intergemeentelijke samenwerking

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden inter-municipal cooperation, light forms of cooperation, modes of cooperation
Auteurs Leon van den Dool en Linze Schaap
SamenvattingAuteursinformatie

    Many tasks will be decentralized to municipalities in the Netherlands in the coming years. To deal with these challenges, central government encourages municipal mergers, while municipalities often prefer a light form of cooperation. Since municipal boarders are converging less and less with the boarders inhabitants experience in their daily lives, municipalities feel free to cooperate in a variety of ways with other partners. This poses new challenges to democratic legitimacy, effectiveness and the role local authorities play. Local governments therefore do not need new regulations or legal forms of co-operations, but rather a repertoire fitting their role. We argue that local governments need to analyse their tasks, choose the form of cooperation that fits best and develop a repertoire for their cooperation. Light forms of cooperation are very important for developing a variety of cooperative forms and roles local governments need to play.


Leon van den Dool
Dr. L.T. van den Dool is senior onderzoeker bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg) en daarnaast senior manager in de adviespraktijk voor binnenlands bestuur bij PwC. Hij richt zich op de lokale overheid en met name op stedelijke ontwikkeling, leerprocessen, goed bestuur, onafhankelijk onderzoek, bestuurskracht en samenwerkingsvraagstukken.

Linze Schaap
Dr. L. Schaap is universitair hoofddocent bij de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur (Universiteit van Tilburg). Hij richt zich op democratisch besturen op lokaal, intergemeentelijk en regionaal niveau, schaalvraagstukken en bestuurskracht. Veel van zijn onderzoek heeft een internationaal vergelijkend karakter.
Boekbespreking

De complexiteit van ‘loslaten’

Reactie op Roel in ’t Velds bespreking van het Rob-advies ‘Loslaten in vertrouwen’

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Auteurs Kees Breed
SamenvattingAuteursinformatie

    In this contribution, Kees Breed of the Dutch Council for Public Administration reflects on Roel in ‘t Veld’s discussion of the 2012 Council’s report ‘Letting go and public trust’ in the previous issue of Bestuurskunde (vol. 22, issue 3, pp. 88-94). The discussion focuses on the report’s shortcomings regarding the analysis of tensions and conflicts between government, market, and society. In ‘t Veld regrets that understandings from complex systems’ theories were not used. In this reaction, Breed argues that in order to contribute to the current debates, theoretical and abstract concepts from systems’ theories will have to be confronted and matched with the actual experiences by practitioners. Reports as the one discussed, published by Advisory Coucil’s, stimulate debate and can thus contribute to bridge this gap.


Kees Breed
Dr. C.J.M. Breed is bestuurskundige en secretaris van de Raad voor het openbaar bestuur.
Artikel

Kwaliteit als sleutel tot overheidsinterventie: een reflectie op de beleidsassumpties van autonomievergroting in het primair onderwijs

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2014
Trefwoorden primary education, organizational autonomy, autonomization
Auteurs Marlies Honingh en Sandra van Thiel
SamenvattingAuteursinformatie

    In the 1980s, the organizational autonomy of primary schools in the Netherlands was increased to improve the quality of education. Today, new restrictions are being imposed on this autonomy, again as a means to improve educational quality. This article discusses whether this change can be seen as a systemic change or rather a further streamlining of the policies started in the 1980s.


Marlies Honingh
Dr. M.E. Honingh is als universitair docent verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Sandra van Thiel
Prof. dr. S. van Thiel is hoogleraar Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Karin Geuijen
Dr. C.H.M. Geijen is werkzaam als universitair docent aan de Universiteit Utrecht bij het Departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO).

    The (changing) relations between citizens and administration are in the middle of attention and therefore the Dutch cabinet indicated in a white paper on ‘do-democracy’ (that is a literal translation of the Dutch word “Doe-democratie”) its willingness to contribute actively to the transition to more ‘do-democracy’ (a form of co-decision making of citizens by handling societal issues themselves). In a number of examples the cabinet showed which possibilities it sees to support civilian forces, but also mentioned several dilemmas, risks and objections it brings about. The white paper received praising as well as critical reactions. Especially from the critical reactions we can learn in which respects further action or reflection is necessary. To stimulate thinking and especially doing this article treats four criticisms not enough dealt with in the white paper itself: 1) ‘do-democracy’ is just a cover-up for expenditure cuts; 2) ‘do-democracy’ does a moral appeal on (affective) citizenship; 3) ‘do-democracy’ is reserved for the wealthy and the high-educated: a ‘do-aristocracy’; 4) it not a real form of democracy, because no control is handed over. To help our government every criticism is accompanied by a reply. In a short conclusion the author (himself secretary of the white paper) calls the government to make a start with the actual implementation of the ideas of the white paper.


Vincent van Stipdonk
Drs. V.P. van Stipdonk is redacteur van Bestuurswetenschappen. Hij was als zelfstandig Raadgever & Redacteur penvoerder van de kabinetsnota ‘De doe-democratie’.

    In policy practice sometimes organizational arrangements appear that at first glance manifest itself as cooperative relations between private organizations, but about which on second thoughts the question can be asked if after all there is an active input from the side of the government. This is for instance the case in the construction of biogas infrastructures. In this article the authors discuss if we can talk about PPC after all. In the debate on governance this question is important because in the design of PPC the public interest involved must be sufficiently guaranteed in terms of control and accountability. On the basis of a confrontation between the results of a literature review and an empirical study of the case of a Green Gas pipeline in North-East Friesland (‘Biogasleiding Noordoost Fryslân’) in the Netherlands, the authors conclude that public steering in practice can take a form in disguise. Using ‘intermediate’ civil law legal persons, governmental influence indeed can be and is exercised during the cooperation. Especially law poses specific demands on control and accountability to take care of public interests, like the promotion of the use of renewable energy. Likewise in this kind of projects, especially in comparison with pure private-private cooperation, the public and if possible even the public law regulation must be safeguarded, for instance by transparency of form and content of steering. Of course this has to be done with preservation of the cooperative nature that is typical of PPC.


Maurits Sanders
Dr. M.P.T. Sanders is hoofddocent Bestuurskunde bij Saxion Hogescholen, zakelijk directeur van het Netherlands Institute of Government (NIG) en onlangs gepromoveerd aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.

Michiel Heldeweg
Prof. mr. dr. M.A. Heldeweg is hoogleraar Public Governance Law aan de Faculteit Management en Bestuur van de Universiteit Twente.
Artikel

In dienst van beleid of in dienst van de democratie?

Een studie naar de waarden achter overheidscommunicatie

Tijdschrift Bestuurs­wetenschappen, Aflevering 1 2014
Auteurs Harrie van Rooij en Noelle Aarts
SamenvattingAuteursinformatie

    More than twelve years after the appearance of the report of the Dutch Committee on the Future of Government Communication (‘Commissie Toekomst Overheidscommunicatie’) communication as the responsibility of the government is an important issue of debate and a discipline that is alive and kicking. We may even conclude that communication – in the terminology of this report – has conquered a place in the heart of policy. A lot is still unclear about the communicative function of government. On the normative question ‘why should the government communicate’ diverging answers are possible. However, the question is hardly discussed in practice and in science. For this reason the positioning of government communication as a separate discipline is also unclear. Reflection on the elementary values behind the discipline can reveal themes that have been invisible so far. The article investigates which values and motives are attached in theory and in practice to communication as a governmental function. For this reason a content analysis has been carried out of a number of volumes of five Dutch magazines (practical and scientific). The authors conclude that for professionals communication mainly is an instrument to support policy goals. The possibility to make a purposeful contribution with government communication to democratic values hardly is brought about, not so much in Communication Science as in Public Administration.


Harrie van Rooij
Drs. H.J.M. van Rooij is werkzaam bij het Ministerie van Financiën als beleidsadviseur op het gebied van strategische overheidscommunicatie.

Noelle Aarts
Prof. dr. M.N.C. Aarts is verbonden als bijzonder hoogleraar strategische communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en als universitair hoofddocent aan de Universiteit Wageningen.

    This article presents the effects of an evaluation study of different municipal amalgamations in the past ten years in the Dutch provinces Gelderland, Limburg and Overijssel. It is an evaluation that passes through two tracks; we investigate by written sources and evaluation studies of specific amalgamations its gains, but we also by the method of a survey-feedback have asked the opinions on the amalgamation of a considerable group of people involved in the amalgamation. Would they do it again this way years after the amalgamation and they do have a positive or negative assessment of the amalgamation as a whole afterwards? The answer to this question is surprising: a lot of people involved are quite positive on a municipal amalgamation and would choose for it again in the same circumstances. They also think it is an alternative to be preferred over piling up arrangements of municipal cooperation. There is also a remarkable small difference between the assessment afterwards of a voluntary or a ‘forced’ amalgamation. That difference of assessment can be felt intensively in the process before and during the amalgamation, but afterwards the respondents are also positive about amalgamations that have been imposed ‘top-down’. This result suggests that the proverb of a ‘bottom-up amalgamation’ needs relativisation and the provinces and the central government can play a more active part in the process of amalgamation.


Jony Ferket
Mevr. J. Ferket MA was tot november 2013 leermanager en medewerker onderzoek bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) te Den Haag. Nu is zij projectmedewerker bij Schoolinfo, een initiatief van de PO-raad en de VO-raad.

Martin Schulz
Dr. J.M. Schulz is senioronderzoeker bij de NSOB en de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur van de Universiteit van Tilburg.

Mark van Twist
Prof. dr. M.J.W. van Twist is decaan en bestuurder van de NSOB en hoogleraar Bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR).

Martijn van der Steen
Dr. M.A. van der Steen is co-decaan van de (NSOB).
Article

China’s uitgaande investeringen

Instituties, beperkingen en uitdagingen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 1 2014
Trefwoorden China, outward direct investment, investment policy, institutions
Auteurs Duncan Freeman
SamenvattingAuteursinformatie

    China’s outward investment policy has attracted attention not only for policy reasons, but also in academic debate on the role of source-country institutions in foreign investment. Formal institutions in the form of government policy and regulations have been central to China’s outward investment. This paper is based on a detailed analysis of Chinese policy and regulatory documents, which provide evidence of the motivations, substance and outcomes of investment policy. The paper argues that the factors determining investment policy are complex and evolving, and that elements of the policy may not be coherent and can be conflicting. It also argues that unintended outcomes are frequent, and that enterprises, including state-owned enterprises, attempt to escape the constraints of government policy and regulation. Thus, the relationship between institutions in China and enterprise behaviour is complex, and is not simply one of restriction or promotion of outward investment.


Duncan Freeman
Duncan Freeman is senior research fellow aan het Brussels Institute of Contemporary China Studies (BICCS), Vrije Universiteit Brussel (VUB). Hij doet onderzoek naar China’s uitgaande investeringen.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Mr. dr. Hans-Martien ten Napel
Hans-Martien ten Napel is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Staats- en bestuursrecht van de Universiteit Leiden, e-mail: h.m.t.d.tennapel@law.leidenuniv.nl.

Mr. drs. Jan Schrijver
Jan Schrijver is verkenner van governance, tot voor kort bij de directie Burgerschap en Informatiebeleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, nu nog als gastdocent bij de afdeling Politicologie van de Universiteit van Amsterdam, e-mail: jfschrijver@gmail.com.
Artikel

Klein maar fijn?

De effecten van kleinschaligheid op het karakter van politiek en democratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2013
Trefwoorden State Size, Dutch Caribbean Islands, Democracy, Good Governance, Personalistic Politics
Auteurs Dr. Wouter Veenendaal
SamenvattingAuteursinformatie

    Whereas the six Dutch islands in the Caribbean all have a (very) limited population size, analyses of political problems on the islands rarely seem to take the variable of state size into account. The available academic literature demonstrates that the population size of states has a strong influence on the quality of democratic governance, although scholars disagree on the question whether smallness is an asset or an obstacle to democratic development. After a discussion of this theoretical literature, the present article proceeds with a presentation of field research in three small island states (St. Kitts and Nevis, Seychelles, and Palau) in which the political consequences of a limited population size are analyzed. This analysis reveals that a number of size-related effects can be observed in all three examined island states, among which a tendency to personalistic competition, strong polarization between parties and politicians, particularistic relationships between voters and their representatives, and a dominant position of the political executive vis-à-vis other institutions. A subsequent analysis of the contemporary political situation on the Dutch Caribbean islands shows that the observed problems also play a role on these islands, which indicates that smallness is perhaps of greater significance than is now often supposed.


Dr. Wouter Veenendaal
Wouter Veenendaal is docent bij het Instituut Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. In de afgelopen drie jaar is hij als promovendus werkzaam geweest bij hetzelfde instituut. Zijn promotieonderzoek heeft betrekking op de invloed van bevolkingsgrootte op de ontwikkeling en consolidatie van democratie, met daarin een specifieke focus op politiek en democratie in microstaten. E-mail: veenendaalwp@fsw.leidenuniv.nl.

    In this feature authors discuss recent research findings that are of interest to readers of Beleid en Maatschappij.


Dr. Stephan Grimmelikhuijsen
Stephan Grimmelikhuijsen is onderzoeker en docent aan de Universiteit Utrecht, e-mail: s.g.grimmelikhuijsen@uu.nl.
Toont 361 - 380 van 601 gevonden teksten
1 2 15 16 17 19 21 22 23 30 31
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.