Zoekresultaat: 242 artikelen

x
Artikel

Werk in een wantrouwende wereld

Omvang en oorzaken van een uitdijende controle-industrie

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2006
Auteurs Frans van Waarden
SamenvattingAuteursinformatie

    Fraud seems to be on the rise. That feeds a demand for controls. This paper sketches the diversity of supply in reaction to this demand: public regulators of course, but also commercial information providers and benchmarkers, self-regulating associations, hallmark producers, certification and accreditation bodies, and internal business management control systems, whereby ever more levels of control are piled on top of each other. More than a million Dutchmen earn a living in this booming control-industry, or 14% of the working population. In addition to fraud, other causes of this trend are being discussed, among them, paradoxically, neo-liberalist deregulation policies. All these causes contribute to a sense of risk and uncertainty. Although this trend has a number of negative consequences, it has a major benefit: jobs! Economists may have long thought that transaction costs are there for the transactions. But it looks as if transactions exist to produce transaction costs.


Frans van Waarden
Frans van Waarden is hoogleraar Organisatie en Beleid aan de Universiteit Utrecht en fellow van het University College Utrecht. Hij studeerde sociologie in Toronto en Leiden, was voorheen werkzaam aan de Universiteiten van Leiden en Konstanz en visiting scholar in Wenen, Leipzig, Stanford, Berkeley, het European University Institute in Florence en het NIAS in Wassenaar. Hij publiceerde over arbeidsverhoudingen, techniekgeschiedenis, innovatie, katoenindustrie, belangengroepen en corporatisme, verzorgingsstaat, ondernemersorganisaties, de relatie overheid – bedrijfsleven, openbaar bestuur, stijlen van regelgeving en -handhaving en marktwerking en deregulering. Correspondentiegegevens: Prof. dr. Frans van Waarden, University College, Utrecht University, Postbus 80145, 3508 TC Utrecht Telefoon: +31-30-253-4820 e-mail: F.vanwaarden@fss.uu.nl

Hans Blokland
Hans Blokland studeerde politieke wetenschappen en promoveerde in de sociale en politieke filosofie. Hij was fellow van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en onder meer verbonden aan Yale University, Department of Political Science. Tot zijn recente publicaties behoren Pluralisme, Democratie & Politieke Kennis (Van Gorcum 2005) en Modernization and its Political Consequences (Yale University Press 2006). Zie voor informatie over zijn werk: www.hans-blokland.nl.
Artikel

Life politics: van abstracte theorie naar een bruikbaar model

Bestrijding van overgewicht in Groot-Brittannië en Nederland

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2006
Auteurs Carien Scholtmeijer
SamenvattingAuteursinformatie

    During the last decennium, social theory has provided us with path-breaking insights into the emergence of a new type of social risks (post-industrial, manufactured risks), and on policies which might deal with these risks (life politics; the social investment state). Especially the writings of Anthony Giddens are relevant in this respect. Unfortunately, these abstract ideas have thus far hardly been tested in empirical research. This article aims to fill this gap, by focussing on a telling example of a new, lifestyle related risk, which is the problem of overweight. How useful are Giddens' ideas on risk and social policy when applied in a concrete analysis of this particular problem and related policies? To answer this question, a comparative analysis has been carried out in two welfare states, the British and the Dutch. It will be argued that Giddens' abstract notions can indeed be applied effectively in a practical and fruitful framework for policy analysis. In this respect, the concepts of life politics and the social investment state seem promising, both for the practise and analysis of social policy development in European welfare states.


Carien Scholtmeijer
Drs. Carien Scholtmeijer studeerde bestuurskunde aan de Universiteit Twente (2000-2005), afstudeerrichting bestuurlijke organisatie. Correspondentiegegevens: c.scholtmeijer@alumnus.utwente.nl
Artikel

In voor- en tegenspoed?

Over krimp en de verzorgingsstaat

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 4 2008
Auteurs Romke van der Veen
SamenvattingAuteursinformatie

    This article is concerned with the consequences of economic and demographic decline for the welfare state. The issue of decline itself is not investigated. Decline is taken for granted and the consequences of decline are examined. In this article the sociological 'logic' of social policy is investigated and subsequently applied to the issue of decline. The policy-mechanisms that are discussed are: selective versus universal social policy; the extent and character of redistribution; and individual versus collective responsibility. The question that is raised in the final section is what demographic decline in particular might imply for a universal welfare state: more selectivity in social policy? less redistribution between young and old? more individual responsibility? By making use of the policy-mechanisms discussed before, the consequences of these strategies are discussed.


Romke van der Veen
Romke van der Veen is hoogleraar Sociologie van arbeid en organisatie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Prof. dr. R.J. van der Veen Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Sociale Wetenschappen Postbus 1738 3000 DR Rotterdam vanderveen@fsw.eur.nl
Artikel

De governance van klimaatadaptatie

Naar een legitieme balans tussen daadkracht en draagvlak

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2010
Auteurs Arwin van Buuren en Geert Teisman
SamenvattingAuteursinformatie

    The problem of climate change is high on the various political-administrative agendas, both national and international. At the same time the problem is full of uncertainties and controversies. Adaptation to climate change asks for adjustments in our spatial planning, but can also necessitate changes in the distribution of public and private responsibilities. A crucial question is how the legitimacy of adaptation measures can be organized in a context surrounded with uncertainties, controversies and conflicting interests. In this paper we introduce the central theme of this special issue and the various contributions.


Arwin van Buuren
Dr. M.W. van Buuren is universitair docent bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Correspondentiegegevens: Dr. M.W. van Buuren Erasmus Universiteit Rotterdam Vakgroep Bestuurskunde Postbus 1738, Kamer M8-31 3000 DR Rotterdam vanbuuren@fsw.eur.nl

Geert Teisman
Prof. dr. ing. G.R. Teisman is hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

Bedreigt economische openheid de verzorgingsstaat, of niet?

Een synthese van internationaal vergelijkend onderzoek

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Ferry Koster
SamenvattingAuteursinformatie

    It has been claimed by politicians as well as researchers that economic openness poses a threat to the welfare state. This article investigates whether there is such a threat. Based on the literature four different hypotheses are distinguished; economic openness is negatively, positively, curvilinear or not related to the welfare state. The first and the third hypothesis state that economic openness does threaten the welfare state, whereas the other two hypotheses argue that this is not the case. The empirical studies investigating the relationship between economic openness and the welfare state are systematically reviewed in this article. The analysis shows that economic openness does not threaten the welfare state.


Ferry Koster
Ferry Koster is postdoc bij het Amsterdams Instituut voor ArbeidsStudies (AIAS) en het Henri Polak Instituut van de Universiteit van Amsterdam. Recente publicaties: 'Globalization, Social Structure and the Willingness to Help Others. A Multilevel Analysis Across 26 Countries'. European Sociological Review, 23 (4), en Voor elkaar of uit elkaar? Individualisering, globalisering en solidariteit, Amsterdam: Aksant, 2007, met P. de Beer. Correspondentiegegevens: AIAS Plantage Muidergracht 4 1018 TV Amsterdam
Artikel

Leren over biotechnologie

Besluit biotechnologie bij dieren als arrangement voor maatschappelijk leren

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2007
Auteurs Albert Meijer, Frans Brom, Gerolf Pikker e.a.
SamenvattingAuteursinformatie

    The application to animals of biotechnological techniques raises moral dilemmas and requires collective agreements. Under what circumstances, for example, are applications permissible? The technological and ethical complexity of biotechnology makes it difficult to arrive at such agreements. With the recent Animal Biotechnology Act, the Dutch Minister of Agriculture has created an arrangement that should facilitate social learning. Did the arrangement work out as planned? This evaluation study demonstrates that very little substantive learning has taken place: positions have become more rigid and antagonists continue to contest one another in a legal discourse. The legalization has hindered learning processes but presents the opportunity for a polarized debate to be conducted within the same institutional framework.


Albert Meijer
Albert Meijer is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap. Correspondentiegegevens: Albert Meijer Bijlhouwerstraat 6 3511 ZC Utrecht Tel. 030 – 2539568

Frans Brom
Frans Brom is hoofd van de afdeling Technology Assessment van het Rathenau Instituut.

Gerolf Pikker
Gerolf Pikker is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Marie-Jeanne Schiffelers
Marie-Jeanne Schiffelers is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

Martijn van der Spek
Martijn van der Spek is verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap.

    Although long recognized as beneficial, a global language has not come to fruition despite considerable past efforts. A major reason is that many policy makers and citizens fear that such a universal language would undermine the particularistic, constituting primary languages of local and national communities. This dilemma can be greatly diminished by a two tier approach, in which efforts to protect the primary language will be intensified but all the nations involved would agree to use the same second language as the global one. Although theoretically the UN or some other such body could choose such a language, in effect English is increasingly occupying this position. However, policies that are in place slow down the development of a global language, often based on the mistaken assumption that people can readily gain fluency in several languages.


Amitai Etzioni
Amitai Etzioni is universiteitshoogleraar aan de George Washington University in Washington DC en directeur van het Insititute for Communitarian Policy Studies. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van het communitarisme. Enkele van zijn meest bekende werken zijn The Active Society (1969), The Spirit of Community (1993) en The New Golden Rule (1996).
Artikel

Ruimte voor een eigen koers

Opstel over de relatie tussen overheid en sociale partners

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 1 2007
Auteurs Joop Hartog
Auteursinformatie

Joop Hartog
De auteur is als hoogleraar micro-economie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

    Horizontal governance arrangements potentially conflict with the very principles of representative democracy and, likewise, with the existing political institutions. This conflict manifests itself in the interaction between representatives and the executive power: although the former have the formal power, the latter participates in horizontal networks and therefore has the resources that are necessary to form good policy. This erodes the power position of representatives. Frame work setting is commonly suggested as an arrangement for representatives to enhance their grip on policy processes in network-settings. The authors of this contribution examine the effects of frame setting as coupling mechanism between horizontal networks and vertical politics in six policy processes in a Dutch Province. Based on both theory and research findings they redefine the concept of framework setting in order to make it more attuned to the complex, interdependent and dynamic nature of policy-making in networks.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken. In 2004 publiceerde hij met Erik-Hans Klijn het boek Managing Uncertainties in Networks, Londen: Routledge. Recente publicatie: 'Conflict en consensus in beleidsnetwerken: teveel of te weinig?', Bestuurswetenschappen, 60/2 (2006): 86-113. Correspondentiegegevens: Technische Universiteit Delft Faculteit TBM Jaffalaan 5 2628 BX Delft 015-2788062 j.f.m.koppenjan@tudelft.nl

Mirjam Kars
Mirjam Kars is universitair docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zij doet onderzoek naar governance van nutsectoren, in het bijzonder de telecommunicatiesector. In 2004 promoveerde zij aan de Radboud Universiteit Nijmegen op het proefschrift Globalisation and regional co-operation. The case of European telecommunications. Recente publicatie: 'The governance of cybersecurity: a framework for policy'. Journal of critical infrastructures, 2/4 (2006): 357-378, met M.J.G. van Eeten, J.A. de Bruijn, H.G. van der Voort en J. Till.

Haiko van der Voort
Haiko van der Voort is toegevoegd docent bij de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderwijs en onderzoek richt zich op besluitvorming en normen in beleidsnetwerken. Hij bereidt een proefschrift voor over toezicht. Recente publicatie: 'Het verband tussen liberalisering en publieke waarden. Over de vraag waarom het kan vriezen en dooien'. Bestuurswetenschappen, 61/6 (2007), met W.M. Dicke, J.A. de Bruijn, M.L.C. de Bruijne, B.M. Steenhuisen en W.W. Veeneman.

Jelle Visser
De auteur is als hoogleraar empirische sociologie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en is wetenschappelijk directeur van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS).
Casus

De verzorgingsstaat herwogen

Verbinden als machtspolitieke opdracht

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2007
Auteurs Barbara Vis en Kees van Kersbergen
Auteursinformatie

Barbara Vis
Barbara Vis is als promovenda verbonden aan de afdeling Politicologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Kees van Kersbergen
Kees van Kersbergen is hoogleraar politicologie, werkzaam aan de afdeling politicologie van de Faculteit der sociale wetenschappen, Vrije Universiteit, Amsterdam.
Artikel

De vraag als antwoord?

Normatieve risico's van vraagsturing en de implicaties voor de rol van professionals

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2006
Auteurs Hans Bosselaar
SamenvattingAuteursinformatie

    The growing interest in demand-based delivery is to be comprehended regarding the criticism on the traditional 'apply-based' delivery. Regarding the literature, the main stream notion on demand-based delivery contains the transfer of the tasks and duties from the intermediate professional to the client. Consequently, the (demanding) client is directly able to affect the provisions he is eligible to and to influence the acquirement of the services and goods.

    The main issues are:

    This article focuses on the new role of intermediate professionals. The intermediate professional can maintain a role in realising the demand-supply relationship between the client and the supplying professional; he can get the task to acquire and spread the required market information, but as well can get the responsibility to support the market participants using this information. In the same time, this responsibility can help to avoid the normative risks, especially the risk of inadequacy.

    This new role must probably be regulated and in any case be monitored to prevent from the situation that the intermediate professional will take over the new responsibilities of the client. If this does not happen, the transfer to the demand-based delivery of public services will fail. On the other hand, if their will be no accessible client support by the new intermediate professional, the transfer to the demand-based delivery will tarnish the fundaments of the social system.


Hans Bosselaar
Mr. dr. Hans Bosselaar is zelfstandig gevestigd onderzoeker met bureau Meccano kennis voor beleid. Bosselaar doet voornamelijk onderzoek op het terrein van sociale zekerheid, arbeidsmarkt en disability management in ondernemingen voor opdrachtgevers als het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, UWV, RWI en diverse (overheids)commissies en sociale partners. Bosselaar promoveerde in 2005 op het proefschrift De vraag als antwoord. Vraagsturing en sociaal beleid: voorwaarden en risico's. Correspondentiegegevens: Mr. dr. Hans Bosselaar, Meccano kennis voor beleid, e-mail: meccano@planet.nl

    The recent decline in professionalism has frequently been explained as a result of the rise of New Public Management (NPM). As will be shown in this article, however, NPM does not automatically result in a decline in professionalism; its effects differ in various professional contexts. In a case study of the work of social insurance doctors and labor specialists the authors demonstrate that NPM structures the technical aspects of professional tasks, that are the verifiable elements of the professional's judgment. NPM proofs to have strong influence on the techniques for quality insurance (performance of production, time and lawfulness). On the longer term this influence can undermine professional self-regulation. NPM has little impact on the indeterminate task aspects, the professional judgment itself, even though this part has become more 'technical' in years. The case study shows however that this is not due to NPM but to the impact of bureaucratization of the professional task. Furthermore it becomes clear that this impact is stronger in the case of the labor specialist than with respect to the social insurance doctor.


Duco Bannink
Duco Bannink is verbonden aan de Universiteit Twente. Correspondentieadres: Duco Bannink, Universiteit Twente, Faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, 053-4893222, d.b.d.bannink@utwente.nl

Berber Lettinga
Berber Lettinga is verbonden aan de Universiteit Twente.

Liesbet Heyse
Liesbet Heyse is verbonden aan de Universiteit Twente.
Artikel

Beleidsvervreemding van publieke professionals

Theoretisch raamwerk en een casus over verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2009
Auteurs Lars Tummers, Victor Bekkers en Bram Steijn
SamenvattingAuteursinformatie

    In this article, we introduce the concept of 'policy alienation'. We define policy alienation as a general cognitive state of psychological disconnection from the policy program being implemented, here by a public professional who regularly interacts directly with clients. By introducing policy alienation, we want to contribute to the contemporary debate on the role of public professionals. According to some authors, professionals are experiencing increasing pressures, as managers have turned their backs to work floors and primarily opt for results, efficiency, and transparency. Conversely, other scholars note that it is questionable whether managers can be blamed for all perceived problems at work floors and in service delivery. We are able to examine these opposing claims using the policy alienation perspective, as this perspective not only takes into account the role of management, but also the influence of policy makers and politicians, as well as the claims of the more emancipated clients. After conceptualizing policy alienation, we use a case of insurance physicians and labor experts to illustrate how the concept can be researched empirically.


Lars Tummers
Lars Tummers werkt op de Erasmus Universiteit Rotterdam aan een proefschrift over beleidsvervreemding van publieke professionals en is adviseur bij PricewaterhouseCoopers Advisory, People & Change. Correspondentiegegevens: Drs. L.G. Tummers, MSc Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit Sociale Wetenschappen Departement Bestuurskunde Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tummers@fsw.eur.nl

Victor Bekkers
Victor Bekkers is hoogleraar bestuurskunde, in het bijzonder de empirische studie van overheidsbeleid, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Bram Steijn
Bram Steijn is hoogleraar HRM in de publieke sector aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Artikel

De Koning en de spreektelegraaf

Een begrippenkader voor de bestudering van de invloed van overheidsincentives op innovatieve ondernemingen

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 2 2006
Auteurs Helen Stout en Martin de Jong
SamenvattingAuteursinformatie

    Traditionally, technological transitions in infrastructure bound sectors are matters for the private sector. History teaches us that as soon as technological transitions proved successful, government sooner or later got involved with the distribution. Most of this involvement, both in history and now, has taken the form of public regulation with the help of various formal legal instruments.

    This article aims to answer three questions, namely (1) what ideational and materials drives can be distinguished in the government's involvement in these technological transitions, (2) through what legal instruments are these objectives expressed and how , and (3) what are the incentives of these formal legal instruments on innovative private entrepreneurs for their further technological pursuits. How were their behavioural options affected by the use of statutory acts, concessions, permits and/or licences? Incentives to private innovators are qualified as positive, neutral or negative. The research method chosen has been inspired by insights from legal sociology, public choice theory and strategic actor behaviour in qualitative simulation-games, but follows distinct methodological steps. Throughout the article a case study on the transition from telegraphy to telephony in The Netherlands will be used to illustrate the discussion.


Helen Stout
Prof. mr. dr. Helen Stout is hoogleraar Recht en Infrastructuren aan de Technische Universiteit Delft, h.d.stout@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 54 16

Martin de Jong
Dr. Martin de Jong is universitair hoofddocent aan de Technische Universiteit Delft, w.m.dejong@tbm.tudelft.nl, tel. (015)-278 80 52

Duco Bannink
Duco Bannink is als universitair docent verbonden aan de Universiteit van Twente. Adres: Universiteit Twente, Faculteit Bedrijf, Bestuur en Technologie, Postbus 217, 7500 AE Enschede, tel. (053)-489 32 22, e-mail: d.b.d.bannink@utwente.nl

    This article is the introduction to this special issue in which the Europeanisation of Dutch polity, politics and policy forms the central focus of attention. The main question we address in this special issue is to what extent the Netherlands has changed under the influence of processes of Europeanisation. This article first discusses the state-of-the-art Europeanisation literature; then it sets out to discuss four problems with this literature. Based on the insights generated by the contributors to this special issue, the authors conclude that for a better understanding of processes of Europeanisation, the EU should no longer be seen as an actor, but rather as an (cluster of) arena(s) in which a variety of actors (member states, EU institutions, interest groups, et cetera) are trying to achieve their political goals.


Sebastiaan Princen
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: s.princen@usg.uu.nl

Kutsal Yesilkagit
Verbonden aan de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap van de Universiteit Utrecht Adres: Bijlhouwerstraat 6, 3511 ZC Utrecht, e-mail: k.yesilkagit@usg.uu.nl
Artikel

Hoe verkoop ik een spoorweg?

De lessen van het privatiseringsstreven bij de Betuweroute, HSL-Zuid en Zuiderzeelijn

Tijdschrift Beleid en Maatschappij, Aflevering 3 2005
Auteurs Joop Koppenjan en Martijn Leijten
SamenvattingAuteursinformatie

    In December 2004, the report of the Dutch Parliamentary Investigation Committee on Infrastructural Projects was published. This committee investigated the budgets overruns of two large rail projects currently under construction in the Netherlands: the Betuwe Line and the High Speed Line (HSL)-South. The committee also looked at how mistakes that were made in the earlier projects had been avoided in the construction of the Zuiderzee Line, a project currently under preparation. The report provides a look inside the struggle of the Dutch national government from the beginning of the 1990s in their public-private partnership (PPP) efforts. In this contribution, we provide an analysis of the motives, approach and results of privatisation of these three projects on the bases of the detailed empirical analysis provided by the Committee. We seek explanations of how privatisation with these three projects evolved and what lessons can be drawn. It appears that practices have so far been far from good and instead of committing to the obligation to apply PPP in every large infrastructural project, the government should first find out how PPP in such projects should actually be carried out.


Joop Koppenjan
Joop Koppenjan is bestuurskundige en als universitair hoofddocent verbonden aan de faculteit Technologie, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Hij doet onderzoek naar besluitvorming en sturing in beleidsnetwerken en publiek private samenwerking bij de totstandkoming en het beheer van publieke infrastructuur. In 2004 was hij als staflid betrokken bij de werkzaamheden van de Tijdelijke Commissie Infrastructuur en deed hij onderzoek naar de privatisering van de Betuweroute. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: j.f.m.koppenjan@tbm.tudelft. nl

Martijn Leijten
Martijn Leijten is onderzoeker aan de Faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Zijn onderzoek richt zich op organisatie en management van complexe infrastructuurprojecten. Hij maakt deel uit van het onderzoekscentrum Sustainable Urban Areas van de TU Delft. Martijn Leijten was in 2004 betrokken bij het onderzoek van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten van de Tweede Kamer en droeg met name bij aan de reconstructie van de besluitvorming over de Zuiderzeelijn. Recente publicaties: Adres: Technische Universiteit Delft, sectie Beleidskunde/Organisatie en Management, Postbus 5015, 2600 GA Delft, e-mail: m.leijten@tbm.tudelft.nl

Talja Blokland
Talja Blokland is universitair docent sociologie aan de afdeling Sociologie en Culturele Antropologie van de Universiteit van Amsterdam en buitengewoon hoogleraar Samenlevingsopbouw aan de afdeling Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Adres Talja Blokland: ASSR, Kloveniersburgwal 48, 1012 CX Amsterdam, e-mail: t.v.blokland@uva.nl

Ruth Soenen
Ruth Soenen is Onderzoeker Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen aan het departement Sociale en Culturele Antropologie, Katholieke Universiteit Leuven, België. Adres Ruth Soenen: Departement Sociale en Culturele antropologie, Katholieke Universiteit Leuven, Tiensestraat 102, 3000 Leuven, België, e-mail: ruth.soenen@ant.kuleuven.ac.be
Toont 201 - 220 van 242 gevonden teksten
1 2 5 6 7 8 9 11 13
U kunt door de volledige tekst zoeken naar alle artikelen door uw zoekterm in het zoekveld in te vullen. Als u op de knop 'Zoek' heeft geklikt komt u op de zoekresultatenpagina met filters, die u helpen om snel bij het door u gezochte artikel te komen. Er zijn op dit moment twee filters: rubriek en jaar.