Zoekresultaat: 450 artikelen

x

    Het aandeel van de industrie in de Nederlandse economie neemt structureel af. Deze ontwikkeling wordt versterkt door een tekort aan binnenlands aanbod van technici: de belangstelling voor technische opleidingen is sterk teruggelopen. In de toekomst dreigt het tekort aan technici verder op te lopen, waardoor de positie van de Nederlandse industrie verder onder druk komt te staan. Voor een open economie als die van Nederland is de industrie, die het overgrote deel van de export voor zijn rekening neemt, echter van grote betekenis. Ook biedt de industrie relatief goed betaalde banen voor werknemers die anders aangewezen zouden zijn op laag betaalde arbeid of geen baan zouden kunnen krijgen. Om de dalende trend te keren moeten meer jongeren geïnteresseerd worden in een technische opleiding. In het artikel komt uitvoerig aan de orde hoe dat kan.


Jaap de Koning
Jaap de Koning is gepromoveerd econometrist en doet beleidsonderzoek en wetenschappelijk onderzoek op het terrein van de arbeidsmarkt.
Article

Een gemiste kans? De rol van YouTube in de verkiezingscampagne van 2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 4 2012
Trefwoorden YouTube, Web 2.0, election campaigns, political advertising, Obama, the Netherlands
Auteurs Annemarie S. Walter en Philip van Praag
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is one of the first to systematically examine parties’ use of YouTube in Dutch election campaigns and to consider its effects. Content analysis of 406 YouTube ads and additional research show that nine political parties made use of this new campaign instrument in the 2010 Dutch parliamentary election campaign. However, unlike U.S. presidential candidate Obama, the parties did not really use YouTube to mobilize and involve voters. Instead, YouTube was used only as a means to broadcast advertisements for the party. These ads only reached a small audience and had little influence online as well as in the print media. Furthermore, this study examines which of these ads were more likely to reach a large number of viewers. The results demonstrate that short, comparative ads that contain the party leader, that are uploaded early on in the campaign, that stem from small or winning parties and that have numerous links on external websites are likely to reach more viewers.


Annemarie S. Walter
Annemarie Walter is als universitair docent verbonden aan de afdeling Communicatiewetenschap van de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zij houdt zich vooral bezig met verkiezingscampagnes, politieke partijen en media.

Philip van Praag
Philip van Praag is universitair hoofddocent Politicologie bij de afdeling Politicologie van de Universteit van Amsterdam. Hij houdt zich met name bezig met politieke partijen, verkiezingscampagnes en de relatie tussen de media en politiek.
Artikel

Herziening van sociale zekerheid: het perspectief van flexwerkers en zelfstandigen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2012
Trefwoorden social security, labour flexibility, policy preferences, risk, solidarity
Auteurs Dr. Fabian Dekker, Prof. dr. Romke van der Veen en Dr. Bram Peper
SamenvattingAuteursinformatie

    The social security system provides some form of protection for its citizens. The social security system depends on public support in society. Support is crucial for legitimacy of the social system. To date, it remains unclear whether social policy preferences will be affected by changes on the labour market. In this article we aim to increase our understanding of individual reactions to increasing labour flexibility and the impact on social policy preferences. From the results of our study, we draw the general conclusion that employees with flexible labour contracts as well as the self-employed do not reject the idea of social security.


Dr. Fabian Dekker
Dr. Fabian Dekker is onderzoeker aan het Verwey-Jonker Instituut. FDekker@verwey-jonker.nl

Prof. dr. Romke van der Veen
Prof. dr. Romke van der Veen is hoogleraar sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Dr. Bram Peper
Dr. Bram Peper is universitair docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Elite ethiek

Hoe politici en topambtenaren invulling geven aan publieke waarden

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2012
Trefwoorden public values, government elites, political-administrative relations, elite interviewing, ethics, elites
Auteurs Dr. Zeger van der Wal
SamenvattingAuteursinformatie

    This paper reports on a qualitative interview study into the prioritization and interpretation of public values government elites in the Netherlands, comparing value preferences between political and administrative elites. Based on 65 in-depth interviews with MPs, ministers and senior civil servants, statements on four public values (responsiveness, expertise, lawfulness, transparency) that have been deducted through a substantive literature review, are coded and categorized. Overall, political and administrative value preferences in the Netherlands turn out to be more similar than they are different. However, mutual perceptions emphasize differences and contrasts. Theoretical and practical implications of the results are offered and hypotheses are formulated for future studies.


Dr. Zeger van der Wal
Dr. Zeger van der Wal is als universitair hoofddocent verbonden aan de Lee Kuan Yew School of Public Policy, National University of Singapore, en als research fellow aan de Vrije Universiteit Amsterdam. www.zegervanderwal.com. sppzvdw@nus.edu.sg.
Artikel

De inhoud van ‘burgerschap’ in de inburgeringscursus en burgerschapsonderwijs

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2012
Trefwoorden citizenship, civic integration, civic education, text books
Auteurs Matthijs Lems MSc en Dr. Semin Suvarierol
SamenvattingAuteursinformatie

    The recent scholarly debate on policies and discourses with regard to citizenship in the Netherlands point to a moralization or culturalization of citizenship. This article aims to contribute to this debate by zooming into the current contents of citizenship education. We make a comparative analysis of the contents of textbooks for citizenship education that are used for civic integration courses for migrants and for primary and secondary school students in the Netherlands. Our findings show that citizenship has indeed gained a moral content in both contexts but that the difference lies in the norms that are stressed and how they are conveyed to the target population of future citizens. Whereas civic integration books for migrants emphasize the importance of learning local procedures and habits in order to belong to the Dutch national community, primary and secondary school books underscore the importance of dealing with cultural diversity in the multicultural society.


Matthijs Lems MSc
Matthijs Lems MSc is afgestudeerd als socioloog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam met de scriptie Samen leven kun je leren … (waarop dit artikel grotendeels is gebaseerd). Matthijslems@gmail.com

Dr. Semin Suvarierol
Dr. Semin Suvarierol is als postdoc verbonden aan de Capaciteitsgroepen Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam en doet vergelijkend onderzoek naar inburgeringsbeleid in Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Suvarierol@fsw.eur.nl
Artikel

Wmo-raden, horizontaal tegenwicht of meewerkend voorwerp?

Een verkennende casestudy naar de invloed van vijf Wmo-raden

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 3 2012
Trefwoorden Social Support Act, Wet maatschappelijke ondersteuning, municipalities
Auteurs Lotte Penning en Tamara Metze
SamenvattingAuteursinformatie

    In 2010 the Netherlands Institute for Social Research (SCP) concluded that the Social Support Act (Wet maatschappelijke ondersteuning, Wmo) is successful as it leads to greater coherence in policies, and because the public Wmo-advisory councils are satisfied with the role they play. Wmo councils provide solicited and unsolicited advice to municipalities. They defend citizens’ interests against those of health care providers and insurance companies. Despite the positive results of the SCP study, there is an ongoing debate about the restyling of the Wmo-councils to increase their influence on local policy making. Some studies even call for a national council to prevent bargaining between the Associations of Dutch Municipalities (VNG) and the Ministry of Health, Welfare and Sports (VWS).

    In this exploratory article, the authors analyse the influence of five local Wmo-councils - Alkmaar, Delft, Kerkrade, Tilburg and Utrecht - on local policy making. They examined the recognition and authority of these five councils and studied if municipalities heeded their advice. The article shows, that Wmo-councils themselves are dissatisfied with the influence they have. Subsequently, it demonstrates that municipalities anticipated the actions of Wmo-councils but hardly ever changed their policies accordingly. Wmo-councils are meant as a horizontal counterweight but are in danger of not being taken seriously.


Lotte Penning
L. Penning MA werkt als trainee via PBLQ HEC, consultants voor ICT en bestuur in de publieke sector.

Tamara Metze
Dr T. Metze is universitair docent aan de Tilburgse School voor Politiek en Beleid
Article

Electorale competitie en het contact met de bevolking

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden electoral systems, constituency representation, Belgium and the Netherlands
Auteurs Audrey André en Sam Depauw
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral institutions shape the incentive that elected representatives have to cultivate a personal vote, a geographically-concentrated personal vote in particular. But are electoral institutions able to make representatives do what they would not do otherwise and to make them not do what they otherwise would have done? Using data from the cross-national PARTIREP MP Survey, it is demonstrated that electoral institutions shape elected representatives’ local orientation. Local orientation decreases as district magnitude grows – regardless of what representatives think about political representation. But representatives’ conceptions of representation do shape their uptake in the legislative arena from their contacts with individual constituents. The effect of the electoral incentive grows stronger as elected representatives think of representation as a bottom-up rather than a top-down process.


Audrey André
Audrey André is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar doctoraat (als FWO-aspirant) onderzocht de effecten van electorale instituties op het gedrag van parlementsleden in het kiesdistrict.

Sam Depauw
Sam Depauw is post-doctoraal onderzoeker aan de Vrije Universiteit Brussel en coördineert de PARTIREP ‘Participation and Representation in Modern Democracies’-bevraging bij nationale en regionale parlementsleden (met de steun van BELSPO).

Rudy B. Andeweg
Rudy B. Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Article

Vertegenwoordiging van oude en nieuwe breuklijnen in de Lage Landen

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden group representation, members of parliament, Low Countries, class, gender, ethnicity
Auteurs Karen Celis en Bram Wauters
SamenvattingAuteursinformatie

    This article investigates whether group-based politics is still relevant in Belgian and Dutch politics. Based on the PARTIREP MP Survey it more precisely studies the extent to which Belgian and Dutch parliamentarians in comparison to other European countries attach importance to the representation of ‘old’ cleavage groups (class and religious groups) or new groups (age groups, women and ethnic minorities), and which strategies are considered most appropriate. Group representation of old and new groups is found to be of great importance in both countries. Class is not dead and age groups are also highly represented. In contrast, religious groups and ethnic minorities receive far less attention in the Low Countries. Notwithstanding these similarities, there is also cross-country variation regarding the level of importance (greater in the Netherlands), the represented groups and the strategies for representation.


Karen Celis
Karen Celis is als onderzoeksprofessor verbonden aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Vrije Universiteit Brussel. Zij verricht onderzoek naar de politieke representatie van groepen (vrouwen, etnische minderheden, LBGT, leeftijdsgroepen en sociale klassen).

Bram Wauters
Bram Wauters is docent aan de Faculteit Handelswetenschappen en Bestuurskunde van de Hogeschool Gent en gastdocent aan de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek gaat over politieke vertegenwoordiging, electorale systemen en politieke partijen.
Article

Ontzuiling van kiesgedrag. Een proces van generationele vervanging gedreven door cognitieve mobilisatie?

Een age-period-cohort-analyse van stemmen voor CDA en PvdA in Nederland, 1971-2010

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 3 2012
Trefwoorden generational replacement, age-period-cohort-analysis, composition effects, cognitive mobilization, the Netherlands, cleavage voting
Auteurs Ruth Dassonneville
SamenvattingAuteursinformatie

    Electoral behavior has changed considerably over the last few decades. The Netherlands are exemplary of how the cleavage structure has waned and how this has led to a weakening of the bonds between parties and voters and to higher levels of electoral volatility. Christian democratic and social democratic parties are most affected by these changes, because of their strong roots in the cleavage structure. The alterations in electoral behavior are generally assumed to be evolving gradually through a process of generational replacement. Composition effects on the one hand and a weakening of the impact of socio-structural factors, partly caused by cognitive mobilization on the other hand are considered to be the mechanisms behind this generational change. This paper tests these assumptions with regard to the Netherlands on the basis of the Dutch Parliamentary Election Surveys, 1971-2010. The findings indicate that while some variation between different birth cohorts is visible, most of the differences in voting for both of these parties, however, are situated at the level of election years. Furthermore, with regard to what drives change over time, the analyses indicate that while composition effects and changes in the effects of socio-structural variables are of some importance, cognitive mobilization is not causing the change observed.


Ruth Dassonneville
Ruth Dassonneville is als aspirant van het FWO verbonden aan het Departement Politieke Wetenschappen van de KULeuven. Ze bereidt een proefschrift voor over electorale volatiliteit in West-Europa.

    The assassination of Pim Fortuyn and the electoral breakthrough of his Lijst Pim Fortuyn sent shockwaves through the Netherlands in May 2002. This article assesses the influence Fortuyn has had on Dutch politics and society. It provides an overview of the research that has been conducted on this topic over the past decade and relates the findings of previous studies to research on the consequences of the emergence of radical right-wing populist parties on West European party systems.


Sarah de Lange
Sarah L. de Lange is als universitair docente verbonden aan de afdeling politicologie, Universiteit van Amsterdam, s.l.de.lange@uva.nl.
Artikel

De wedergeboorte van de fact-free politics

Pim Fortuyn en de nieuwe tegencultuur (2002-2012)

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden politieke cultuur, Pim Fortuyn, fact-free politics, personalisering, anti-establishment ressentiment
Auteurs Prof. dr. Dick Houtman, Dr. Peter Achterberg en Roy Kemmers Msc.
SamenvattingAuteursinformatie

    In this paper we analyze Fortuyn’s political inheritance in the Netherlands. Going beyond the mere electoral popularity of his neo-rightist successors, we analyze the changing political culture since Fortuyn entered the political stage. More specifically we show that his ideological beliefs – Fortuyn voiced an unprecedented combination of liberal views towards homosexuals and gender equality with critical views pertaining to immigration, and he was critical of political and administrative elites – caught on in current Dutch politics. Moreover, his highly personal communicative style, placing him outside the inner circle of Dutch politics underscoring his adversity to these political elites, also caught on in mainstream political campaigning. This new personal style, however, did not mean a demise of ideology. On the contrary, Fortuyn actively tried to appeal to the electorate with ideals and ideology – hence marking the rebirth of the so-called ‘fact-free politics’ after the de-ideologized purple governments in the Netherlands. Since Fortuyn, mainly parties on the right side of the political spectrum have followed this path of re-ideologization. The paper ends with a comparison of the counterculture originating in the 1960s and post-Fortuyn right-wing politics, which surprisingly shows great continuity. We therefore argue that we are currently witnessing a veritable counterculture 2.0.


Prof. dr. Dick Houtman
Dick Houtman is hoogleraar cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Prof. dr. D. Houtman, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. www.dickhoutman.nl. houtman@fsw.eur.nl.

Dr. Peter Achterberg
Peter Achterberg is universitair hoofddocent cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. P. Achterberg, Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam www.peterachterberg.com. achterberg@fsw.eur.nl.

Roy Kemmers Msc.
Roy Kemmers is promovendus cultuursociologie aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS), Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: R. Kemmers, Msc., Erasmus Universiteit Rotterdam, Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam. kemmers@fsw.eur.nl.
Artikel

Voor en na Fortuyn. Veranderingen en continuïteiten in het burgeroordeel over het democratisch bestuur in Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden Fortuyn, democratic governance, legitimacy, support, satisfaction
Auteurs Prof. dr. Frank Hendriks, Dr. Julien van Ostaaijen en Marcel Boogers
SamenvattingAuteursinformatie

    For several years, Dutch and international survey research programmes, such as the European Values Studies, the Eurobarometer, and the Dutch Parliamentary Elections Studies, have registered the judgements of (Dutch) citizens regarding a wide variety of topics. The Legitimacy-monitor Democratic Governance (Hendriks, Van Ostaaijen & Boogers, 2011) assembles those statistics that together present a layered picture of the legitimacy of democratic governance in the eyes of Dutch citizens. For this article, we review those statistics and take the ‘Fortuyn-year 2002’, the year in which Fortuyn shook up Dutch politics, as a demarcation point. Among the many continuities in pre- and post-Fortuyn statistics, we register a number of marked changes in the judgements of citizens regarding democratic governance in the Netherlands. The most salient, we conclude, is the growing thirst for vigorous ‘leadership’, which not only breaks with the trend of several decades (ever weaker preference for strong leadership), but also the logic of Dutch consensus democracy (many hands and not one head).


Prof. dr. Frank Hendriks
Frank Hendriks is hoogleraar bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur,Tilburg University. Correspondentiegegevens: Prof. dr. F. Hendriks, Tilburg School of Politics and Public Administration, Tilburg University, Warandelaan 2, 5037 AB Tiburg. F.Hendriks@uvt.nl.

Dr. Julien van Ostaaijen
Julien van Ostaaijen is als onderzoeker en docent werkzaam aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Tilburg University. Correspondentiegegevens: Dr. J. van Ostaaijen, Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, http://rechten.uvt.nl/ostaaijen. J.J.C.vanOstaaijen@uvt.nl.

Marcel Boogers
Marcel Boogers is universitair hoofddocent bestuurskunde aan de Tilburgse School voor Politiek en Bestuur, Tilburg University. m.boogers@uvt.nl.
Artikel

Kieskeurige kiezers

Een panelstudie naar de veranderlijkheid van partijvoorkeuren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2012
Trefwoorden electoral volatility, party preference, voters, party system, consistency
Auteurs Dr. Tom van der Meer, E.J. Erika van Elsas MA MSc, Rozemarijn Lubbe BA e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The Dutch electorate is the most volatile of Western Europe. At its height in 2002 more than 30 percent of the seats in the Dutch Lower House changed to another party. But what does the increased electoral volatility mean? Are volatile voters whimsical, behaving randomly like drift-sand? Or are volatile voters emancipated, no longer committed to a single political party but still loyal to their own preferences?We answer these questions by analysing the 1VOP panel data set, which covers 55.847 adult respondents who participated in at least 2 of the 58 waves between November 2006 and June 2010.First, we assess the presence, frequency, and direction of changes in voters’ party preferences. More than half of the respondents (52 percent) changed party preference at least once. However, they mostly stick to one of two ideologically coherent party blocks.Second, we explain why some voters are more likely to change party preference than others. Especially middle groups are volatile: people with modal income and average levels of education, and people who position themselves in the political center. However, the lower educated are more likely to switch between dissimilar parties. These findings support the view that increased volatility reflects voter emancipation.


Dr. Tom van der Meer
Dr. T.W.G. van der Meer is universitair docent verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T.W.G. van der Meer, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam. t.w.g.vandermeer@uva.nl.

E.J. Erika van Elsas MA MSc
E.J. van Elsas, MA MSc is als junior onderzoeker verbonden aan de vakgroep Politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: E.J. van Elsas, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

Rozemarijn Lubbe BA
R.E. Lubbe, BA is als junior docent verbonden aan het departement Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: R. Lubbe, departement Politieke Wetenschap, Postbus 9555, 2300 RB Leiden.

Prof. dr. Wouter van der Brug
Prof. dr. W. van der Brug is hoogleraar Algemene Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: W. van der Brug, vakgroep Politicologie, Universiteit van Amsterdam, Oudezijds Achterburgwal 237, 1012 DL Amsterdam.

    In deze bijdrage plaatsen we de gezagscrisis van de hedendaagse wetenschap in cultuur en politiek in een breder, cultuursociologisch perspectief.


Dick Houtman
Dick Houtman is als hoogleraar cultuursociologie verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: www.dickhoutman.nl / houtman@fsw.eur.nl

Stef Aupers
Stef Aupers is als UHD verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: / aupers@fsw.eur.nl

Peter Achterberg
Peter Achterberg is als UHD verbonden aan het Centre for Rotterdam Cultural Sociology (CROCUS). Contact: www.peterachterberg.com / p.achterberg@fsw.eur.nl
Article

Tweede Orde Personalisering: Voorkeurstemmen in Nederland

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Trefwoorden preference voting, personalization, Dutch national elections, expressive voting
Auteurs Joop J.M. Van Holsteyn en Rudy B. Andeweg
SamenvattingAuteursinformatie

    If the impact of party leaders on the electoral fate of their parties may be called first order personalization, this paper addresses second order personalization: a preference for an individual candidate having to do with that person embedded in a prior choice for the candidate’s party. Using survey data and election results with respect to intraparty preference voting in The Netherlands, this study explores the characteristics of both voters casting a vote for a candidate other than the party leader and candidates receiving preference votes. Given the increase in intraparty preference voting, second order personalization has increased considerably in recent decades. Moreover, the correlates of second order personalization differ from those identified for first order personalization: intraparty preference votes are cast more often by higher educated, politically interested and efficacious female voters. Intraparty preference voting also seems to be a form of expressive rather than instrumental electoral behaviour: female candidates, and to a lesser extent ethnic candidates, receive more preference votes, but such votes are cast predominantly for the highest placed female (or ethnic) candidate on the list – candidates who would be elected on the basis of their position on the party list anyway.


Joop J.M. Van Holsteyn
Joop van Holsteyn is als universitair hoofddocent en bijzonder hoogleraar Kiezersonderzoek verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke houdingen, publieke opinie en politiek en electoraal gedrag.

Rudy B. Andeweg
Rudy Andeweg is als hoogleraar empirische politicologie verbonden aan het Instituut voor Politieke Wetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn onderzoek is gericht op diverse aspecten van politieke representatie.
Research Note

De sociale basis van politieke rekrutering

Een vergelijkende studie van gemeenteraadsleden in Europa

Tijdschrift Res Publica, Aflevering 2 2012
Auteurs Herwig Reynaert, Tom Verhelst en Kristof Steyvers
Auteursinformatie

Herwig Reynaert
Herwig Reynaert is decaan van de Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen en als hoogleraar verbonden aan de vakgroep politieke wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij is vakgebiedvoorzitter van het vakgebied lokale en regionale politiek en voorzitter van het Centrum voor Lokale Politiek.

Tom Verhelst
Tom Verhelst is wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Lokale Politiek van de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Hij bereidt een proefschrift voor over de rol van de gemeenteraad en de gemeenteraadsleden in België.

Kristof Steyvers
Kristof Steyvers is docent aan de Vakgroep Politieke Wetenschappen van de Universiteit Gent. Zijn onderzoek situeert zich voornamelijk in het Centrum voor Lokale Politiek en heeft in het bijzonder betrekking op lokaal politiek leiderschap, vergelijkende lokale politiek, partijen en verkiezingen op lokaal vlak, hervormingen aan het lokaal bestuur, stadspolitiek en stedenbeleid en de democratische verankering van lokale netwerkverbanden.

    Urban government is expected to contribute to the solution of major urban problems. At the same time, urban government is riddled with problems itself, often denoted in terms of governing and democratic deficits. In this article, options for governance reform in the urban realm are being explored along five lines, following up on recent research in the Netherlands and abroad. Both more aggregative arrangements (electronic ‘straw polls’, knowledge polls, prediction markets, ‘dot gov’ competitions for ‘best solutions’) and more collaborative arrangements (electronic co-creation, wiki governance, vital coalitions, urban regimes) are being assessed. The conclusions is that there are good arguments for, at least, more experimentation along these lines - not only from a functionalistic, but also from a democratic and social-psychological point of view.


Frank Hendriks
Prof. dr F. Hendriks is hoogleraar Vergelijkende Bestuurskunde aan de Universiteit van Tilburg.
Artikel

Het falen van deliberatie

Tijdschrift Bestuurskunde, Aflevering 1 2012
Auteurs Sonja van der Arend en Jelle Behagel
SamenvattingAuteursinformatie

    Deliberative democracy is a topic of fierce debate in political philosophy, democratic theory and other disciplines. Over the last two decades, the notion of deliberation - or dialogue - as a key democratic asset has also pervaded practices and empirical studies of public policy and governance. Although avid advocates and critics of deliberative governing and policy making may be found, the majority of scholars and professionals in this field take on a pragmatic, agnostic stance, and a public debate between them remains largely absent. Thus, deliberation is hardly contested or questioned, while in practice, it regularly leads to failure and disappointment. The article introduces and transcribes a dialogue on the failing of deliberation that was performed at a symposium on ‘Contested democracy’ by The Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO) (Jan. 2011, The Hague). An optimist and a cynic deliberate the role of deliberation, accompanied by a chorus of administration scientists.


Sonja van der Arend
Dr ir S.H. van der Arend is verbonden aan de TU Delft.

Jelle Behagel
Drs J. Behagel is promovendus aan Wageningen University.

    Real estate vacancies, undeveloped land within cities and exhausted financial resources of governments are currently high on the agendas of urban decision makers. The financial-economic crisis is often blamed for this. In the Netherlands, overoptimistic development strategies from market players and city governments also contributed to this problem of oversupply, in their pursuit for profit, people and jobs. Research has shown the existence of two coordination dilemmas; at the local and regional level. What solutions to these dilemmas are possible? This article argues that recognition of the problem by local parties is a first and necessary step to be taken. Evidence shows this is difficult due to conflicting interests. Step two will be to decide for the feasible projects within the local development arena partners. Regional coordination is needed to determine conditions that the assumption underlying these projects should be based on. Only after this third step regional cooperation to prevent future tragedies development will be possible.


Leonie Janssen-Jansen
Dr L.B. Janssen-Jansen is universitair hoofddocent Planologie aan de Universiteit van Amsterdam.

Merel Mulders
Drs ing. M.J.C.B. Mulders is werkzaam als planoloog in de gemeentelijke praktijk.
Toont 301 - 320 van 450 gevonden teksten
1 2 12 13 14 16 18 19 20 21 22 23
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.