Zoekresultaat: 318 artikelen

x
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

De verzorgingsstaat herwogen: naar een zachtmoedige meritocratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Marcel Hoogenboom
Auteursinformatie

Marcel Hoogenboom
De auteur is redacteur van Beleid en Maatschappij. Hij is als universitair docent Sociologie verbonden aan de Universiteit Twente. In 2004 verscheen zijn meest recente boek Standenstrijd en zekerheid. Een geschiedenis van oude orde en sociale zorg in Nederland (Amsterdam: Boom).

    This article identifies institutions and arrangements concerning the reconciliation of working life and family life for various European countries. These institutions and arrangements concern time (flexible working hours and leave arrangements), money (tax systems) and facilities (childcare facilities). A fairer distribution of all work and care tasks requires proper facilities at national level in respect of childcare, parental leave, so-called leave savings schemes, the right to work part-time, etc. Such facilities are of particular importance while taking the first steps towards a fairer distribution: they will enable men to take on more tasks at home, while making it easier for women to work outside the home. The article concludes that with regard to reconciliation facilities, the differences between the several welfare states within the European Union are fading away. This is interesting, because as a result the EU countries are increasingly finding common ground in terms of solutions for reconciliation and more specifically the role of men.


Ivy Koopmans
Ivy Koopmans is als onderzoeker verbonden aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht. Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht, I.Koopmans@econ.uu.nl

Joop Schippers
Joop Schippers is hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht en tevens is hij als programmahoogleraar verbonden aan de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht
Artikel

De Koning en de spreektelegraaf

Een begrippenkader voor de bestudering van de invloed van overheidsincentives op innovatieve ondernemingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Helen Stout en Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, technological transitions in infrastructure bound sectors are matters for the private sector. History teaches us that as soon as technological transitions proved successful, government sooner or later got involved with the distribution. Most of this involvement, both in history and now, has taken the form of public regulation with the help of various formal legal instruments.

    This article aims to answer three questions, namely (1) what ideational and materials drives can be distinguished in the government's involvement in these technological transitions, (2) through what legal instruments are these objectives expressed and how , and (3) what are the incentives of these formal legal instruments on innovative private entrepreneurs for their further technological pursuits. How were their behavioural options affected by the use of statutory acts, concessions, permits and/or licences? Incentives to private innovators are qualified as positive, neutral or negative. The research method chosen has been inspired by insights from legal sociology, public choice theory and strategic actor behaviour in qualitative simulation-games, but follows distinct methodological steps. Throughout the article a case study on the transition from telegraphy to telephony in The Netherlands will be used to illustrate the discussion.


Helen Stout
Prof. mr. dr. Helen Stout is hoogleraar Recht en Infrastructuren aan de Technische Universiteit Delft, h.d.stout@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 54 16

Martin de Jong
Dr. Martin de Jong is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, w.m.dejong@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 80 52

    This article is the introduction to this special issue in which the Europeanisation of Dutch polity, politics and policy forms the central focus of attention. The main question we address in this special issue is to what extent the Netherlands has changed under the influence of processes of Europeanisation. This article first discusses the state-of-the-art Europeanisation literature; then it sets out to discuss four problems with this literature. Based on the insights generated by the contributors to this special issue, the authors conclude that for a better understanding of processes of Europeanisation, the EU should no longer be seen as an actor, but rather as an (cluster of) arena(s) in which a variety of actors (member states, EU institutions, interest groups, et cetera) are trying to achieve their political goals.


Sebastiaan Princen
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: s.princen@usg.uu.nl

Kutsal Yesilkagit
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: k.yesilkagit@usg.uu.nl

    Child labor evokes deep emotions and is cause for growing international concern. What, if anything, should governments of liberal-democratic societies do to combat child labor?

    This paper discusses the possibilities and pitfalls of Western policies that seek to curb child labor abroad. Since such policies aim to combat practices in another society, policy makers should be aware of the many relevant differences between developing and developed countries. We discuss three issues that are central to this debate: socioeconomic causes of child labor, different conceptions of childhood, and the distinction between child work and child labor. Studying the historical example of the emergence and disappearance of child labor in nineteenth-century Netherlands broadens our analysis. We then evaluate the implications of these investigations and conclude the paper by suggesting five recommendations for Western policy makers that would avoid the pitfalls discussed.


Mijke Houwerzijl
Mijke Houwerzijl is juriste en als onderzoeker (NWO-SaRO project 'Flexicurity') verbonden aan het departement sociaal recht en sociale politiek, Universiteit van Tilburg. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: m.s.houwerzijl@uvt.nl. Zij is begin 2005 gepromoveerd op een onderzoek naar de detachering van werknemers in de Europese Unie (De Detacheringsrichtlijn, Deventer: Kluwer 2005 (reeks Europese Monografieën, nr. 78). Eerder publiceerde zij over verschillende arbeidsrechtelijke en sociaal-politieke onderwerpen. Over kinderarbeid: 'Wettelijk minimumjeugdloon voor 13- en 14-jarige kinderen?' Arbeid Integraal 2003, p. 28-30. Een overzicht is te vinden op www.uvt.nl/webwijs/show.html?anr=527432).

Roland Pierik
Dr. Roland Pierik is universitair docent politieke theorie aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. In het voorjaar van 2005 was hij visiting scholar aan de filosofiefaculteit van University College Londen. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: r.pierik@ uvt.nl, www.rolandpierik.nl. Recente publicaties:
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl

    Although 'integration with retention of "own" culture' has ceased to be the dominant policy principle in Dutch minority policies for quite some time now, there are still remarkably many ethnically specific policy arrangements in the Netherlands. To explain this contradiction this paper introduces an administrative mechanism: the logic of making policy categories conflicts with the logic of policy implementation. The use of 'avoidant categories' – a particular type of policy category discussed in this paper – creates an administrative opportunity structure that unintendedly promotes ethnic fragmentation instead of integration in policy implementation. We illustrate the working of this mechanism in a comparative perspective; the Netherlands is not unique in this respect and experience in other countries is instructive.


Frank de Zwart
Dr. Frank de Zwart is politiek antropoloog/bestuurskundige en verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

Caelesta Poppelaars
Drs. Caelesta Poppelaars is bestuurskundige. Zij was tot 1 februari 2004 werkzaam als stafmedewerker bij de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid van de Tweede Kamer. Vanaf 1 februari 2004 is zij als aio verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

    Alfred Hirschman has analyzed consumers reactions of 'voice' and 'exit' with respect to the functioning of public and private organizations. He has argued that the value of 'voice' to articulate dissatisfaction with respect to public and private organisations is often misunderstood. Especially with respect to so-called complex goods, voice is far more fruitful to explore the norms for 'best practice' and to stimulate the improvement of the organisation than exit. Insurance might be seen as a complex good. From the perspective of Hirschman we analysed the exit- and voice options of citizens with respect to private and public health insurance. We argue that while private insurance offers more exit-options, the quality of the voice options in private insurance might be considered better. However, the opportunities to articulate disagreement or dissatisfaction on an individual level are few all together. Public health insurance does have formal channels for collective voice, but these do not result in real influence on relevant themes. With the reorganization of the Dutch welfare state, much has been invested, ideological and practical, in the increase of exit options. However, dissatisfaction often does develop when people have become ill and when they are dependent upon the insurance. In that situation they often are not able to walk out to a competing company or to perform voice. Against this background we argue that the organisation of collective voice in health insurance is very important.


Klasien Horstman
Prof.dr. Klasien Horstman is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht, en is bijzonder hoogleraar Filosofie en Ethiek van Bio-engi-neering aan de Technische Universiteit Eindhoven (Socrates-leerstoel) Zij publiceerde eerder over de omgang met risico's in moderne samenlevingen in Beleid en maatschappij, het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, Science, Technology and Human Values, Theoretical Medicine and Bioethics en Sociology of Health and Illness. In 2001 verscheen van haar hand Public bodies, private lives. The historical construction of Life Insurance, Health Risks and Citizenship in the Netherlands 1880-1920 (Erasmus Publishing, Rotterdam). Adres: Universiteit Maastricht, faculteit der Gezondheidswetenschappen, capaciteitsgroep BEOZ, postbus 616, 6200 MD Maastricht, tel: 043 3881118, e-mail: k.horstman@zw.unimaas.nl

Jan van der Made
Drs. J.H. van der Made is als universitair docent Politicologie/Bestuurskunde verbonden aan de Capaciteitsgroep Beleid, Economie en Organisatie van Zorg van de faculteit der Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde onder meer over stelselwijzigingen in de zorg, privatisering en solidariteit in Bestuurskunde, International Journal of Social Welfare, Health Policy en European Journal of Public Health.
Artikel

Zorgmarkten en publieke belangen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2010
Auteurs Teun Zuiderent-Jerak, Kor Grit en Tom van der Grinten
Auteursinformatie

Teun Zuiderent-Jerak
Teun Zuiderent-Jerak is universitair docent wetenschaps- en techniekonderzoek aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T. Zuiderent-Jerak Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR Rotterdam zuiderent@bmg.eur.nl

Kor Grit
Kor Grit is universitair docent beleid van de gezondheidszorg aan het iBMG.

Tom van der Grinten
Tom van der Grinten is als gasthoogleraar beleid & organisatie gezondheidszorg verbonden aan het iBMG.
Artikel

Onvoorziene opbrengsten

Meer dan de tragiek van goede bedoelingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Mark van Twist en Wouter Jan Verheul
Auteursinformatie

Mark van Twist
Mark van Twist is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.  Correspondentiegegevens: Drs. W.J. Verheul Nederlandse School voor Openbaar Bestuur Lange Voorhout 17 2514 EB Den Haag verheul@nsob.nl www.nsob.nl

Wouter Jan Verheul
Wouter Jan Verheul is programmamanager en promovendus aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Hendrik Wagenaar
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Robert Duiveman
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Harry Kruiter
Drs H. Kruiter is zelfstandig onderzoeker en was eerder werkzaam voor hetzelfde Centre.

    This paper investigates the causal relationship between neighbourhood characteristics and the popularity of the political party 'Partij voor de Vrijheid (PVV)' during the municipal elections in The Hague on March 3rd 2010. The party, founded and led by Geert Wilders, also operates on the national level and can be characterized as anti-immigration and anti-establishment. During the municipal elections, it received support in different types of neighbourhoods, such as white working class areas from the early and mid 20th century, postwar housing estates, and brand new suburban neighbourhood on the city's periphery. Our analyses point to several neighbourhood characteristics which prove decisive in explaining PVV support. These characteristics are: the presence of older autochthonous Dutch (55 years and older), the presence of autochthonous families with children, a balanced mix between native Dutch and non-Western immigrant residents, and few high income households. These findings support the theoretical explanation of anxiety and insecurity among lower middle classes in an age of globalisation, crises and state retreat. In addition, they also point to dissatisfaction among older and less-mobile residents of rapidly changing inner-city neighbourhoods, who are become more socially isolated as their local social networks are diminishing. The paper concludes with a reflection on current urban policies which are unable to tackle dissatisfaction.


Wouter van Gent
Wouter van Gent is onderzoeker aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. W.P.C. van Gent Universiteit van Amsterdam Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam w.p.c.vangent@uva.nl

Sako Musterd
Sako Musterd is hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam.

    This article examines conflicts in public space in terms of the underlying 'symbolic order'. Using the case of the wild fires on New Year's eve in the city of The Hague it explores the role of the local government in managing the latest manifestation of this 'tradition' of fires in the neighbourhoods. The analysis illuminates a framing in terms of 'old' and 'new' fires in which the earlier fires were well understood as relating to a neighbourhood culture and the new fires, attributed to young migrant youths, are not. It is pointed out that there is a wide variety of attributions that now inform the response of local government. As an alternative it is suggested to invest in understanding the symbolics of fire setting and appreciate the fact that the 'parochial' sphere that was characteristic for neighbourhoods some decades ago, can no longer be assumed. It is suggested that the fact that different actors hold distinct frames is crucial for understanding the conflict.


Maarten Hajer
Maarten Hajer is hoogleraar bestuur en beleid aan de afdeling Politicologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam; en directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M.A. Hajer Universiteit van Amsterdam Afdeling Politicologie Oudezijds Achterburgwal 237 1012 DL Amsterdam m.a.hajer@uva.nl

Maarten Poorter
Maarten Poorter is werkzaam als docent, onderzoeker en trainer aan de afdeling Politicologie en het Amsterdams Centrum voor Conflictstudies.

Arnold Reijndorp
Arnold Reijndorp is bijzonder hoogleraar sociaal-economische en ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe stedelijke gebieden aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Mara Schoots
Mara Schoots is werkzaam als docent aan de afdeling Politicologie en algehele coördinator van het Amsterdams Centrum voor Conflictstudies.
Artikel

Culturen besturen

Het (onzinnige) verlangen naar het 'maken' van tradities in lokaal bestuur

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2008
Auteurs Mirko Noordegraaf en Jeroen Vermeulen
SamenvattingAuteursinformatie

    In local government, traditions and styles of working are under pressure. Local administrators try to find new methods to address urban matters in a business-like manner, to direct networks and to activate stakeholders. In that way, they strive for better performance, and for 'new' politics. In order to succeed, not only new methods are introduced, but cultures are changed as well and new traditions of governance are established. Existing styles of working and regular procedures are seen as outdated and considered to be barriers that have to be eliminated. This 'violence of renewal', as we call it, is based on several assumptions. First, new methods are seen as crucial for modernizing local governance. Second, the effects of new methods depend on the manner in which modernization takes place. Third, effective introductions of new methods do not happen straightforwardly; cultural change is required. In this article we will argue that these assumptions have to be put into perspective and, especially, that the idea of 'making' of cultures in order to effectively implement new methods is illusory. We show, based on research in four municipalities, that interventions in local governance as such are culturally biased, and that local traditions, styles and customs influence how modernization takes place.


Mirko Noordegraaf
Mirko Noordegraaf is als hoogleraar verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M. Noordegraaf Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht m.noordegraaf@uu.nl

Jeroen Vermeulen
Jeroen Vermeulen is als docent en onderzoeker verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Dr. J. Vermeulen Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht j.vermeulen@uu.nl
Artikel

De overheid en duurzaam beleggen

Een vergelijkende analyse tussen Nederland en België

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2008
Auteurs Tim Benijts en Marleen Brans
SamenvattingAuteursinformatie

    This article examines the differences and similarities in public policy of the Dutch and Belgian government in the policy field of socially responsible investing (SRI). In particular the authors discuss both the content and the consequences of the Dutch arrangement 'Groen beleggen' and the Belgian 'Kringloopfonds'. Our empirical evidence states that, although both public policies are very similar (a tax incentive for investors investing financial means in socially responsible funds), they had a different influence on the socially responsible investment market. The Dutch arrangement 'Groen beleggen' lead to more assets under management, more green private funds, more financed projects and a bigger influence on the market of socially responsible investment products. This is mainly caused by the nature of the funding: the choice for private funds in the Netherlands, instead of a public fund like in Belgium.


Tim Benijts
Tim Benijts is als doctor-assistent verbonden aan het Departement Handelswetenschappen van de Lessius Hogeschool Antwerpen en als geaffilieerd onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid van de Faculteit Sociale Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven. Correspondentiegegevens: T. Benijts Lessius Hogeschool Antwerpen Departement Handelswetenschappen Korte Nieuwstraat 33 2000 Antwerpen tim.benijts@lessius.eu

Marleen Brans
Marleen Brans is als hoofddocent verbonden aan het Instituut voor de Overheid van de Faculteit Sociale Wetenschappen, Katholieke Universiteit Leuven. Correspondentiegegevens: M. Brans Katholieke Universiteit Leuven Faculteit Sociale Wetenschappen Instituut voor de Overheid Parkstraat 45 3000 Leuven marleen.brans@soc.kuleuven.be
Artikel

Etatisme in de polder?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2008
Auteurs Berend Snijders en Femke van Esch
SamenvattingAuteursinformatie

    Decision-making in the Netherlands is generally characterised as (neo) corporatist. Whether stakeholders enjoy a similar level of access to, and influence on the formulation of the national position, which the Dutch government advocates in Brussels, remains however unclear. This article aims at providing a first tentative answer to this question by studying the formulation of the Dutch position on EU resolution 882/2004 concerning the official controls on compliance with feed and food law, animal health and animal welfare.

    In-depth analysis of this case reveals that the development process of the Dutch stance on 882/2004 was largely devoid of stakeholder-input. As such, this process may be characterised as essentially etatist rather than corporatist. Moreover, it was established – as expected – that specialised lobby groups – those that could offer additional information and expertise to the dossier team responsible for 882/2004 – were able to exert more influence than general advocacy groups. Finally, the hypothesis that openness leads to more stakeholder-influence was not confirmed in this case. To the contrary, only during private bilateral discussion did a selection of business organizations manage to convince the dossier team of the benefits of limited border controls.


Berend Snijders
Berend Snijders is promovendus aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Drs. Berend Snijders Universiteit Utrecht Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht B.J.B.Snijders@uu.nl

Femke van Esch
Femke van Esch is als universitair docent verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap (USBO) van de Universiteit Utrecht.
Artikel

Discoursen en waterveiligheid

Waarom leiden publiekscampagnes niet tot waterbewustzijn en waterbewust gedrag?

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2008
Auteurs Trudes Heems en Baukje Kothuis
SamenvattingAuteursinformatie

    Uncertainties about climate change are a major incentive for the Dutch government to communicate frequently about risks related to water safety. In September 2008, the 'New Delta Committee' even presented several coping strategies to safeguard the low-lying Delta of The Netherlands far into the next century. The government assumes that increased high water risk awareness and behaviour in society, based on a risk-based approach, is an important factor for sustainable future living with water and thus made this into the spearhead of policy. However, the main part of Dutch society still lives in a flush of victory. The Delta Works symbolize the victory over the water; The Netherlands is safe. The government doesn't succeed satisfactorily to realize high water risk awareness and behaviour in its society, notwithstanding years of campaigning. Cultural sociologists Heems and Kothuis demonstrate by means of a discourse analysis of public campaigns that government communication on high water safety is not only entangled but also creates confusion. Reason of the entanglement in communication is a breakthrough of the taboo on publicly speaking of a flood disaster as a realistic scenario. The confusion obstructs the Dutch government to bridge the gap in perception between itself and society and to achieve its policy objectives.


Trudes Heems
Trudes Heems is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij WATERWORKS Scientific Research Insititute in Amsterdam. Correspondentiegegevens: WATERWORKS Scientific Research Institute Buitenruspad 11hs 1097 MX Amsterdam waterworks@planet.nl

Baukje Kothuis
Baukje Kothuis is werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij WATERWORKS Scientific Research Insititute in Amsterdam. Correspondentiegegevens: WATERWORKS Scientific Research Institute Buitenruspad 11hs 1097 MX Amsterdam waterworks@planet.nl
Artikel

De politieke aandachtscyclus voor openbaar bestuur en democratie

Een inhoudsanalyse van troonredes van 1945 tot 2007

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2008
Auteurs Gerard Breeman, Arco Timmermans, David Lowery e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    This article analyzes the attention to democratic performance and the functioning of public administration by governments in the Netherlands. The views of national governments on these matters have not been mapped systematically. Through a content analysis of all annual Dutch Queen's speeches between 1945 and 2007, which is part of our broader research on the national politics of attention, we analyze the pattern of attention for democracy and public administration. The theoretical perspective used is the model of policy generations. Our findings show that governmental attention for the functioning of public administration emerged in the 1960s and since then went up and down. The time intervals in which agenda changes occurred often were longer than the duration of individual governments, although some governments contributed strongly to a change in attention and tone. Attention not only showed rise and decline, also the emphasis on efficiency, long term planning, and democratization shifted considerably from one period to the next. This empirical pattern matches for the most part the theory of policy generations, which predicts a fixed sequence in policy emphasis. In addition to general cultural driving forces central to this theoretical model, we conclude that political and institutional conditions contribute to a better understanding of the pattern of political attention.


Gerard Breeman
Gerard Breeman is als docent Bestuurskunde verbonden aan de Wageningen Universiteit.

Arco Timmermans
Arco Timmermans is docent aan de Universiteit Leiden. Correspondentiegegevens: Dr. Arco Timmermans Universiteit Leiden Faculteit der Sociale Wetenschappen Departement Bestuurskunde Wassenaarseweg 52 Postbus 9555 2300 RB Leiden atimmermans@fsw.leidenuniv.nl

David Lowery
David Lowery is hoogleraar aan de Universiteit Leiden.

Caelesta Poppelaars
Caelesta Poppelaars is postdoctoraal onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen.

Sandra Resodihardjo
Sandra Resodihardjo is docent aan de Universiteit Leiden.

    This article distinguished between three fundamental processes of collective decision-making as collective production in social systems: (1) persuasion; (2) exchange and (3) coercion. The conditions under which these processes are dominant are described, as well as the type of network that is central to each of the processes. Corporatism and lobbyism appear to be two polarities of collective decision-making. In corporatism interest groups are directly involved in final decision making through formal and informal institutions whereas in lobbyism final decision making is delegated to independent persons. In corporatist decision-making, mutual interests dominate conflicting interests. Thus, a failure of reaching consensus becomes unattractive and consensus is guaranteed through the formal norm of majority decision-making and the informal norm of unanimity. When mutual interests dominate over conflicting interests, lobbyism is reflected by the interactions between lobby activists and civil servants and politicians who share the same position. Ad hoc lobbyism will arise when conflicts of interests dominate and a non-cooperative game exists in which (temporal) coalitions must be built.


Frans N. Stokman
Frans Stokman is als hoogleraar verbonden aan de capaciteitsgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen en het Interuniversitair Centrum voor Sociaal-wetenschappelijke theorievorming en Methodenontwikkeling (ICS). Daarnaast is hij directeur van DECIDE B.V. Recente publicaties van zijn hand zijn: co-editor van The European Union Decides. Cambridge: Cambridge University Press (met Robert Thomson, Christopher Achen en Thomas König, te verschijnen in 2006), co-editor van Winners and Losers in the European Union, Special issue van European Union Politics Vol 5(1) (2004) en 'Frame Dependent Modeling of Influence Processes', in: Andreas Diekmann en Thomas Voss (Red.), Rational-Choice-Theorie in den Sozialwissenschaften. Anwendungen und Probleme. Festschrift für Rolf Ziegler, München: Oldenbourg (pp.113-127). Adres: Grote Rozenstraat 31, 9712 TG Groningen.
Toont 281 - 300 van 318 gevonden teksten
1 2 8 9 10 11 12 13 15
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.