Zoekresultaat: 252 artikelen

x
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

Verbinden als machtspolitieke opdracht

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Barbara Vis en Kees van Kersbergen
Auteursinformatie

Barbara Vis
Barbara Vis is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Kees van Kersbergen
Kees van Kersbergen is hoogleraar politicologie, werkzaam aan de afdeling politicologie van de Faculteit der sociale wetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam.
Artikel

'We can do better than that!'

Over de toekomst van het stelsel van sociale zekerheid in het licht van immigratie en integratie van niet-westerse immigranten

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Erik de Gier
SamenvattingAuteursinformatie

    This article sketches four more or less excluding future scenarios with regard to immigration and social security. Its objective is to find an answer to the question how the Dutch welfare state and more in particular the system of social security can contribute positively to both labour market participation and social integration of non-western immigrants. The four scenarios, constructed on the basis of two dichotomies open versus closed country borders and privatised versus collective social security, can be perceived as ideal types. Although none of the four scenarios will contribute unequivocally to solving the problem of labour market participation and social integration of immigration, it turns out that two scenarios will be more realistic, given in particular the long-term development of the social security system towards further privatisation. These are the scenarios that combine privatised social security with open or closed borders. The first scenario will be more beneficial from an economic viewpoint. By contrast, the second scenario will be more attractive for those people who primarily want to restrict immigration.


Erik de Gier
Erik de Gier is hoogleraar comparatief arbeidsmarktbeleid bij de faculteit Managementwetenschappen van de Radboud Universiteit Nijmegen en zelfstandig beleidsonderzoeker en adviseur. Correspondentiegegevens: Prof. dr. H.G. de Gier Radboud Universiteit Nijmegen Faculteit der Managementwetenschappen Postbus 9108 6500 HK Nijmegen e.degier@fm.ru.nl

Trudie Knijn
Trudie Knijn is hoogleraar zorg en welzijn bij het departement Algemene Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht. Correspondentiegegevens: Prof. dr. G.C.M. Knijn Universiteit Utrecht Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Algemene Sociale Wetenschappen Postbus 80140 3508 TC Utrecht G.C.M.Knijn@uu.nl 

    The recent decline in professionalism has frequently been explained as a result of the rise of New Public Management (NPM). As will be shown in this article, however, NPM does not automatically result in a decline in professionalism; its effects differ in various professional contexts. In a case study of the work of social insurance doctors and labor specialists the authors demonstrate that NPM structures the technical aspects of professional tasks, that are the verifiable elements of the professional's judgment. NPM proofs to have strong influence on the techniques for quality insurance (performance of production, time and lawfulness). On the longer term this influence can undermine professional self-regulation. NPM has little impact on the indeterminate task aspects, the professional judgment itself, even though this part has become more 'technical' in years. The case study shows however that this is not due to NPM but to the impact of bureaucratization of the professional task. Furthermore it becomes clear that this impact is stronger in the case of the labor specialist than with respect to the social insurance doctor.


Duco Bannink
Duco Bannink is verbonden aan de Universiteit Twente. Correspondentieadres: Duco Bannink, Universiteit Twente, Faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, 053-4893222, d.b.d.bannink@utwente.nl

Berber Lettinga
Berber Lettinga is verbonden aan de Universiteit Twente.

Liesbet Heyse
Liesbet Heyse is verbonden aan de Universiteit Twente.
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

Mensen zonder verdienste verdienen een fatsoenlijk leven

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Geert de Vries
Auteursinformatie

Geert de Vries
Geert de Vries schreef onder meer Het pedagogisch regiem: groei en grenzen van de geschoolde samenleving (1993), Nederland verandert: Over maatschappelijke ontwikkelingen en sociale problemen in het begin van de eenentwintigste eeuw (2000) en samen met anderen: 'Economie en verzorgingsstaat', In: Sociaal en cultureel rapport 1998: 25 jaar sociale verandering (1998). Hij is verbonden aan de afdeling Sociologie van de Faculteit der Sociale Wetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam.
Artikel

Beleidsvervreemding van publieke professionals

Theoretisch raamwerk en een casus over verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Lars Tummers, Victor Bekkers en Bram Steijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we introduce the concept of 'policy alienation'. We define policy alienation as a general cognitive state of psychological disconnection from the policy program being implemented, here by a public professional who regularly interacts directly with clients. By introducing policy alienation, we want to contribute to the contemporary debate on the role of public professionals. According to some authors, professionals are experiencing increasing pressures, as managers have turned their backs to work floors and primarily opt for results, efficiency, and transparency. Conversely, other scholars note that it is questionable whether managers can be blamed for all perceived problems at work floors and in service delivery. We are able to examine these opposing claims using the policy alienation perspective, as this perspective not only takes into account the role of management, but also the influence of policy makers and politicians, as well as the claims of the more emancipated clients. After conceptualizing policy alienation, we use a case of insurance physicians and labor experts to illustrate how the concept can be researched empirically.


Lars Tummers
Lars Tummers werkt op de Erasmus Universiteit Rotterdam aan een proefschrift over beleidsvervreemding van publieke professionals en is adviseur bij PricewaterhouseCoopers Advisory, People & Change. Correspondentiegegevens: Drs. L.G. Tummers, MSc Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Bestuurskunde Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tummers@fsw.eur.nl

Victor Bekkers
Victor Bekkers is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische studie van overheidsbeleid, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bram Steijn
Bram Steijn is hoogleraar HRM in de publieke sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

Rechtvaardigheid en de verzorgingsstaat

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Ingrid Robeyns
Auteursinformatie

Ingrid Robeyns
De auteur is senior onderzoeker politieke theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij leidt een VIDI-project over hoe de verzorgingsstaat rechtvaardigheid kan bewerkstelligen tussen ouders en niet-ouders, mannen en vrouwen en voor zorgbehoevende ouderen en hun verzorgers.
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

De verzorgingsstaat herwogen: naar een zachtmoedige meritocratie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Marcel Hoogenboom
Auteursinformatie

Marcel Hoogenboom
De auteur is redacteur van Beleid en Maatschappij. Hij is als universitair docent Sociologie verbonden aan de Universiteit Twente. In 2004 verscheen zijn meest recente boek Standenstrijd en zekerheid. Een geschiedenis van oude orde en sociale zorg in Nederland (Amsterdam: Boom).

    This article identifies institutions and arrangements concerning the reconciliation of working life and family life for various European countries. These institutions and arrangements concern time (flexible working hours and leave arrangements), money (tax systems) and facilities (childcare facilities). A fairer distribution of all work and care tasks requires proper facilities at national level in respect of childcare, parental leave, so-called leave savings schemes, the right to work part-time, etc. Such facilities are of particular importance while taking the first steps towards a fairer distribution: they will enable men to take on more tasks at home, while making it easier for women to work outside the home. The article concludes that with regard to reconciliation facilities, the differences between the several welfare states within the European Union are fading away. This is interesting, because as a result the EU countries are increasingly finding common ground in terms of solutions for reconciliation and more specifically the role of men.


Ivy Koopmans
Ivy Koopmans is als onderzoeker verbonden aan de Utrecht School of Economics van de Universiteit Utrecht. Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht, I.Koopmans@econ.uu.nl

Joop Schippers
Joop Schippers is hoogleraar Arbeids- en Emancipatie-economie aan de Universiteit Utrecht en tevens is hij als programmahoogleraar verbonden aan de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA). Adres: Utrecht School of Economics, Vredenburg 138, 3511 BG Utrecht
Artikel

De Koning en de spreektelegraaf

Een begrippenkader voor de bestudering van de invloed van overheidsincentives op innovatieve ondernemingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Helen Stout en Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, technological transitions in infrastructure bound sectors are matters for the private sector. History teaches us that as soon as technological transitions proved successful, government sooner or later got involved with the distribution. Most of this involvement, both in history and now, has taken the form of public regulation with the help of various formal legal instruments.

    This article aims to answer three questions, namely (1) what ideational and materials drives can be distinguished in the government's involvement in these technological transitions, (2) through what legal instruments are these objectives expressed and how , and (3) what are the incentives of these formal legal instruments on innovative private entrepreneurs for their further technological pursuits. How were their behavioural options affected by the use of statutory acts, concessions, permits and/or licences? Incentives to private innovators are qualified as positive, neutral or negative. The research method chosen has been inspired by insights from legal sociology, public choice theory and strategic actor behaviour in qualitative simulation-games, but follows distinct methodological steps. Throughout the article a case study on the transition from telegraphy to telephony in The Netherlands will be used to illustrate the discussion.


Helen Stout
Prof. mr. dr. Helen Stout is hoogleraar Recht en Infrastructuren aan de Technische Universiteit Delft, h.d.stout@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 54 16

Martin de Jong
Dr. Martin de Jong is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, w.m.dejong@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 80 52

    This article is the introduction to this special issue in which the Europeanisation of Dutch polity, politics and policy forms the central focus of attention. The main question we address in this special issue is to what extent the Netherlands has changed under the influence of processes of Europeanisation. This article first discusses the state-of-the-art Europeanisation literature; then it sets out to discuss four problems with this literature. Based on the insights generated by the contributors to this special issue, the authors conclude that for a better understanding of processes of Europeanisation, the EU should no longer be seen as an actor, but rather as an (cluster of) arena(s) in which a variety of actors (member states, EU institutions, interest groups, et cetera) are trying to achieve their political goals.


Sebastiaan Princen
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: s.princen@usg.uu.nl

Kutsal Yesilkagit
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: k.yesilkagit@usg.uu.nl

    Child labor evokes deep emotions and is cause for growing international concern. What, if anything, should governments of liberal-democratic societies do to combat child labor?

    This paper discusses the possibilities and pitfalls of Western policies that seek to curb child labor abroad. Since such policies aim to combat practices in another society, policy makers should be aware of the many relevant differences between developing and developed countries. We discuss three issues that are central to this debate: socioeconomic causes of child labor, different conceptions of childhood, and the distinction between child work and child labor. Studying the historical example of the emergence and disappearance of child labor in nineteenth-century Netherlands broadens our analysis. We then evaluate the implications of these investigations and conclude the paper by suggesting five recommendations for Western policy makers that would avoid the pitfalls discussed.


Mijke Houwerzijl
Mijke Houwerzijl is juriste en als onderzoeker (NWO-SaRO project 'Flexicurity') verbonden aan het departement sociaal recht en sociale politiek, Universiteit van Tilburg. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: m.s.houwerzijl@uvt.nl. Zij is begin 2005 gepromoveerd op een onderzoek naar de detachering van werknemers in de Europese Unie (De Detacheringsrichtlijn, Deventer: Kluwer 2005 (reeks Europese Monografieën, nr. 78). Eerder publiceerde zij over verschillende arbeidsrechtelijke en sociaal-politieke onderwerpen. Over kinderarbeid: 'Wettelijk minimumjeugdloon voor 13- en 14-jarige kinderen?' Arbeid Integraal 2003, p. 28-30. Een overzicht is te vinden op www.uvt.nl/webwijs/show.html?anr=527432).

Roland Pierik
Dr. Roland Pierik is universitair docent politieke theorie aan de Rechtenfaculteit van de Universiteit van Tilburg. In het voorjaar van 2005 was hij visiting scholar aan de filosofiefaculteit van University College Londen. Adres: Departement encyclopedie en rechtsgeschiedenis, Faculteit Rechten, Universiteit van Tilburg, Postbus 90153, 5000 LE Tilburg, e-mail: r.pierik@ uvt.nl, www.rolandpierik.nl. Recente publicaties:
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl

    Although 'integration with retention of "own" culture' has ceased to be the dominant policy principle in Dutch minority policies for quite some time now, there are still remarkably many ethnically specific policy arrangements in the Netherlands. To explain this contradiction this paper introduces an administrative mechanism: the logic of making policy categories conflicts with the logic of policy implementation. The use of 'avoidant categories' – a particular type of policy category discussed in this paper – creates an administrative opportunity structure that unintendedly promotes ethnic fragmentation instead of integration in policy implementation. We illustrate the working of this mechanism in a comparative perspective; the Netherlands is not unique in this respect and experience in other countries is instructive.


Frank de Zwart
Dr. Frank de Zwart is politiek antropoloog/bestuurskundige en verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

Caelesta Poppelaars
Drs. Caelesta Poppelaars is bestuurskundige. Zij was tot 1 februari 2004 werkzaam als stafmedewerker bij de Tijdelijke Commissie Onderzoek Integratiebeleid van de Tweede Kamer. Vanaf 1 februari 2004 is zij als aio verbonden aan het departement Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.

    Alfred Hirschman has analyzed consumers reactions of 'voice' and 'exit' with respect to the functioning of public and private organizations. He has argued that the value of 'voice' to articulate dissatisfaction with respect to public and private organisations is often misunderstood. Especially with respect to so-called complex goods, voice is far more fruitful to explore the norms for 'best practice' and to stimulate the improvement of the organisation than exit. Insurance might be seen as a complex good. From the perspective of Hirschman we analysed the exit- and voice options of citizens with respect to private and public health insurance. We argue that while private insurance offers more exit-options, the quality of the voice options in private insurance might be considered better. However, the opportunities to articulate disagreement or dissatisfaction on an individual level are few all together. Public health insurance does have formal channels for collective voice, but these do not result in real influence on relevant themes. With the reorganization of the Dutch welfare state, much has been invested, ideological and practical, in the increase of exit options. However, dissatisfaction often does develop when people have become ill and when they are dependent upon the insurance. In that situation they often are not able to walk out to a competing company or to perform voice. Against this background we argue that the organisation of collective voice in health insurance is very important.


Klasien Horstman
Prof.dr. Klasien Horstman is als universitair hoofddocent verbonden aan de sectie Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit Maastricht, en is bijzonder hoogleraar Filosofie en Ethiek van Bio-engi-neering aan de Technische Universiteit Eindhoven (Socrates-leerstoel) Zij publiceerde eerder over de omgang met risico's in moderne samenlevingen in Beleid en maatschappij, het Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, Science, Technology and Human Values, Theoretical Medicine and Bioethics en Sociology of Health and Illness. In 2001 verscheen van haar hand Public bodies, private lives. The historical construction of Life Insurance, Health Risks and Citizenship in the Netherlands 1880-1920 (Erasmus Publishing, Rotterdam). Adres: Universiteit Maastricht, faculteit der Gezondheidswetenschappen, capaciteitsgroep BEOZ, postbus 616, 6200 MD Maastricht, tel: 043 3881118, e-mail: k.horstman@zw.unimaas.nl

Jan van der Made
Drs. J.H. van der Made is als universitair docent Politicologie/Bestuurskunde verbonden aan de Capaciteitsgroep Beleid, Economie en Organisatie van Zorg van de faculteit der Gezondheidswetenschappen van de Universiteit Maastricht. Hij publiceerde onder meer over stelselwijzigingen in de zorg, privatisering en solidariteit in Bestuurskunde, International Journal of Social Welfare, Health Policy en European Journal of Public Health.
Artikel

Zorgmarkten en publieke belangen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2010
Auteurs Teun Zuiderent-Jerak, Kor Grit en Tom van der Grinten
Auteursinformatie

Teun Zuiderent-Jerak
Teun Zuiderent-Jerak is universitair docent wetenschaps- en techniekonderzoek aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. T. Zuiderent-Jerak Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg (iBMG) Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR Rotterdam zuiderent@bmg.eur.nl

Kor Grit
Kor Grit is universitair docent beleid van de gezondheidszorg aan het iBMG.

Tom van der Grinten
Tom van der Grinten is als gasthoogleraar beleid & organisatie gezondheidszorg verbonden aan het iBMG.
Artikel

Onvoorziene opbrengsten

Meer dan de tragiek van goede bedoelingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2010
Auteurs Mark van Twist en Wouter Jan Verheul
Auteursinformatie

Mark van Twist
Mark van Twist is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en decaan van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.  Correspondentiegegevens: Drs. W.J. Verheul Nederlandse School voor Openbaar Bestuur Lange Voorhout 17 2514 EB Den Haag verheul@nsob.nl www.nsob.nl

Wouter Jan Verheul
Wouter Jan Verheul is programmamanager en promovendus aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.

Hendrik Wagenaar
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Robert Duiveman
Dr H. Wagenaar is universitair hoofddocent aan het Instituut Bestuurskunde, Universiteit Leiden. Hij is tevens, met drs R. Duiveman, verbonden aan het Centre for Governance Studies/Urban van de Campus Den Haag van de Universiteit Leiden.

Harry Kruiter
Drs H. Kruiter is zelfstandig onderzoeker en was eerder werkzaam voor hetzelfde Centre.

    This paper investigates the causal relationship between neighbourhood characteristics and the popularity of the political party 'Partij voor de Vrijheid (PVV)' during the municipal elections in The Hague on March 3rd 2010. The party, founded and led by Geert Wilders, also operates on the national level and can be characterized as anti-immigration and anti-establishment. During the municipal elections, it received support in different types of neighbourhoods, such as white working class areas from the early and mid 20th century, postwar housing estates, and brand new suburban neighbourhood on the city's periphery. Our analyses point to several neighbourhood characteristics which prove decisive in explaining PVV support. These characteristics are: the presence of older autochthonous Dutch (55 years and older), the presence of autochthonous families with children, a balanced mix between native Dutch and non-Western immigrant residents, and few high income households. These findings support the theoretical explanation of anxiety and insecurity among lower middle classes in an age of globalisation, crises and state retreat. In addition, they also point to dissatisfaction among older and less-mobile residents of rapidly changing inner-city neighbourhoods, who are become more socially isolated as their local social networks are diminishing. The paper concludes with a reflection on current urban policies which are unable to tackle dissatisfaction.


Wouter van Gent
Wouter van Gent is onderzoeker aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam. Correspondentiegegevens: Dr. W.P.C. van Gent Universiteit van Amsterdam Afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies Nieuwe Prinsengracht 130 1018 VZ Amsterdam w.p.c.vangent@uva.nl

Sako Musterd
Sako Musterd is hoogleraar sociale geografie aan de afdeling Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, Universiteit van Amsterdam.

    This article examines conflicts in public space in terms of the underlying 'symbolic order'. Using the case of the wild fires on New Year's eve in the city of The Hague it explores the role of the local government in managing the latest manifestation of this 'tradition' of fires in the neighbourhoods. The analysis illuminates a framing in terms of 'old' and 'new' fires in which the earlier fires were well understood as relating to a neighbourhood culture and the new fires, attributed to young migrant youths, are not. It is pointed out that there is a wide variety of attributions that now inform the response of local government. As an alternative it is suggested to invest in understanding the symbolics of fire setting and appreciate the fact that the 'parochial' sphere that was characteristic for neighbourhoods some decades ago, can no longer be assumed. It is suggested that the fact that different actors hold distinct frames is crucial for understanding the conflict.


Maarten Hajer
Maarten Hajer is hoogleraar bestuur en beleid aan de afdeling Politicologie van de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen, Universiteit van Amsterdam; en directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving. Correspondentiegegevens: Prof. dr. M.A. Hajer Universiteit van Amsterdam Afdeling Politicologie Oudezijds Achterburgwal 237 1012 DL Amsterdam m.a.hajer@uva.nl

Maarten Poorter
Maarten Poorter is werkzaam als docent, onderzoeker en trainer aan de afdeling Politicologie en het Amsterdams Centrum voor Conflictstudies.

Arnold Reijndorp
Arnold Reijndorp is bijzonder hoogleraar sociaal-economische en ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe stedelijke gebieden aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

Mara Schoots
Mara Schoots is werkzaam als docent aan de afdeling Politicologie en algehele coördinator van het Amsterdams Centrum voor Conflictstudies.
Toont 221 - 240 van 252 gevonden teksten
1 2 5 6 7 8 9 10 12
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.